|
Rotterdam notariele akten 1622-1627 |
- (3-1-1623) Salomon Jansz, scheeptimmermeester
Dirck Petersz van der Veen, seylmaker
Lambrecht Dircxz, scheeptimmerman
Jan Jacobsz, schipper, Rosendael
Taxatie van de schade aan een Carveel van 31 last opgelopen in 's lands dienst
voor Dordrecht en voor Swaluwe
- (11-1-1623) Jan Willemsz Silverschoon van Dordrecht en
zijn vrouw Tannetgen Jansdr,
benoemen elkaar tot hun enige erfgenaam.
Aan de verwanten van de eerst overledene zullen 30 stuivers worden uitgekeerd en
aan de armen van de stad 6 gulden.
- (12-1-1623) Salomon Jansz, scheeptimmermeester
Dirck Petersz van der Veen, zeylmaker
Lambert Dirxz, scheeptimmerman
Jan Ariensz Beelt, schipper
Taxatie van de schade aan een smalschip van 21 last opgelopen in 's lands dienst
onder NN baron Courtoimer eerst voor Dordrecht
later voor Swaluwe en Willemsstad, volgens verklaring van Jean Michel dit la
Valle, corporael
- (6-2-1623) Arent Pietersz, oud 57jr, cleermaecker,
wonende te Dordrecht
geeft een specificatie van onder hem berustende kleding, nalaten door zijn zoon
Matijs Arentsz
- (6-2-1623) Op verzoek van Arent Pietersz, cleermaker,
wonende te Dordrecht,
hebben
Lucas Joachimsz, oud 57jr, backer, en
Boudewijn Jansz, oud 44jr, cleermaecker
verklaard dat onder hen nog berust een bedrag van 50 gulden toekomend aan het
nagelaten kind van
Isaack Gerritsz en wijlen Maritgen Arentsdr, wonende te Delffshaven
- (7-3-1623) Aryaen Aryensz de jonge, Poortugael in 't Roosant,
mede namens
Adryaen Claesz Koyer, Poortugael,
Pieter Adryaensz, schout van Hoochvliet, Poortugael,
Cornelis Cornelisz Jongebroer, Poortugael,
Cornelis Gabrielsz, Hoogevliet,
Sebastiaen Pietersz Spruyt, Poortugael,
Jan Claesz Koyer, Hoogevliet,
Fop Centen, Hoogevliet,
mede namens zijn vader Cent Jacobsz, Hoogevliet,
machtigen
Luenis Adriaensz, laeckencooper,
om hen te vertegenwoordigen in een geschil met de Heer van Roon en Vigilus
Oom, advocaat te Dordrecht over de koop van 263 morgen leenland
gelegen in Oud en Nieuw Engelant onder de parochie van Poortugael.
- (24-3-1623) Hendrick Cornelisz van Emden, varentgesel, die gaat varen als
cokxmaet ten oorloge onder capiteyn Carel Jansz de Want, benoemt Trijntgen
Jansdr van Dordrecht weduwe van Mauris Willemsz, als zijn enige
erfgename.
- (24-3-1623) Adryaen Sybrandtsz, Ouwerkerck op te Issel,
verklaart zich borg te stellen voor zijn broer
Pieter Sybrandtsz, Dordrecht,
en voor Pieter Huybrechtsz Spiering, Swijndrechtse Veer,
voor de betaling van een pachtsom ten behoeve van Alewijn Pietersz, ontvanger
van de gemenelandsmiddelen.
- (25-3-1623) Lenaert Cornelisz j.g., Dordrecht
geassisteerd door Adriaen Fransz Pieck zijn neef, Amsterdam
Maria Harmensdr j.d. geassisteerd door Harmen Dircxz haar vader
en haar voogden Simon Cornelisz van der Mij, Peter Jansz de Blaisier of Pieter
Jansz de Bleysgier
- (28-3-1623) Bartholomeus Aryensz, varende man, ter ene, en
Heynrick Aryensz, samen met Esdre Gerritsz als man van Jacobmijntgen Aryensdr,
en
Jan Janssen van Doorn als man van Weyntgen Aryensdr,
wonende te Dordrecht,
partij ter andere zijde, allen erfgenamen van wijlen hun ouders
Adryaen Bartholomeusz, en Lijntgen Heynrickxdr,
bevestigen een tussen hen gemaakte regeling met betrekking tot de huur van een
bleykerye, die door hun overleden ouders gehuurd was van de weduwe van Jan
Grijp.
Heynrick Aryensz, Esdre Gerritsz en Jan Janssen van Doorn handelen tevens namens
hun zuster, resp. schoonzuster Merritgen Aryensdr.
- (6-4-1623) Jan Woutersz, oud 38 jaar, stuurman op de Maecht
van Dort onder schipper Pieter Symonsz, verklaart op diens verzoek
dat in februari zij in Bordeaux bij Franssoys Lybert een partij vaten wijn
hebben ingeladen, waar er een oxhooft te weinig geteld werd. Ook bij het lossen
bleek er een vat te ontbreken.
- (1-5-1623) Gerrit Gerritsz, bakker
machtigt
NN, secretaris van de Weeskamer, Dordrecht
Jasper Jansz Mol
opdracht tot het innen van achterstallige vorderingen
- (7-6-1623) Dirck Jansz Pesser, oud 36 jaar, Joost Adryaensz Coulster, oud 46
jaar en Dimme Cornelisz, oud 40 jaar beiden hoofdmannen van de Brouwers, oud 42
jaar als ook Iemen Heynricksz Boschman, oud burgemeester en Arent Cornelisz
Kievidt, oud 40 jaar, beiden brouwers, leggen op verzoek van de
brouwers van Dordrecht een verklaring over de verscheping van
jong, niet afgegist bier
- (1-6-1623) Sarach Jansz Haerwijck apothecaris draagt over aan Jan van Barchem
in 's- Gravenhage een vordering van 600 gulden die hij tegoed heeft van de vorst
van Brandenburg en Nieuborch wegens geleverde medicamenten aan
Jonckheer Johan van Dort commissaris-generaal over diens leger
- (5-7-1623) Jan Claesz, smalschipper
Cornelis Dircxz 46 jr, smalschipper
Peter Claesz Verduyn 42 jr, smalschipper
Jan Gerritsz 46 jr, smalschipper,
Lambert Petersz 43 jr, smalschipper
Verklaring over de oorzaak van de schade aan een smalschip van 26 lasten in de
Harlingerhaven komend van Dordrecht met
Franse soldaten onder bevel van capiteyn NN Sarochie
- (5-7-1623) Peter Claesz, smalschipper
Cornelis Dircxz 46 jr, smalschipper
Jan Gerritsz 46 jr, smalschipper
Lambert Petersz 43 jr, smalschipper
Jan Claesz 34 jr, smalschipper
Verklaring over de oorzaak van de schade aan een smalschip in de haven van
Harlingen komend van Dordrecht met Franse
soldaten onder bevel van capiteyn Lamoth
- (5-7-1623) Jan Gerritsz, smalschipper
Cornelis Dircxz 46 jr, smalschipper
Lambert Petersz 43 jr, smalschipper
Jan Claesz 34 jr, smalschipper
Peter Claesz Verduyn 42 jr, smalschipper
Verklaring over de oorzaak van de schade aan een smalschip van 26 last in de
haven van Harlingen komend van Dordrecht met
Franse soldaten
- (8-7-1623) Op verzoek van Servaes Hellingsx, Dordrecht
wordt een verklaring afgelegd door
Jan Jacobsz, wisselaer
Cornelis Hubrechtsz, wisselaer
Jan Robbrechtsz, wisselaer
verklaring dat zijn 1zilver en goud van hoogwaardige kwaliteit is
- (10-7-1623) Jacob Jansz Platenaer, schipper
Claes Goossens 23 jr., collecteur
Heyman Gerritsz 33 jr.,
Adriaen de Jongh, capiteyn
Prons, commissaris
Verklaring van de schade aan een smalschip van 31 last in de haven van Harlingen
komend van Dordrecht
met Franse soldaten.
- (13-7-1623) Johan van Duvenvoorde, joncheer, machtigt
Arent Walen, laeckencooper, Dordrecht,
om van de secretaris van Dordrecht het geld te ontvangen van de verkoop
van een huis gelegen buiten de Vuylpoort van Dordrecht.
- (25-7-1623) Sara van der Laan, weduwe van Lucas van Hemert, wijnverlater
machtigt Art Cop, procureur wonende te Dordrecht,
om van Symon van der Stel de gelden te ontvangen die deze hem schuldig zijn.
- (3-8-1623) Paulus Struys, won. te Dordrecht,
transporteert aan Aert Hubertsz, eveneens won. te Dordrecht,
19 lombertsbriefjes die hij heeft van de lombert van Dordrecht.
- (10-8-1623) Cornelis Ariensz van Beemden, maeckelaer 35 jr, verklaart op
verzoek van
Frans Rijersz, coopman, wonend te Dordrecht,
dat hij een partij gerst voor hem verkocht heeft aan de brouwers in de
Hollantsche Tuyn ten bedrage van 1560 gulden.
Samen met Jan Hendriksz, brouwer in de Hollantsche Tuyn, zijn ze naar Symon
Ockersz Pesser, vader van Jan Symons Pesser, ook brouwer in de Hollantsche Tuyn,
gegaan. Er is onenigheid over de betaling. Overeengekomen wordt binnen 8 dagen
800 gulden te betalen.
- (30-8-1623) Nicolaes de Bruyn, plaetsnijder wonende bij de Goudse Poort,
erfgenaam van Elysabet Cornelisdr, Anneken Cornelisdr, en Susannetgen
Cornelisdr, overleden dochters van zijn zuster
Grietgen Abrahamsdr de Bruyn allen overleden te Dordrecht,
machtigt
Frans Adryaensz, coopman, Dordrecht, en
Adryaen Cornelisz, coopman, Dordrecht,
om alle goederen uit het sterfhuis van de zusters te inventariseren en op te
slaan.
- (6-9-1623) Harmen van Oosen, wonende te Romunt in Gelderlant,
heeft reeds meer dan 10 jaar een proces lopend tegen Stheven Woutersz, coopman
wonende te Hamburch,
als eiser, voor het gerecht van Wesel in de lande van Cleeff.
Om dit proces te beeindigen heeft comparant als arbiters benoemd:
Cornelis Adryaensz Teeresteyn, burgermeester te Dordrecht,
samen met
Gerrit Hellinx, coopman wonende te Dordrecht,
met machtiging om nog twee advocaten te Dordrecht als mede arbiters te
benoemen.
Comparant belooft de beslissing van deze arbiters als bindend te zullen
accepteren, mits zijn tegenpartij dit eveneens doet.
671
De akte is opgemaakt in de herberg genaamd Graeff Lodowijck.
- (19-10-1623) Maria Maertensdr, weduwe van Willem Willemsz van der Graeff
machtigt haar oom
Jan Fransz de Vries, coopman, Houttuyn
Opdracht om haar te vertegenwoordigen in een geschil met haar zwagers Hendrick
Willemsz van der Graef te Rotterdam, Symon van Gesel man
van Helena van der Graeff te Dordrecht en Dirck Willemsz van der
Graeff te Amsterdam
- (27-11-1623) Art Mennisz Vaer of Veer, wonende in Dordrecht,
weduwnaar van Deliana Praem Vechtersdr, toekomstige bruidegom en
Lucretia Lucasdr, weduwe van Goris Jansz Rijcx, toekomstige bruid, geassisteerd
door haar voogd en oud-schepen Govert Dirxsz Thoen stellen huwelijkse
voorwaarden op.
- (10-12-1623) Jacob van Beaumont j.m. uit Dordrecht
legateert aan zijn halfzuster Clementia van Beaumont 12 gulden en benoemt
Johan van Beaumont, Anna van Beaumont, Cornelia van Beaumont en Arien Dircksz
van Hoorn, zoon van Aleth van Beaumont, zijn broer, zusters en neef tot zijn
erfgenamen.
Hij herroept zijn testament d.d. 12. 08.1623 gepasseerd voor notaris Balis
- (27-12-1623) Jan Franssen van Cleeff, waert in "De Steur" 45 jr,
en Cornelis Crom, maeckelaer van tabacq, 37 jr,
verklaren op verzoek van Phlyps Barnon, maeckelaer te Amstelredam, dat deze aan
Jan Franssen een vat met craeckus taback gezonden heeft, die hij heeft laten
veilen voor Cornelis Crom.
Omdat de geboden prijs te laag was, heeft Barnon de taback naar Hendrick
van Reybeeck te Dordrecht laten zenden.
- (3-2-1624) Cornelis Gerritsz, schipper, wonende te Gouda,
verklaart dat hij ca. drie weken geleden met
Adryaen Pauwen, blockmaecker, in de herberg Amsterdam te Gouda,
een woordenwisseling kreeg over het spel van roomsteecken, dat zij samen
speelden.
Deze ruzie liep zo hoog, dat Adryaen Pauwen hem, comparant, met een tinnen
pijntskanne, een gat in het hoofd sloeg.
Comparant, die momenteel ziek te bed ligt, ten huize van zijn zuster Merritgen
Gerritsdr wonende Quaeckernaeck, verhaalt vervolgens dat hij naar mr. Jan
Dircksz, chirurgijn in de Wijnstraet te Gouda, is gegaan om de wond te laten
verzorgen.
Omdat hij hoofdpijn bleef houden is hij daarna nog bij mr.
Jacob N.N. chirurgijn, in de Vleyshouwerstraet te Dordrecht,
geweest, die constateerde dat de wond ontstoken was.
Om kosten te sparen besloot comparant naar zijn zuster in Rotterdam te gaan en
reisde van Dordrecht met het
Swijndrechtseveer via Rijerkerck, Iselmonde en de Maes naar Rotterdam.
Hier blijkt, dat hij nog steeds niet genezen is en zelfs vreest te zullen
overlijden, waardoor Adryaen Pauwen in moeilijkheden met de overheid zou kunnen
komen. Om zijn gemoed te ontlasten heeft comparant nu besloten vast te laten
leggen wat precies gebeurd is en te verklaren dat Adryaen Pauwen in het geheel
geen schuld treft en dat, mocht hij komen te overlijden, dit geheel aan zijn
eigen onachtzaamheid te wijten zal zijn.
- (16-2-1624) Cornelis Cornelisz Bouwer, Dordrecht,
machtigt
Adryaen Kiebon, procureur, om al zijn zaken te behartigen
- (27-2-1624) Jan Aelbrechtsz man van Emmetgen Fransdr, vaerende man, Schiedam,
machtigt als mede erfgenaam van de oud-tante van zijn
vrouw Merritgen Cornelisdr te Dordrecht,
Harmen Fransz, Claeswael, en
Jan Fransz, land van Goes, zijn zwagers,
om met Clement Pietersz weduwnaar van Merritgen Cornelisdr de nalatenschap te
verdelen.
- (22-3-1624) Jan Dionijsz, j.g. couckebacker, bruidegom, geassisteerd door Dionijs
Jansz, zijn vader won. te Dordrecht
en
Jannetje Cornelisdr, weduwe, bruid, geassisteerd door Adriaen Jansz haar broeder
en Pool Dammansz, haar oom, maken huwelijkse voorwaarden.
NB:
Dionijs Jansz ondertekent als Deonijs Janssen Vlaminck.
Adriaen Jansz ondertekent als Adriaen Jans Vas.
- (1-4-1624) Willem Leendertsz met zijn vrouw Marritgen Huygendr, IJselmonde,
verklaren dat de langstlevende het land dat zij in eigendom hebben erft. Voorts
zal de langstlevende in huur behouden het land waarvan eigenaars zijn Jan
Elantsz uit Dordrecht, Cornelia Muys eveneens uit Dordrecht de
baljuw van Tolen in Zeeland alsmede de vrouw van Heerjansdam. Comparante heeft
in eigendom een stuk land genaamd de Hooghe Camp.
De akte is opgemaakt ten huize van Symon Cornelisz van der Mij soutcoopper
wonende aan de oostzijde van het Raedthuys.
- (2-4-1624) Arien Cornelisz Rog, schipper, Dordrecht
Arien Harmansz 65jr, koolmeter en makelaer
Verklaring dat uit het schip van Jan Fransz schipper corynsche coolen verkocht
zijn.
- (11-4-1624) Elysabet Gerritsdr vrouw van Abraham Govertsz, nu in Oost-Indie,
cramenierster in de Rowaense Muts,
machtigt door procuratie van haar man, verleden d.d. 02.04.1620 voor Jan
Leenderts Schouten, notaris,
Merritgen Dircksdr weduwe van Jan Pietersz, schipper,
om van Jan Gielisz Calff man van Lambertgen Jansdr van
Scheye te Dordrecht het geld dat zij haar geleend heeft om
1weselse bombazijn te kopen, terug te vragen.
- (11-4-1624) Op verzoek van Jan Evertsz aambeeltmaecker
te Dordrecht verklaart Floris Dircksz dat hij Van der Heck, 36 jr
groffsmit ca 6½ jaar geleden een aambeelt heeft gekocht van Jan Janssen
schaermaecker. Het aambeeld bevindt zich in goede staat zoals het destijds werd
gekocht door Jan Janssen van Jan Evertsz
- (16-4-1624) Jochim Frans alias Moets, schipper, Dordrecht,
sluit een overeenkomst met
Anthonis Ghijsberts Woel, schipper, Haringvliet,
inzake ruil van een Cromstevenschuyt en een Caechschuyt, alsmede enige
bijkomende voorwaarden. rogge.
- (22-4-1624) Coert Danielsz, pachter van de impost van de tabacq van Hollant en
West-Vrieslant, machtigt Sander Harmansz, won. te Dordrecht
om de impost te innen van de tabacq te Dordrecht en Geertruittenberg
- (26-4-1624) Pieter Ariensz, 51 jr, wagemaecker, Gijsbert Pietersz, 39 jr,
wagemaecker, Jan Govertsz, 43 jr, wagemaecker en Lenert Pietersz, 32 jr,
wagemaecker verklaren op verzoek van Lambert Gerritsz,
wagemaecker te Papendrecht voor Dordrecht dat zij hun vak al lange
tijd uitoefenen doch nog nooit impost op brandhout hebben hoeven betalen
- (30-4-1624) Op verzoek van Gijsbrecht Janssen van Aeckeren pachter van 't
branthout over de stad Dordrecht verklaart
Franck Claessen Crooswijck, 23 jr pachter van 't brandhout alhier en collecteur
dat er geen boucke sommers hout verkocht is zonder dat daarvoor impost is
betaald
- (8-5-1624) Marichgen Jansdr, wed. van Jonas Cornelisz,
won. te Dordrecht, mede-erfgename van wijlen Dirck Barentsz Steenbeeck,
bevestigt ontvangen te hebben van de gemene erfgenamen een bedrag van 138 gld. 1
st. 8 penn. als haar erfdeel. Uitgezonderd:
- een obligatie groot 100 gld. ten laste van Arent Arentsz blockmaecker,
- een obligatie groot 300 gld. ten laste van Jan Maes caescooper,
- een obligatie groot 300 gld. ten laste van notaris Willem Pieck,
- een obligatie groot 265 gld. 12 st. 8 penn. ten laste van Mathijs Francquen
seylmaecker, en
- een obligatie groot 50 gld. ten laste van Daniel Mullem, welke obligaties
onverdeeld blijven.
Mede compareert Henrick van der Cloot, haringcooper, die zich borg stelt voor de
terugbetaling van het bedrag van 138 gld. 1 st. indien mocht blijken dat iemand
anders daar recht op heeft.
- (10-51624) Capiteyn Pieter Dircksz Lyeffkynt, medevoogd over de onmondige en
nagelaten kinderen van Susanna Cranendonck en Adriaen
N.N., won. te Dordrecht, machtigt Jan Aller Andriesz, notaris om
rekening te eisen van mr. Jacob Jacobsz Buys, chijrurgijn, zijn medevoogd, van
het beheer van de goederen van de weeskinderen
- (30-5-1624) Machtelt Gerrits, weduwe van Lenert Jans, scheepmaker
Scheepmakershaeven, belooft 1002 gld te betalen aan:
Cornelis Hendricxs van Slingelant, houtcooper, Dordrecht,
Gillis Jansz, houtcooper, Dordrecht,
die haar zoon, Symon Lenertsz, scheepmaker wonende op de Haeven schuldig is
wegens de koop van Sommers.
- (5-6-1624) Hubrecht Balis, notaris, Rotterdam, machtigt
Hubrecht van Zevender, notaris en procureur, om gelden te innen van
Aert Mennes Veir, weduwnaar van Deliana Rochusdr Praem,
busmaker in de Twee Sinckroers, Dordrecht aan de
Ryetdijck,
die hij verschuldigd is wegens het opmaken van het testament van zijn overleden
vrouw, met als getuigen Amme Edens en Phillips Philipsz verleden d.d.
18.11.1623.
- (16-6-1624) Nicolaes Dounes, Engelsman draagt over aan Michiel
Jansz de Veer sulversmid te Dordrecht een deel van zijn inboedel
ter betaling van het bedrag dat hij schuldig was aan Willem
van Seelen, coopman van gaern te Dordrecht, wegens geleverde fijn
wilgaern, en waarvoor Michiel Jansz borg stond
- (26-6-1624) Balten Centenz, 62 jr., en Jacob Evertsz, 60 jr., coopluyden
van huyden, verklaren op verzoek van Jan Hobocxz, wonend te Zierikzee in
Zeelant, dat geen impost betaald wordt voor vuil zout, waarmee haring gezouten
is en voor zout dat uit Terneuf komt, in Rotterdam, Amsterdam, Leyden, Haerlem, Dordrecht,
Gouda, Gorcum, Schoonhoven, 's Gravenhage en in meerdere plaatsen in Hollant.
N.B.: Balten tekent als Balten Centen schoemaker
- (30-6-1624) Op verzoek van Jan Jans, smit, wordt een verklaring afgelegd door:
Cornelis Cornelis van Troyen, 43 jr., en
Joost van der Voorden, 40 jr., contra
Jan Everts, aembeeltmaker, Dordrecht, ten
huize van Joost Claesz, Briel, den,
betreft geschil inzake de slechte kwaliteit van een aambeelt.
- (30-6-1624) Willem Bongaerts, houtcooper, Dordrecht,
machtigt
Symon Pietersz Crayesteyn, schepen, om van Cornelis Cornelisz, schipper een
schuld te innen.
- (7-7-1624) Ittgen Jacobsdr, wed. van Hubrecht Hubrechtsz, verklaart te hebben
verkocht aan Mees Maertensz de Haes, een huis dat zij gekocht / geërfd heeft
van Isack Jacobsz, brandewijnman, haar broer. Op aandringen van Sijmon Isacksz,
schilder, zoon van voorn. Isack Jacobsz, heeft zij een schuld betaald die zijn
vader had aan Helleman van den Heuvel, backer, won. te Dordrecht.
Achteraf is gebleken dat Symon het geld zelf schuldig was en zij machtigt nu
zijn broer Pieter Isacksz om de gelden terug te vorderen.
- (8-07-1624) Mees Maertensz de Haes gaat in beroep tegen de uitspraak gedaan
door advocaet Jacob Cannius, Pieter Pelt en Lenert Bieshoven ten nadele van
hemzelf en tot voordeel van Helleman van den Heuvel,
voorheen backer in Rotterdam, nu wonend in Dordrecht.
- (10-7-1624) Op verzoek van de gemene korenwindmolenaars
van Dordrecht verklaren
Peter Cornelisz 51 jr, molenaer
Jan Paulusz 54 jr, molenaer
dat zij 4 stuivers en twee ponden gewicht (voor verlies) maalloon per zak hebben
- (29-7-1624) Op verzoek van Heynrick Jacobsz Schout, schipper van den
herenschuyt,
wordt een verklaring afgelegd door
Galeyn Aryensz, 47 jr., voerman,
Witte Pleun, 31 jr., voerman,
Heynrick Aryensz Pijl, 30 jr., mr. hoeffsmit,
dat zij in de laatste vorstperiode, toen soldaten met hun ijssleden en paarden
van Dordrecht naar Geertruydenberghe
gingen, gezien hebben dat requirant met zijn paard en slede nabij de Noort
gelegen in de Maas door het ijs is gezakt, dat het paard veel water heeft binnen
gekregen en daardoor ziek en droesig is geworden; tot heden heeft genoemde Pijl
de zorg voor het paard op zich genomen.
- (31-7-1624) Trijntgen Cornelisdr de Vlomme of Vlom weduwe van Jan Aryensz,
schipper,
benoemt tot haar universeel erfgenaam Aeltgen Harmensdr vrouw van Steven
Willemsz, varende man, Groenendaal,
of ingeval van hun vooroverlijden hun kinderen Willem Stevensz en Neeltgen
Stevensdr.
Voorts legateert zij aan haar broer Cornelis Cornelisz,
hordebreyer, Dordrecht,
alsmede aan haar neven Cornelis Melisz en Steven Cornelisz
Roos, Dordrecht.
In akte nr. 167 wordt testatrices naam geschreven als Trijntgen Cornelisdr de
Blom.
- (10-8-1624) Dirick Huybrechtsz 75 jr, en Aryen Hendericksz 65 jr, keurmeesters
van de karles, leggen op verzoek van Adriaen Hendericksz
Rijsberch uit Dordrecht een verklaring af over het Gorkums garen,
dat zij gekocht heeft van Albert Hermansz wonende in Gorkum, in vergelijking met
Schoonhoofs vissersgaren
- (11-8-1624) Op verzoek van Hubrecht Balis, notaris, Rijsthuyn, wordt een
verklaring afgelegd door:
Cornelis van Nerven, 21 jr., schilder, en
Margareta Mertensdr, 19 jr., vrouw van Philips van Dermonde, hoedenstoffeerder,
contra
Jacob Hans Gevaertsz, schoolmeester, Nieuwe Haven,
schoonzoon van Griet Rijcken, Dordrecht in 't Beircken,
't Beircken / Dordrecht,
betreft ruzie en bedreigingen wegens vermeend achterstallig schoolloon.
- (7-9-1624) Pouwels Henricksz, geswooren meter, 61 jr., verklaart op verzoek
van de pachters van de ronde mate van Dordrecht
en Rotterdam en de pachters van de coornacchijns dat een vrouw, wonende in de
herberg van de Vijf Ringen in het meters huisje is geweest. Deze vroeg hem naar
de herberg te komen, waar Leendert Cornelisz de Henne, wonend te Iselmonde, zei
dat hij een partij boom had liggen, die hij moest meten.
- (14-9-1624) Pieter Jacob Wijnandsz, j.g., geassisteerd door zijn
oom Michiel Pompen, thesaurier, Dordrecht,
en zijn neef Pieter Doensz van Groenendijck,
toekomstige bruidegom van Margareta Verschuyren, j.d., geassisteerd door haar
vader Joost Verschuyren den ouden, Hoochstraet,
en haar moeder Merritgen Jacobsdr, sluiten een overeenkomst van huw.
voorwaarden. / 594
De akte doorgehaald en niet ondertekend.
- (17-9-1624)- Dirck Huybrechtsz, 75 jr., en Adriaen Henricxz, 65 jr., gesworen
keurmeesters van de hennip, verklaren op verzoek van Aelbert Hermansz van Thiel,
lijndrayer te Gorinchem dat zij op verzoek van:
- Thonis Henricksz,
- Bercker Rijsberch, broeder van Adriaen Henricksz
Rijsberch, wonend te Dordrecht, een partij
garen gekeurd hebben, die slecht was, gekocht op Schoonhoofse Keure.
Voornoemde Rijsberch heeft nog gesproken met Jan Carelsz in de Toelast
- (20-9-1624) Dammis Lenertsz, scheepstimmerman
Vlaerdingen, bekent 975 gulden schuldig te zijn aan Cornelis
Hendricx van Slingelant, houtcoper, Dordrecht,
Gillis Jansz, houtcooper, Dordrecht,
wegens de levering van van 1sommersplancken en cromhout ten behoeve van drie op
stapel staande cromsteven schuyten.
- (20-9-1624) Thomas Cornelisz, weduwnaar van Lysbeth
Willemsdr Viruly, houtcraemer, wonende te Dordrecht, ter ene
zijde, en
Willem Willemsz Viruly, wonende in de Nyeupoort en Adriaen Fransz, schilder
voogden over de nagelaten kinderen van Thomas Cornelisz en Lysbeth Willemsdr
Viruly, ter andere zijde komen een regeling overeen met betrekking tot hetgeen
de kinderen van Thomas Cornelisz toekomt krachtens het desbetreffende testament
van hun ouders. Deze kinderen zijn:
Cornelis Thomasz
Anneken Thomasdr en
Lysbeth Thomasdr
- (20-9-1624) Thomas Cornelisz, houtcraemer, wonende te Dordrecht
legateert een bedrag van 600 gulden aan zijn moeder:
Neeltgen Dircxdr, weduwe van Cornelis Thomasz comparants vader, en bepaalt dat
na zijn dood de boedelscheiding moet worden geregeld door de voogden van zijn
kinderen, t.w.: Willem Willemsz Viruli en Adriaen Fransz
De akte is opgemaakt ten huize van Willem Willemsz Viruli, wonende in het Hang.
- (18-10-1624) Gerbrant Dircxz, matroos, Haarlem
machtigt
Lodewijck Michielsz, Aernhem, W.I.C., Dordrecht
Bahy, Oraingienboom, Adriaen Joris Bres
Opdracht tot het innen van princegelden
- (22-10-1624) Willem Gerritsz van Ruytevelt, varende als scheeptimmerman op
het schip Dordrecht naar Brasilien of West-Indië, en zijn vrouw
Annetgen Huygensdr benoemen elkaar tot universeel erfgen.
- (22-10-1624) Reynier Volckertsz, jonggesell, die met het jacht Davidt van Dordrecht
naar Brasilien of West-Indië zal gaan, machtigt Margarieta van Leeuwen, vrouw
van Jan Henricxz van Oyen, opperbrouwer, om van ene Jongejan, wonend te
Vlissingen, capiteyn ter vrije nering zijn deel in de buit te eisen.
- (24-10-1624) Arien Dircxz van Moort, matroos
machtigt
Jacob Stoop, schipper, W.I.C., Dordrecht
Bahy / Oraingienboom / Adriaen Bres
Opdracht tot het innnen van prince gelden
- (10-11-1624) Op verzoek van Willem Janssen, vettewarier wonende achter de
Toelast op de Cleynne Steygher,
wordt een verklaring afgelegd door Adryaen Symonsz, 50 jr.,
dat hem als buurman bekent is dat Barent Gerritsz wonend
te Dordrecht eigenaar van het huis waar requirant in woonde, dit
tot aan de grond toe heeft laten afbreken, waardoor requirant en familie 12
weken onder een zeil, opgezet op 't open erf, moesten doorbrengen en hij zijn
beroep niet kon uitoefenen.
- (10-11-1624) Op verzoek van Willem Janssen, vettewarier, wonende op de Kleynne
Steygher,
wordt een verklaring afgelegd door
Jan Jacobsz, 24 jr., schoenmaeckergesel, werkende ten huize van Anthoni Aryensz,
Mr. schoenmaecker in de Vier Heemskinderen
op 't Spey, en
Jan van de Velde, cleermaeckergesel, werkende ten huize van Joost N.N., 22 jr.,
Mr. cleermaecker in Lombertstraet,
dat Barent Gerritsz wonende te Dordrecht,
eigenaar van het huis waar requirant in woonde, hem vastenavond 1623 toestemming
vroeg het huis af te breken en te verbouwen, met de belofte deze binnen 6 weken
weer geheel opgebouwd te hebben; aan deze belofte heeft hij zich niet gehouden,
zodat requirant ondertussen met zijn familie onder een zeil, gespannen op het
open erf van het afgebroken huis moest leven, en zijn beroep niet kon
uitoefenen. / Zie ook akte nr. 199.
- (18-11-1624) Op verzoek van Neeltgen Cornelisdr weduwe van Jan Thomassen,
matroos en seylmaecker van Jarmuyen,
wordt een verklaring afgelegd door
Aryen Aryensz, 22 jr., jonckgesel, matroos, en
Ibel Janssen van Groeninghen, 24 jr., matroos,
dat zij op het schip, genaamd de Eendracht onder commando van schipper Jan
Cornelissen Speulman, met andere schepen zijn gevaren van Texel naar Brasilien;
onder het eiland Ste. Vincent is het jacht van capiteyn N.N. Wiltschut, in de
vloot opgenomen waarop genoemde Jan Thomassen diende. Op d.d. 9 mei verleden is
de vloot, uitgezonderd N.N. van Dort,
aangekomen in de
Bahije de toto Los Santos. Enige dagen na de inname van de stad aldaar, is
Thomassen op het jacht overleden en op een eilandje in de Bahije begraven;
attestanten verklaren de man van requirante tijdens zijn ziekte bezocht en hem
op het eiland te hebben zien begraven.
- (22-11-1624) Maertgen Jacobsdr, wed. van Claes Pietersz,
won. te Dordrecht, machtigt Egbert Jacobsz om geld te ontvangen
van Jan Pietersz den Beschaemden.
Zij stelt tot zekerheid haar huis staande aan de Hoochstraet. Belend ten westen
Laurens Andriesz en ten oosten Pieter Bernier, metselaer.
- (30-11-1624) Aert Hil, coopman, Dordrecht
bekent en schuld te hebben aan Simon Petersz Crayestein, coopman van huyden.
Wegens de koop van 1huyden.
- (3-11-1624) Abraham Jansz Palm, won. te Dordrecht,
machtigt Pieter Adriaensz de With, schout te Cralingen om beslag te leggen op de
goederen van Jan Jansz, schipper van Dordrecht,
nu won. op de Uterse Vaert.
- (17-12-1624) Dirck Huybrechtsz, 75 jr, en Adriaen Henricxsz, 65 jr, gezworen
keurmeesters van de hennip en het garen daarvan gesponnen,
verklaren op verzoek van Aelbert Harmansz van Thiel, lijndrayer te Gorinchem,
dat zij op verzoek van Thonis Henricxsz Rijsberch, backer en broer van Adriaen
Henricxsz te Dordrecht enige schijven Westcappels garen hebben
gekeurd die door Aelbert aan deze laatste waren verkocht en waarvan de kwaliteit
beantwoordde aan de richtlijnen gesteld door de keur van Gouda en Oudewater.
Jan Huygen, garenkoopman had ter vergelijking enige schijven Schoonhovens garen
bij zich die voor elf gulden, drie gulden meer dan het Westcappels garen, werden
verkocht.
Hun kwaliteit oversteeg de norm voor Westcappels garen. Het kwaliteitsverschil
werd in klinkende munt door de verkoper terugbetaald.
- (24-12-1624) Jan Pietersz van der Goude, 44 jr., als adelborst op het schip
Utrecht, waarop Arent Jansz schipper is, naar Oost-Indië vertrekkend, benoemt
tot universele erfgen. Geertruyt Wijnantsdr vrouw van Jan Isaacxz schipper.
Hij machtigt Geertruyt tevens om namens hem van de bewindhebbers van de West
Indische Compagnie alles te incasseren wat hem toekomt als buitgeld enz. bij de
inname van Baya Todo Los Santos en de stad St. Salvador in Brasilien op de door
hem als bootsgesel gemaakte reis met het schip Den Orangienboom, aangekomen van Dordrecht.
- (29-12-1624) Gerrit Cornelisz huystimmerman 49 jr, en Harman Clementsz,
metselaer, 40 jr, verklaren op verzoek van Salomon Jansz kaersmaecker
dat zij erbij waren toen Barent Gerritsz, kanneverkoper te
Dordrecht Salomon het huis de Drie Vreemdelingen verhuurde en toen
beloofde een nieuwe kamer, een kookhuysgen en een zolder te maken maar dat hij
dienaangaande in gebreke is gebleven.
- (31-12-1624) Maritgen Gerritsdr, weduwe van Henrick Jansz Haechdoorn,
brouwersknecht, Haeringvliet
geassisteerd door haar neef Jacob Henricxz Cops, Delfshaven
sluit een overeenkomst omtrent de verdeling van de goederen van haar overleden
man met
Thomas Cornelisz, Dordrecht, en
Adriaen Fransz, schilder
voogden van Aelbert Henricxz Haechdoorn, zoon van Henrick Jansz Haechdoorn
Overeenkomst over verdeling en beheer van een erfenis, volgens het testament
voor deze notaris d.d. 26.12.1622
- (5-1-1625) Pieter Cluydt machtigt Mattheus van der Mijl,
zijn zwager, won. in Dordrecht om het geld te innen, dat hem en
zijn broers toekomt uit de verkoop van een wintcorenmolen, staande in Heusden en
van een morgen land gelegen buiten Heusden.
- (8-1-1625) Trijntgen Gijsbertsdr, weduwe van Cornelis Andriesz Runman,
verklaart dat het huis bij de Vuylpoort naast de BLAUWE
BIJL te Dordrecht gekocht door de schepenen aldaar, volgens een
testament van haar vader Gijsbert Henricxsz Roos, berustend onder notaris
Gijsbert de Jager haar is toebehorende, met dien verstande dat zij het van
Aeltgen Dircxsdr, vrouw van haar vader heeft ontvangen tegen betaling van 1600
carolusgulden.
- (10-1-1625) Andries Hartmans j.m., matroos
benoemt tot zijn erfgenaam zijn moeder Maertgen Jansdr
Arien Joppen, schipper, Armyen, Oraingienboom
Arien Joppen van Armuyen, van Dordrecht naar
West-Indie, Dordrecht
- (15-1-1625) Pieter Roelofsz, hovenier en Jacobmijntgen
van der Berch zijn vrouw hebben in Dordrecht gewoond. Pieter
Roelofsz gaat met het schip de Utrecht naar West-Indië. Zij benoemen de
langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam.
- (15-2-1625) Pieter Thijssz van Dordrecht,
die op reis gaat met Adriaen Bresch, schipper op de Orangeboom naar West-Indië,
machtigt Jan Matthijsz, zijn broer om van Anthony Verhaer, capiteyn ten oorlog,
de rest van zijn geld te eisen.
Verder om van capiteyn Claes de Monnick de rest van zijn soldij te ontvangen
over de reis naar Breeda.
- (16-2-1625) Wouter Jansz, musquttier, Dordrecht
machtigt
Susanna Willemsdr
Cornelis Teunisz Ouboter, capiteyn
Machtiging om zijn zaken te behartigen
- (16-2-1625) op verzoek van Jan Jacobsz van Rosendael, schipper van een
smalschip
wordt een verklaring afgelegd door
Cornelis Paulusz, 54jr, onderstatstimmerman
Bastiaen Woutersz 54jr, Dordrecht
verklaring betr. de schade aan een smalschip opgelopen voor Dordrecht in
's lands dienst
- (18-2-1625) Jacob Jacobsz van Dijck, wonend te Dordrecht,
bekent 600 gulden schuldig te zijn aan Carel Carelsz van Aertrijck, brouwer in
de brouwerije van de Hooren te Dordrecht.
N.B: van Dijck tekent als van Dick
- (23-2-1625) Janneken Hendrickse, weduwe van Mees Wesselsz geassisteerd door
Jan Pietersz van Heel, bekent 400 gulden ontvangen te hebben uit handen van Hendrick
van Naerden, wonend te Dordrecht als gevolg van een gesloten
contract d.d.19-9-1623 tussen de eerstgenoemde ter ene, en Leendert Adriaensz,
scheeptimmerman, zoon en mede erfgenaam van Pietertgen Jansdr, weduwe van
Adriaen Stoffelsz, namens Vallentijn Adriaensz, timmerman ter andere zijde.
- (6-3-1625) Salomon Jansz, scheeptimmerman
Dirck Petersz van der Veen
Lambrecht Dircxz, scheeptimmerman
Jan Jacobsz van Rosendael, schipper
Taxatie van de schade aan een smalschip volgens de attestatie van 16-02-1625
gedaan door Cornelis Paulusz
statstimmerman opgelopen in 's landsdienst tussen Dordrecht
en het Lamsgat
- (29-3-1625) Willem Gast, 48 jr., en Hendrick Larrens, 46 jr.,
verklaren op verzoek van Marcus Maxvil, dat zij met hem in dienst waren van
capiteyn Adriaen Engelen Silvergieter en op last van de admiraliteit overgegaan
zijn op het schip van capiteyn Jacob Jansz van Dort.
Daar heeft voornoemde Maxvil een kabel tegen zijn been gekregen en moest zich
onder behandeling stellen van de chirurgijn of barbier.
- (3-4-1625) Jacob Symonsz, 30 jr., en Jan Jansz, 24 jr.,
leggen een verklaring af op verzoek van Pieter Meyndertsz, schipper van
Medemblick.
Zij zijn als matroos op het fluytschip van voornoemde schipper, genaamd St.
Joris, groot 110 last, in Calis in Vranckrijck geweest en aldaar door de
gouverneur gedwongen om in dienst van de koning paarden en ruiters naar Hollant
te vervoeren. Door een storm moesten zij het Goereeschegadt in varen. Later
hebben zij paarden en ruiters gelost, liggend in de Kille
bij Dordrecht
- (4-4-1625) Jan Aertsz, caegschuytvoerder
Jan Michielsz 34 jr., Dordrecht
Willem Fransz 35 jr., Middelburg
Verklaring dat de passagiers voor hun vervoer van Dordt
naar Rotterdam de afgesproken prijs niet wilde betalen.
- (28-4-1625) Jan Willemsz van Dort, wonende
in de herberg van de Vergulde Swaen, 45 jr, verklaart op verzoek van Teunis
Rochusz, schipper van Vermuyen, burger te Vlissingen dat Job Adriaensz van den
Ende, zwager, en Lowijs Jansz, zoon van Teunis' overleden vrouw aan Aryen
Michielsz en aan de Spaanse stoelmaker een partij tabak hebben verkocht voor
respectievelijk 82 en 81 gulden
- (4-5-1625) Gerrebrandt Arijensz, metselaer, gehuwd met Lijsbeth van Duynen,
erfgen. van Dammes van Duynen, haar behuwd zoon, die overleden is op het schip
van schipper Vaeckooch, machtigt de voorn. Lijsbeth van Duynen om voor de
weeskamer van Dordrecht te verschijnen om aldaar zijn erfenis op
te eisen.
N.B.: Oorspronkelijk staat ook als comparant David Gerritsz, schoenmaecker,
gehuwd met Barbara Dammisdr, zwager van Dammes van Duynen. Deze ondertekent met
Daeydt Gerrijetsen.
- (1-5-1625) Jan Corssen, cocxmaet onder capiteyn Pieter
van Allevrienden van Dort, benoemt Sara Jansdr, zijn vrouw, tot
universele erfgename
- (21-5-1625) Thonis Henricxz Crats, moutmaker en brouwersknecht, en IJtgen
Henricxdr, geassisteerd door haar zwager Thomas Goverts, beiden wonend in Dordrecht,
hebben een verschil van mening over vleeschelijke conversatie.
Zij verklaart bevrucht te zijn en dat Crats haar trouwbeloften heeft gedaan. Hij
ontkent dit laatste. Door tussenkomst van de burgemeester wordt een overeenkomst
gesloten voor de tijd van vijf jaar over het onderhoud van dit kind, genaamd
Hendrick
- (22-5-1625) Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester, te
Enckhuysen,
stelt als borg
Jan van de Graeff zijn broer, Franssoys schoolmeester in Dordrecht,
in verband met de gedane verkoop van zijn huis, erf en school d.d. 5 april aan
Mr. Isaac du Quesne, Franssoys schoolmeester,
gelegen aan de oostzijde van de Meulensteghe belend ondermeer het Swijshooft,
die tot zekerheid stelt zijn huis in de Wijnstraet te Dordrecht,
genaamd de DRIE CONINGHEN naast burgemeester N.N. van Beveren. Koper mag
zijn regenwater lozen over
het erf van Pieter Corsavont.
538
Op 24.05.1625 is een nieuw contract opgesteld volgens aantekening in de marge.
- (24-5-1625) Mr. Davidt van Hooghenhuysen, Franssoys schoolmeester te
Enckhuysen, stelt als borg
Jan van de Graeff, Franssoys schoolmeester te Dordrecht,
voor de vrijwaring van zijn verkochte huis en school aan Isaac du Quesne,
Franssoys schoolmeester,
die tot zekerheid stelt zijn huis destijds genaamd de Drie
Coninghen, en nu genaamd de Twee Ghekroonde Pennen, te
Dordrecht.
Overige betrokkenen en belenders Pieter Corsavont, Ocker Phillipsz, de
erfgenamen van Jan Rutten, Gerardt van Berckel,
Margareta N.N. weduwe van Arent van Woestenhoven te Sgravenhage.
Verkoper behoudt voor zichzelf het huis genaamd het Swijnshooft.
- (28-5-1625) Maertgen Huybrechs, laatst weduwe van Joris Willemsz, 52 jr,
verklaart op verzoek van Pieter Pietersz van Standonck te Dordrecht,
dat deze onlangs 25 jaar is geworden, dat haar eerste man zijn vader was, dat
zij hem vanaf zijn tweede jaar heeft opgevoed en dat haar man altijd zei dat
zijn zoon met Vrouwlichtmisse 1600 was geboren
- (30-5-1625) Jan Jansz van Staden, corporaal en Jan
Gommertsz van Dort, beiden quartiermeester van capiteyn Suyrbier
allen onder bevel van capiteyn Maerten Harpertsz machtigen hun vrouw en
slaapvrouw Belyken Jansdr en Grietgen Fransdr om hun gage te innen
- (1-6-1625) Willem Jansz Engelsman dienende op het schip van Jacob
Jansz uit Dort, benoemt tot zijn universele erfgenaam zijn hospes
Willem Jansz Schotsman wonende in de Oude Franquensteech
- (4-6-1625) Tanneken van Kemel weduwe van Jan Kabbeljauw
wonende te Dordrecht,
verklaart verkocht te hebben aan Dirck Otten, molenaer en pampiermaecker,
wonende te Heylsom in de heerlijkheid Doolewaert in Gelderlant, een pampiermolen
te Heylsom, voor 500 carolusgulden af te betalen in termijnen
- (21-6-1625) Maria Beyens, geboren te Dordrecht,
vrouw van Jan Pisset, wijncoper, Wijnstraet, Dordrecht,
benoemt haar man tot haar erfgenaam, en legateert goederen aan haar kinderen,
evenals aan de Armen.
- (2-7-1625) De hoofdlieden van de brouwers leggen op verzoek van hun
vakbroeders in Dordrecht een verklaring af betreffende de prijs
van grote en kleine kolen, over de verschillende soorten impost op bier, dat de
brouwers zelf hoepels mogen kopen en hun vaatwerk betrekken uit alle steden die
hen belieft. Tevens dat de brouwersknechts, geen burgers zijnde, geen wacht
behoeven te lopen en ook geen lid hoeven te zijn van de Schutterij.
N.B.: getekend door Jan van der Duyn en Willem Eeuwoutsz Prins
- (3-7-1625) Op verzoek van Jan Henniff, mineur in dienst
van de Staten Generael, vroeger wonende te Breda en nu te Dordrecht,
wordt een verklaring afgelegd door
Huybert Janssen, 47 jr., mineur in dienst van de Staten Generael,
dat attestant die gedurende de gehele belegering van Breda ten huize van
requirant heeft gelogeerd, heeft gezien dat requirants huisvrouw, Jan Couck,
adelborst en diens huisvrouw, haar nicht, (beide in 1624 aan de pest overleden)
heeft doen kisten en begraven en de kosten uit eigen zak betaald; alleen heeft
zij daartoe een rapier van Couck verkocht.
- (10-7-1625) Volckert Petersz van Dordrecht eerst
dienende onder Claes Simonsz Suyrbier, capiteyn en vervolgens onder Maerten
Harpersz, capiteyn, machtigt Grietgen Volckertsdr uit Dordrecht, zijn
moeder om zijn achterstallige gage te innen.
- (14-7-1625) Bartholomeus van Segwaert raedt ter Admiraliteyt en zijn vrouw
Adriana van Crayesteyn wonend aan de zuidzijde van de Princestraet maken een
testament van eerststervende aan langstlevende met een legaat voor het kind van
Laurens Lantschot en Deliana van Crayesteyn, haar zuster.
Eerder testament voor notaris Veeckemans te Dordrecht
op 11-06-1614 blijft van kracht.
- (10-8-1625) Op verzoek van de weduwe van Bruyn Willemsz Dedel
wordt een verklaring afgelegd door Jeremyas Claessen, metselaer, bevestigt
zonder wijziging de attestatie d.d. 04.06.1625 tegen
Mr. Jacob Ghevaerts, Franssoys schoolmeester te Dordrecht,
gedaan, maar voegt eraan toe dat Dedel toen geen gehoor heeft willen geven aan
uitnodiging van Ghevaerts om over het gerezen geschil te komen praten. Zie ook
akte nr. 294.
- (16-8-1625) Maeycken Houvenaers, vrouw van Steven Houvenaer, 54 jr,
verklaart op verzoek van Barbara de Gruyter, laatstelijk
weduwe van Jonckheer Bartholomeus Duvick te Dordrecht, dat de
laatste in 1624 aan wijlen Janneken Cuypers, in leven wonend op de Leur, 115
gulden heeft geleend
- (11-9-1625) Gerrit Bastiaensz machtigt Thomas Cornelisz,
won. te Dordrecht om geld te innen uit de boedel van Aeltgen
Jansdr za., brouster in de Nijeuport tegenover Schoonhoven
- (11-9-1625) Henrick Thielmanss, varende als constabel onder capiteyn
Sywert van Dort en in huur hebbend een voorkamer van het huis
gelegen aan de Santstraet, bekent op Allerheiligen a.s. 46 gulden schuldig te
zijn aan Abraham Pouwelss, arrebeyer, eigenaar van de winkel en woning.
De schuld zal betaald worden uit de gage van comp., die van zijn zoon Jan
Henricxs, bootsgesel bij capiteyn Pieter Aertss 't Eersgat of Teersgat en uit
geld dat voor hem bij de Admiraliteyt staat
- (10-9-1625) Joost Adryaensz Coulster, brouwer in den Oraengenboom
machtigt
Adryaen Symonsz Cnap, om over te dragen aan Gerrit Thonissen, mosselman,
een huis en erf genaamd Dordrecht gelegen op
de Molendijck te Ooltgensplaet, en een stuk land te verkopen gelegen in de
parochie van Nortwelle onder de heerlijkheid van Renisse, destijds toebehoord
hebbend aan Anthonis Lauwersz Dinges.
de Oraengenboom brouwerij.
- (7-10-1625) Adriaen Henricxs Rijsburch, laeckencooper
uit Dordrecht, verkoopt aan Gerrit Aryenss, molenaer, wonende te
Saerloos, 2 morgen weiland, gelegen in Poortugael, welk land de verkoper geërfd
heeft van Jonkheer Arent van Renoy
- (10-10-1625) Willem Letterhuys, Nyeupoort
legateert aan de kinderen van Ida Palmes
aan de huisvrouw van Gideon van Sonnevelt, predicant te Delft, aan zijn pete
zoon Willem van Zonnevelt,
zoon van voornoemde Gideon van Sonnevelt aan Ploontgen Jansdr, dochter van Hans
Coenraedt, Leyden, aan zijn nicht
Magdalena Aertsdr, Dordrecht, aan
Maritgen Aertsdr, Dordrecht,
Claes Boeckeloo Wesel, aan de kinderen van Gerrit van Berckel, aan
Pieter Verbiest, aan de kinderen van zijn oom Mathijs Burick, Dorsten, aan
Frans Voocht, Dorsten
Lysbeth Cuyters, vrouw van Claes Aemen
drapenier, aan zijn peetkinderen Henrickgen Cornelisdr
Machteltgen Gerritsdr, en de dochter van Conradus, predicant, te Emmerick, aan
Willem Pietersz, hoedecraemer, Oude Kerckstraet, aan
Franchoys Lantsbergen, docter, aan
Gryetgen Herde, dyenstmaecht, aan
Abraham Adriaensz Pijl, Nyenpoort, aan
Harman van Cotten, aan zijn neef Jan Dapper, aan zijn half zuster Anneken
Loemen, en zijn half broer Jacob Loemen
Gasthuys
aanvulling op akte gepasseerd voor deze notaris op 11.03.1624.
- (24-10-1625) Inventaris opgemaakt door:
Cornelis Jorisz Craendonck aanstaande man van Elysabet Adriaensdr.
Hij heeft nog geld tegoed van (zijn voormalige voogd) Gerrit Jorisz Craendonck, Heynricks
Ambacht bij Dordrecht.
- (4-11-1625) Salomon Lourensz, schilder, machtigt zijn vrouw Egetgen Ariensdr,
om als erfgename van Jan Ariensz Leeuw haar bestevader en Lyntgen Meesdr haar
bestemoeder, alsmede van Mees Jansz haar oom en van Jan Meesz en verdere
overleden bloedverwanten, uit de door hen nagelaten goederen haar aandeel in
ontvangst te nemen te Sprang onder de jurisdictie van Dort
- (15-11-1625) Jan Jansz Gouwenaer de Jonghe, scheepstimmerman
machtigt
Aernout Wagensvelt, notaris, en Baerthout Danielsz Burchoorn, cruydenyer,
om ten behoeve van Cornelis Heynricksz Slingelant, wonende
te Dordrecht, en
Gielis Jansz, wonende te Dordrecht, tezamen compagnons in een houthandel,
een rentebrief te passeren, met als onderpand Jan Jansz's huis, loods, erf met
timmerwerf, gelegen aan de Nieuwe Kaye bij de Boomtgens, waar hij momenteel
woont belend ten oosten Michiel Dircksz, scheepstimmerman en ten westen Salemon
Jansz
scheepstimmerman, wegens de leverantie van 1hout. / De akte is doorgehaald en de
handtekeningen ontbreken
- (20-11-1625) IJsbrandt Dircksz Calffvel, beenhacker,
verklaart zich borg te stellen voor zijn zwager Jan Jansz Gouwenaer,
scheepstimmerman,
ten behoeve van Gielis Jansz, houtcooper te Dordrecht,
en
Cornelis Heynricksen van Slingerlant, Dordrecht,
tot een bedrag van 600 gulden, in nader aangegeven termijnen te betalen, en
waarvan de betaling zal strekken ter kwijting
van een bedrag van 900 gulden, dat Jan Jansz Gouwenaer aan beide genoemde
houtkopers schuldig is voor geleverd hout,
samen met nog een bedrag van 800 gulden.
Terzake van dit bedrag van 800 gulden is zekerheid gesteld door Neeltgen
Dirckxdr weduwe van Jan Jacobsz Gouwenaer,
en moeder van genoemde Jan Jansz Gouwenaer. / Jan Jansz Gouwenaer wordt in deze
akte ook aangeduid als Jan Jansz Jonghegouwenaer.
- (20-11-1625) Jan Jansz Jonghegouwenaer, scheepstimmerman, en zijn vrouw
Leentgen IJsbrantsdr,
bedanken zijn moeder Neeltgen Dirckxdr,
voor de door haar gestelde borgtocht ten bedrage van 800 gulden, ten gunste van
Gielis Jansz, houtcooper te Dordrecht,
samen met Cornelis Heynricksz van Slingerlant, houtcooper te Dordrecht,
volgens akte d.d. 20.11.1625 (akte nr. 322), en verklaren zich ermede accoord
dat dit bedrag bij voorrang zal worden voldaan, na het overlijden van Neeltgen
Dirckxdr, uit diens nagelaten goederen.
- (20-11-1625) Neeltgen Dirckxdr weduwe van Jan Jacobsz Gouwenaer,
verklaart zich borg te stellen voor haar zoon Jan Jansz Jonghegouwenaer,
ten behoeve van
Gielis Jansz houtcooper, te Dordrecht,
en
Cornelis Heynricksz van Slingerlant, houtcooper te Dordrecht,
voor een bedrag van 800 gulden, zijnde een deel van 1.700 gulden, wegens
geleverd hout, volgens drie obligaties die hiermede (samen met de voorgaande
akte van borgstelling) zijn vervallen. Het bedrag van 800 gulden is echter pas
opeisbaar na het overlijden van Neeltgen Dirckxdr.
- (2-12-1625) Cornelis Vogel , schipper, wonende te Nieuwburg of Nieuwmegen,
bevestigt schuldig te zijn aan Gerrit Neu, coopman van
wijn te Dordrecht, een bedrag van 421 gulden 1 stuiver, voor
geleverde wijn, te betalen zodra aan comparant zijn vordering op zijn
broer Jan Vogel, wonende te Dordrecht, is toegewezen.
- (7-12-1625) Joncker Adriaen Suermonts, 24 jr, verklaart op verzoek van Susanna
Hermansdr, vrouw van Herman Jan Harmansz te Breda,
dat hij haar zoon in de Bel te 's-Gravenhage 370 gulden heeft geschonken voor
zijn aandeel in de belegering van Breda.
Pieter Slingerburch, wijncooper te Dordrecht, 62
jr, verklaart dat de zoon van Susanna Hermansdr het geld bij hem thuis
heeft gelaten en dat Susanna kort daarop met 200 gulden naar Geertruidenberch is
vertrokken met de bedoeling vandaar door te reizen naar Breda
- (11-12-1625) Cornelis Jansz Pieck, j.g. gediend hebbend als soldaat onder colonel
Dort van West-Indie, machtigt zijn zwager Aelbrecht Joosten om van
de West Indische Compagnie zijn maandgeld e.d. te incasseren
- (15-12-1625) Aert Aertsz, 36 jr, binnelantsvaerder doet op verzoek van David
Willemsz, scheepstimmerman uit Dordrecht uitgebreid verslag van
een reis naar Guinea op de Greinkust die hij samen met diens broer,
scheepstimmerman Aert Willemsz zestien jaar terug op het schip De Sampson onder
schipper Salemon Jansz heeft ondernomen. Het laatste wat van die broer werd
vernomen was dat hij in gezelschap van Portugezen de rivier van Gambi had
bevaren en vervolgens aldaar was overleden en begraven.
N.B.: Tenslotte worden nog als plaatsen genoemd Sarlevens of Sarleoens in de
eilanden van Fetu, en Caep de Verde
- (31-12-1625) Arent Pieterss Kivid, brouwer in de Druyff, mr. Cornelis Croock,
Arent Tromp en de kinderen van Cornelis Aryenss Kyvid verkopen aan Willem Janss
van Bergen, coopman, het woonhuis, de brouwerij, mouterij en de erven, genaamd
de Druyff, gelegen aan de noordzijde van de Hoogstraat en de daarbij behorende
inventaris; het cuyphuys en erf, gelegen over de sluis achter het
huis genaamd Dordrecht; een schuur en erf, gelegen op de Buttersloot
aan de noordzijde van mr. Abram van der Kemp. Verder wordt een schuit verkocht,
die bij de brouwerij behoort. Zij garanderen dat het woonhuis, enz. ten tijde
dat het in het bezit was van hun oom Maerten Kivid en hun vader Pieter Kivid
niet belast is geweest
- (5-1-1626) Davidt Joosten, schipper van de Fortuyn, Dordrecht,
machtigt
Aernout Wagensvelt, procureur, Fortuyn, om al zijn zaken te behartigen
- (2-2-1626) Joan Grim, vendrich van de compagnie van sir Phillip Balphoer,
bekent 120 car. gulden schuldig te zijn aan Karel
Schreever, wonende te Dordrecht.
- (9-2-1626) Gerrit Jansz, schipper, en Arijen Sijmonsz,
schipper van Dordrecht, verklaren hun cromstevenschuyten geruild
te hebben
- (10-2-1626) Willem Jans verkoopt aan Dirck Adriaens te Dordrecht
een cromstevenschuit van 3 lasten met toebehoren voor de prijs van 287
gulden. Tot borg stelt zich Adriaen Jans te Dordrecht.
Getekend in 't kantoor naast het stadhuis tegenover de Waech
- (14-2-1626) Arien Dircxsz (35), Dirck Gerritsz (40) en Quiring Gillesz (30)
allen kaescopers,verklaren op verzoek van Laurens Posson,
coopman te Dordrecht, dat zij met tussenspraak van Peter de Riemer
een partij kaas hebben gekeurd te weten 540 stuks soetemelcxkaes, 172 stucx
loerenmanskaes, gemaakt met groen of met camijn.
NB: Dirck Gerritsz tekent als Dyerck Gerrijtsen, Quiring Gillisz als Quinering
Gillisz
- (3-3-1626) Gerrit Dircxsz (50), van Dordt,
schipper van een boeyerschip van 36 lasten en Adriaen Blom, capiteyn
(34), leggen op verzoek van Jacob Henricxsz Wintveger, schipper van rontschip
van 36 lasten en Daniel Ariensz, schipper van een boeyer van 40 lasten een
verklaring af over de vergoedingen die zij hebben ontvangen toen schepen een
jaar terug uit naam van de koning van Engelant door de boerremacchum in huur
genomen werden. Hun vergoedingen vergelijken zij met wat Frederick Cornelisz, Leendert
Ariensz uit Dordt kregen. De verklaring wordt mede ondertekend
door Gillis Gerritsz, lieutenant
- (10-3-1626) Jan Woutersz, matroos, eerst in dienst van Jacob Stevensz van der
Vliesch en thans bij Adriaen Blau, beiden capiteyn, machtigt Wouter
Jansz van Dort zijn halfbroer die ook in dienst was van
eerstgenoemde kapitein, om zijn tegoed aan gage te innen
- (19-3-1626) Gerrit Jansz van Cuylenburch man en voogd van Jacobgen Jorisdr
en als zodanig mede erfgenaam van zijn schoonvader Joris Jacobsz, backer,
wonende te Schoonhoven,
machtigt
Jan Jorisz zijn zwager, marckschipper van Schoonhoven op Dordrecht,
om met zijn mede erfgenamen inventaris op te stellen van
alle goederen door wijlen zijn schoonvader nagelaten
- (22-3-1626) De akte beschrijft de goederen, schulden, enz, die Tonis Henricxs,
man van Maeyken Gerritsdr, bootsgesel van capiteyn Arien
Blom van Dordrecht, nagelaten heeft. De boedel is door Janneken
Joosten, uytdraegster, gewaardeerd
- (30-3-1626) Hans Verstrijpen, groffsmit
machtigt
Aelbrecht Troost, procureur,
om zijn zaken waar te nemen in zijn proces tegen Anthoni
van Gesel, Isercooper te Dordrecht.
- (31-3-1626) Meus den Boer, capiteyn, bekent dat Maritge Gijsbertsdr, brouster
in het Rijpelant, 1318 gld krijgt van zijn moeder en de erfgenamen van zijn
schoonvader. De jaarlijkse aflossing van 200 gld kan niet betaald worden en
wordt omgezet in 100 daalders per jaar.
Meus tekent met Baertelmeus den Jongeboer. In de acte wordt verder genoemd Jan
Bom, brouwer te Dordrecht.
Comparant zelf en zijn broer Adriaen Meusz, seylmaker varende ter zee, stellen
zich borg.
- (2-4-1626) Gerrit Daemen van Nydeck, man van Maeycken Franssen Pijck en Abel
Fransz, man van Neeltgen Franssen Pijck, mede optredend voor Jan Fransz Pijck,
Pieter Fransz Pijck, Franchoys Fransz Pijck en Lijsbeth Franssen Pijck,
machtigen Adriaen Fransz Pijck, hun zwager en Anthoni van
Valckenburch, won. te Dordrecht, om een jaarlijkse rente te innen
van de ontvanger van de Gemene Lands Middelen over 't quartier van Dordrecht
- (16-4-1626) Cornelis Jacobss Schellinger, schipper op het schip Sint Jacob,
achtergelaten in de Bahy, en Christiaen Hortenbach, corporael van de
heer van Dort, die op hetzelfde schip was, verklaren op verzoek
van Fijtgen Jansdr, moeder van wijlen Pieter Arienss, die op hetzelfde schip in
de Bahy doodgeschoten is, dat mr. Heertgen van Alcmoer, chirurgijn geld van de
overledene in zijn kist, zalfpotten en laadjes heeft opgeborgen.
- (19-4-1626) Jacob Thonisz, j.g. als oppercuyper vertrekkend met het jacht
David van Dordrecht naar Brasilien of West-
Indië, benoemt tot universele erfgen. zijn moeder Neeltgen Galeynsdr
- (27-4-1626) Jan Cornelisz Cunst, voogd van Henrick Stoffelsz de Jonge; Willem
Stoffelsz de Jonge en Maerten Gillisz Wiltens, man van Jannetgen Stoffelsdr ter
ene zijde en Cornelis Fransz van Kerckesandt won. te Dordrecht
ter andere zijde sluiten een akkoord over de doodslag bedreven door Egbert
Fransz van Kerckesandt, broer van voorn. Cornelis Fransz van Kerckesandt, in de
Golff van Venetien in april 1618 op Cornelis Stoffelsz de Jonge, broer en zwager
van voorn. Henrick en Willem Stoffelsz en Maerten Gillisz Wiltens.
N.B. Betreft: verzoening na doodslag.
- (27-4-1626) Gerrit Sebastiaensz, weduwnaar van Maritgen Gerritsdr, en
Ariaentgen Pietersdr, Hoochstraet, geassisteerd met haar
gecoren voogd Thomas Cornelisz, Dordrecht sluiten een overeenkomst
in zake het levensonderhoud van de eerste comparant.
Eerder testament van Gerrit Sebastiaensz gepasseerd voor notaris Eeuwout
Willemsz Buys te Polsbrouck op 27.09.1599.
- (12-5-1626) Maeyken Jacobsdr, vrouw van Willem Janss Spreeuw, tinnegieter,
wonende te Geertruydenberch, verklaart op verzoek van haar
moeder Anneken Ariensdr, weduwe, dat haar moeder niet in Goude en zeker
niet bij Cent Bouwenss, vlascoper ter Goude, was toen zij daar was om vlas te
kopen. Verder verklaart zij dat Cent Bouwenss huisraad en kleding met geweld uit
haar huis te Dordrecht gehaald heeft,
terwijl zij ziek was en haar man op reis naar Gorcum
- (16-5-1626) Jan Fransz, waert in de Steur, 48 jr, en Jan Quackelbeen,
tabacqvercooper, 41 jr, verklaren op verzoek van Gillis Claesz Sleeuwhage,
maeckelaer dat zij samen met Harman van Snellenburch, tabacqvercooper te Utrecht
in de Steur bijeen waren en dat na een woordenwisseling de
dronken Dirck Jansz, cruydenier uit Dordrecht achterover is
gevallen en daarbij zijn been heeft gebroken
- (22-5-1626) Jan Engelsz, echtgenoot en voogd van Jannitgen Gerritsdr,
Delffshaven en
Ariaentgen Gerritsdr, weduwe van Cornelis Gerritsz backer, Delffshaven, als
kinderen en erfgenamen van
Gerrit Engebrechts, overleden te Delffshaven, man
van Maeycken Jansdr, nu wonende te Dordrecht,
ter ene zijde en
Jacob Cornelisz, met Michiel Carelsz, stoeldrayer
als voogden over de twee minderjarige kinderen van voorn. Gerrit Engebrechtsz
ter andere zijde
voorn. Jan Engelsz zal behouden een huis en de erve staande op Delffshaven,
gelegen aan de oost zijde van de Dijck, belend door capiteyn Pieter Hendricxz
Heyn aan de zuid zijde en Jacob Claesz aan de noord zijde strekkende van den
Dijck tot aan Harman de besemmaecker
- (30-5-1626) Jan Aertss van Dordrecht,
constabel op het schip de Swaen met capiteyn Aelbert van der Velse, benoemt zijn
vrouw Grietgen Jansdr tot zijn universele erfgenaam.
- (5-6-1626) Thomas Gerritsz Dousburch, brouwer in de brouwerije van den
Olifant, machtigt Gijsbert de Jager, procureur te Dordrecht
om uit de boedel van Jan Bartholomeeusz, biersteker te Dordrecht,
75 gulden te eisen over geleverde bieren.
N.B.: Hij tekent met Doesburch.
- (8-6-1626) Maerten Foppen, schipper van Vlaerdingen, 43 jr, Huych Cornelisz,
schipper 36 jr, Frans Meeusz, 25 jr, schipper van Dordrecht
en Cornelis Pietersz Brouwer, schipper te Schiedam,
verklaren op verzoek van Claes Jansz Pauwesteyn van Dordrecht,
dat zij de gecommitteerde raad ter Admiraliteyt hebben verzocht om gewapende
bescherming naar Nantes en dat men beloofde dat capiteyn Maerten Harpersz Tromp
hen op die reis zou begeleiden. Gelegen te Torbay onder Engelandt is Tromp
tevens verzocht de Nantesvaarders en Rochelvaarders te begeleiden
- (12-6-1626) Jan de Grand, 53 jr, en Isaacq de Bra, 44 jr, beiden coopluyden,
verklaren op verzoek van Christiaen Timmermans,
tegenwoordig wonende te Dordrecht, doch vroeger in het Gulden
Wieltgen in de Cuyperstraet te Antwerpen, dat hij omwille van zijn geloof met
vele anderen uit de stad werd verbannen
- (12-6-1626)
Adriaen Bastiaensz, oudt-burgemeester van Oudewater, oom en voogd van Aert
Willemsz Valck; Jeurgien of Joryen Crieck, sergeant te Schenckenschans, man van
Maycken Willemsdr Valck en Anneken Willemsdr Valck, vrouw van Esias Hunt, won.
te Heusden, allen erfgen. van Willem Aertsz Valck, hun vader en Neeltgen
Bastiaensdr, moeder van voorn. Aert Willemsz, hebben de erfenis geinventariseerd
en verkocht te Rotterdam, Dordrecht en Steenbergen.
Betalingen zijn gedaan aan:
- 1: de vrouw van Wessel Dircksz;
- 2: de vrouw van Adriaen van Rijsbergen te Dordrecht;
- 3: Dingentken Jansdr won. te Steenbergen;
- 4: Jan Schut won. te Dordrecht;
- 5: Pieter Hollander won. te Steenbergen;
- 6: Gerrit Maertensz de Jonge, schoolmeester te Rotterdam;
- 7: Claes Pietersz won. te Steenbergen;
- 8: de vrouw van Bolis;
- 9: Jacob Pietersz Lack won. te Steenbergen;
-10: Sijtgen Pietersdr won. te Steenbergen;
-11: Jasper Troyen, boeckvercooper te Dordrecht,
over huur;
-12: Joannes Wilgsone schoolmeester, over schoolgeld;
-13: Dominus Joannes Lydius, predicant te Oudewater;
-14: Vosbergen, notaris won. te Steenbergen, over bier en schrijfloon;
-15: de vrouw van Cornelis Aryensz Wolff, won. te Steenbergen;
-16: Gerrit Jansz, cleermaecker te Steenbergen;
-17: de Roode Leeuw te Dordrecht;
-18: Dirck Jansz Verweij, laeckencooper te Oudewater;
-19: Andries Cornelisz Coninck, won. te Oudewater;
-20: Burgemeester Adriaen Bastiaensz;
-21: Mr. Anthoni, advocaet te Rotterdam;
-22: de roeper te Steenbergen;
-23: Jannetgen Willemsdr voor haar reis naar Rotterdam;
-24: de secretaris van Steenbergen;
-25: de kosten gemaakt door voorn. Aert Willemsz te Emmerick;
-26: nog te betalen aan Wouter Cornelisz, huur.
- (13-6-1626) Adriaen Bastiaensz, oudt-burgemeester van Oudewater, oom en voogd
van Aert Willemsz Valck; Jeurgien Crieck, sergeant onder de compagnie van mons.
Dembise in garnizoen in Schenkeschans, man van Maeycken Willemsdr Valck en
Anneken Willemsdr Valck, vrouw van Esias Hunt, adelborst onder capiteyn Goring,
in garnizoen in Heusden, allen erfgenamen van Willem Aertsz Valck, commis op het
oorlogsschip liggend voor Steenbergen en Neeltgen Bastiaensdr, hun ouders,
verklaren dat de erfenis is geinventariseerd en verkocht is te Rotterdam, Dordrecht
en Steenbergen
- (23-6-1626) Jacob Woutersz, brouwer in den Fortuyn, als voogd van de nagelaten
kinderen van Jan Peetersz Buersteets en Grietgen Cornelisdr Rombouts, gewoond
hebbend te Breda, machtigt Jan Verplancken, wijncooper te Dordrecht
om beslag te leggen op gelden die berusten onder de wed. van rentmeester
Adriaen Bacx, won. te Dordrecht, toekomend aan de wed. van mr.
Merchior (Melchior) van Herbach, won. in 's Gravenhage, ter zake van de koop van
een huis, staande in Breda, genoemd het Blaeuwe Leeuwken
- (27-6-1626) Pieter Franssen Schoutette, coopman, wonende
te Dordrecht,
en
Dirck Schijvelberg,
komen overeen het contract van compagnieschap, gesloten tussen Dirck
Schijvelberg en Jan Schoutette,
zoon van Pieter Franssen Schoutette, te beeindigen, aangezien genoemde Jan
Schoutette inmiddels is overleden.
Dit compagnieschap betrof handel op, resp. te Nantes in Franckrijck of Britaigne
- (3-7-1626) Willem Lambertz als cocxmaet op het schip de
Oranigienboom van Dordrecht onder Adriaen
Jorisz Bres op reis geweest naar Westindië, machtigt Henrick Gerritsz, op
datzelfde schip, wonend op de Delftsevaert, om zijn tegoeden bij de Admiraliteit
te innen.
NB: Lambertsz tekent als Lammessin
- (4-7-1626) Abraham le Maire, schrijver, verhuurt aan
Guiellame Morijn, fransman
Philips Veersen, notaris
Jan Jacobs van Es, capiteyn
Balthasar van Dortmont, Vianen
een huis staande bezijden de Beurs genaamd Dordrecht
- (4-7-1626) Heynrick Heynricksz van Tol schilder te Delft stelt een inventaris
op van de goederen die zijn broer Maerten Heynricksz van
Tol te Dordrecht aan hem heeft uitgeleend.
- (8-7-1626) Pieter Cornelisz Penning, 40 jr, stierman, Cornelis Aryensz, 36 jr,
constapel, Gerrit Jansz, 23 jr, hoochbootsman en Henrick Aryensz, 28 jr,
bootsgesel, allen wonende te Schiedam en varende onder schipper Maerten Foppen
te Vlaerdingen, verklaren op verzoek van Claes Jansz
Paeuwesteyn, schipper van Dordrecht,
dat zij hebben gezien hoe zijn schip door de vijand werd overmeesterd en in
beslag genomen. Zij voeren onder escorte van Maerten Harpersz Tromp met nog wat
schepen naar het eiland Boulijn. Het voorval had plaats ter hoogte van Croosick
- (10-7-1626) Susanna van der Wolde j.d. wonende in Dordrecht
benoemt haar moeder Hester Flenshore weduwe van Jan van der Wolde tot
haar universele erfgename. Deze akte is opgemaakt ten huize van Anthoni Nijs
sijdelaeckenwynckelier
- (18-7-1626) Adriaen Brants verkoopt aan Pieter Schouten, coopman te Hoorn, 26
iserstucken en 2 camerstucken, die in Rotterdam en Dordrecht
liggen. Als borg voor Pieter Schouten treedt Adriaen Wijnes, coopman te Hoorn,
op
- (5-8-1626) Jan Henricxz Romeyn, won. te Strijen, als lasthebber van zijn
schoonvader Ary Mathijsz, en mede namens de weeskinderen van Jan Mathijsz,
mitsgaders Otto van Herckel, man van Tanneken Jansdr won. te den Briele, en Dingetgen
Jansdr, wed. van Joost Bastiaensz won. te Dordrecht, bevestigen te
hebben ontvangen van Arent Cornelisz Noorman, won. te Rosendael, driekwart van
500 gulden alsmede driekwart van de helft van een rentebrief groot 247 gulden
ten laste van het dorp Rosendael, d.d. 28.11.1580, hen competerend als legaat
van wijlen Margriete Cornelisdr Bariona, gewoond hebbend te Bael.
N.B. Van Herckel tekent als Otto Herkelse van Herkel, smit
- (5-8-1626) Heynrick Jansz, schimman, afkomstig van Lubick,
benoemt zijn toekomstige vrouw Neeltgen Pietersdr weduwe van Jan Claesz
Delvenaer, Francke steghe,
tot zijn universele erfgenaam.
Comparant diende bij de West Indische Compagnie te Dordrecht,
op het schip de Maecht van Dordrecht, Witte Leendertsz Guinea.
- (6-8-1626) Compareerden Bartholomeeus Ariensz, bleycker, man van Lijntge
Bastiaensdr voor zichzelf, en voor Jan Bastiaensz, de broer van zijn vrouw,
Maertge Jacobsdr weeskind van Jacob Arijensz en Pietertgen en Neeltgen
Bastiaensdr, erfgen. van 1.000 gulden en een rentebrief die Margareta Cornelisdr
Bariona, hun nicht, won. te Bael, heeft nagelaten aan de familie van
vaderszijde. Mede compareerde Jan Henricks Romeyn, won. in Strijen, die
gemachtigd is door Arij Mathijsz, zijn schoonzoon en door de weeskinderen van
Jan Mathijsz, en optredend voor Ott van Hercel, man van Tanneken Jansdr won. in
den Brielle en Dingetje Jansdr, wed. van Joost Bastiaensz,
won. te Dordrecht, mede erfgen., machtigen Cornelis Lonck, won. te
Rosendael om aldaar rentebrief over te dragen aan Aert Cornelisz Noorman, won te
Rosendael, uitgezonderd het deel dat Jan Claesz en zijn kinderen, mede won. te
Rosendael toekomt.
N.B.: - Ott van Hercel tekent als Otto Hersel Smit./ Laatste gedeelte van de
akte op blz. 304
- (6-08-1626) Laurens Heynricksz van Leeuwen, luytenant,
samen met zijn vrouw Geertruyt Aertsdr, eertijds weduwe
van Heynrick van der A wonende te Dordrecht,
bevestigen te hebben verkocht aan
Frans Symonsz van der Mij, jonckgesel, ten overstaan van zijn vader Symon
Cornelisz van der Mij, houtcooper,
die verklaarde zijn zoon al enige jaren als handelspartner te hebben toegelaten,
een huis genaamd het Hert in de Waechsteghe,
belendend o.a.
Laurens Claessen, pontgaerder, en strekkend tot achter aan de mouterij van de
Hamer.
Laurens Heynricksz dient onder Sybert Wor, capiteyn.
Koper neemt te zijnen laste een op het huis rustende rentebrief groot 430
gulden, hij betaalt 470 gulden contant en zal ten gunste van verkoper een
rentebrief passeren ten bedrage van 1.750 gulden.
- (20-8-1626) Catharina Smits weduwe van Willem Smit, Dordrecht,
geassisteerd door de notaris, machtigt
Aelbrecht Troost , procureur,
om van Willem Ritserson, Engelsman, het bedrag op te eisen dat hij haar schuldig
is
- (25-8-1626) Andries Jansz, die als kwartiermeester met het schip de
Maecht van Dort naar Oost-Indie zal varen, benoemt
Elsgen Michielsdr, zijn moeder, tot zijn erfgenaam
- (4-9-1626) Gielis Lievensz Speelman, gewezen onder timmerman, geboren te
Breda,
verklaart te hebben overgedragen aan Gijsbert de Jagher
notaris te Dordrecht,
alle rechten en aanspraken op de nagelaten goederen van zijn ouders Lieven
Speelman en Anneken Verhorst,
overleden te Breda, en
Maycken Lievensdr zijn zuster, mede overleden te Breda.
Gielis Lievensz, was ondertimmerman in dienst van de Oost Indische Compagnie op
het schip de Eendracht.
Comparant ondertekend met Dielis Lievensz.
- (10-9-1626) Cornelis Adriaensz Duymaff van Dordrecht,
voormalig commandeur van schepen en matrozen tijdens de belegering van Breda,
verklaart op verzoek van Claes Thomas Damen, schipper van 's-Gravenmoer, dat hij
diens schip ten dienste van het land in beslag heeft genomen zodat de schipper
tot woon- en slaapplaats voor hem en zijn gezin een ander schip heeft moeten
huren
- (18-9-1626) Johan Gillisz Potte, coopman, machtigt Jan Maertensz Cromstrijen,
notaris alhier om te Dordrecht te voldoen
aan een voorlopig vonnis gewezen tussen hem of Antoni of
Laurens van Valckenburch en Eeuwout Schutten, brouwer in den BEER aldaar,
in verband met aanspraken door de kinderen van wijlen Heyndrick Fransz op de
nagelaten goederen van Neeltgen Heyndricx, zijn vrouws tante
- (27-9-1626) Jan Jacobsz, servetwercker, komt met Cornelis Embrechtsz,
lindewever, wonende te Dordrecht, overeen, dat hij aan Arien Cornelisz,
de zoon van genoemde Cornelis, het ambacht van servetwever zal leren.
Als borg treedt Maerten Jansz Poortmans of Portmans uit Dordrecht
op
- (5-10-1626) Stijntge Verhoeven, j.d., erfgen. van Grietge Verhoeven, haar
moeder, gewoond hebbend in Diesburch, machtigt Henrick
Verhoeven, haar broer, won. in Dordrecht, om haar deel te verkopen
van een huis staande bij de Swanepoort in Diesburch.
N.B.: Zij tekent met Steingen Verhuven.
Het huis is belend door Jan Bongaerts, schipper.
- (1-4-10-1626) Annetgen Pietersdr oud 38 jaar, vrouw van Pieter Michielsz
molenaar in de brouwerij van de Orangiënboom,
verklaart op verzoek van Jacob Geubels uit Dordrecht,
dat hij bij Annetgen drie jaar geleden een kist van Aryen Pietersz Doesburch
heeft neergezet.
Na diens dood is de kist geopend en zijn de goederen door zijn vader en broer
meegenomen
- (18-10-1626) Neeltgen Pietersdr weduwe van Jan Claesz Delvenaer, Oude
Franckensteeg,
machtigt
Heynrick N.N., cleermaecker,
om van de West-Indische Compagnie te Dordrecht
jaarlijks twee maanden gage, die Heynrick Jansz van Lubeck, schieman op het
schip genaamd de Maecht van Dordrecht onder
schipper Witte Leendertsz verdient in ontvangst te nemen wegens diens huurschuld
aan haar
- (21-10-1626) Josyna Cornelisdr van Exsel, weduwe van Jan Hendricxz Gevers,
caesmaecker, wonende Princestraet
geeft aanwijzingen met betrekking tot het beheer van de door haar aan de
kinderen van haar zoon Henrick Jansz Gevers, overleden te Dordrecht
na te laten goederen, met een speciaal legaat aan haar kleindochter
Anneken Henricxdr
- (10-11-1626) Aelbert Jorisz, bootsgesel, Dordrecht,
machtigt
Michieltgen Laurensdr vrouw van Gangheloff Matheeuss van Goutum, schoenmaecker,
om betaling te verzoeken van de Admiraliteyt van zijn verdiende gage onder
capiteyn Zybert Zybertsen Wor.
- (23-11-1626) Jacob Henricxz, smalwercker
sluit een contract van huwelijkse voorwaarden met Adriana Pietersdr ongehuwd,
wonende Hoochstraet, in het oostvierendeel, geassisteerd door: haar
zwager Thomas Cornelisz, ijsercooper, wonende te Dordrecht, en
haar oom Gerrit Sebastiaensz
- (26-11-1626) Jan Jansz Pluym uit Dordrecht,
matroos onder Antony van Schuylenburch, capiteyn, machtigt Willemtgen Gillisdr,
wonende in het huis de Prins in Gijsendam, die hij nog 145 gulden schuldig is,
om bij de Admiraliteit het geld te innen dat hij als bottelier verdiende onder
Jacob Fransz de Geus, capiteyn
- (27-11-1626) Pieter Lowijssen Mul, capiteijn, wonend te Dordrecht,
verklaart 231 gulden schuldig te zijn aan Claes Pouwelssen Cramerheyn (?) als
restant van een custingbrief, die is gepasseerd voor schepenen te St.
Anthonispolder d.d. 20-03-1622 ten laste van Art Bastiaensz (?) Jongman
- (8-12-1626) Peter Willemsz uit Dordt, oud
opvarende van N.N. de Helt, capiteyn, thans op de rol van N.N. Aersgat,
capiteyn, machtigt Anneken Jorisdr, weduwe, zijn slaepvrou, wonende in de Corte
Lijnstraet om bij de Admiraliteyt zijn tegoed aan gage te innen
- (2-3-1627) Willem Danielsz, stoeldraeyer, 30 jr, en Jan
Kauheer of Couheer, 39 jr, twijnder, verklaren op verzoek van Elias Mauritsz,
soldaet in de compagnie van capiteyn Wits, in garnizoen te
Dordrecht, dat zij diens broer Abraham Mauritsz die vanuit
Amsterdam met het schip De Maecht van Dordrecht naar Oost-Indië is
uitgevaren, goed hebben gekend. Elias machtigt zijn broer Isaac Mauritsz te
Amsterdam, om tegoeden van Abraham wegens gedane diensten bij de Oost-Indische
Compagnie op te nemen
- (13-3-1627) Pieter van der Camme gewoond hebbende in Middelburgh draagt over
aan Claes Gerritsz den Bout een obligatie ten laste van wijlen
Pieter Cornelisz scheepstimmerman in Dordrecht
- (19-3-1627) Franchoys van Winterbeeck en Anna van
Winterbeeck, wed. van Arnoudt Louwijs won. te Dordrecht, zijn zuster,
sluiten een overeenkomst over 28 ponden Vlaems die hij tegoed heeft van haar.
Zij geeft hem schilderijen en 2 jaren rente, die zij ontvangen heeft van de stad
Middelburch in Zeelandt.
N.B. Anna tekent als Anna Louwijs.
- (28-3-1627) Trijntgen Cornelisdr weduwe van Jan Aryens Bolfvanger herroept
haar testament gemaakt op 24-3-1627.voor deze notaris en benoemt nu Harpert
Jacobsz, hordemaker uit Dordrecht tot enig en universeel erfgenaam
- (29-3-1627) Franck Claess Crooswijck, collecteur van de asijn 25 jaar oud,
verklaart op verzoek van Gijsbert Janss van Aeckeren
wonende te Dordrecht dat de attestatie van Joost Hardwijn,
grossier van asijnen, gepasseerd d.d. 17 februari voor notaris Jan Lenertss
Schouten, onwaarachtig is.
Hardwijn erkent dat hij geen akkoord gesloten heeft maar dat het uit gewoonte is
gebeurd
- (30-3-1627) Franck Claess Crooswijck, collecteur van de azijn 25 jaar oud,
verklaart op verzoek van Gijsbert Janss van Aeckeren
wonende te Dordrecht dat het hem bekend is dat burgers die azijn
inslaan, grossiers, azijnmakers en slijters verplicht zijn billetten te halen
- (5-4-1627) Marytgen Jansdr, 52 jr, linnenlakenvercoopster, weduwe van Rudgardt
van Hensberghen en Mayken Mathysdr, 50 jr, linnenlaeckencoopster weduwe van
Huybrecht Tons, verklaren op verzoek van Susanna
Verhaghen, linnenlaeckencoopster wonende te Dordrecht, dat zij
allen op bezoek zijn geweest bij Marya van Meybrech die in de gevangenis wordt
vastgehouden en haar hebben horen bekennen dat Susanna Verhaghen van haar
peettante, de overleden Jacobmijntgen Buysen nooit geld heeft gevraagd voor al
het speldewerk dat Susanna Verhagen aan Jacobmijntgen Buysen heeft verkocht.
- (8-4-1627) De buyttenvaders van het weeshuys alhier machtigen Cornelis
Wesselsz, boomsluytter Ter Goes en Pieter Meesz, schipper, won. in de Wilde
Zeesteech alhier, om de erfenis te delen van Willem
Cornelisz Bouman, zoon van Cornelis Willemsz Bouman, die 6 weken geleden te Dordrecht
is overleden, over oudoom van Pieter en Maertge Sijmonsz, kinderen van
Sijmon Henricksz en Neeltgen Bartholomeus Cornelisdr, kinderen van Cornelis
Arijensz, mede erfgen. allen won. in het weeshuys.
N.B.: Als buitenvader tekenen Claes Antoniss Handblock en Pieter Hendricks
Kellenaer
- (1-4-1627) Op verzoek van Anthonis Cornelisz, grutter, hebben
Cornelis Joostensz van Nyeuwenhuysen, 36 jr., grutter en
Jan Fransz Pieck, 32 jr., grutter, verklaard
dat zij gisteren ten huize van requirant hebben geinspecteerd een zift en
wintwerck, geleverd door Gerrit Hobben te Dordrecht en dat op diens
verzoek door Evert Cornelisz te Dordrecht bedrijfsklaar
zou worden gemaakt; dat zij bevonden hebben, dat de installatie niet behoorlijk
werkte
- (17-4-1627) Aert Jansz, schipper, Delffhaven,
benoemt tot zijn universele erfgename zijn vrouw Aryaentgen Willemsdr.
Voorts legateert hij aan zijn broer Andries Jansz, wonende
te Dordrecht, een bedrag van 100 gulden
- (1-5-1627) Josue Pieters Offermans, schilder,
bevestigt schuldig te zijn aan Pauwels Lucasz, hovenier te
Dordrecht,
een bedrag van 2.000 gulden wegens geleend geld.
Rente en aflossing zullen worden verhoogd indien comparant gedurende de looptijd
van deze obligatie zijn huis, genaamd de
Lanciers, met de daarachter liggende kaetsbaen, zou verkopen.
- (13-5-1627) Goodtschalck Joosten, 60 jr, scheepmaecker
te Dordrecht, Teunis Dircxsz, 40 jr, en Aelbert Cornelisz
Cleycluyt, 31 jr, verklaren op verzoek van Jan Pietersz de Cort, man van de
weduwe van Jan Symonsz van Haeften dat zij diens carveelschip en dat van Jacob
Stoop, schipper hebben getaxeerd en dat het carveelschip van de Cort slechter en
minder waard is dan het schip van Stoop
- (20-5-1627) Anthoni van der Star, Dordrecht,
machtigt
Christyaen van Vimmeesen, wijncooper, Nimmegen,
om van capiteyn du Bernuy te Ravesteyn het bedrag dat hij hem schuldig is op te
eisen en het uit te betalen aan Jan Michelsz, wijncooper. Comparant ondertekent
met Antonis Jansen van der Staer
- (26-5-1627) Johan Berck, wonend in Dordrecht,
machtigt Phillips Hoevenaer, clercq ter secretarie, om hem borg te stellen voor
een huis staande aan de Botersloot, dat zijn broer Gerrit Berck verkocht heeft.
- (2-6-1627) Leendert Pleuniss, marctschipper op Heenvliet, verkoopt aan Ary
Jacobss Pap, schipper, wonende te Dordrecht, zijn schuyt van 8
lasten met al het toebehoren voor 156 car. gulden
- (7-6-1627) Borger Cornelisz, arbeijder aen de strate, staat er borg voor dat Anthoni
Henricxz Kouck, won. te Dordrecht eigenaar is van een kist met
goederen, staande ten huize van Pieter Jansz Blanckert, brouwer, en ingezet door
Wijnandt van der Harten te Sevenbergen. Hij zal hem terugbrengen als dit niet
juist blijkt te zijn
- (7-6-1627) Jan Jansz van Istelhoffen, houtsager, staat er borg voor dat Anthoni
Henricxz Kouck, won. te Dordrecht, eigenaar is van een kist met
goederen, staande ten huize van Pieter Jansz Blanckert, brouwer en ingezet door
Wijnandt van der Harten won. te Sevenbergen.
Hij zal hem terugbrengen als dit niet juist blijkt te zijn
- (11-6-1627) Arien Cornelisz, besemmaker, machtigt zijn
zoon Jan Ariensz, steenhouwer wonend in Dordrecht, om zijn huis in de
Lombaertstraat te Dordrecht over te dragen aan de koper. Er hing
vroeger een uithangbord van 'Den Gulden Besem'.
Het huis is belend:
ten zuiden: Henrick van Naerden, procureur;
ten noorden: de erfgenamen van Pieter Gosensz, kuyper; strekkend tot in de
Breestraet
- (12-6-1627) Lenaert Bieshoven procureur machtigt Jeremias
de Sterke procureur in Dordrecht om van Sargaent Niclaey dienende
onder de compagnie Fama in garnizoen in Dordrecht,
het geld voor gehaald bier bedragende f 34,-- te ontvangen
- (21-6-1627) Pauwels Jansz Gevers, Salomon Jansz Gevers, Jan de Vries als man
en voogd van Annetgen Jansdr,
Sebastiaen Jansz man van Lijntgen Jansdr Gevers, cleermaecker, kinderen en
erfgenamen van wijlen Josyna Cornelisdr hun moeder, resp. schoonmoeder, in haar
leven weduwe van Jan Henricxz Gevers, verklaren
dat in het sterfhuis van Josyna Cornelisdr een rentebrief gevonden is, verleden
door Thonis Jacobsz, cuyper ten behoeve van Pieter Maertensz, zeevarende man
verzekerd op het huis van Thonis Jacobsz in de Quartelsteeg belendend: Henrick
Henricxz, houtsaeger en Maerten Jansz Moeye en strekkend tot aan het erf van het
Verbrande clooster. Dat Josyna Cornelisdr in haar leven tegenover comparanten
verklaard heeft, dat deze rentebrief haar niet toekwam, maar door haar was
gekocht ten behoeve van Annetgen Henricxdr wonende te Dordrecht
en nagelaten dochter van wijlen haar zoon Henrick Jansz Gevers. Voorts
verklaren comparanten, dat de renten van de bedoelde brief steeds genoten zijn
door genoemde Annetgen Henricxdr en dat zij de brief nu ingevolge de wens van
Josyna Cornelisdr aan Annitgen Henricxdr hebben afgegeven.
- (10-7-1627) Guilliame Claesz van Coperen, 57 jr, gerechtsbode, verklaart op
verzoek van Henrick Joppen, voormalig gaarder van de impost op boter, dat Jan
Brant twee kinnetjes boter die naar Dordrecht
vervoerd moesten worden, bij Jan Damen pastijbacker heeft afgeleverd zonder dat
hij het daarbij behorende geldige impostbiljet kon tonen
- (28-7-1627) David Joostensz, schipper, won. te Dordrecht,
machtigt Jan van Aller Andriesz, notaris en procureur om zijn zaken te
behartigen
- (5-8-1627) Wijnandt van Harten en Antoni Kouck besluiten hun geschil over de
rekening van de pacht en de collecte ter arbitrage voor te leggen aan 3 pachters
in Dordrecht
- (8-8-1627) Willem Doedensz, 27 jr, bootsgesel geweest op het schip Rotterdam
van de bewindhebbers van de Oost Indische Compagnie, verklaart op verzoek van Hans
Michielsz speldemaecker wonende te Dordrecht, dat hij en ene Jan
Jansz van Dort in 1621 als bootsgesellen op het schip de Goude Leeuw in
dienst van de Oost Indische Compagnie, naar oost Indië zijn gevaren.
Toen zij daar aankwamen moest er slag worden geleverd tegen inlanders bij
Maeckauw. Jan Jansz van Dort is daarbij omgekomen
- (13-8-1627) Gillis Henricxsz Hollandt, 51 jr, Jan Vastersz, 44 jr, en Teunis
Henricksz Rijsburch, 34 jr, allen backer, verklaren op verzoek van de deekens
van 't backersgilde te Dordrecht dat
burgemeesters en gerechte met het oog op de verhoging van de impost op het
gemaal hebben goedgevonden dat ook de broodprijs met een duit per drie pond
stijgt
- (14-8-1627) Abraham Beerwouts, wonende te Utrecht en
Susanna Beerwoutsdr kinderen van wijlen Johan Huybrechtsz Beerwouts en wijlen
Neeltgen van Meerbeecque wonende te Den Hage, machtigen hun broer Jan Jansz
Beerwouts te Rotterdam, om voor schepenen aldaar, mr. Jonas Cabbeliau coopman,
te ontslaan van de door hem gestelde borgtocht d.d. 28.07.1627, t.b.v.
comparanten en hun broers en zusters voor alle lasten e.d. op het huis de Drye
Vreemdelingen aan de Hoochstraet, gekocht door Barent
Gerritsz te Dordrecht van genoemde Jonas Cabbeliau en Lenert
Beerwouts als gewezen voogden van comparanten en hun broers en zusters.
Comparanten geven Jonas Cabbeliau tevens kwijting voor een bedrag van f 100,-,
dat Jonas Cabbeliau onder zich had voor Neeltgen Jansdr Beerwouts, dochter van
genoemde Jan Huybrechtsz Beerwouts en Neeltgen van Meerbeecque.
- (14-8-1627) Abraham Beerwouts, cuyper wonende te Utrecht, en
Susanna Beerwouts wonende te Den Hage, bevestigen mede namens hun zuster
Neeltgen Jansdr te hebben ontvangen van hun gewezen voogd Jonas Cabbeliau,
coopman, in totaal f 800,-, in totaal f 800,-, van welk bedrag door Jonas
Cabbeliau f 136,- betaald is aan hun broer Jan Jansz Beerwouts.
Dit bedrag van f 800,- vertegenwoordigt het restant van de opbrengst van het
huis genaamd de Drye Vreemdelingen door Jonas Cabbeliau en zijn mede - voogd
Leendert Beerwouts verkocht aan Barent Gerritsz te Dordrecht,
alsmede het saldo van de overige goederen door beide voogden beheerd.
- (1-9-1627) Jacob Verbeeck de Jonghe, wonende te Utrecht,
is in Dordrecht geweest om toestemming te geven voor het huwelijk
tussen zijn zoon Jacob Verbeeck en Catelijn Tarwe, dochter van wijlen Henrick
Tarwe, die als voogden haar verwanten Jacques Tarwe en Jeronimus Tarwe heeft.
Onwetende over de procedure rond de aankondiging is hij met de voogden te snel
naar Rotterdam vertrokken. Zij beloven zonodig voor de 2e aankondiging naar Dordrecht
te komen
- (6-9-1627) Sebastiaen Jansz, cleermaecker en Johan de Vries als geordineerde
voogden over de nagelaten, dochter van wijlen Henrick Jansz, en wijlen Anneke
Mercelisdr, gewoond hebbend en overleden te Dordrecht,
dochter van Anneken Jansdr, weduwe van Mercelis
Berckenbos, Dordrecht. De akte is doorgehaald en niet ondertekend
- (7-9-1627) Laurens Heynricksz van Leeuwen en zijn vrouw
Geertruyt Aertsdr, wonende te Dordrecht,
bevestigen te hebben ontvangen van Frans Symonsz van der Mij, coorencooper,
een bedrag van 470 gulden, zijnde de koopsom van hun huis genaamd het Hert,
staande aan de oostzijde van het Raethuys, waarin koper nu woont.
Aan de achterzijde van deze akte staat de aantekening: Wonen bij de weduwe
Joachim Aertsz, schrijnwercker in de Houttuyn naast de Wijn Roemer.
- (9-9-1627) Jan Janss Cingel van Dordrecht,
17 jaar, die van plan is naar Oost-Indien te varen met het jacht, waarop Iman
Splinterss schipper is, schenkt zijn moeder Anneken Aertsdr, man van Jan Cingel,
per 6 maanden 7 gulden, een maand gage
- (13-9-1627) Mayken Sjarmeyns Schellinckx, weduwe en boedelhoudster van Isaac
Grave,
bevestigt te hebben verkocht aan Guiljame Lievens, wonende
te Dordrecht,
een huis aan de noordzijde van de Hoochstraet, genaamd de Vergulden Toom,
belendend Abraham van Gerven, linnelaeckencooper,
en Willem Pietersz, backer en bostelmaecker,
en strekkend tot achter aan het huis van Willem Pietersz, hoeyecramer.
De overeengekomen prijs bedraagt 3.200 gulden, waarbij de koper bovendien voor
zijn rekening neemt de jaarrente groot
13 of 14 stuivers die op dit huis rust ten gunste van het weeshuys.
Verkoopster mag nog in dit huis blijven wonen tot 01.05.1628 vrij van huur.
- (13-9-1627) Mayken Sjarmeyns Schellinckx, weduwe en boedelhoudster van Isaac
Grave,
bevestigt te hebben verkocht aan
Guiljame Lievens, wonende te Dordrecht,
een huis aan de noordzijde van de Hoochstraet, genaamd de Vergulden Toom,
belendend Abraham van Gerven, linnelaeckencooper, en
Willem Pietersz, backer en bostelmaecker,
en strekkend tot achter aan het huis van Willem Pietersz, hoeyecramer.
De overeengekomen prijs bedraagt 3.200 gulden, waarbij de
koper bovendien voor zijn rekening neemt de jaarrente groot 13 of 14 stuivers
die op dit huis rust ten gunste van het weeshuys.
Verkoopster mag nog in dit huis blijven wonen tot 01.05.1628 vrij van huur.
- (18-9-1627) Lambrecht Woutersz, 57 jr, schrijver
van capiteyn de Geus en Antoni Boogert, 43 jr, beiden
uit Dordrecht, Gerrit Jansz, 43 jr, waert in de Starre, en Jan
Pietersz, 25 jr, uit Edam verklaren op verzoek van Arent Arentsz blockmaecker
dat deze in de herberg heeft zitten kaarten met Jacob Maertensz,
brandewijnbrander, waarna ruzie ontstond waarbij is gevochten.
- (28-9-1627) Joost Janss, geboren te Antwerpen wonende te
Dordrecht, die bij de Oost Indische Compagnie als bootsgesel
aangenomen is om met het schip 'Delffshaven' waarop Iman Splinterss schipper is
naar Oost Indië te varen, benoemt Emmitge Lucasdr, dochter van Geertge Govertss
en Lucas Henricxs, tot zijn erfgenaam
- (28-9-1627) Jan Lucass, jongman wonende te Dordrecht,
benoemt zijn moeder Geertge Goverts, weduwe van Lucas Henricxs, tot zijn
erfgenaam
- (6-10-1627) Jochem Stevensz of Stoffelsz oud 50 jaar en
corporaal Thonis Jansz van Dort, mersclimmer oud 22 jaar,
verklaren op verzoek van Willem Gerritsz als vader van Gerrit Willemsz
marsclimmer, op het schip van Claes Huygen de Haes capiteyn, dat zij Iman Storm
kwartiermeester hebben horen zeggen: al hetgeen ik zal nalaten, zal Gerrit
Willemsz mijn neef erven
- (12-10-1627) Susanna Verhagen, weduwe van Anthony
Leniers, wonende te Dordrecht, geassisteerd door haar zoon Lowijs
of Louis Prober, machtigt Johan van Aller, notaris en procureur, om namens haar
voor het gerecht alhier haar zaken waar te nemen in het bijzonder die over de
nagelaten goederen van Jaquemijntgen Buse of Mary Meyberch contra Franchoys
Loduwijcxs.
- (26-10-1627) Jan Ariensz, jonggeselle, 23 jaar, die gediend heeft onder
capiteyn Adriaen de Jongh, maakt zijn testament.
De eerste reis vertrekt hij uit Dordrecht.
Hij legateert aan Lijsbet Joppen, dienstmaecht bij Hans Timmers, wijncooper op
het Nieuwe Hooft, 50 gld.
Hij benoemt tot zijn erfgenamen zijn broers en zusters.
Hij machtigt Annetgen Ariensdr, zijn moeder, wonend te Nimmegen voor aan de
Craenpoort buiten de stad, om zijn gage te ontvangen en tussen zijn broers en
zusters te verdelen
- (7-11-1627) Benoy Besaert, Jacob van Belle en Hubrecht van Belle,
hoedemaeckers, geven op verzoek van de burgemeester en schepenen te kennen het
onnodig te vinden een hoedemaeckersgilde op te richten, om redenen dat er te
weinig hoedemaeckers zijn, nl. 9 man, dat zij zich 3 weken geleden aangesloten
hebben bij het cramersgilde, waarvoor zij 6 car. gulden aan de hoofdmannen
betaald hebben, en dat alleen Amsterdam, Dordrecht en
's Gravenhage een hoedemaeckersgilde hebben, in welke plaatsen er dikwijls
onenigheid onder de gildebroeders heerst. De genoemde hoedemaeckers zijn uit
Breda verdreven, hebben met groot gevaar hun hoeden vervoerd naar Vranckrijc,
Engelandt, Schotlant, Sweden, Denemarcken en Moscovien, en zijn beroofd door de
Duynkerkers. Voorts maken zij kenbaar dat zij bezwaren hebben tegen een aantal
artikelen van het gilde over het aantal knechten, het aannemen en het ontslaan
van hen.
N.B.: De akte is niet afgemaakt en ondertekend. De datum is fictief; er is geen
datum opgegeven
- (9-11-1627) Mayken Bossu, weduwe van Jan Harmensz van Winckel draagt over aan Pieter
Cornelisz Swanenburch, coopman te Dordrecht ten laste van de
Cruysheer, die alhier gevangen zit
- (10-11-1627) Ambrosius Jacobsz, 27 jr, en zijn broer Abraham Jacobsz, 20 jr,
beiden varensgezel, verklaren op verzoek van Pieter
Pietersz van Standonck en Henric Hermansz, man van Maycken Pietersdr van
Standonck, beiden uit Dordrecht, dat hun halfbroer en zwager
Huybrecht Pietersz, schoonzoon van Cornelis Dircxsz, schipper op 14 september
1627 voor Willemstad is verdronken.
- (12-11-1627) Cornelis de Wijs, 41 jr, schrijver onder capitein Rijsbergen en
Jacob Janse Probandt, 26 jr, schilder onder capitein Sebastiaen de Munnick
verklaren op verzoek van Claes Pieterse van Hasselt, soldaat onder de compagnie
van capiteim Duyck in garnizoen te Willemstad dat Claes Pieterse van Hasselt op
26 oktober naar Dordrecht is gevaren om zich
van daaruit bij zijn garnizoen te voegen
- (16-11-1627) Cornelis Dircxz, geboren te Dort
nu hier wonend, die naar West-Indien zal gaan met het schip 'Dort' onder
schipper Teunis Petersz, machtigt Barber Dammisdr, laatst weduwe van Symon
Sybrantsz, zijn moeder, om van de Westindische Compagnie kamer Amsterdam zijn
beuytgeld te innen, verdiend op het schip 'Sutphen' onder schipper Peter
Gerritsz Root.
De vloot stond onder bevel van Pieter Petersz Heyn, admirael
- (17-11-1627) Maertgen Arijensdr, wed. van Pieter Pietersz Wagensvelt,
backster, machtigt Joosge Huygen, wed. van Harman Schout,
won. in Dordrecht, om een schuld te innen van Walraven Dircxz,
schipper, won. te Thiel, over geleverd roggenbroodt
- (18-11-1627) Pieter Willemsz de Jagher, capiteyn, bevestigt schuldig te zijn
aan
Elysabet Gerritsdr de Jonghe, wonende te Dordrecht,
een bedrag van 200 gulden, wegens geleend geld.
Als onderpand geeft hij haar een ordonnantie groot 350 gulden en 5 stuivers, op
10.11.1627 ten behoeve van hem verleden door de gecommitteerdraden ter
Admiraliteyt.
- (19-11-1627) Dingeman Jansz, varende man, man van Aeltgen Ysbrandtsdr, dochter
van wijlen
Ysbrandt Fransz Halling, machtigt zijn vrouw Aeltgen Ysbrandtsdr,
om namens hem een bedrag van f 300,- te incasseren van Jan Claesz, cleermaecker
hem, comparant, toekomend
volgens octrooi hem door het Hof van Holland verleend om de helft van 10 morgen
land genaamd de Willichgens liggende
in Craelingen te verkopen, en die door wijlen Hendrick
Pietersz van Hasseldonck gewoond hebbend te Dordrecht bij
testament zijn gelegateerd aan de kleinkinderen van Ysbrandt Fransz Halling.
Comparant ondertekent met Dingman Jansen Backer.
- (20-11-1627) Johan de Raedt geweldige van Zuid-Holland, 59 jr, en Adryaen de
Vries, 51 jr, luitenant van de Raet in het leger van Grol verklaren op verzoek
van Willem Cas, wonende te Roosendael in Brabant dat de Raet op last van zijne
exellentie en de Heren Staten Generaal der Verenigde Nederlanden een schip en
schipper mocht vorderen en vervolgens het schip van Willem Cas van Dordrecht
naar Rotterdam heeft laten overbrengen. Willem Cas, die op dat ogenblik in
Geertruidenberg verbleef, heeft de Raet 6 maanden gediend.
- (2-12-1627) Jan Pietersz van Ierland j.g., die als bootsgezel uitvaart naar
West-Indië op het schip genaamd Dort met
schipper
Jacob NN, benoemt Pieter Jorisz cuyper, zijn neef, wonende bij de Goudschepoort
tot enig erfgenaam.
Hij ondertekent als John Peatersonn
- (13-12-1627) De vrouw van capiteyn Bartholomeus de Boer verkoopt met last van
haar man, aan Aryen Jacobss Pap, schipper van Dordrecht,
een h.e.e. gelegen in de Wijngaertstraet te Dordrecht. Het h.e.e. kost
608 gulden en is belast met 42 car. gulden.
Het h.e.e. wordt ten noorden begrensd door Gerrit de Varckeslager en ten zuiden
door Jannetgen Jansdr van den Bosch.
Bartholomeus tekent zelf als Bartelmeus Reyniersen den Jongenboer.
- (23-12-1627) Willem Doedensz, 27 jr, bootsghesel onde capiteijn Pieter Emmitgens, verklaart op verzoek van Claes Pietersz wonende te Dordrecht dat zijn zoon, Gerard Claesz ongeveer 3 jaar geleden te Jacarta of anders genoemd Batavia aan de rode loop is overleden en begraven op het kerkhof van het ziekenhuis. Willem Doedensz is samen met Gerard Claesz in 1621, als matroos op het schip de Gouden Leeuw in dienst van de Oost Indische Compagnie naar Oost Indië vertrokken. Bij aankomst daar zijn zij overgestapt op het schip Suyd Hollant en daarna overgestapt op het jacht Cleyn Armuyen
- (29-12-1627) Jisbrant Gerritss, wijncooper, komt met Jan
Pisset, wijncooper en Pieter Beye, wijncooper te Dordrecht,
overeen hen binnen 2 maanden 50 vaten Bordeusse wijnen van de rivier Bordeux
voor 20 pond per vat te leveren.
Aan deze akte is toegevoegd dat d.d. 30-12-1627 Pisset en Beye verklaarden dat
Jacob van Casteren, Coen Wouterss en Jan Janss Fyot ook deelnemen aan de
leverantie van wijnen.
- (31-12-1627) Pieter Symonsz oud 57 jaar en Leendert Poelvoet
oud 30 jaar
verklaren op verzoek van Jan Meesters koopman uit Dordrecht,
dat zij Jan Rijers, Fust Amerongen en Rijck Ariens, coopluyden van vijgen,
rosijnen e.d. naar de prijs van vijgen hebben gevraagd, die antwoordden dat een
coppel 41 schilling opbrengt
(c) EvD novemeber 2003