Rotterdam notariele akten 1628-1633
[http://www.gemeentearchief.rotterdam.nl/]

- (3-1-1628) Joost de Groet of Groot, 53 jaar en Daniel van Steelandt, 24 jaar, commysen van de convoyen en licenten, verklaren op verzoek van Gillis Carpentier, coopman, dat in oktober en november 1627 volgens hun papieren Carpentier via schipper Lens Hermanss 8 balen wit papier, via schipper Joris Jacobss 2 vaten papier en 4 pakken canefas via schipper Pieter Jans ontvangen heeft. De leveranties zijn gegaan via Jan Fremijn en Loys Fremont, cooplieden in Rouane in Vranckrijck.
De goederen zijn o.a. verkocht in Rotterdam, Amsterdam en Dort aan seylmaeckers en bouckvercoopers

- (13-1-1628) Mons Pietersz Beurwijck, 40 jr, schipper, Eycken Harmansz, 46 jr, stierman, en Claes Pietersz, 24 jr, opvarenden van het schip De Blompot,
verklaren op verzoek van de reders van datzelfde schip dat omstreeks augustus 1627 in Stavanger, Noorwegen de Noorse bevrachter Henrick Goossensz hem een zalm had meegegeven voor Pieter Foppen van der Meyde, coopman van wijnen, en dat zij hem de boodschap moesten overbrengen dat hij een schip van dertig last had bevracht waarmee hij de wijnkoper zijn schuld zou voldoen.
aktenr: 322, blz. 540
datum: 20-01-1628
aktesoort: verklaring / 3
-------
Gerrit Cool, 33 jr, verklaart op verzoek van Adriaen Foppen, namens zijn vrouw te Dordrecht, van Claes van Oudaen en Stijntge van Oudaen, dat Jan van Houdaen als oppercoopman en commandeur op het jacht Armuyden naar Oost-Indië is vertrokken en in september 1623 te Polopinaos ten noorden van Malacka is overleden. Door de commies David Dircxsz van Hoogenbosch werd uitvoering gegeven aan zijn testament met Dirck Bouwensz en Jacob Sybrandsz, beiden schippers als getuigen.
N.B.: Er zijn 2 aktenrs 322: op blz. 537 en 540.

- (14-1-1628) Susanna Matijsdr vrouw van Jan Hutten, varende man wonende te Dordrecht, vermaakt aan haar voorzoon:
Matijs Wijnandtsz een bedrag van f 125,- en aan het wees kind van haar overleden voordochter:
Agneta Wijnandtsdr een zelfde bedrag.
De rest van haar na te laten goederen vermaakt zij aan haar drie nakinderen. /  Aecken.
De akte is opgemaakt ten huize van Eduwart Nabels, doctor in de medicijnen, Hoochstraet.

- (21-1-1628) Jan de Grande en Hillebrant Pietersz, participanten in de geborgen goederen van het gestrande schip de Maecht van Dordrecht, waarop schipper was Christiaen Janssen den Bleycker, machtigen Jan Berewout om hen voor het Hof van Holland te vertegenwoordigen in de zaak die is aangespannen door hun mede-participanten Elant Clementsz en Jan de Mij.

- (24-1-1628) Lowijsgen Matheusdr, 26 jr. erfgenaam van haar broer Isaac Matheusz, in zijn leven matroos onder kapiteyn Jan Thijsz Brouwer geassisteerd door haar vader Matheus de Voocht, draagt over aan Adryaen van Beaumont laeckencooper in Dordrecht de gage die haar broer nog bij de admiraliteit tegoed had

- (102-1628) Cornelis Aertss Kievit, wonende te Schiedam, verkoopt aan Thomas de Wael, coopman te Dordrecht, een huis, erf en pakhuis, dat vroeger een caetsbaen is geweest, gelegen aan de westzijde van de Leuvehaven voor 2000 gld.
Hans Timmers huurt het huis en erf tot mei 1628.
Het huis enz. wordt ten zuiden begrensd door Arien Boelen en ten noorden door Herman Pieters Cuper. Het strekt zich uit voor van de straat tot aan de dijk

- (22-2-1628) Franchoys Lodewijcxz laeckenverwer, machtigt Arent Koock, procureur en notaris te Dordrecht, curateur over de boedel van Judith Meuleschot, won. te Dordrecht om verfloon te innen van voorn. Judith Meuleschot

- (22-2-1628) Abraham Struys, coopman te Dordrecht, machtigt Jan Leendertsz Schouten, procureur, om voor de admiraliteyt beslag te leggen op de gage van Steven Houvenaer, chercher op Delfshaven

- (3-3-1628) Leendert Arienss den Brouwenaer, schipper, verkoopt aan Aryen Aryenss, wonende te Dordrecht, een cromstevenschuitgen, groot 3½ last met al het toebehoren voor 350 gulden. De koper tekent met Arent Aerenssen

- (8-3-1628) Nehemiach Walter, Engels coopman te Londen, machtigt N.N. om zijn zaken te behartigen.
Het betreft o.a. het innen van 17 pond steerlings voor laeckenen van een coopman te Dordrecht.

- (9-3-1629) Jan Harmansz, 38 jr, van Somersdijck, Joris Fransz, 38 jr, van Dordrecht en Gillis Danielsz, 39 jr, allen zojuist teruggekeerd uit Oost-Indië,
verklaren op verzoek van Angenietje Maertensdr, weduwe van Thomas Jacobsz uit Bergen op Zoom, die als constapel is uitgevaren met de vloot van Leermite, dat deze laatste enkele maanden geleden, toen zij hem in Engeland tegenkwamen, erg naar huis verlangde en met een Enckhuizer schuit naar Holland is vertrokken. Laatstelijk zagen zij hem in 's-Gravensende

- (9-3-1628) Margareta Hulstmans, j.d., Dordrecht, benoemt tot erfgenamen haar oom en tante Pieter Jorisz en zijn vrouw
Maritgen Jacobsdr tijckmaker; de kinderen van Henrick Jacobsz, broer van haar tante Maritgen Jacobsdr; en haar opa
Henrick Jacobsz Turnhout in Brabant.

- (17-3-1628) Niclaes Gerritsz den Bout, 48 jr, en zijn vrouw Hester Fransz Molenijster, 50 jr, verklaren op verzoek van Dirck Cornelisz den Rijer, drayer wonende in s'Gravenhage dat zij als oom en moeye van Trijntgen Pieters van der Borsse, vrouw van Dirck Cornelisz den Rijer in 1626 met de weduwe van Cornelis Molenijser, oud procureur en de toen nog ongehuwde Trijntgen Pieters van der Borsse en enkele vrienden, ten eenre en Dirck Cornelisz de Rijer met zijn moeder ten anderen zijde bijeen waren, om het huwelijk en de voorwaarden te bespreken.
Door Niclaes Gerritsz den Bout werd aan de moeder van Dirck Cornelisz gevraagd of zij een vrije bruidegom leverde en een vrij maal zou geven op de bruiloft. Na het bevestigde antwoord kon het huwelijk op die condities gesloten worden en kon de bruidegom zjn goederen bij de weeskamer in Dordrecht ophal.

- (22-3-1628) Mathijs Barck, secretaris van Dordrecht, machtigt Jan van Leeuwen om voor het gerecht van Schoonderloo aan Jan Duyn, brouwer in 'de Witte Hengst', een perceel land van 3 morgen, 1 hont en 8 roeden en een perceel van 2 hont over te dragen. De percelen zijn met A en B gemerkt op een kaart die Symon Dammiss van Duyren, gesworen lantmeter van Schielant, op 08-05-1592 gemaakt heeft. Het land heeft een uitpad op de Hogendijck

- (7-4-1628) Jacob Scheers, 24 jr, verklaart op verzoek van Jan Meesters, coopman te Dordrecht, dat hij van Cornelis de Gelder, wonende in Nantes in Vranckrijck in de zomer van 1627 opdracht heeft gekregen 16 oxhoofden brandewijn uit het pakhuis van Cornelis de Coninck naar de Dordrechtse koopman te verschepen zonder dat die daartoe opdracht had gegeven. De partij werd betaald met een voorschot van Thomas Jacobusz Cotermans, zijn oom.

- (10-4-1628) Jan Dircksz schotsman, verhuurd op het schip genaamd Dordrecht om naar West-Indië te varen, benoemt Willem Jansz schotsman wonende in de St. Jorissteech tot zijn universeel erfgenaam.
NB: Hij tekent als Joanes Diksone

- (14-4-1628) Jan Bordels, wijnroyer, machtigt Cornelis Franss, cruydenier te Dordrecht, om voor hem 46 gld te ontvangen van de weduwe van Corstiaen van den Heyde, erfgename van haar zoon Jan Corssen, wijnverlater, over een quarteel traen die Bordels hem op 12-12-1622 geleverd heeft

- (15-4-1628) Dirck Adriaensz Bouffges, coopman, machtigt Evert Willemsz Prins, coopman te Dordrecht om een schuld te innen van Cornelis Gerritsz, scheepmaker te Dordrecht, volgens een obligatie van voorn. Cornelis Gerritsz en Pieter Willemsz de Jager ten behoeven van hem verleden.
N.B.: Bouffges tekent met Boeffjens

- (2-5-41628) Mels Guilliaemsz van Dort machtigt Neeltgen Baltensdr van Dordrecht, wonend alhier bij de brouwerije van den Orangieboom, en Maycken Jansdr, zijn moeye, wonend te Dort op het hoecktgen van het Schrijversstraetgen aan de haven op de watercant, om bij de admiraliteyt de rest van zijn gage te innen verdiend onder capiteyn Adriaen Blom.

- (26-4-1628) Pieter Pietersen, erfgenaam van Trientgen Huybrechtsdr uit Dordrecht, verkoopt aan
David Coninck, Maycken Schellings weduwe van Isaac Graven, voor wie Hendrick Graven optreedt en
Wouter Pietersz Winkelman, een half huis in Breda op de hoek van de Eindestraat waar de Grasmaaier uithangt.
N.B. Pieter Pietersz ondertekent als Pieter Pietersen van Osselaer.

- (26-4-1628) Pieter Pietersz van Osselaer uit Dordrecht, door huwelijkse voorwaarde erfgenaam van Trientgen Huybrechtsdr
van een half huis in Breda op de hoek van de Eindestraat waar de Grasmaaier uithangt, machtigt Adam N N schoolmeester in Oosterhout om het halve huis te verhuren, de huur te innen en kwitantie daarvan af te geven.

- (27-4-1628) Jan de Grande, Hillebrand Pietersz, Jan Michielsz, Pieter Mathijsz en Jan Hendricksz Touwer,
allen kooplui en participanten in de geredde goederen van het gestrande schip genaamd de Maecht van Dordrecht,
waar Corstiaen Jansz de Bleycker schipper op was, machtigen Jan Berewout, mede deelhebber, om hen voor het Hof van Holland te vertegenwoordigen in de zaak die is aangespannen door de mede-participanten Elant Clements en Jan de Meye.
De rekening over de berging van de goederen is hun toegezonden door Nicolaes van der Burcht te Calis.

- (27-4-1628) Joost Benedictus van Dordrecht, dienend als maetroos onder capiteyn Cornelis Aelbrechtsz Cock, bekent een schuld van 36 gld. te hebben aan Tanneken Willemsdr, weduwe van Frans Garnaets, ter zake van kostgeld.
Hij belooft deze schuld te voldoen uit zijn gage verdiend onder capiteyn Adriaen Blom

- (30-4-1628) Maertgen Huybrechtsdr, 53 jr, weduwe van Pieter Jansz van Standonck, verklaart op verzoek van Henrick Harmansz, man van Maycken Pietersdr van Standonck te Dordrecht, dat zij deze vrouw als stiefdochter van een half jaar oud heeft opgevoed en dat zij op 16 oktober 1627 25 jaar is geworden

- (30-4-1628) Isaac Pietersz van Aeckeren, 22 jr, backer, verklaart op verzoek van Frans Symonsz van der Noy, coorencooper dat ene Jacob van Waert wonende te Dordrecht bij hem was gekomen met een monster rogge die hij hem wilde verkopen voor 3 gulden 8st het viertel. De rogge was gekocht in Oosterhout en lag opgeslagen te Geertruidenberch. De koop ging niet door.
De volgende dag kwam Isaac van Aeckeren, op de korenmarkt, waar Frans Symonsz van der Berg hem vertelde, dat hij Brabantse rogge had gekocht à 3 gulden en 7st het viertel van ene Jacob van Waert.

- (14-5-1628) Ingetgen Cornelisdr weduwe van Pauwels Adryaensz, gerechtsbode Geertruidenberch,
Merritgen Cornelisdr weduwe van Crijn Gerritsz, straetmaecker Dordrecht,
Aertgen Ruttendr weduwe van Rut Jorisz, cleermaecker, Bommel in Gelderland,
Jan Pietersz man van Adryaentgen Dircksdr, cleermaecker,
Heynrick Harmensz man van Grietgen Dircksdr, soldaat,
vertegenwoordigende ook hun zwagers Coen Dircksz, Bommel,
Jan Dircksz, Bommel,
en hun schoonzuster Aeltgen Dircksdr, Bommel,
allen erfgenamen van Jacob Cornelisz man van Aeltgen Heymansdr, schoenmaecker,
machtigen Aernout Wagensvelt, procureur,
om te verkopen de helft van een huis, waarvan de andere helft toebehoort aan voornoemde Aeltgen Heymansdr staande aan de Hootsteeg, ten noorden belend door Mathijs Jansz Hoepstouck en aan de achterzijde door de weduwe van Steven Cornelisz en ook nog diverse stukken land liggende in Abbenbrouck in Heenvliet gehuurd door Leendert Cornelisz, Servaes Jansz en Jan van Abbebrouck. Tevens om 500 gld te ontvangen van Jan Harmensz, backer en renten van de ontvanger Bijlwerf van 600 gulden.
Voorgaande opdracht van het huis in de Hootsteghe d.d. 17.05.1586.

- (20-5-1628) Jacob Schap, 32 jr, bestelmeester, Henrick Henricksz, 40 jr, en Cornelis Jacobsz, 38 jr, de laatsten opvarenden van het beurtschip op Middelburch,
verklaren op verzoek van hun schipper Claes Jansz van Driel, dat de kist met dichtgenaaide zak die door Jan de Bruin uit Middelburg als vracht was meegegeven en waarbij geen brief was, bij aankomst in Middelburch nog precies zo in het ruim stond als hij in de thuishaven was ingeladen. Tenslotte worden nog Dordrecht en 't Armuische Hooft als plaatsen genoemd

- (21-5-1628) Thonis Janssen, kuyper in de brouwerij de Werelt machtigt Wouter de Gelder en
Blasius van Haerlem wonende te Dordrecht, om zijn h.e.e. gelegen in de Colffstraat te Dordrecht genaamd AMERSFOORT, te verkopen.

- (21-5-1628) Dirck Willemsz Nobel, 25 jr, en Cornelis Jansz, 63 jr, beiden pottebacker, verklaren op verzoek van Jan Jansz de Haen, pottebacker te Dordrecht dat zij, evenals Willem Dircxsz, vader van de eerstgenoemde, hun ambacht steeds op de Hoochstraet hebben uitgeoefend.

- (11-6-1628) Phillips Jacobsz, boeckvercooper ter ene zijde en Pieter Jacobsz, schilder en Jan Jansz de Jong, boeckvercooper te Dordrecht, als voogden van het kind van Sijtgen Antheunisdr za. en Phillips Jacobsz voorn. ter andere zijde sluiten een contract van uitkoop over de erfenis van voorn. Sijtgen Anthonisdr

- (22-6-1628) Franchois Lodewijcksz, verwer, machtigt Arent Cock, procureur voor het gerecht van Dordrecht,
om uit zijn naam een schuld van f 130,- te innen van Judith Molenschot, laeckencoopster, weduwe van Jacob Fransz, wonende te Dordrecht.

- (9-7-1628) Isaacq Elsevier, 34 jr, en Pieter Jansz, 31 jr, verklaren op verzoek van Symon Elsevier, soldaet in de compagnie van capiteyn Dirck Huygensz, in garnizoen te Dordrecht, dat hij op 2 juni j.l. hier ter stede is geweest.

- (3-8-1628) Paulus Struys uit Dordrecht, 28 jr, verklaart op verzoek van Jan Hendricxsz Slingerlant, halmeester te Dordrecht dat hij van Jan Hendricxse 37 gulden heeft geleend met een Dordts wit laken als onderpand

- (11-8-1628) Jacob Snouck, coopman, machtigt Human Jansz van Druven, exploictier, won. te Dordrecht, om een schuld te innen van Aernoudt Michielsz, hoedemaker, won. te Dordrecht over geleverde wolle

- (17-8-1628) Pieter Corneliss van Dordrecht, die nu in Rotterdam woont, 40 jaar oud, verklaart op verzoek van Elisabeth Aeriaens, vrouw van Huych Corneliss wonende te Dordrecht, dat hij met het schip 'de Mauritius' naar Oost-Indiën is geweest en daar op Ambone Mels Jasperss, geboortig van Dordrecht, heeft ontmoet, die al eerder daar met het jacht 'Orangien' vanuit Rotterdam was gekomen.
Pieter Corneliss heeft met zijn schip en andere schepen Louven veroverd en is daarna naar Licelle gegaan. Mels Jasperss is op Ambone gebleven op een tingang of prauw, die o.a. onder commando stond van de koopman van het schip Amsterdam, via Hieten ook naar Licelle gegaan om daar berichten te brengen aan de gouverneurs Spelt en Gorcum.
De genoemde prauw is overvallen door zwarten die iedereen op de prauw gedood hebben. Pieter Corneliss en zijn metgezellen kwamen te laat om nog hulp te bieden. Hij weet zeker dat Mels Jasperss omgekomen is, wat bevestigd is door Willem Melss, de neef van Mels, die ook op Ambone was.

- (23-8-1628) Guyrtgen Jansdr weduwe van Cornelis Aelbertsz Gorter, Alckmaer, machtigt
Harmen Jaspersz Kels en zijn vrouw Pietertgen Jacobsdr, pontgaerder, Dordrecht,
om van Moy Lysgen weduwe van Louw Dircksz te Sevenbergen de obligaties terug te vorderen die zij van haar man, Cornelis Aelbertsz Gorter onder berusting heeft.

- (30-8-1628) Johan Berck, oud raet en secretaris van de Weeskamer, Dordrecht
als gevolmachtigde van Johan Simonsz Pesser, brouwer
Adriaen Vroesen, oud ontfanger-generaal van de admiraliteit
Johan van IJck, ontfanger-generael van de Admiraliteit
Aanzegging aan de admiraliteit tot opzegging van twee obligaties

- (7-9-1628) Aryen Corneliss molenaer van Den Berch, (Hillegersberg), die op de molen de Cap buiten de Goutsche poort woont, verkoopt aan Cornelis Foppen, molenaer te Dordrecht, de helft van zijn wintmolen en rosmolen en zijn hele h.e.e., waarin de verkoper woont. Tevens verkoopt hij de helft van 2 paarden en 4 zeilen. Alles bij elkaar kost 2600 car gulden.
Het geheel is met 8 gulden per jaar t.b.v. de Heeren van de stad belast en met 2 gulden t.b.v. het Weeshuys.

- (8-9-1628) Pieter Pietersz Weyttemans, 39 jr, en zijn vrouw Neeltgen Adryaensdr van Adrichem, 37 jr, wonende aan de Hooche Heul verklaren op verzoek van Willem Willemsz van Linschoten, de jonge, wonende op het Salpeterhuys bij de Oostpoort te Delft, dat hun bekend is dat Willem Willemsz de jonge met zijn broer Matheus Willemsz van Linschoten van 1623 tot 1626 een compagnonschap hadden met hun vader Willem Willemsz van Linschoten den ouden en hun zwager Adryaen Jacobsz Balbiaen in het maken van buskruit.
Al hun verlies en winsten werden door hun vieren gedragen en genoten. Op de kruitmolen was een partij van 12 a 13 pond salpeter, waarvan een gedeelte werd verkocht aan een vuurwerkmaker te Dordrecht.
Het buskruit dat op de molen werd gemaakt werd voor een deel geleverd aan de Heren Commissarissen van der Dussen en Bleyswijck. Hij Pieter Pietersz Weyttemans heeft mee geholpen salpeter maken en verkopen o.a. in Delft bij het Admonitiehuys afgeleverd. In totaal is 4000 pond kruit dat men aan de compagnie voor het land schuldig was, afgeleverd.
Weyttemans en zijn vrouw hebben van 1624 tot 1626 op de kruitmolen gewoond, zodat zij hebben gezien dat dit viermanschap de directie van de buskruitfabriek voerde.

- (10-10-1628) Maertge Ariens, wonende te Portugael, bepaalt hoe na haar dood te handelen met het bogaertge, groot 2 lijnen en 18 roeden gelegen ten oosten van het kerkhof van Portugael, dat zij voor 360 gld overgenomen heeft van Cornelis Aertss en dat afkomstig is van Gillis Notes, die predicant is geweest.
Zij laat haar goederen na aan:
- de kinderen van Arien Corneliss Schoutge;
- Maertge Cornelisdr;
- Niesge Cornelisdr en Cornelis Corneliss, kinderen van Cornelis Jacobss Gelder;
- Gerburchge Lenerts, die het vruchtgebruik van hun deel zal ontvangen.
Vervolgens aan:
- Maertge Cornelisdr, dochter van Cornelis Troosge of 't Roosge, wonende te Dordrecht;
- Maertge Jansdr;
- Annitge Jansdr en
- Dirck Janss, kinderen van Jan Jacobss en Neeltge Dircxs.
Al deze partijen erven een vierde deel. Als curatoren benoemt zij Willem Hendricxs Hogewerff, schout, en genoemde Cornelis Aertss.

- (13-10-1628) Jan Jansz, die met het schip d'Eendracht uit Dort op een Westindische reis is geweest, machtigt zijn moeder Aechtgen Pietersdr, weduwe van Jan Jansz, om van de Westindische Compagnie van de kamer Dordrecht het buytgeld of Prinsegeld te ontvangen dat hij tegoed heeft van het overmeesteren en binnenbrengen van een schip in Dordrecht, toen hij voer op de Eendracht onder schipper Teunis N

- (27-10-1628) Maerten Claesz Rochus weduwnaar van Lysbeth Henricxdr, marktschuytvoerder op Dordrecht.
Verklaart van niemand inmenging te willen m.b.t. zijn erfenis voor zijn zoon Henrick Maertensz

- (7-11-1628) Floris Henderixs, merktschuytvoerder van Zuytlant op Dordrecht, en zijn vrouw Maritgen Jochemsdr,
wonende in Suytlant onder Geervliet, benoemen elkaar wederzijds tot erfgenaam

- (8-11-1628) Pieter Gijsbertsz, won. te Dordrecht, machtigt Boudewijn Gerritsz van Berendrecht om 3.000 gulden te ontvangen van Harman van Wijlijck, Raedt en Schepenen alhier

- (27-11-1628) Beatris Lambrechts, weduwe van Engelbrecht Alewijnss, machtigt Jan Pieterss Veeckemans, procureur voor de vierschare in Dordrecht, om voor haar op te treden in een kwestie met Henrick Janss Bercheyck, wonende te Dordrecht

- (4-12-1628) Gerrit Janss, 30 jaar, goutsmitsgesel wonende bij de goutsmit Jan Jacobss en Ocker Corneliss van der Wercke, 30 jaar, goutsmit, verklaren op verzoek van Jacques Tayleer dat er op de laatste Bommelse meimarkt onenigheid geweest is tussen Tayleer en een zekere Schoock, goutsmith te Bommel, over de waarde van een zilveren sleutelketting. Deze ketting heeft Schoock van Jan Aertss, goutsmith te Dordrecht, ontvangen.
Attestanten weten niet of Tayleer Jan Aertss en Aert van de Beecke, ijsersnijder van de Graeffelickheytsmunte, goutsmith en deecken van het goudsmedengilde te Dordrecht, belasterd of verwond heeft.
Betreft: vechtpartij.

- (7-12-1628) Barbara Jansdr weduwe van Reynier Gerritsz, wonende in een huis genaamd het Vlies, benoemt tot haar erfgenamen
Geertgen Henricxdr; 
de kinderen van Soetgen Cornelisdr en Cornelis Cornelisz, Haerlem, 
kinderen van haar zuster Anneken Jansdr en 
kleinkinderen van Marritgen Valentijns, Stijntgen Huybregtsdr; 
Maritgen Christiaensdr, haar dienstmaecht,
Maritgen Cornelisdr, Barbara Adriaensdr, Leendert Adriaensz,
Valentijn Adriaensz kinderen van haar overleden zuster Pietertgen Jansdr,
haar broer Hendrick Jansz van Waerden, Dordrecht,
Grietgen Claesdr haar peettante.

- (8-12-1628) Op verzoek van Aelbrecht Corstiaensz van den Hatert, wonende te Dordrecht, heeft notaris van Aller bij Johan van IJck ontvanger-generael van de Admiraliteyt, en bij Lucas Fries, president van de admiraliteyt, betaling verlangd voor twee obligaties, d.d. 07/05/1627, elk groot 400 gulden

- (6-1-1629) Cornelis Pietersz, garnaetsman, verkoopt een huis en erf gelegen in de Stinckstege aan Melis Henricxz van Bijstervelt, garnaetsman wonende te Dordrecht, voor 625 carolusgulden

- (6-1-1629) Jaecques Versijdt, wijncooper,
bevestigt te hebben verhuurd aan Jacob Pietersz Nootelaer, schipper,
handelend namens Merritgen Davidtsdr weduwe van Davidt Jansz, wijncooper, wonende te Dordrecht,
een huis gelegen aan de noordzijde van de Cipstraet, genaamd St. Jan en belendend Josue in de caetsbaen, en Jan Heynricksz
roeper.
De huurperiode is twee jaar ingaande 01.05.1629 en de huurprijs bedraagt 28 ponden vlaams per halfjaar.

- (10-1-1629) Steven Aertsz wonend te Dordrecht verkoopt drie huizen en erven, gelegen aan de zuidzijde in de Potbackerijsteech, aan Jan Ariens, boormaecker, en Coenraet Jansz, backer, voor 911 gld. per huis.
NB: Steven Aertsz tekent als Steven Aertsen van Dooern.
Belendingen:
- Lambrecht Coomans, tijckwercker;
- Abraham de hoedemaecker;
- Joost Henricxz;
- de Potbackerijsteech;
- Claes Lodewijcx;
- Job Cornelis Kroef.

- (12-1-1629) Jan Daniels, gewezen quartiermeester van het regiment van de graaf van Zouthantem ten dienste van de koning van Engelant, oud 45 jaar, verklaart op verzoek van Denijs van de Poel, wapenmaecker te Dordrecht, dat hij, Jan Daniels, met ene Jan Watkens, gewezen quartiermeester onder het regiment van de graaf van Oxfoort, tegenwoordig bij het regiment van colonel Cissel, in 1624 250 wapens heeft gekocht van Denijs van de Poel, op de conditie dat deze de wapens onder zich zou houden tot zij ze zouden ontbieden.
NB: Hij tekent als John Daniell

- (13-1-1629) Dirck Gielisz van Soutelande, 32 jr, moutmaecker wonende te Dordrecht en Jacob Dort, 24 jr, maeckelaer wonende te Amsterdam verklaren op verzoek van Jan Corssen van Leton goutsmit dat zij met iemand die met de vloot van de Heere generael Pieter Heyn uit West Indien was gekomen, in herberghe de Vliegenden Engel, hebben gesproken die vertelde dat hij van een Engelsman uit Engelsnd, vier stukken coper had gekocht voor een rijksdaalder. Hij had dit weer verkocht aan Jan Corssen van Leton voor goud

- (9-2-1629) Franchoys Willemsz, wonend te Dordrecht, machtigt Albartus Troost, procureur en notaris, om gelden te innen

- (23-2-1629) Maertgen Jansdr, wed. van capiteyn Cornelis Cornelisz den Bagijn, bevestigt schuldig te zijn aan Nelletgen Gerritsdr, wed. van de capiteyn van de ponten te Dordrecht, een bedrag van 300 gulden wegens geleend geld mede compareert Pijntgen Jansdr, wed. van capiteyn Boer Jaep, die zich borg stelt

- (5-3-1629) Hendrick Galeynsz Bol, Gerrit Gerritsz van Oosterhoven, Abraham Damen Cool, en Pieter Willemsz Bouman, allen backers, nu hooftluyden van 't backersgilde, verklaren op verzoek van Adriaen Jansz Hartochvelt en Cornelis Cornelisz Buys, beiden dekens van 't backersgilde te Dordrecht dat zij bij de heeren van Rotterdam een klacht hebben ingediend dat de onkosten voor het bakken van brood niet in verhouding stond met de lonen

- (11-3-1629) Joris Jacobs, schipper, oud 50 jaar, Cornelis Adriaensz de With, oud 50 jaar, beiden inwoners van Rotterdam en Huybert Tijsz uit Dordrecht, verklaren op verzoek van Pool Willems van Persijn, namens Robbert du Mon Gaillard, paardenkoper te Parijs, dat zij heden met hem naar de boeyerschepen van Boel Jansz, die in de Nieuwe Haven ligt, zijn gegaan. Dat Van Persijn Jan Pieters, de kok van de boeyerschepen, er op uit heeft gestuurd om het scheepsvolk te zoeken, doch dat deze onverrichterzake is teruggekeerd

- (20-3-1629) Damis Jacobs de Quets, wonend te Dordrecht, oud 21 jaar, verklaart op verzoek van Tamma Jans uit Amsterdam, dat hij het boeyerscheepje dat thans in de Nieuwe Haven naast zijn schip ligt en waar Daniel Aryens schipper op is, circa veertien dagen voor de Amsterdamse kermis heeft verkocht aan Tamme Jans voor de somma van zestienhonderd gulden.
NB: Hij tekent als Damijs Jacobsen de Kets

- (21-3-1629) Willem Alberts, wonende te Amsterdam, oud 40 jaar, Albert Tijsz, wonend te Medenblick, oud 44 jaar en Symon Liewes, wonende te Harlingen, oud 49 jaar, allen boeyerschippers, verklaren dat het boeyerscheepje dat in de Nieuwe haven naast hun schip ligt en dat Daniel Aryens vanuit Dordrecht hierheen heeft gebracht, aan Tamma Jans heeft toebehoord. Frans de Quets wonende te Dordrecht, oom van Damis Jacobs de Quets, heeft verklaard dat deze het boeyerscheepje aan Tamma Jans heeft verkocht. Symon Liewes heeft in de voorwinter zowel in Habel als in Kieliebuff en Rouaen met zijn schip naast het boeyerschip van Tamma Jans gelegen en met hem onder één convoy gevaren

- (30-3-1629) Mathijs Gerritsz, geboren en wonend in Dordrecht, oud 28 jaar, verklaart op verzoek van Willem Claesz Stoop, die nu smalschipper is, dat zij met anderen in oktober 1628 onder bevel hebben gestaan van de admirael of commandeur Arent Gerritsz uit Amsterdam, schipper op de 'Utrecht'.
Dat hij, Mathijs Gerritsz, quartiermeester was op het jacht genaamd 'Het Postpaerd' onder schipper Dirck Ruyter en dat Willem Claesz Stoop toen schipper was op het schip 'Groeningen'. Zij hebben onder commando van Arent Gerritsz een scheepje veroverd uit Rio de la Plato in de baai Totolos Sanctos voor de stad Salvador waar zij toen waren. Het scheepje was met kostbare zaken geladen en hij werd aangesteld als opsiender en wachter toen de bemanning aan land gebracht was, en dat daar ook de gouverneur Don Francisco de Cermiento van Protochij bij was.
De luiken van het schip werden gesloten met het zegel van Tjarck Sybrantsz, schipper op het schip 'De Sampsum' uit Hoorn, die door ziekte van commandeur Arent Gerritsz plaatsvervangend het commando voerde.
Deze Tjarck Sybrantsz heeft 's nachts kisten met zilver geld en gouden sieraden uit het schip gehaald en naar zijn eigen schip overgebracht, maar Willem Claesz Stoop is nooit 's nachts op het schip geweest en heeft ook niets meegenomen.
NB: Matthijs Gerritsz tekent als Matthijs Gerritsz stierman

- (6-4-1629) Thomasz Gerritsz van Doesburch brouwer in de Oliphant draagt over aan Marya Lievensdr zijn schoonmoeder vorderingen op Jan Pietersz Slaeprock in Vlissingen, Jan Pijnders van Emmerick, Arn Joosten van Bommel, Jacob Dol van Brouwershaven, Jan Claerbout, kapitein, Engel Gerrits van Stavenisse, Jan Cool van Emmerick, Cornelis Gijsbertsz Sloot van Arnhem, Jan Roelofsz van Bommel, capitein Manese, Harmen Blanck van Thiel, Jan Warnaertsz van Hoorn, Metgen Roemers van Woerden, Adryaen Speelman van Berchsenhoeck, Jan Dircksz van Amsterdam, Cornelis Pietersz van Sevenhuysen, Thomas Broersen van Amsterdam, Maerten Pennis, waert in de Ouwen Kost alhier, jonkheer Vanevelt, baljuw van Abbenbrouck, Jacob Victors op de Vooren, Jacob Jansz Sprank van Dordrecht

- (16-4-1629) Jan Robbertsz uit Edenburch, die als matroos op het schip 'Dordrecht' met schipper Teunis NN een reis naar West-Indien zal maken voor de kamer Dordrecht, is 51 gld. schuldig aan Trijntge Jansdr, vrouw van Cornelis Jansz de Leeu die in de capiteyn Imensteech woont. Ze mag van zijn gage ieder jaar twee maanden innen ter voldoening van deze schuld

- (25-4-1629) Abraham Jansz van Dordrecht, die als matroos op het jacht den Tijger naar West-Indië vaart, benoemt Catelijntgen Lucasdr, dochter van Anneke Davitsdr tot zijn erfgename

- (25-4-1629) Barbara Jansdr weduwe van Reynier Gerritsz, Cleyn Steyger, benoemt tot erfgenaam
haar broer Henrick Jansz van Naerden, Dordrecht,
haar neef Cornelis Cornelisz Graefland,
haar nicht Geertgen Henricksdr,
Maritgen Cornelisdr Weyt,
Vergulde Vlies / Cleyn Steyger.
Dit testament maakt het testament gemaakt op 17.12.1628 voor notaris Willem Jacobsz ongeldig, alsmede het codicil van 19.12.1628 

- (25-4-1629) Rachael Jansdr weduwe van Adriaen Emmekens, capiteyn, Schiedam, benoemt tot erfgenaam
Janneken Reyersdr dochter van Reyer Gerritsz, cuyper, en zijn vrouw Lijntgen Pietersdr van Heel,
Anneken Adriaensdr dochter van haar schoonzuster Maritgen Emmekens, de kinderen van haar schoonzuster
de jonge Maritgen Emmekens, Woeringen,
Ysaac Ysaacsz Messoys, Dordrecht,
dit is een toevoeging aan het testament gemaakt op 21.04.1629 voor notaris Willem Jacobsz.

- (26-4-1629) Cornelis de With, coopman te Dordrecht, mede namens Wessel Backer, coopman te Amsterdam, ter ene zijde en Pieter Jansz Sloting, schipper van zijn schip 'de Hoope' ter andere zijde, sluiten een chartepartij.
De schipper moet met groffsout naar Wijburch in Vinlant gaan. Na ontlading zal hij met een nieuwe lading naar Amsterdam gaan

- (1-5-1629) Jan Jacobsz, varendgezel, Dordrecht
benoemt tot zijn erfgenamen Cornelis Cornelisz en zijn vrouw Machtelt Jansdr, arbeider, Dort, West-Indie

- (8-5-1629) Heynrick Jacobsz, 35 jr, brandewijnbrander en Adryaen Pietersz Boer, 31 jr, schipper wonende te Zierickzee verklaren op verzoek van Simon van Gesel brouwer in de brouwerije 't Claverblat te Dordrecht dat sedert mei 1628 tot nu toe Heynrick Jacobsz 26 oxhoofden gebrandewijn heeft geleverd aan Lierken Marinusdr weduwe van Stoffel Jansz Staert wonende te Zierickzee en Adryaen Pietersz Boer dat hij veel oxhoofden gebrandewijn naar Lierken Marinusdr te Zierckzee heeft vervoerd voor Heynrick Jacobsz alsmede voor andere brandewijnbranders,
Lierken Marinusdr koopt haar brandewijn niet alleen bij Heynrick Jacobse maar ook bij andere leveranciers

- (10-5-1629) Jacob Jansz Bons, 32 jr, wonende te Woglom bij Hoorn, schipper op de Wogghelommerkerck, verklaart op verzoek van Joost van Celen coopman te Dordrecht dat hij met zijn schip van Bajoue de France is gekomen met wijnen van Louys van Verssens wonende te Bajoue, waarvan hij geen vracht heeft kunnen ontvangen

- (13-5-1629) Pieter Jansz Blanckert, brouwer, presenteert een wisselbrief aan Jan Henricxz Touwer, coopman. Hij verklaart dat de wijnen voor voorn. Touwer te Dordrecht zijn gearriveerd

- (5-6-1629) Jan Muysse, houtcooper te Edam, verklaart dat Marten Wewer, coopman te Hamburg, voor rekening van comparant en Cornelis Heynricksz den Boer op 19/05/1629 een partij carveel planken heeft verscheept met het smalschip van schipper Willem Ysbrandtsz van Macke, met bestemming Edam.
Het schip is met de lading door een Duinkerker genomen, maar op de kust van Vlaenderen weer verlaten en vervolgens door de stuurman in de Mase gebracht. De schipper is door de Duinkerkers vastgehouden.
De partij planken is intussen door comparant verkocht voor levering te Dordrecht en comparant heeft daarom aan IJsbrandt IJsbrandtsz, broer van bovengenoemde schipper en diens zaakwaarnemer, gevraagd de planken te Dordrecht te lossen in plaats van Edam, tegen een extra vracht en vergoeding van avarij-grosse.
Dit werd geweigerd en comparant verzoekt de notaris hiertegen te protesteren

- (11-6-1629) Jan Meesters, coopman te Dordrecht, verklaart dat Jacob Scheers, oud-coopman te Nantes, aan Cornelis de Coninck, coopman te Nantes, heeft gegeven een bodemerijebrief van 763 gld Frans geld, waarvoor hij, comparant, aan Antoni de Coninck 900 gld heeft betaald met een wisselbrief

- (30-6-1629) Christina Everaerts van den Boetselaer, huisvrouw van Arnold Elsevier, machtigt Jacob Everaerts, haar broer uit Willemstade en Wouter de Gelder uit Dordrecht om de vruchten te verkopen van haar landerijen in de Cleynen Appelaer bij Willemstad.
NB: Zij tekent als Chryestijn Everadus van Bosselaer.

- (13-7-1629) Hans Laurensz mescramer en Henrick van Jutvelt of Jutfelt of Juffelt, won. te Hamburg, bevestigen hun compagnie te hebben ontbonden en elkaar over en weer te kwiteren.
Hendryk van Jutfelt neemt de volgende schulden voor zijn rekening, t.w.:
- 1.800 gulden aan Francois Jansz won. te Dordrecht;
- 1.300 gulden aan Beatris van Wassenhoven won. te Dordrecht;
- 540 gulden aan Boudewijn van Parijs won. te Amsterdam;
- 200 gulden aan Franchoys Huising, won. te Leyden;
- 100 gulden aan Michiel Reyersz;
- 50 gulden aan Hans Verheyck en 300 gulden aan Pieter de Marsman te Amsterdam

- (14-7-1629) Leendert Florisz, j.m., won. te Nyeuwerkerck, bruidegom, geassisteerd door Floris Arentsz, zijn vader en Maertgen Pietersdr. j.d., bruid, geassisteerd door Wigger Eewoutsz en Neeltgen Ockers, haar behuwd oom en moye, won. in het ambacht van Cralingen, maken huw.voorw.
Zij brengt mee de helft van 4 morgen land en de helft van een huis liggend en staand in Keten gemeenschappelijk liggend met 4 morgen land, eigendom van Crooswijck te Dordrecht.

- (23-7-1629) Coenraet Ruysch, raedt ter admiraliteyt, Wijnstraat in Dordrecht
benoemt tot zijn erfgenaam zijn vrouw Maria van Beveren

- (31-7-1629) Daniel Pietersz, ± 30 jr., verklaart op verzoek van Gijsbert Ariaensz te Dordrecht dat hij sinds 1625 tot heden wekelijks 3 zakken boecken de grutte ontvangen heeft

- (31-7-1629) Jacob Jansz legt op verzoek van Gijsbrecht Ariensz, gortmaecker, wonend te Dordrecht, een verklaring af betreffende de hoeveelheid zakken boeckengrutten die hij van 1626 tot 1629 ontvangen heeft

- (7-8-1629) Jonkheer Charles de la Ruelle of Dela Ruyelle 
machtigt Gualtherum Le Vesque, wonende te Dordrecht
om zijn onroerende goederen, huizen en landen te beheren, verkopen en uitstaande schulden te innen.

- (19-8-1629) Jan Cornelisz
machtigt Cornelis Jansz de leeuw en zijn vrouw Frijn Jansdr, Salm, de, van Dordrecht naar West Indie
machtiging tot het innen van twee maanden gage per jaar

- (23-8-1629) Pieter Lambinon uit Dordrecht machtigt Goris Marcusz, spijckermaeker inzake verkoop van huis en erf door Claes Willemsz Hoycaes, smid aan Witmae Adriaensz

- (9-9-1629) Cees Balthen Colff, jonggezel, 22 jr., als seylmaecker vertrekkend van Dordrecht naar West-Indië met het schip De Eendracht, waarop Willem Davitsz schipper is, herroept zijn testament gepasseerd t.o.v. notaris Huybert Balis in de herfst van 1628

- (12-9-1629) Anthonis Jansz, quartiermeester,
benoemt tot erfgename zijn vrouw Isabella Jansdr.
Hij dient op het schip de Salm onder schipper Anthonis Coude van de West-Indische Compagnie van Dordrecht.

- (20-10-1629) Jan Meynen, 47 jr, cleermaecker en Jan Anthonisz, 40 jr, brouwersknecht in de brouwerye het Swarte Paert verklaren op verzoek van Merritgen Aryaensdr weduwe van Lambert Symonsz dat zij als goede kennissen weten dat, Merritegn Aryaensdr de moeder is van Adam Lambrechtsz, die 3 jaar geleden met het schip, genaamd de Maecht van Dordrecht, van schipper Witte Leenderdsz, in dienst van de bewinthebbers van de West Indische Compagnie naar Gene is gevaren

- (23-10-1629) Maerten Harmenss, wonende op de Hil onder Benthuysen, verkoopt aan Adriaen Leendertss Besemer, die namens de stad Rotterdam optreedt, een stuk weiland, gelegen op bovengen. Hil, voor 1250 gulden.
Het land wordt ten zuiden begrensd door Adriaen Leendertss Slick, ten noorden door Jan Bon, ten westen door de Nieuwe Willick en ten oosten door de verkoper; Rotterdam neemt de voorwaarden tussen de verkoper en Dordrecht, Haerlem en Goude over, zoals vermeld staan in een brief d.d. 6 november 1612, verleden voor het gerecht van Benthuysen en Benthooren. Voorts is er een voorwaarde over de doorvaart van schepen uit Rotterdam en Amsterdam, ook door het visgadt van Benthooren. Het land is met 9 gulden per jaar belast t.b.v. de kerk van Benthuysen

- (29-10-1629) Grietgen Pietersdr, 34 jr, vrouw van Jan Sandersen soldaat onder de Compagnie van Willem Mathijsz capiteyn in het garnisoen te Geetruydenberghe, verklaart op verzoek van Andries Jansz planckdrager wonende te Dordrecht dat hij nooit gemeenschap met haar heeft gehad, noch voor noch tijdens het huwelijk

- (17-11-1629) Mariken Gijsbertsdr van der Hove of Houve j.d. bekrachtigt haar testament, gemaakt voor notaris Daniel Elbo te Dordrecht op 11-10-1627. Het legaat aan haar zuster Neeltgen Gijsbertsdr vervalt wegens haar overlijden. Zij legateert kleding, sieraden en huisraad aan Hendrikgen Hendriksdr vrouw van Jan Struys haar nicht; aan Lysbeth Leendertsdr vrouw van Jan Teunisz timmerman haar nicht; aan haar dochter Neeltgen Jansdr; aan Aechgen Jansdr; aan Jannetgen Aryens vrouw van Dammes Aryensz haar nicht; aan Catalijntgen N.N. vrouw van Aryen Leendertsz; aan Leendert Aryensz haar peetkind en aan Pieter Cornelisz, zoon van Cornelis Jacob Gysen haar peetkind; aan Maycken Aryensdr; aan Maycken Jansdr een parelring; aan Soetgen Aryensdr; aan Maycken Cornelisdr, Tannekens dochter haar nicht en haar broer, Maerten haar neef; aan Aechgen Jacobsz dochter van Jacob Gysen haar broer; aan Hendrickgen Cornelisdr, dochter van Cornelis Dircksz een aandenken en aan Sara Lambrechtsdr vrouw van Cornelis Dircksz een tafellaken; aan Dirckgen Gerritsdr vrouw van Hans Hartich een aandenken en aan de vrouw van Jan van der Plancken en haar dochters Cornelia en Margrita en Janneken en aan Areaentgen Cornelisdr te Dordrecht wat goederen

- (11-12-1629) Jean Frarin, coopman te Parijs, voor zichzelf en voor zijn compagnien en Jan Meesters sluiten een overeenkomst over het crediet verstrekt aan voorn. Meesters t.b.v. Cornelis de Gelder, zijn zwager.
Meesters belooft tot kwijting van zijn schuld aan Frarin 3600 gld te betalen aan Isaacq en Jacob van der Marct, coopluyden te Amsterdam. Hiermee is betaald de vordering van Frarin op Martijn Nuyts, coopman te Amsterdam.
Meesters draagt aan Frarin een vordering over die Cornelis de Gelder heeft op Cornelis de Coninck, coopman te Nantes, die De Gelder t.o.v. notaris Gerrebrant van Warmenhuizen in Den Haag aan Meesters heeft gecedeerd.
Tot borgen stellen zich:
- Jacob Aryens Bos ter Goude en
- Jan Geemans of Gemansen, seylmaker te Dordrecht

- (17-12-1619) Engel Danielsz, marsclimmer, Dordrecht
machtigt zijn slaepvrou Helena Jansdr om zijn aandeel in de princegelden van de Admiraliteyt te ontvangen
Liefhebber, vice-Admirael, Bruynvis, Fluytschip, Duynkercken, St Francisco

- (20-12-1629) Wouter Jansz van der Naedort, scheeptimmerman
machtigt zijn zwager Claes Senten, Dordrecht om zijn aandeel in veroverde princegelden te ontvangen
NN Ouw-boter overleden, capiteyn, opdracht tot het innen vn princegelden

- (2-1-1630) Op verzoek van Laurens Gerritsz, Susanna Davids, zijn toekomstige vrouw, varendgezel, Vlissingen
getuigem Jan Cornelisz, 60 jr, varendeman
Peter Josuesz, 39 jr, zeeman
Arien Jansz van Bergen en zijn vrouw Lysbet Gerritsdr, schipper op Dordrecht
Verklaring omtrent correcte levenswandel, met toestemming om te trouwen

- (7-1-1630) Abram Dircxs van Dordrecht, dienend als cajuytwachter bij schipper Dirck Cornelisz 't Kint, op het schip de Jager, machtigt Maertge Gerrits, vrouw van Henrick Jansz, om bij de Admiraliteyt zijn aandeel buitgeld te innen uit het schip van oorloge genaamd de Bruynvis, waarop capiteyn was Willem Aernoutsz van Duynkercken, die hij onder zijn capiteyn, wijlen Adriaen Blom, als trompetter en cajuytwachter heeft helpen veroveren

- (7-1-1630) Oth Jansz, molenaer
verkoopt aan Arent Smit, wonende te 's Hartogenbosche,
een huis en erve staande aan de westzijde van de Leuvehaven,
belend ten noorden, Thomas de Wael, coopman te Dordrecht,
belend ten zuiden, Jacques Hartich, belast met een rentebrief van 1.400 gulden t.b.v. Claes Jansz Paplepel.

- (9-1-1630) Jan Jacobsz Maerts, wijncooper te Dordrecht, heeft van Reynier Velters, coopman te Nantes, 5 vaten franse wijn ontvangen, verzonden met schipper Joris Cornelisz Starreman.
De kwaliteit bleek niet in overeenstemming met zijn bestelling en comparant heeft daarom de zending geweigerd.
Volgt opdracht tot protest

- (12-1-1630) Cornelis van Bijwaert te Dordrecht zegt toe aan Cornelis Jacobs van Vlaerdingen won. te Schiedam tijdens zijn leven jaarlijks te betalen de pacht van 6 ½ morgen land in Mijnsheerenland in Moorkercken, nu gekocht door Huybrecht Barents Hoogewerff

- (14-1-1630) Arien Maertensz, houtcoper, verkoopt voor 2250 gld. een huis en erf, staande aan de oostzijde van de Roosantstraet op de noordhoek van de Kordewagestraet, aan Leendert Leendertsz de Jong of Jonghe.
NB: Leendert Leendertsz tekent als Lenaert Lenaertsz de Jong.
Belend:
- ten noorden: Hans van Dort; strekkende voor uit de Roosantstraet tot achter in de halve muur van Harman de Leydecker.

- (28-1-1630) Thomas Cornelisz van der Gouw, oud 25 jaar, als hoogbootsman in dienst bij capitein Bastean de Munnick, wachthouder in de Steenbergse Vliet voor Steenbergen, verklaart op verzoek van Jacob Pieters van Brouwershaven, schipper op Rosendael, dat hij in april 1628 met diens schip van Dordrecht door de kille is gevaren. Het schip is eerst gevisiteerd in de Kille door de wacht van capitein Jacob Stevens van der Vlies en later door zijn eigen wacht, hij Thomas Cornelisz heeft echter niet gezien of geweten dat er toentertijd boscruyt aan boord aanwezig was. Zo hij dit wel had geweten, zou hij dit bij de eerste wacht hebben aangegeven.

- (5-2-1630) Jan Aelbertsz, linnewever, 48 jaar, en Henrick Teunisz, schoolmeester, 38 jaar, verklaren op verzoek van Pieter Cornelisz van Haerlem, soldaet onder compagnie van capiteyn Gerrit Verniele, garnizoen houdend te Woudrichem, dat de laatste een broer is van Jan Cornelisz van Haerlem, die nu ± 6 jaar geleden van Amsterdam met het schip de Maecht van Dordrecht als maetroos naar Oostindië is gevaren, en op de thuisreis op het schip Sircksee overleden, zoals zij hebben horen zeggen. Zij hebben de broers als hun oom en neef goed gekend

- (7-2-1630) Wouter Cornelisz Schoormans of Schoremans, backer, wonend te Dordrecht, machtigt Chieltge Laurisdr, vrouw van Gangelof Matheusz, om van Govert van Beaumont, capiteyn, liggend op een reduyt op de Biesbos, een bedrag van 106 gulden te innen, als restant van 160 gulden, volgens schuldboek door notaris Coplaer. Dit laatste in mindering van een bedrag van 54 gulden, wegens een vordering voor bedorven brood, kapiteinsgage en kostgeld door arbitrage van de heren deeckens te Dordrecht

- (7-2-1630) Thomas Mannin, 62 jr, Engelsman verklaart op verzoek van Elisabet Harris weduwe van Thomas Minsch dat hij 3 maanden geleden bij Catharina van der Els wonende te Dordrecht is geweest. Catharina van der Els vertelde hem dat zij nog 63 gulden huishuur te goed had van Elisabet Minsch en haar de huur had opgezegd van haar woning op de Nieuwe Haven. Zij wilde de woning nu verhuren aan de Engelsman, Maerty Baalde

- (1-3-1630) Thomas Gerrits Doesburch, brouwer, draagt over aan mr. Cornelis Croock te Goes in Zeelant zijn vorderingen tezamen groot 8011 gld. 15 st. vlgs. de schuldboeken 1621 t/m 1629 ter zake van gehaalde bieren en een custingbrief.
Zijn compagnon was Cornelis van Reynegom, wijncooper.
De debiteuren zijn:
- Egbert Symons, biersteker te Amsterdam; Jacob Jans van Sprang te Dordrecht; Jan den Haen ,schipper te Nimmegen; Jan Jans van Rotterdam, soetelaar; Jan Jans Water van Tiel; Claes Leenders de With te Schiedam; Pieter Los te Benthuysen; Henrick de Rover, schipper te Bommel; Dries Driessen te Emmerick; Evert Engelen van Tiel; Pieter Florisz van Dyck; Joost Hendricx 't Hoen van Wyck; Teunis Jans alias Valeteunis; Jan Hendricx Pos te Woerden; Willem Tysse te Sommerdyck; Pieter Cornelis Smeervet; Jan Bartholomeus alias Jan de Grudt; Joris Pieter, schipper van Vlissingen; Marinus Cornelisz, secretaris te Stavenisse;
Jan Gesel te Stavenisse; Willem Jans, brandewijnman; Dirck Willems, biersteker te Delft; Aelbert Dircx aan de Goutsesluys; Jan Maes, caescooper; Jacob Leenderts; Gijsbert Schenck; Henrick Henricks den Elenbaes; mr. Steven Barbier; Claes Pieters te Noortwijck; Jem de Picceur; Harman Samsom of Neeltgen het Volgelwyff; Aryen Corssen, schipper te Heenvliet; Frans Wouters, glaesmaecker; Daniel Baerthouts, steencoper; Cornelis Jans, secretaris te Abbenbroek; Arien Govers te Capelle; Aeltgen Andries; Abram van Gerven in de Lombertstraet; Adryaen Jansz ten Houck; Bouduvael Fransman; Basteaen den timmerman;
Cornelis Alders ten Houck; Clement de Smit; Cornelis Cornelisse; de asijnmaker te Abbenbroek; Dirck Leenderts in de Brantsteech; Dirck Cornelis te Schiebrouck; Dirck Pieters, schipper van de postschuit van capteyn Aryen Dirck Jan achter de Toelast; Symon de moutmaecker op Waelshouck; Dirck, de zoon van Aryen Barents; mej. van der Meyden; Gerrit Tamboer; Govert Arense; Guilliam, Celstgens Knecht; Hendrick de verckeslager; Sara, die tot Willem Pieters gewoond heeft; Henrick Jans, bootsman te Tiel; Henrick Arensen Roos; Hilletgen te Vlaerding; Jan de Backer, brandewijnman; Jan Gerrits, hoochbootsman van capteyn Isendoorn;
Jan Harmans, buurman van Joncker Vanevelt; Jan Hendricx, brandewijnman in de Breestraet; Jan Govers, schipper van Jan Romer;
Jan Willems, cleermaecker; Jannetgen Gerrits naast de 'Slapende Uyl' wed. van Jan Jans, schrijnwercker; Jan Jans, hoornbreker; Jan Maertens, schipper van capteyn Emmetgen; Jacob NN, schipper van Ouwerkerck; Jacob Arentsz de Ruytter; Jan Matheeusen, schipper van Alpen; Noom Leen te Capelle; Leendert Jansse ten Houck; Laurens Dircx, secretaris te Oosthoorn; Laurens Jans, corporael van capteyn Isendoorn; Maerten de schilder, Pooltge's zwager;
Maertgen Pieter Dircx; Pieter Huybertsen, boeckebinder; Leuntgen op Vissersdijck; Robbert Ardyn, Engelsman; Steven Maertens te Nieuwerkerck; Teunis Geurts te Bommel; Thomas Coenders en Jasper van Cleef; Willem Cornelis, stierman van Isendoorn; Gerrit van Diemen te Soetermeer; Willem Leenderts, stierman te Noortwijck; Claes Cornelisz in de Ketel; Kersteaen Jans in 't Geschildert Huysgen; Pieter Andriessen Munster in Saarloos; Aryen Jans Schipper; Salomon de Cuyper; Willemtgen Teunisdr; Henrick Jansz, emmermaecker; Swarte Kees te Schiedam; Steven Joostens van Reenen; Hendrick Jans;
Leendert Tijsse Geltsack; Pieter Hendricx Los te Benthuysen.

- (15-3-1630) Matheus Pouwelsz, wonend te Dordrecht, verzocht de notaris Pieter Jansz de Roo, schipper aan te zeggen te protesteren tegen het verzuim met de eerste goede wind uit te varen naar Rouanen in Vranckrijck om daar goederen en koopmanschappen te lossen

- (16-3-1630) Jop en Arie Willemsz van Slingelant, broers, verklaren dat Geertgen Florisdr, laatst weduwe van Cornelis Maertensz van Dort, geassisteerd door Pieter Gijsbertsz van Castel, haar buurman, met Seger Willemsz, man van Jannitgen Cornelisdr, als voogd van de nagelaten onmondige kinderen van Frans Adriaensz, verwekt bij Gerritgen Gerritsdr, als erfgenaam van Cornelis Maertensz een contract waren aangegaan gepasseerd voor notaris Adriaen van Kerckhove d.d. 9-12-1627, met betrekking tot de erfenis van genoemde Cornelis Maertensz.
Omdat nu is gebleken dat Adriaen Jansz, brouwer wonend te Gouweriaen meer tot genoemde erfenis gerechtigd is, stellen zij zich borg om Geertge Florisdr van alle namaningen te bevrijden

- (18-3-1630) Hendericktgen Joosten 50 jaar, vrouw van Cornelis Corneliss, knoopmaker wonende te Dort, en
Maycken N.N. leggen op verzoek van Maycken Tijssen, jongedochter
een verklaring af over wat hen is overkomen op hun reis van Hertogenbosch via Gorcum, Dort en den Briel naar Rotterdam
met schipper Jacob Corneliss van Alblasserdam. De akte is niet afgemaakt en niet door getuigen ondertekend

- (18-3-1630) Teuntgen Jorisdr, weduwe van Aryaen Aryaensz van Dordrecht, machtigt haar broer Aryaen Jorisz Bres, wonende te Dordrecht om namens haar de helft van een huis over te dragen aan de koper, aan wie haar overleden broer Jacob Jorisz, schipper het had verkocht. Het huis en erf is gelegen in de Werwestraet van der Veere.
Tevens moet hij het geld innen van de weduwe van haar broer Cornelis Jorisz dat haar toekomt van de Zoutkeet die buiten Armuyen staat

- (27-3-1630) Maycken Jansdr van Sittert, 26 jaar, verklaart op verzoek van
Isaac Houbraecken, coopman te Dordrecht, gehuwd met Lijsbeth van Stolwerf of Stalwerf, dat, in de tijd van de 6 jaar voor haar huwelijk dat zij daar dienstmaecht was, Jacob Geubels diverse malen geld geleend heeft van zijn vrouw

- (8-4-1630) Claes Henricksz van Dort, die als bootsgesel op het jacht Delffshaven onder capiteyn Adryaen Cattendijck naar Oost-Indië vertrekt, machtigt zijn moeder Geertgen Henricxdr, wonende te Dort, om tijdens zijn reis van de Oost-Indische Compagnie jaarlijks 2 maanden gage in ontvangst te nemen.

- (8-4-1630) Willem Willemsz van Dort, naar Oostindië varende, schenkt aan zijn zuster Saertge Willems, vrouw van Pieter Harmansz Pau, ook varend naar Oostindië op het schip Deventer van Amsterdam, wonend alhier in de Baenstraet, jaarlijks 3 maanden gage

- (12-4-1630) Christiaen Jansz, vogelvercoper, wonend te Dordrecht, bij de Tolbrugge, machtigt Lodewijck Jansz van Flittert, wonend in de Lombaertstraet in de Vergulden Berck, om van de Admiraliteyt uit de gage van Jan Sandersz, dienend als corporael bij capiteyn Sybert Wor, 27 gulden te ontvangen die hij, Christiaen, getrouwd met Neeltgen Ariens, vogelvercoopster tegoed heeft wegens door zijn vrouw geleverde vogelbont

- (23-4-1630) Gemen Anthonisz en zijn vrouw Eechgen Cornelisdr, wonend in Barendrecht, benoemen elkaar wederzijds tot erfgenaam. De langstlevende zal gehouden zijn binnen een jaar aan de kinderen van de eerststervende de helft van alle bedijkte landen, en de helft van de uytergossingen te Barendrecht te vermaken.
N.B.: Gemen Anthonisz tekent als Gheemen Thuenisz en Eeckgen Cornelisdr tekent als Aechtgen Cornelisdr.
Herroepen wordt het testament voor notaris Jan van Slingelant. te Dordrecht d.d. 19-9-1625

- (14-5-1630) Wigger Eewoutsz te Cralingen, behuwd oom en voogd over Maertgen Pieters, vrouw van Leendert Floren, mede namens zijn mede-voogd Engelbrecht Elders, annuleert de huwelijkse voorwaarden d.d. 14-07-1629 van genoemde Maertgen Pieters en Leendert Floren betr. de verkoop van de helft van 4 morgen land die Maertgen Pieters erfde van haar vader en grootvader gelegen in Keeten, gemeen met 4 morgen land die aan Crooswijck te Dordrecht toekomen

- (16-5-1630) Ghijsbert Jansz, timmerman en zijn vrouw Clara Pietersdr
bepalen ten aanzien van hun na te laten goederen het volgende. Hij vermaakt aan zijn voordochter Magdalena Ghijsbrechtsdr alleen haar legitieme portie en al het overige aan zijn kinderen bij zijn huidige vrouw.
Zij benoemt haar man tot haar universele erfgenaam, met een legaat aan hun kinderen, die eveneens zullen erven haar land gelegen in Maseyck. Verder enkele bepalingen ten gunste van de kinderen van haar zuster Lysbeth Pietersdr, wonende te Dordrecht en ten gunste van haar zuster Aeltgen Pietersdr.

- (18-5-1630) Aelbert Willemsz van Dordrecht, j.g., matroos bij capitein Dirck Gerritsz Verburch, ten oorloge ter see, op het schip de Leeu, benoemt tot universeel erfgenaam Barent Barentsz, stierman bij gen. capitein en zijn vrouw Lijntge Isaackx mits zij aan zijn zuster Ariaentge Willems, wonend op Petershoeck 8 gulden als legaat uitkeren

- (18-5-1630) Frans Jacobsz van Dordrecht, matroos bij capitein Verburch, bekent 90 gulden schuldig te zijn aan Barent Barentsz, stierman van gen. capitein, wegens verteerde kosten, slaapgeld etc

- (24-5-1630) Heyn Claesz den Boer, 30 jaar, schipper op het jacht genaamd Tonijn, van Ulpendam, verklaart op verzoek van Henrick Maertensz, luytenant en commandeur op het schip van capitein Willem Joosten van Colster, genaamd de Leeuwinne, dat Maertensz op 18 mei bij Bevezier onder Engelant door vice-admirael Jasper Liefhebber is opgedragen drie Guineetsvaerders, t.w. het schip den Oliphant van Amsterdam, waarop schipper is Jan Gerritsz van Dijck, het schip den Oraingienboom van Dort, waarop schipper is Bartholomeus Leendertsz van Hecke en hijzelf, met zijn jacht , te convoieren, een in Tessel, een in de Eemse, en een in de Mase. Omdat zijn, den Boers, jacht lek raakte heeft hij met het schip den Oraingienboom de Mase moeten inlopen. Volgens orders van Liefhebber is Maetensz bij de eerste goede wind weer onder zijn bevel teruggekeerd. Hij heeft vervolgens de drie Guineetsvaerders goed overgebracht

- (29-5-1630) Pieter Lourenss, constabelsmaet onder Jacob Franss de Geus, capiteyn van Dordrecht die bij het huis Wilderlant ligt, machtigt Lambrecht Corneliss Lam, luytenant op bovengen. huis, om zijn verdiende maandgeld te innen

- (30-5-1630) Jan Govertsz van Dordrecht, dienend als maetroos bij capiteyn Willeboort Lenaertsz van den Briel, ten oorloge ter see, jonggeselle, benoemt tot erfgenaam Antony Gorier, Fransman, en Catelina Lucasdr, zijn ouders, mits zij als legaat aan Catelina Antonijsdr, Jaques en Tomas Antonijsz, zijn broers en zuster, 8 gulden betalen

- (10-6-1630) Daniel Pietersz, ± 31 jr., verklaart op verzoek van Gijsbert Adriaensz, gortmaecker te Dordrecht, dat hij sinds april 1628 tot heden van laatstgenoemde wekelijks 3 zakken boeckende grutte heeft ontvangen, die hij van hem heeft gekocht

- (10-6-1630) Jacob Jansz, 31 jaar, verklaart op verzoek van Gijsbrecht Ariensz wonend te Dordrecht dat hij van de laatste per week 4 zakken boeckengrutte heeft ontvangen, vanaf 01-05-1628 tot 10-06-1630.

- (10-6-1630) Abraham Baltensz van Dordrecht, maetroos van capitein Arien Claesz Ribbe, draagt over aan zijn capitein 10 1/2 maand gage, mits hij 5 gulden en 6 stuivers betaalt aan Pieter de Meter, wonend tegenover de capitein te Geertruidenberch, aan Janneken Teunisdr, zijn slaapvrouw, wonend te Dordrecht, 12 gulden en 5 stuivers, en aan een chirurgijn 6 stuivers

- (19-6-1630) Ysaack Lambertsz van Dordrecht, dienend nu als maetroos bij capitein Henrick Jansz de Munnick ter see, machtigt zijn vrouw Trijntge Jansdr, wonend alhier in de Leuvenbruggestraet, om van de Admiraliteit 18 maanden en 17 dagen gage te ontvangen, die hij als cock en bottelier onder capitein Jacob Stevensz van der Vliesch heeft verdiend.

- (20-6-1630) Dirck Collijn, Engelsman, van Hul, in dienst geweest van de Westindische Compagnie alhier, op het jacht den Tijger verklaart dat hij en Jan Huygoff van Berck en Franck Muller van Kint, beiden Engelsman op het jacht den Tijger op de reviere van Aernocko, met elkaar hun testament hebben gemaakt en dat hij met gen. Muller met het schip Dordrecht is thuisgekomen. Aangezien Jan Huijgoff als tamboerijn is overgegaan op het schip den Dolphijn van Amsterdam machtigt hij Dirck Beton, Schotsman, om bij zijn evt. overlijden de helft van zijn gage en buitgeld te ontvangen

- (25-6-1630) Pieter Dircxz, weduwnaar van Hillichtgen Geleynen wonende in West Barendrecht herroept zijn eerder te Dordrecht gemaakt testament.
Als erfgenamen benoemd hij zijn dochters Maertghen Pietersdr, weduwe van Jan Jansz Verdoes wonende op Maeslandtsluys, en Maertghen Pietersdr, vrouw van Jan Aertsz wonende in West Barendrecht.
De twee kinderen van Bastiaentghen Pietersdr en Arien Gerritsz Boom ontvangen een legaat van 400 gulden en het kind van Ariaentgen Vrancken zijn kleindochter een legaat van 150 gulden.
Als voogden voor de kinderen worden benoemd Arien Gerritsz Boom en Henrick Cornelisz wonende te Barendrecht. De Weeskamer is uitgesloten. De akte wordt opgemaakt in het huis De Paeuw staande in de Westwagenstraet.

- (2-5-61630) Peter Scherp of Peter Sharpe
machtigt Edmond Grieen om achterstallige vorderingen te innen van Willem Winckfylt, chirurgijn, 
Horatius van Veere, garnizoens commandant te Dordrecht  / Dordrecht, West-Indie

- (25-7-1630) Thomas Jansz van Haerlem, laatst gevaren hebbend op het schip d' Eendracht waarop schipper is Willem Gerritsz Ruytevelt van Rotterdam, verklaart dat hij ruim drie jaar geleden getrouwd is met Grietge Bastiaens van Vrieslant, maar in de veronderstelling verkerend dat zij was overleden, heeft hij omgang gekregen met Joosgen Jasons, weduwe van Steven Cornelisz, varendeman, en is met haar gaan samenleven. Aangezien Grietgen hem als haar man wenst te behouden verstrekt hij aan Joosgen als schadevergoeding zijn verdiende buit- en maandgelden. Tenslotte wordt nog als plaatsnaam Dordrecht genoemd

- (11-8-1630) Michiel Fransz, Cauw, 58 jr, Floris Jacobsz van Diemen, 51 jr, Pieter Willemsz Bouman en Jan Vastertsz Herp, 47 jr, hoofdlieden van het backersgilde, verklaren op verzoek van Cornelis Cornelisz van Cleeff en Jan Adryaensz Wens, beiden backer te Dordrecht dat het wittebrood dat hier in de stad wordt gebakken om aan weder verkoopers op het platte land te worden verkocht lichter van gewicht en kleiner is dan brood dat hier in de stad wordt verkocht. Buiten steedse broodverkopers krijgen van de bakkerij het vijfde brood voor niets. Dat heeft in de stad nooit tot moeilijkheden geleid.

- (14-8-1630) Frans Salomonsz, laeckenbereyder, 33 jaar, verklaart op verzoek van Tomas Boyn wonend te Bergen op Zoom dat hij op 11-08-1630 met de laatste scheep is gekomen van Bergen op Zoom met de kornet van de heer van Aecken, ritmeester in het garnizoen aldaar, en een ruyter van de compagnie genaamd Hans en vervolgens is gegaan in de herberg bij Dordrecht staande op de Dijck. Ze ontkennen van de ritmeester of Cornelis de Grauw kwaad gesproken te hebben

- (27-8-1630) Gerrit Damen, man van Gerrichgen Gerritsdr, zuster van Pieter Gerritsz, die vanuit Amsterdam is uitgevaren naar Oost-Indië met De Maecht van Dordrecht, machtigt zijn schoonvader Gerrit Henricxz wonende te IJselsteyn, om bij de bewindhebbers te Amsterdam het geld in ontvangst te nemen dat zijn zoon bij de Compagnie heeft verdiend

- (2-9-1630) Claes Philipsz Block verklaart dat hij in gezelschap van Jop Adriaensz van Dordrecht ( in aug. te Nantes in Vranckrijck ) in 3 delen 320 gld betaald heeft aan Willem Lucasz, backer

- (6-9-1630) Arien Ariensz, corporael, Dordrecht
machtigt zijn zuster Lysbet Ariensdr
Andries Jansz van Soetendael, capiteyn
machtiging om zijn deel van het buitgeld te innen

- (19-9-1630) Pouwels Leendertsz, jonggeselle, smitsgesel, benoemt tot universeel erfgenaam Claertge Leendertsdr, zijn zuster, wonend te Dordrecht, mits zij als legaat aan Daniel en Teuntge Leendertsdr, zijn broer en zuster, elk 12 gulden uitkeert . Gedaan ten huize van Lijntge Jans, weduwe van Barent Barentsz, kuyper, aan de oostzijde van de Pannecoeckstraet

- (22-9-1630) Aryen Ariensz gereed om met het schip Orangienboom van Dordrecht naar West-Indië te varen, benoemt Lysbeth Ariensdr wed. van Aryen Jansz zijn moeder, wonende op de Nieuwehaven, tot zijn erfgename. Tevens machtigt hij haar om de huur van Grietgen N.N..., als huurster van een huis in de Capiteyn Imansteeg, te ontvangen. Dit huis is hem en zijn broer Jan Aryensz aanbestorven door overlijden van hun grootmoeder Trijntgen Aryensdr

- (24-9-1630) Michiel Feltrum, 35 jaar, coopman van wijnen, wonend te Dordrecht, verklaart op verzoek van Johan Hohuysen, wonend in Sweden, dat onder een tol voederwijn twee gemeen voederswijn wordt verstaan. In Duytslant wordt op een tolvoeder bevracht

- (2-10-1630) Willem Willems, backer, en Willem Jansz, coornmeeter, stellen zich borg voor Teunis Jansz op 't boelhuis genaamd 'Stoell' ten behoeve van Samuel Beyer, pachter van de boelhuysen te Dordrecht, voor 100 gld

- (4-10-1630) Willem van Rossen, overman, Aert Pieters en Pieter Jorisz, keurmeesters van het tijckwerkersgilde, verklaren op verzoek van Arent Walen, laeckencooper te Dordrecht, dat hier ter stede de tijcken op het convoy worden aangegeven tegen veertien ellen per stuk

- (19-10-1630) Herman Lense van Elsloo, wonend te Dordrecht, verklaart 3334 gld en 12 st schuldig te zijn aan Sacharias Jansz en Jacob Mathijsz, coopluyden alhier, wegens geleverde droge huyden

- (19-10-1630) Adryaen Leendertsz van der Meer brouwer in de Hoop verklaart dat hij op 12/01/1630 voor notaris Nicolaes van der Hagen zijn schuldenboek aan, Elysabet Penninckx zijn schoonmoeder, heeft overgedragen. Hierin komen de volgende vorderingen voor:
Daniel Meyndertsz, Jacob Wiggersz, Harmpgen Lubbrecht, Claes Claesz, Rijck Harmensz, Weyntgen Barentsdr, allen uit Amsterdam, Harmen Jansz uit Batenburch, Roelof de Ruyt uit Bommel, Jan Jorisz de Swart uit Ravesteyn, Ytgen Pietersdr uit Dordrecht, Jan Joostz uit Thiel, Jacob Cornelisz uit Nieuwerbrugghe, Adryaen Cornelisz uit Bodegraven, Gerrit Faillant uit 's-Gravenhage, Anthonis Maertensz uit Swammerdam, Jan de Cray uit Leytserdam, Simon Jansz Heck uit Leyerdorp, Gerrit Dircksz Paerdeboer uit Wijck te Duyrstede.

- (23-10-1630) Jonkheer Charles de la Ruelle machtigt Pieter Jansz Blanckert, brouwer en Gualtherum Le Vesque, wonende te Dordrecht om al zijn onroerend goed te verkopen, zijn tegoeden te ontvangen en zijn schulden te voldoen

- (29-10-1630) Laurens Henricxz van Dordrecht, die als busschieter dient bij capiteyn Bartholomeus Reyniersz den Jongenboer, bekent 100 gld. schuldig te zijn aan Cornelis Wijsch die als schipper in dienst is bij capiteyn Henrick Jansz de Munnick.
Hij machtigt Cornelis Wijsch en diens vrouw Susanna Willemsdr om het geld van de admiraliteyt alhier in ontvangst te nemen van zijn verdiende en nog te verdienen gage.

- (1-11-1630) Henrick Cornelisz van Dort, die gediend heeft onder capiteyn Pieter Willemsz de Jager
machtigt zijn neef Lodewijk Michielsz en zijn vrouw Aeltgen Pietersdr, om namens hem bij de Admiraliteyt de uitbetaling van zijn gages te verzoeken.

- (30-11-1630) Joris Jansz van Dort, die als quartiermeester gediend heeft bij capiteyn Willeboort Lenaertsz, machtigt Neeltgen Robbertsdr, vrouw van Eduart Robbertsz, stierman, wonende op de Nieuwehaven, om bij de admiraliteyt al zijn buitgelden van de verovering van de Prinsen in ontvangst te nemen

- (3-12-1630) Arien Cornelisz, 68 jr, besemmaecker, wonende in den Vergulden besem in de Nieupoort, verklaart op verzoek van Arnout Leendertsz schoolmeester te Dordrecht dat hij Arien Cornelisz, 43 jaar geleden van de Deeckens van het Speuljegilde te Dordrecht, het huis en erf kocht waarin nu Arnout Leendertsz woont. Het huis is gelegen naast het Speuljegildehuys in de SPEULJESTRAET te Dordrecht. Hij heeft toen mee bedongen het recht van gebruik van het sacreet dat op het erf van het Speuljegildehuis stond. Voor het reinigen ervan moest hij 1 daalder van 30 stuivers per jaar betalen

- (17-12-1630) Laurens Thomasz, Engelsman, oud 41 jaar en Aryen Evers van Dordrecht, oud 25 jaar, beide gediend hebbend bij capitein Pieter Emmetges, verklaren op verzoek van Abraham Phillips, mede gediend hebbend bij voorn. capitein, dat zij erbij aanwezig waren toen hun schip door de Duynkerckers werd veroverd en de capitein werd doodgeschoten. Dat Abraham Phillips zich toentertijd van zijn taak heeft gekweten als van een soldaat mag worden verwacht

- (18-12-1630) Maertge Cornelisdr, weduwe van capiteyn Jan Pleunisz Romer wonende bij de Nieupoort alhier, bekent 250 gld. schuldig te zijn aan Gerrit Jansz Hoube, zoon van Jan Gerritsz Hoube wonende te Dort, die zij van haar dochter Trijntge Jansdr vanwege het weeskind Gerrit Jansz Hoube ontvangen heeft.
Maertge belooft jaarlijks de rente over het bedrag uit te betalen en zal na haar dood het bedrag aan het weeskind nalaten. Mocht dit zijn overleden dan zal haar dochter Trijntge zijn plaats innemen

- (19-12-1630) Aeltgen Jansdr, voorheen wed. van Gerrebrant Jacobsz in zijn leven coussemaker, bevestigt schuldig te zijn aan Jacob Bonen, coopman te Dordrecht, een bedrag van 287 gulden 11 st. 12 penn. voor geleverde waren, terug te betalen uit hetgeen haar is toegezegd bij huwelijksvoorwaarden door haar huidige man Ernestus Cornelisz

- (19-12-1630) Aeltgen Jansdr, voorheen wed. van Gerrebrant Jacobsz in zijn leven coussemaker, bevestigt schuldig te zijn aan Jan Lambrechtsz, coopman te Dordrecht, een bedrag van 457 gulden 4 st. 10 penn. voor geleverde waren, terug te betalen uit hetgeen haar is toegezegd bij huwelijksvoorwaarden door haar huidige man Ernestus Cornelisz

- (5-1-1631) Op verzoek van Simon van Gesel , brouwer te Dordrecht, heeft Pieter Jansz bierdrager, oud 38 jaar, verklaard op welke condities Pieter de Vlaming in april 1628 aangenomen had te werken voor requirant als opperbrouwer en moutmaecker. Laatstgenoemde woonde destijds te Rotterdam, maar woont nu te Dordrecht

- (8-1-1631) Dirck Dircksz van Dort, matroos
machtigt Geertruyt Wijnnantsdr, vrouw van Dirck Rijcken, om te ontvangen van de Raad ter Admiraliteit zijn maandgeld die hij onder capiteyn Jan Bruystens verdiend heeft.

- (10-1-1631) Pieter Woutersz, harnaschmaecker, Dordrecht(?) en
Haesgen Adriaensdr, weduwe te Rotterdam, benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam, met een legaat aan hun naaste bloedverwanten.

- (13-1-1631) Arnoudt Hofflant notaris, curator over de goederen van Jacobmijntge Buysen, machtigt Symon Muis van Holy, notaris en procureur te Dordrecht, om aanwezig te zijn bij het doen van de rekening door Hannes Bax te Dordrecht van de verkochte goederen, ontvangen vorderingen en betaalde schulden, die berust hebben bij Maria van de Kieboom, zijn moeder

- (18-1-1631) Grietge Cornelisdr, vrouw van Cent Willemsz, waerdinne op Hellevoetsluys, geassisteerd met Jan Teunisz, waert, wonende in Hellevoetsluys, machtigt Frederick Rutgers, camerbewaerder, om van een aantal personen geld in ontvangst te nemen voor geleverd bier. Te weten de volgende personen die gediend hebben onder capiteyn Jan Brustens:
- Dirck Dirckxz van Dort;
- Joris Jansz van Londen;
- Cornelis Cornelisz;
- Abraham Davitsz van der Gou;
- Leendert Geerlofsz;
- Leendert Joppen;
- Moyses Joppen en
- Evert Joppen.

- (23-1-1631) Mathijs Crijnen te Dordrecht en de zoon van wijlen zijn vrouw Dingenom Michiels, die voor 1/4e deel erfgename was van Jan Jaspers Goutvelt, hebben 1000 gld. te vorderen op de ververij genaamd 'de Blaeuwen Bock' in de Nyeupoort, door wijlen Franchois Lodewijcx gekocht van Goutvelt.
Zij stellen nu hun overige goederen als waarborg dat de ververij verder vrij van lasten is.

- (25-1-1631) Op verzoek van Jacob Franssen Starreman gediend hebbend als stuyrman op het jacht de Salm in dienst van de West Indische Compagnie te Dordrecht, verklaart Jan Cornelisz, oud 28 jaar, schipper op het schip de Overisel in dienst van de West Indische compagnie te Amsterdam, dat requirant op last van de Politicque Rade te Parnambucko op 01.10.1630 met hem attestant van daar is gezeild en in het Goereessegat is aangekomen op 29.12.1630. Voorts dat in de slag door attestant geleverd tussen 23 en 24.11.1630 tegen drie Duinkerker schepen ter hoogte van Pleymuyen en Vaelmuyen de kisten van requirant met al zijn stuurmansgereedschap en kleding geheel verloren zijn gegaan en tenslotte dat requirant zich in deze slag dapper heeft gedragen.

- (27-1-1631) Joost Gerritsz de Bruyn, wonend alhier op de Vissersdijck, verkoopt aan Matheus Jorisz Drossert, schipper wonend te Dordrecht, zijn caechschuytge, nog geen 4 lasten groot, voor 247 gld.
De koper zal in plaats van penningborg aan de verkoper een schuldbrief overleveren van 136 gld ten laste van Cornelis N.N., wonend te Geervliet.
De koper zal pas eigenaar van het caechschuytge zijn als het bedrag van 247 gld is voldaan.

- (17-2-1631) Aelbert Jansz, Dort,
machtigt Cors Bruynsz en zijn vrouw Reympgen Cornelisdr,
om van de Oost Indische Compagnie drie maandgelden te ontvangen die hij verdienen zal op zijn reis naar Oost-Indie op het schip de Rotterdam onder schipper Pieter Cornelisz Paersepier.
Dezelfde procuratie op blz. 135 door Evert Fransz van Haerlem, matroos.

- (4-3-1631) Reynier Hermansz, wijnverlater, verklaart 343 gld schuldig te zijn aan zijn zwager Gerrit Maes, coopman wonend te Dordrecht, wegens geleende gelden

- (6-4-1631) Johan Gillisz Poppe, 54 jr, equippagiemeester bij de Admiraliteit, verklaart op verzoek van Dirck van der Wolff, advocaet, dat Thijs Paulusz, schipper van Enchuysen 10 vaten Anjousche wijn heeft geladen voor rekening van Johan van Slingelant, coopman uit Dordrecht.
Bij het overzeilen van het schip 't Lam van capitein Lambrecht van Loon is schade ontstaan. Het proces over schadevergoeding is onder meer gevoerd door Balthasar van Leeuwen, advocaet. In de akte wordt nog ene Pieter Verbiest, coopman genoemd

- (10-5-1631) Henrick Jansz van Blanckenburch en Cornelis Maertens, beiden alhier en Merten de Mey te Dordrecht vrijwaren Jan Jansz Verhaven, backer, voor de borgtocht die hij is aangegaan voor Marten de Mey

- (16-5-1631) Job Gorisz (van) Couwenhoven, oud 44 jaar en Dingenom Lucasdr, zijn huisvrouw, oud 47 jaar, verklaren op verzoek van Gerrit Otten van Couwenhove, wonende te Dordrecht, dat zij met hem in het sterfhuis van zijn moeder, Maycken Dirksdr van der Pijl te Dordrecht zijn geweest, waar hij een kwitantie aantrof uit de tijd dat hij bij Aert Rovers te Dordrecht in dienst was en deze kwitantie, die naar zijn mening niet van enig belang was, heeft verscheurd

- (3-6-1631) Jan en Isaack Houbraecken won. te Dordrecht hebben een schuld aan Jan Govertsz als voogd van het weeskind van Abraham Govertsz en Lijsbeth Gerritsdr, genaamd Govert Abrahamsz

- (4-7-1631) Adam Pietersz van Kip, conditeur, Dordrecht, bij Nicasius Kijn, commissaris van de vivres,
machtigt zijn vrouw Catharina Jansdr van Heel, om al zijn zaken te behartigen

- (19-7-1631) Teunis Gerritsz van Dordrecht machtigt zijn slaapheer Guilliaem Soethelm, wonende in de Peperstraet, om van de admiraliteit de afrekening in ontvangst te nemen van zijn verdiensten als matroos onder capiteyn Bastiaen Dircxsz en daarvan in te houden wat hij hem voor kost en inwoning schuldig is.

- (5-8-1631) Heyndrick Dircksz, weduwnaar wonend op het dorp Portugael, maakt zijn testament.
Hij vermaakt 600 gld aan de Armen van Poortugael en Hoochvliet; elk 100 gld aan de Armen van Pernis en Roon; aan de lasterije van Poortugael 100 gld.
Hij vermaakt verschillende stukken weiland en zaailand aan:
- zijn broer Doe Dircksz en zijn kinderen Willem Doensz, Emmeken Doenen en Lambrecht Doensz;
- zijn broer Pieter Dircksz en zijn kinderen Willem Pietersz, Cornelis Pietersz, Floris Pietersz en Trijntge Pietersdr;
- zijn zuster Lysbeth Dircksdr;
- zijn broer Dirck Dircksz.
Aan zijn broer Jan Dircksz van Driel, brouwer te Dordrecht, vermaakt hij zijn huis, werf, boomgaard, duifhuis etc.
Tot zijn erfgenamen benoemt hij zijn broer Jan Dircksz van Driel voor 1/3e deel; Willem Doensz en Emmeken Doenen voor 1/3e deel en de kinderen van Dirck Dircksz voor het resterende derde deel.
Tot executeurs van zijn testament benoemt hij Jan Dircksz van Driel, zijn broer, Willem Doensz en Bastiaen Dircksz, zijn neef.
    Genoemde weilanden liggen in Poortugael, Albrantswaert, aan de Pernissewech genaamd den Brootkiste, Verrelewech, Hoochvliet, Sweerdijck, 's-Heerendijck, Weertsendijck, 's Heerenwech.
Als belendende personen en plaatsen worden genoemd:
- Neeltgen de Raet, de weduwe van Couwenhoven, Bastiaen Claesz Spruyt, de erfgenamen van Coen Leendertsz en Leendert Dircxsz, Willem Smith, Pieter de Raet, Pieter Adriaensz Hoogendijck, Willem Henricxsz Hogewerff, Cornelis Claesz Ketting, Leendert Dircxsz, Doen Jansz, Pernissewech, Pernisseheul, Bastiaen Hendricxsz, Jan de Wercker, Cornelis Aertsz Beaumont, Jan Coyer, Willem Pietersz, Sluyssewech, Cathuysers, Bastiaen de Wercker, Meulewech, de Culck, Meulewech, Cornelis Pietersz Vermaet, 't huys Valckesteyn, 's Heerendijck, Molewech, Cornelis Jan Elantsz, Leendert Waddesz, Leendert Dircxsz, Weertsewech.

- (7-8-1631) Baertge Maertens, weduwe van Witte Lenertsz, machtigt haar vader Maerten Jansz, houtcoper, om te Dordrecht bij de Westindische Compagnie of haar boekhouder alle gelden te innen die haar man tegoed heeft

- (11-8-1631) Jan Cornelisz van Housem, bottelier
Leendert Leendertsz, matroos,
Heynrick Cornelisz, matroos,
Heynrick Jacops van Waert, matroos,
Pietertgen Gerritsdr, vrouw van Harmen Ielmertsz, matroos,
Jannitgen Jansdr, vrouw van Pieter Pietersz Kock, matroos,
Jannitgen Jansdr, vrouw van Adryaen Huybrechtsz, quartiermeester,
Dirckgen Cornelisdr van Breda, vrouw van Gerrit Michielsz, matroos,
Machtelt Jansdr, vrouw van Willem Jansz, matroos,
Neeltgen Reyniersdr, vrouw van Harmen Seeman, matroos,
Franssijntgen Jansdr, vrouw van Wouter Stevensz, matroos,
Cornelia Andriesdr, vrouw van Coert Jansz, matroos,
Geertgen Anthonisdr, vrouw van Jan Sanders, matroos,
Grietgen Dircksdr, vrouw van Harman Harmansz van Dort, matroos,
Neeltgen Robbrechtsdr, moeder van Eduwaert Eduwaertsz, matroos,
Adryaen Jansz, voor zijn zoon Jan Adryaensz, cuyper,
Merritgen Jans, vrouw van Salemon Jacobs, matroos,
Neeltgen Dircx, vrouw van Dirck Cornelisz, matroos,
Lysbet Jans, moeder van Pieter Pouwelsz, matroos,
machtigen
Eduard Napels, doctor in de medicine, om bij de Admiraliteit hun achterstallige gage op te eisen

- (13-8-1631) Pieter Adriaensz van Geertruydenberch bekent vanwege Hendrick NN uit handen van Huych Cornelisz Roon een custingbrief van 550 gulden geligt te hebben, d.d. 17-01-1627 gepasseerd voor schepenen in Dordrecht, verleden door Adam Pietersz wonend in Dordrecht ten behoeve van Hendrick Adriaensz, ook wonend aldaar; hij belooft Roon voor alle namamingen schadeloos te houden. Tot zekerheid heeft Dirck Jansz Pesser zich borg gesteld voor Pieter Adriaensz

- (6-9-1631) Wouter Coninck van Dordrecht machtigt Guilliaem Soethelm en zijn vrouw Reymtge Ariensdr om namens hem van de admiraliteit zijn verdiende gage, die hij verdiende als matroos en later als constapel onder capiteyn Bastiaen, in ontvangst te nemen. NB: Coninck tekent als Conick.

- (6-9-1631) Sara Jacobsdr vrouw van Bartholomeus Reyniersz den Jongenboer, capiteyn, Haringvliet,
benoemt tot erfgenamen haar man, Jannetgen Bartholomeusdr, haar dochter, en de kinderen van haar voorzoon.
Zij stelt tot voogden over haar kleinkinderen aan
Jasper Liefhebber, vice admiraal,
Adryaen Marcelis, pontgaerder, Dordrecht,
Tevens een legaat aan de wezen of het weeshuys. Schoonvader van haar voorzoon is Jan Cornelisz Doetmijnuyt.
Dit testament maakt het testament gemaakt op 29.09.1623 voor notaris Huybrecht Balis ongeldig, evenals het codicil
gepasseerd voor dezelfde notaris d.d. 29.11.1626.

- (17-9-1631) Willemptgen Vullingx van Brecht weduwe van Leendert Jansz, Dordrecht,
benoemt tot erfgenaam haar neef Gerrit Evertsz, Cuylenburch,
en legateert aan Annitgen Wijnantsdr weduwe van Cornelis Speck, Dordrecht;
Cornelis Speck de zoon van Annitgen Wijnants;
Wijnant Rutsjarts;
Margareta de Wit weduwe van Franchois de Wit;
Annetgen van Riet, haar nicht, Venlo,
Ernst van Riet, Venlo,
Pietertgen van Riet, Venlo,
kinderen van haar neef, Vullingh van Riet, Venlo;
de kinderen van Thijs van Riet, haar neef;
Machtelt Evertsdr, Amsterdam;
Vullingh Evertsz, Venlo,
Weeshuys te Dordrecht en de Huysarmen te Dordrecht.

- (20-9-1631) Frans Jacobsz Tou, capiteyn op een schip van oorloge, machtigt
Pieter Symonsz, om uit zijn naam te ontvangen van Jan de Mey, Hendrick Loeymans, Jan van Uffelen,
Maerten Eeuwouts, Adriaen Hartman en Hendrick Starrenburch te Dordrecht, de vracht van in
totaal 19 vaten 1brandewijn en asijn door hem in zijn schip van oorloge gebracht uit Vranckrijck

- (22-9-1631) Jacob Pietersz de Schepper 26 jr, gekomen uit Oost Indië met het schip Leyden als matroos waarop Daen van Dort schipper was verklaart op verzoek van Crijntgen Cornelisdr j.d., dat hij met het schip slandts Hollandia van Rotterdam is gevaren door de straet van Lameer naar Oost Indië met schipper Ary Tol. Aldaar aangekomen zijn Jan Claesz en Kers Kersz op het schip slandts Hollandia overgezet van het jacht Pera.
Jan Claesz en Kers Kersz geboren alhier, hebben ook verklaring gepasseerd ten behoeve van Crijntgen en Stijntgen Cornelisdr,
d.d. 14-12-1630 voor deze notaris gepasseerd (akte nr. 86).

- (18-10-1631) Joan Israelsz van Halmael en Dirck Henricxz Hardeman wonend bij de Nieupoort, beiden laeckencopers alhier, verklaren op verzoek van Jan Henricxz van Slingelandt wonend te Dordrecht, dat in Rotterdam een tarremeester genaamd Oth Verbeeck is, met een opsiender, een Engelsman, die tarremeesters, opsienders en meters van de Engelsche laeckenen zijn

- (28-10-1631) Dirck Coenders van Calckere verkoopt aan de broers Pieter en Joris Bastiaens wonend te Swijndrecht 50000 Emmericxse pricken. Deze zullen geleverd worden aan kopers in Dordrecht.
Aktenummer 26 a, blz. 69,
Aktesoort : arbitrage (2).
Datum: 01-11-1631.
Oud-schepen Cornelis Fransz van Santvoort ter ene zijde en coopman Pieter Maerlandt, wonend te Roaen in Vranckrijck, namens de erfgenamen van coopman Willem van Muylwijck, hebben hun verschil van mening, dat was ontstaan over de samenwerking tussen voornoemde Santvoort en Van Muylwijck, voorgelegd aan de arbiters:
- Willem Brasser, oud-burgemeester van Schiedam;
- Gerrit Jacobs van der Segen, coopman;
en aan super-arbiter:
- Joan Jans, coopman.
Hun uitspraak is dat de erfgenamen 250 gld. moeten betalen aan Van Santvoort.
In een toegevoegde akte compareren Catharina van Muylwijck, weduwe van Nathaniel van Maerlandt, en Margarieta van Muylwijck, bejaarde jongedochter, beiden zusters en erfgenamen van hun ouders Matthijs van Muylwijck, oud-burgemeester van Schiedam, en Agata van den Burch die erfgenamen waren van voornoemde Willem van Muylwijck, hun zoon. Zij gaan akkoord met bovenstaande uitspraak.
N.b. Joan Jans staat in de akte ook als Jan Jansz de Jonge

- (31-10-1631) Jacob Wachtmans Antonisz en Claes Thomasz Joppe, beiden wonend te Oosterhout, erfgenamen van hun grootmoeder Digna Maes, machtigen Willem Jacobsz, notaris alhier, om schulden, gelden en aandelen te innen die zij ten laste hebben van het huis van Hans Mariens, Jacques van der Eyck te Dordrecht en Arien Crijnen van der Eyck als borg voor Cristiaen Cristiaensz, stooffmaker, en ook hetgene dat Claes Thomasz alleen tegoed heeft van Caerl de Laruelle of de La Ruelle.

- (31-10-1631) Willem Jacobsz van Dordrecht, in dienst als matroos bij capiteyn Cornelis Engelen Silverengieter, bekent 92 gld. schuldig te zijn aan Dirck Cornelisz, schoenmaker bij Speuij, wegens genoten kost en inwoning.
Hij machtigt hem om het bedrag van zijn gage in ontvangst te nemen

- (2-11-1631) Abraham Henrickxz van Schiedam, dienende als matroos bij capiteyn Bastiaen Maetroos, bekent 26 gld. schuldig te zijn aan Jan Willemsz van Dordrecht wegens achterstallige huishuur.
Hij machtigt hem om bij de admiraliteyt het geld van zijn gage in ontvangst te nemen

- (13-11-1631) Dirck Troost, deurwaerder van de gemeenlantsmiddelen, in rechte gedagvaard om getuigenis naar waarheid te doen op verzoek van Thomas de Wit namens de heer Tollenaer van Geervliet en de wachten te Dordrecht, verklaart dat hij op 06-11-1631 aanzegging heeft gedaan aan Gerardt Dircxsz Toot en Pieter Niesz, schippers te Dordrecht, om met elkaar te spreken in de herberge van De Ruyt in aanwezigheid van Abraham Woutersz, swaertveger. Het betreft overtredingen en gedragingen van de schippers en het feit dat zij 'de nering uit de stad bannen'.

- (20-11-1631) Vastert Anthonisz van Ardenne, oom en voogt van
Harbert Cornelisz van der Mey, weeskind van
Cornelis van der Mey en Maria van Mielen, Dordrecht,
machtigt
Johan van den Honart, coopman, Dordrecht,
om voor de heer van Duyvenvoorde, stadhouder van de graeflijckheyts leenen, de leenbrieven van Cornelis van der Mey over te dragen aan zijn zoon Harbert Cornelisz van der Mey.

- (2-12-1631) Lambrecht Willemsz Revixit van Naersen en Adriaen van Asperen verklaren, op verzoek van de hooftlieden van de wijncopers alhier, dat zij op verschillende plaatsen wijn voor een afwijkende prijs geproefd hebben; geconstateerd wordt dat er steeds meer smockelwijn wordt verkocht. Nieuwe wijn, Spaense wijn, Franche wijn en Rinche wijn worden genoemd.
Betrokken personen:
- Grietgen, weduwe van Jan Boui wonend in 'den Dorrenboom' in de Brestraet te Dordrecht; Jan Fiol, wijncoper; Samuel Barentsz, Willem Barentsz, wijncoper in Nantis bij de Nieuwe Kerckstraet; Pieter Nicasius, wijncoper te Dordrecht; Lambrecht Lambion, Jan Welder, rinchewijncoper te Dordrecht; Claes Crabbe

- (2-12-1631) Revixit van Naersen, Lambrecht Willemsz en Adriaen van Asperen verklaren op verzoek van de brouwers dat zij op verschillende plaatsen smockelbieren en wijn hebben gedronken.
Genoemd worden:
- Grietgen, weduwe van Jan Boni of Boui, opperbrouwer in 'de Bel' wonend in 'den Dorrenboom' in de Brestraet; de Schrijverstraet te Dordrecht, Dirck Theuff op 't Nieuwe Werck te Dordrecht, Leendert wonend bij de Blauwe Poort en 't Leerhuysgen.
N.B. Lambrecht Willemsz tekent met Lambert Willems Le Namey.

- (7-12-1631) Jan Theunisz in de Betu bekent van 13.000 ijsers staande te Dordrecht bij Adriaen Oosterom (?), 2 dec. l.l. verkocht aan Willem Jansz van Camerlant, coopman, volkomen voldaan te zijn.
N.B. Jan Theunisz tekent met J. Antonysz yn dey Beytou

- (8-12-1631) Johan de Leur, bailliu van Dordrecht voor 1/8 deel, capiteyn Daniel Jansz Climmer, wonend in Goedereede voor 1/8 deel, en Jan Meesters voor ¼ deel reders in het schip St. Pieter, groot 30 lasten met schipper Barent Nanninghs, waarop beslag is gelegd in Madera in Hispanien stellen zich borg met Nicolaes van Santen wonend te Delft, mede reder voor 1/16 deel, Andries Sourij, gemachtigd door de weduwe van Johan Engelsz, voor 1/16 deel, Hendrick van den Heuvel voor 3/16 deel, Jonas Cabbelliau, coopman, voor 3/16 deel voor de terugbetaling van de opbrengst van het deel van de lading, dat met het schip van Michiel Cornelisz 't Kint is overgebracht naar Rotterdam, indien naderhand mocht blijken dat zij er als reders geen recht op hadden

- (18-1-1632) Maycken Gijsbertsdr, ongehuwde dochter, bevestigt te hebben ontvangen van Jan de Plancques alles wat hij haar schuldig is volgens gemaakte afrekening.
Voorts heeft zij van hem een aantal nader omschreven bescheiden ontvangen, waarin o.a. genoemd worden haar broer Jacob Gijsen, haar zuster Janneken Gijsbrechtsdr, Susanna Matheeusdr Cox en Quirin Mateusz Cocx.
Bovenbedoelde bescheiden zijn o.a. gepasseerd t.o.v. notaris Naerden, schepenen van Dordrecht, notaris Elbo te Dordrecht en notaris Jacob Bossenblij. In een schepenbrief is sprake van haar land in de Findert

- (21-1-1632) Claes Jacobsz van der Swalu sluit een overeenkomst met Annitge Claesdr 25 jr, Jacob Claesz 23 jr, Adriaentge Claesdr 22 jr, die mede optreden voor Pieter Claesz 21 jr, over de nagelaten goederen van hun moeder Maycken Pietersdr.
De kinderen erven een huis met erf staande en gelegen buiten de Vuylpoort in Dordrecht tussen 2 korenmolens.
Claes Jacobsz hun vader komt de andere goederen toe en zal vrijgesteld worden van betaling van 5 pd waarmee het huis is belast

- (27-1-1632) Op verzoek van Franchoys den Kets, schipper van Dordrecht, verzoekt de notaris aan Pieter Adriaen de With, schout te Cralingen, de wisselbrief d.d. 24-12-1631 te Londen ad 30 ponden staerlinge te betalen, hetgeen hij weigert.
De wissel was getekend door Jan Aisma

- (6-2-1632) Pieter Anewinckels, pachter, Dordrecht,
machtigt
Jan Gerritsz Bouckholt, om voor de heren der Staten Generaal revisie van het vonnis te verzoeken in het geschil dat hij heeft met het backersgilde te Shartogenbosch

- (16-2-1632) Ida Jans Pieters, weduwe van Guilliaem van der Waerden maakt haar testament.
Zij legateert:
aan de huysarmen 100 gulden,
aan Beeltgen Lamberts, weduwe van Floris Mathijsz, mesmaker, wonend in Ouwestijnencamp in Dordrecht, diverse kleren,
aan Grietge Florisdr, haar dochter diverse kleren,
aan Maddalena Deuys of Denijs, vrouw van Jan Pieters, cleermaker, 100 gulden.
aan de kinderen en kleinkinderen van Willem Pieters, haar neef, 300 gulden.
aan Grietge Willems, haar mans halfzuster 200 gulden.
aan Sacharias en Willem Jans, haar zonen een zilveren beker.
aan haar bloedverwanten van moeders zijde, wonend in de Kempe, in Seels of Woerden 300 gulden. Deze 300 gulden moet beheerd worden door Ariaen Claesz, haar neef, wonend te Amsterdam in ,,De Vergulde Clocke'' in de Warmoesstraet.
Aan Henrick Willems Surmonts, wonend in de Nieuwe Princestraet, een bijbel.
Aan de kleinkinderen van Grietge Willems, nl. Andries Jocchims bettielschilder, wonend ter Gou, Jacob Willems, ook wonend ter Gou, Susanneken Sachariasdr elk een dubbele ducaet van 8 gulden.
Zij benoemt tot haar erfgenamen voorn. Ariaen Claesz, de kinderen van Hans Ariaens za. en de kinderen van Claes Maertens za., haar neven en nichten van vaders zijde.

- (20-2-1632) Hendrick Coenen van Harlingen verkoopt aan Damis de Cats wonende te Dordrecht een boyerschip genoemd De Swarte Ruijter groot 36 lasten voor 2277 gld.
N.B: Verkoper tekent als Hendrick Onnis of Ennis en koper als Damys de Kets

- (16-3-1632) Ibe Hiddes alias Symon Jansz, moelenaer, wonende te Dordrecht, draagt over aan
Otto Jansz van Uuythuysen, zijn aanspraken in de nagelaten goederen en erfenis van Pieter Altges, moelenaer, Helm,
met aanvaarding van het akkoord tussen Ibe Hiddes en de andere erfgenamen d.d. 15.05.1622 verleden

- (20-3-1632) Doen Jorisse Beys, raedt bij de Admiraliteit, mede namens Jacob Stoop te Dordrecht, vrijwaart capteyn Andries van Soetendael van aanspraken op een assignatie van 1800 gld. die de kapitein aan Dirck Niesen te Schiedam heeft gegeven ten laste van Van Neuy, solliciteur van de repartitie van Gelderland.
De assignatie is door Dirck Niessen gegeven aan Jacob Stoop, als gemachtige van Dirck Schivelberch, coopman te Dordrecht, maar wordt nu vermist.

- (22-3-1632) Joris Jorisz, bosschieter, Dordrecht
bekend een schuld te hebben aan Peter van der Cammen, schrijver
Jan Plaisier, hellebaerdier
N.N. Soetendael, capitael

- (17-4-1632) Cornelis Willems, jonggeselle, wonend in Henricken Iden Ambacht, behorend tot Dordrecht, bruidegom en Maertge Pieters, jongedochter, wonend in Crimpen op de Leck, bruid, geassisteerd door Barbera Herbers, haar moeder, weduwe van Pieter Huych Jansz en Henrick Pieters, haar broer, mede aldaar wonend maken huwelijkse voorwaarden

- (23-4-1632) Adriaen van Cattenburch die getrouwd is met de weduwe van Jacob van Ackerlacq machtigt Symon Muys notaris en procureur te Dordrecht om namens hem 53 gld in ontvangst te nemen die zijn vrouw toekomen van capiteyn Thomas Dras

- (27-4-1632) Willem van Dael wijnverlater, 25 jaar wonende bij Adriaen van Asperen wijncoper, en Maycken Ariens j.d. 27 jaar wonende te Dordrecht verklaren op verzoek van Revixit van Naersen wijncoper gehoord te hebben dat zijn vrouw ruzie kreeg met de meid van Symon van Crayesteyn.
N.B; Willem van Dael tekent met Willem van Daellen

- (5-5-1632) Antony Maertens van Dordrecht, dienend als bosschieter onder capitein Willem Joosten van Colster, machtigt Maertge Jacobs, wonend in de Bancketstraet om van de Admiraliteyt te ontvangen de rest van zijn beuytgeld uit de boeyer ,,St. Jacob'', die hij in 1628 als bosschieter onder commandeur Engebrecht heeft veroverd

- (6-5-1632) Gillis Hendricxsz de Groot, maeckelaer verklaart op verzoek van Cornelis Cornelisz van Cleeff, brouwer te Dordrecht dat 2 jaar geleden door Pieter Dircxsz Visser 6 hoed somergarst en 6 hoed wintergarst de stad is in gebracht die hij aan Van Cleeff had willen leveren, maar door deze werd afgekeurd. De Groot kon echter geen gebrek aan de gerst vinden

- (6-5-1632) Anthonis Dircksz Verhaer, capiteyn op een schip van oorlogen op de binnenlantse
stromen wonende te Dordrecht
voogd over zijn minderjarige broer Barent en zusters Catharina en Christina Verhaer en mede namens zijn meerderjarige broer Rijckert Dircksz Verhaar, machtigt Johan van Aller, notaris alhier, om aan het gerecht goedkeuring te vragen van de verkoop van een huis en erf dat aan zijn broers en zusters toekomt en dat hij heeft verkocht aan capiteyn Willem Cornelisz Raven gepasseerd voor notaris van Aller. Het huis en erf is gelegen in 't Oosteynde aan de Hoochstraet

- (20-5-1632) mr Jacob Kint, schermmeester machtigt zijn zwager Damis Verlou te Dordrecht, om voor schepenen aldaar namens hem, als erfgenaam van Lijntgen Jansdr de Heer, in eigendom over te dragen aan Anthony Jongtijs te Dordrecht de helft van een huis en erf genaamd de VLASTON staande bij de Wijnbrug aldaar

- (25-5-1632) Joost Jansz de Talleu of Taleu, houtcramer bekent 197 gld schuldig te zijn aan Herman Lensse van Elstloo, coopman te Dordrecht.

- (27-5-1632) Leendert Pleunisz, capiteyn, marctschuytvoerder op Heenvliet, verklaart volledig betaald te zijn door Jacob Andriesz De Pauw, schipper op Dordrecht, voor de verkoop van een kaechschuyt van ruim 4 last. Gedaan ten huize van De Pauw in de Leeuwestraet

- (4-6-1632) Reinier Robbrechtsz, 28 jr, timmerman, verklaart op verzoek van Pieter van der Meyde, schepen,
dat hij werk heeft uitgevoerd in het huis van Jannetgen Pots, waerdinne, wonende achter de Beurs in de Swarte Haringhbuys.
Tijdens de werkzaamheden hoorde Reinier dat voorn. Jannetgen tegen haar buurvrouw, de vrouw van Guilliam Marijn opmerkte dat de schutting tussen hun huizen moest worden vernieuwd. Guilliam woonde in het huis genaamd Dordrecht, en verbleef in Franckrijck.
Reinier kreeg opdracht van Jannetgen Pots een nieuwe schutting te maken. Over de plaats ontstond meningsverschil.
Compareerde tevens Jannetgen Symons, 50 jr, vrouw van voorn. Guilliam die verklaarde dat Jannetgen Pots meermalen heeft gezegd de schutting te willen afbreken en op dezelfde plaats een nieuwe te plaatsen.

- (5-6-1632) Jan van Berckel, verwer, machtigt Gijsbertus Voetius of iemand anders te Heusden om 34 gld. te innen van Maerten van der Zande wonend te Heusden, wegens het voorschieten van de kosten van het bereiden van zeven kersayen door Jan van Bollenbeeck te Dordrecht en het verwen van twee kersayen craproot door Hans van Ruwel, verwer te Dordrecht, volgens een brief aan wijlen zijn broer Hugo van Berckel.

- (6-6-1632) Willem Pietersz man van Aechgen Jansdr de Reus, Gouderack,
en zijn zwager Adryaen Jansz de Reus, steenvoerder,
die mede compareert namens zijn zuster Brechtgen Jansdr (de) Reus, Gouderack, en
Dirck Gijsbrechtsz, Moordrecht,
als voogd over de nagelaten kinderen van, Coen Cornelisz (de) Reus en Leentgen Gijsbrechtsdr, Dordrecht,
allen erfgenamen van Maertgen Jansdr, hun bestemoeder, Gouderak,
machtigen
Gerrit de Roodere, procureur,
om hen te vertegenwoordigen tegen Leendert Heynricksz, steenbacker te Moordrecht.

- (3-7-1632) Jacobo Lansbergio, doctor in de medecijnen, en Steven van Wassenburch, chirurgijn, leggen op verzoek van Jan Cornelisz van Veen, derde stierman of waak op het schip De Maecht van Dordrecht een verklaring af.
Van Veen is in dienst van de Westindische Compagnie in 1631 uitgevaren vanuit het Goereeschegat en thuisgekomen uit Phernambuco met het schip 't Wapen van Delff. Steven verklaart dat Jan van Veen tijdens een gevecht met de Spaensche Vlote gewond is geraakt. Hij verzoekt de kamer Dordrecht de dokterskosten te betalen

- (3-7-1632) Jacob Henricxz Verlouw, jonggezel van Dordrecht, machtigt zijn broer Dammis Henricxz Verlouw om namens hem bij de Admiraliteit 50 gulden in ontvangst te nemen, als verdiende gage als hoochbootsman op de Galey bij capiteyn Willem de Rave, plus 55 gulden gage als matroos onder capiteyn Bartholomees de Jonghe Boer. Gedaan ten huize van Jacob Kint in de Westwaeghestraet

- (3-7-1632) Willempgen Vullingx weduwe van Loy Jansz, Dordrecht,
machtigt Gerrit Evertsz, schipper, Culemburch,
om van Wouter van Duyren, rentmeester in Nimmegen te lichten de cavelcedulle die haar man na het overlijden van zijn vader met zijn broers en zusters gemaakt heeft

- (3-7-7-1632) Jacob Henricxz Verlouw van Dordrecht, jonggezel, 22 jaar, die naar vreemde landen zal reizen, legateert aan zijn broers Dirck Verlouw, Lendert Verlouw, zijn slaepvrouw Janneken Jacobsdr te Dordrecht en de dochter van zijn broer Dammis, Ariaentgen Verlouw, elk 50 gulden. Als erfgenaam van zijn overige bezittingen benoemt hij zijn broer Dammis Verlouw, en na hem diens vrouw Anna Cornelisdr Praem en hun kinderen

- (6-7-1632) Jacob de Bruin, dienende voor constapel op het jacht David van de West-Indische Compagnie van Dordrecht, benoemt zijn broer Jean Bruin te Amsterdam tot zijn erfgenaam, met legaten aan de Armen van de Engelsche kerk en aan de wezen alhier te zamen 20 gulden. De akte is opgemaakt ten huize van Anthony Tasker en ter presentie van Eduard Man en Willem Gommers, Engelse lieden. Hij tekent met James Browne. De getuigen tekenen als Antoni Taskar en Williem Gommersal

- (7-7-1632) Mr. Jacob Kindt machtigt zijn zwager Damis Verlouw om namens hem naar het sterfhuis te gaan van Lyntgen Jansdr, weduwe van Cornelis Claesz de Heer, in Dordrecht, en dit huis te transporteren aan de koper Antoni Jongthijs, en om de boedel af te handelen

- (12-7-1632) Jacob de Bruyn, constapel van de Westindische Compagnie te Dordrecht uitgevaren met het jacht 'David', bekrachtigt de machtiging aan Anthony Tasker terzake van zijn maandgeld.
N.B. Hij tekent als James Browne

- (5-8-1632) Symon Goverts Rijswijt, oud 66 jaar, Jan Gijsberts Coopmans, oud 44 jaar, Jan Jasper van Santen, oud 42 jaar, Francq Claesz Crooswijck, oud 31 jaar, Christiaen Jacobs de Soete, oud 32 jaar en Jacob Gerrits Meerkercke, oud 31 jaar, leggen op verzoek van Gerrit Fransz van Bouckelwaert, met ingang van 1 augustus j.l. pachter van het gemaal over Dordrecht en de drie omliggende eilanden, een verklaring af betreffende de gebruiken bij het ingaan van het nieuwe pachtjaar

- (6-8-1632) Pieter Laurens van Dordrecht dienend als constapelsmaet onder capitein Jan Jans van de Kerckhof, bekent een schuld te hebben aan Gangelof Matheusz van Goutum, zijn slaepheer van 93 gulden ter zake van kostgeld. Hij machtigt zijn vrouw Gieltge Laurensdr om dit geld van de admiraliteit te ontvangen en de schuld te betalen

- (11-8-1632) Mathijs Jacobsz, 48 jaar, Robbrecht Jansz, ongeveer 30 jaar, bewoners van de Pankoockstraet, verklaren op verzoek van hun buurman Isaac Teunisz, gaerentwijnder, dat deze en zijn vrouw door hun knecht Jan Korsen vreselijk uitgescholden en bedreigd zijn. Hij dreigde hen te zullen doden als hij ze hier of in Dordrecht weer zou ontmoeten

- (16-8-1632) Geertruyt Willemsdr, dochter van Willem Jansz Beer wonende op de Vissersdijck tegenover de 'Drie Crakelingen', geassisteerd met haar voogd Evert Dircxsz van der Burch wonende te Dordrecht, machtigt mr. Cornelis Brouwer, cleermaecker te Ceulen, om namens haar de gelden en goederen te ontvangen die haar toekomen wegens het overlijden van haar neef van moederszijde Jan van Lierlick, burger van Roeroort

- (18-8-1632) Pieter van Leeuwen, schout van Swartewael, oud 48 jaar en Susanna van Leeuwen, huisvrouw van Egbert Jans, gerechtsbode te Leckerkerck, oud 46 jaar, verklaren op verzoek van Daniel van Leeuwen, oom en voogd van de kinderen van Schalck Pieters za., in zijn leven wonend te Dordrecht, dat Pieter van Leeuwen za., in zijn leven schout te Leckerkerck, bij testament tot zijn erfgenamen heeft benoemd; Daniël, Jan, Pieter, Susanna en Catalina van Leeuwen, kinderen van hem en zijn derde huisvrouw Geertruyt Oosterman; Gerrit, Jacques, Geertruyt en Claertgen van Leeuwen, kinderen uit zijn laatste huwelijk met Tanneken Pietersdr van Tuernhout; verder de kinderen van Schalck Pieters za., die gehuwd was met Martina van Leeuwen, dochter van Pieter van Leeuwen za., in hun moeders plaats, voor een vijfde part, in de goederen die hij bij zijn dood zou achterlaten

- (18-8-1632) Susanna van Leeuwen, huisvrouw van Egbert Jans, gerechtsbode te Leckerkerck, oud 46 jaar en Sijtgen Dircksdr, weduwe van Gerrit Pieters van Leeuwen za., bij zijn leven schout te Leckerkerck, oud 28 jaar, verklaren op verzoek van Pieter van Leeuwen, schout te Swartewael, dat Jan van Leeuwen za., in zijn leven wonende te Rotterdam, in 1623 bij de afhandeling van de rekeningen van de boedel van Pieter van Leeuwen za., in zijn leven schout te Leckerkerck, voor de weesmeesters te Dordrecht, aan Pieter van Leeuwen (requirant) beloofde honderd guldens te betalen voor zijn aandeel in de verkoop van het huis en erve van Pieter van Leeuwen za

- (23-8-1632) Sacharias Jansz, man en voogd van Mayken Visnich, Jan Stormans, man en voogd van Helena Visnich, Comerina, Elisabeth en en Christina Visnich zijn met de nagelaten kinderen van Maycken en Susanna Visnich, wonende te Dordrecht ieder voor een zevende part erfgenaam in de nalatenschap van hun broer Huybrecht Visnich.
Zij machtigen hun oudste broer Dirck Visnich, veruwer te Naerden en Dirck Vlack, advocaet te Amsterdam hun belangen te behartigen bij de bewindhebbers van de Verenigde Oostindische Compagnie

- (1-9-1632) Pieter Bartolomeusz, coopman wonende te Dordrecht, sluit een overeenkomst met Joost Pietersz, schipper op zijn schip 'Het Postpaert', groot 70 lasten, om een lading pijpen en oxhoofden met de eerste nieuwe wijn in Nantis in Brettangien in Vranckrijck te halen en naar Dordrecht te vervoeren

- (15-9-1632) - Balten Vincents, 70 jaar;
- Willem Claesz van Nes, 67 jaar;
- Ariaen Pieters van Vethuysen, out-schepen, 42 jaar;
leggen op verzoek van Lijntgen Jacobs, weduwe van Jan Jans Molet, huydevetter te Dordrecht, een verklaring af.
Zij kennen het vak van huydevetten, schoenmaecken en looien en weten dat ongelooid leer niet verkocht kan worden.

- (28-9-1632) Philips Philips Vermaet te Spijckenis in de lande van Putten, 42 jaar, verklaart op verzoek van Adriaen Fransz Pijck dat hij al 18 jaar handelt in boeckweyt en gruttemeel in zijn woonplaats en in Dordrecht, zonder daarvoor impost te behoeven betalen

- (4-10-1632) op verzoek van Henrick Coenen de Gruys, lieutenant wordt een verklaring afgelegd door
Barent jansz, 43 jr, bottelier, Lamuyen
Barent Albertsz, 33 jr, matroos, Utrecht
Henrick Peckins, capiteyn, Pleyte
N.N. Beyts, collegiant van de Admiraliteit, Schiedam
Clein Visch-markt, Dordrecht
Verklaring van een scheldpartij te Dordrecht

NN Conde, capiteyn, Pleyte

- (28-10-1632) Arien Ewoutsz van Dordrecht en zijn vrouw Grietgen Davidtsdr benoemen elkaar tot hun erfgenamen met bepalingen t.a.v. hun kinderen Ewout Ariensz en Jannetgen Aertsdr

- (29-10-1632) Joost Jacobs, kaescoper, 30 jaar, Arien Jans de Jonge Otter, backer, 35 jaar, Trijn Jans, 50 jaar en Lijsbet Jans Pieters, 50 jaar, leggen een verklaring af op verzoek van Maritge Pieters, jongedochter en haar broers en zusters , waar vader van was Pieter Jansz van Loofvelt za, die ook vader was van Dirck Pieters van Loofvelt. Deze laatste is met het schip de ,, Maecht van Dordrecht '' van Amsterdam naar Oostindien gevaren. Zij verklaren dat voorn. Pieter Jans van Loofvelt overleden is en dat hij begraven zal worden vanuit de Stincksteech.

- (5-11-1632) Anneken Arentsdr Opgenwaert van Dousburch, jongedochter van 35 à 36 jaar, wonende in de Nieupoortstraet waar de Hoet aan de Gevel staat, legateert aan Lyntgen Moij, aan haar zuster en 4 broers, allen van vaderszijde, en aan het kind van haar volle zuster Trijntge Arents o.a. geld dat berust bij Mr. Harman Hallingh, wonende bij de Groote Kerck te Dordrecht. Verder legaten voor Aeltgen Nicht, wonende te Dordrecht bij Groote Hooft, aan haar nicht Lijsken in Doesburch. Zij benoemt voorn. Trijntge Arents tot haar erfgenaam. Een korte inventaris volgt

- (9-11-1632) - Hendrick Dircx Appeldoorn, 39 jaar;
- Johan van Berckel, 23 jaar en
- Pauls Verschuyre, 27 jaar, allen laeckencoopers;
leggen op verzoek van Lambrecht Hulsthout en Adriaen Rijsberch, laeckencoopers te Dordrecht, een verklaring af over het gebruik bij de betaling van de impost op wollelakens.
Doorgestreept is de naam van Hendrick Blanckenburg, eertijds laeckencooper, pachter van de impost op de wollelakens

- (9-11-1632) Gillis Cruyt, leerbereyder, Leyden,
bekent schuldig te zijn aan Thomas Cornelisz, Dordrecht,
de somma van f 100,- geleend geld. Deze akte is opgemaakt in de herberg het Goude Laecken

- (16-11-1632) Samuel Cabeljaeuw a.s. bruidegom, weduwnaar van Mayken Beurs wonende te Leyden, geassisteerd met zijn zwager Salomon Geversz en Samuel Cabbeljauw, zijn neef en Sara Jansdr du Bois a.s. bruid geassisteerd met haar voogd Isaac Beeckman rector van de Latijnsche Schoole te Dordrecht namens haar moeder Grietgen Vermeyen sluiten een huwelijk onder voorwaarden. De akte wordt opgemaakt ten huize van Pieter van der Beeck staande op de Doelwech

- (3-12-1632) Jan Harmans Vinck, laeckenbereyder, 34 jaar, legt op verzoek van Arnold Wale, laeckencooper te Dordrecht, als deken van 't laeckencoopersgilde een verklaring af over een partij Engelse laeckenen, in augustus 1630 gekocht in Delff.

- (3-12-1632) Op verzoek van Cornelis Everts van der Poll, gesworen maeckelaer, namens Dirck van Wisselt, coopman te Amsterdam, wordt door de notaris aan Pauls de Hulter, coopman, een aanmaning overhandigd betreffende de levering van een partij mede, die Hulter tezamen met zijn compagnon Ghijsbert Harinck, coopman te Dordrecht, had verkocht aan Maerten Eeuwouts Slappecoorn

- (5-12-1632) Jan Thijsz, 33 jaar en Hubrecht Willemsz, schipper, 31 jaar, verklaren op verzoek van Bouduwijn Corstiaensz, schipper van Dordrecht, dat zij erbij aanwezig waren toen de laatste met de vrouw van de heer Conings, commis te Maestricht, een akkoord sloot over vervoer van goederen van Delft naar Maastricht, waarvoor de schipper 400 gld. zou ontvangen.
Als de vrouw de reis zou afzeggen zou hij 200 gld. vergoeding ontvangen

- (10-1-21632) Jan Gerritsz en zijn vrouw Engeltgen Matheusdr van der Houve, ordinaris veerschuytvoerder op Dordrecht
Steyger, mutueel testament.

- (21-12-1632) Bouwe Sibertsz van Slingerlandt, quartiermeester op het Jacht Davidt van Dordrecht dat gaat varen naar Pharabock in Westindië, en Claesken Mathijsdr, zijn aanstaande bruid, maken hun testament. Hij legateert aan wettelijke erfgenamen ieder 6 gulden en benoemt Claesken Mathijsdr tot erfgename, en bij vooroverlijden haar moeder Geertgen Ariensdr, weduwe van Mathijs Claesz. Zijn eigen ouders zijn overleden. Zij vermaakt hem 80 gulden en benoemt hem tot erfgenaam. Mocht de bruidegom op reis ziek worden, dan krijgt de maat die hem verzorgt 1 of 2 maanden gage. Zij beloven dit testament slechts met wederzijds goedvinden te veranderen.

- (27-12-1632) Willem Janssen, won. te Rotterdam, van plan om naar West indië te gaan als constabelsmaet met het schip Davis van Dordrecht, machtigt Annetgen Willemsdr wed. van Cornelis Cornelisz om voor hem op te treden en voor de West Indische Compagnie, kamer Dordrecht om zijn maandgeld te innen

- (30-12-1632) Goris Marcusz, spijckermaker, 49 jaar, legt op verzoek van Severijn Sijberts, coopman, seepsieder en capteyn van een vendel burgerij, een verklaring af betreffende een betalingsopdracht t.l.v. mr. Adriaen Vroesen, ontfanger generael, en d.d. 07-04-1626 t.l.v. wijlen Adriaen Repelaer, destijds ontfanger en convooymeester te Dordrecht.

- (31-12-1632) Matheus in den Ancker, wonend te Dordrecht, machtigt Gerrit de Jongh, clercq van de admiraliteit om van de Staten Generael of de rekencamer 225 gulden te ontvangen uit zijn tractement verdiend als commissaris der convoyen en licenties te Dort van 01-09-1630 tot 31-08-1631. Pachters van de convoyen: Christoffel Jans en Jan Engels van Gaysbeeck

- (26-1-1633) Paulus de Hulter, coopman verzoekt de notaris van Dirck van Wissert, zijn oom wonend te Amsterdam, levering te eisen van stooff me volgens Amstelredamse gewichte door hem en Gijsbrecht Heringx zijn zwager, wonend te Dordrecht, verkocht aan Maerten Eeuwoutsz Slappekoorn, wonend te Piershil.

- (29-1-1633) Jan Lambertsz Vermase of Vermasen, man van Elisabet Leenderts Stercken, en Hubrecht Jansz van der Wetering, man van Cornelia Leendertsdr Stercken, voor hemzelf en mede voor Pieter Adriaensz van der Werff, man van Anneken Leendertsdr Stercken, allen erfgenamen van Leendert Stercken, crudenier te Dordrecht, machtigen Willem Viruly, schilder, om van Goossen Jansz den Heeckelaer, schipper te Utrecht, 144 gld. te ontvangen die hij schuldig was aan Leendert Stercke

- (4-2-1633) Jan Pieters, laeckenkooper, 32 jaar, legt een verklaring af op verzoek van Arnold Wale, laeckenkooper te Dordrecht en deken van het laeckencoopersgilde.
In augustus 1630 is door de magistraten van Rotterdam een partij wollen lakens in beslag genomen, die in Delff was gekocht van Engelse cooplieden, welk beslag is opgeheven 14 maanden geleden zonder dat enige schadeloosstelling is betaald.
NB: Jan Pietersz tekent als Jan Pietersz Moliers

- (8-2-1633) Willem Henricxz van Bon, outschoemaecker, 49 jaar, verklaart op verzoek van Robrecht Tielmansz te Dordrecht, dat hij met de heer Souw te Dordrecht wonende bij de Vischbrug naast de GROENE HOET, overeengekomen is dat hij een schuld van 100 gulden op een bepaalde manier zou afbetalen, en dat hij dat gedaan heeft. Robrecht Tielmansz was borg voor deze lening

- (23-2-1633) Heynrick Schayck, coussevercooper,
zoon en erfgenaam van Pieter Heynricksz Schayck, Gouda,
machtigt zijn broer Jacob Schayck, Dordrecht,
om met Elsgen Jansdr de weduwe van zijn vader, en de voogden van Adryaentge Schayck zijn minderjarige zuster, tot deling van de erfenis te komen

- (24-2-1633) Johan van de Luffele, coopman verzoekt de notaris bij Jaecques Bourauw, coopman te Tours te protesteren tegen de levering van 30 vaten stomme courtwijn gelost door Maerten Christyaensz, schipper van het schip Ste. Pieter, op de Kaye voor het huis van Cornelis Cornelisz. Jongeneel de Jonge, raet en vroetschap alhier, aangezien hij nooit last gegeven heeft deze voor hem te kopen.
Volgende akte is:
aktenr. 26, blz. 50
d.d. 24.02.1633
Elisabet Verschuren, coopvrouw, en huisvrouw van Pieter Verschuren, gout,- en silversmit alhier verzoekt een notaris te Dordrecht bij Pieter Sebastiaensz Visser, wonend te Dordrecht te protesteren tegen het verzuim 2800 pricken aan haar te leveren waardoor zij grote schade heeft geleden

- (4-3-1633) Jan Huygen Verboom den Jongen, 26 jaar, die met capiteyn Cornelis Pietersz Lely naar zee vertrekt, benoemt zijn broer Leendert Huygen Verboom tot zijn erfgenaam.
Zijn zuster Ermptgen Huygen, vrouw van Cornelis van Dost, cruydenier, wonende te Dordrecht, en zijn broer Huyg Huygen Verboom ontvangen elk 1000 gld

- (6-3-1633) - Willem Jacobsz Coster, 30 jaar, opperstierman;
- Cornelis Woutersz Block, 22 jaar, onderstierman;
- Hendrick Hendricksz van Assendorp, 28 jaar, bosschieter;
- Cornelis Pietersz Jongen Dorsman, 25 jaar, bosschieter;
- Gillis Jansz, 30 jaar, schieman;
- Jan Gerritsz, 26 jaar, schieman en
- Jacob Mathijsz van Weert, 23 jaar, bootsgesel;
verklaren op verzoek van Willem Gerritsz Ruyteveel dat zij met hem op het schip 'Dordrecht' gevaren hebben en daardoor weten dat in september 1631, in opdracht van generaal Pater, de Spaanse vloot werd aangevallen, met name het schip van de Spaanse schout bij nacht die onder rode vlag voer.
Bij de aanval werden zij geassisteerd door de schepen 'Olifant' en 'Mercurius' en door admiraal Maerten Thijsz.
Ook wordt genoemd Thomas Sicx.
NB: Van Assendorp tekent als Van Assenderijp.

- (14-3-1633) Joris Schamer, Engelsman, uit Chesterfilt machtigt Samuel Hoorn van de Huybrugge om bij de Admiraliteit 48 gulden te innen die hem toekomen uit gage verdiend als matroos onder Govert van Beaumont, capiteyn met aftrek van een schuld aan deze laatstgenoemde en aan Joris Taerlingh uit Dordrecht. N.B.: Hij tekent als George Chaner

- (16-3-1633) Jan Jansz van Doorn, waert in de herberg 'Dordrecht' alhier, machtigt Fransch van Esch, procureur van den Briel, om zijn zaken waar te nemen tegen Dirck Chismes, doctor medicine alhier

- (18-3-1633) Jeuriaen Michielsz uit Amsterdam, op het punt om als cocxmaet met het schip D'Eendracht vanuit Dordrecht naar Westindien te reizen machtigt Driesken Cornelisdr, zijn vrouw uit de Nieuwen Princestraet naest het huis Valckenburch om bij de bewindhebbers van de Westindische Compagnie zijn gage te innen

- (23-3-1633) Govert Pieters Cnol of Knoll wonende te Delft, die verklaart samen met Willlem Jansz Wensch, Matheus Rees, Cornelis Wens en Heynrick Wens te willen pachten van de Staten van Hollant in Dordrecht en omgeving, stelt zich borg voor de anderen indien een van hen de pacht zal mijnen

- (29-3-1633) Phillips Durieu, francoys schoolmeester,
namens zijn zwager Thomas Sley, Dordrecht,
machtigt
Jan Been, procureur, Briel, den,
om van Jan Turnoult, capiteyn het geld te ontvangen dat hij aan zijn zwager schuldig is.

- (2-4-1633) Anneken Henricxdr Hondius weduwe van Jan van Waesbergen, boeckvercoper, Steyger,
Jan Jacobsz, goutsmit en
Isaac Abrahamsz, cleermaecker,
beiden als voogden over de kinderen van Jan van Waesbergen, machtigen Pieter van Waesbergen om in Delft, Haerlem, Leyden, Amsterdam, Gouda, Dordrecht, de debiteuren tot betaling te manen volgens de register door voornoemde Jan van Waesbergen de
jonge bijgehouden.

- (7-4-1633) Galeyn Jochimsz Malegout, 45 jaar, wonende in Dordrecht, verklaart op verzoek van Jan Cornelisz Noorwits dat hij als schipper gevaren heeft bij capiteyn Frans Tou en daardoor weet dat de kapitein van Noorwits 12 tonnen vlees heeft gekocht.
De kapitein heeft het vlees laten verpakken waarna het met het schip 'De Princes' is vervoerd.

- (7-4-1633) Adriaen Rijsbergh, coopman te Dordrecht, machtigt zijn broer Anthonis Rijsbergh om van Pauwels de Bree te Sommelsdijck, als hij in Rotterdam komt, voldoening te eisen betreffende door hem gekochte turf.
NB: Rijsbergh tekent als Rijsburch

- (8-4-1633) Joris Gerritsz van Amstel en Corstiaen Pietersz van Bocchouten, stierman op de Eendragt, die van Dordrecht zal varen naar Westindien, voor gelijke delen participant, kopen van Neeltgen Aertsdr, vrouw en gemachtigde van Jan Dircxz, een oxhooft anijs en 4 stopen wijn om te verkopen in Pharnabocq of elders. De verkoopster draagt het risico van schade onderweg, maar heeft recht op de helft van de winst

- (11-4-1633) Steffenia Brantsdr bevestigt haar testament gepasseerd voor Jacob van der Eyck, notaris te Dordrecht en benoemt Steffina Pietersdr en Celijtgen Pietersdr, kinderen van haar zuster, tot erfgenamen

- (26-4-1633) Tanneken van den Noorden, weduwe van Hans van de Water, oud 81 jaar, verklaart op verzoek van Andries de Schutter, wonende te Antwerpen, dat zij alleen met Hans van de Water getrouwd is geweest en drie kinderen in leven heeft, nl. Joost Jans, Sara en Susanneken van de Water, en bovendien vier kinderen van Abram van de Water, in zijn leven in Dordrecht wonend en kindskind van Pieter van de Water, die in zijn leven in Antwerpen woonde

- (28-4-1633) Baetgen Woutersdr vrouw van Matheeus Pauwelsz de Hulter, coopman wonende te Dordrecht,
benoemt haar kinderen tot universeel erfgenaam en verklaart, dat indien zij later, hetzij alleen of samen met haar man, een ander testament zal maken, dit onder dwang van haar man zal geschieden en dat dit latere testament daarom van onwaarde moet worden gehouden, tenzij daarin de volgende zin vermeld wordt: Christus in mijn heylant en de salichmaecker en de buyten wien gheen salichheyt en is.
De akte is opgemaakt ten huize van Pauwels de Hueter, coopman van me op de Nieuwehaven.

- (29-4-1633) Jan Dircxsz Versijden, brouwer in de Drie Ringen, samen met Judith Hendricxdr curateur namens de getekende crediteuren over de verlaten boedel van Jacob Bontenos,
welke Versijden met Thomas van Duynen, coopman, machtiging heeft van Frederick van Banchem en Cornelis Schooneman te Amsterdam als curateurs namens de ongetekende crediteuren van Bontenos, machtigen
Jan Pietersz Vekemans, notaris en procureur te Dordrecht, om hun zaak in rechte waar te nemen tegen
Cornelis Jeroensz wonend te Dordrecht.
De machtiging is gepasseerd voor Gerrit Coren, notaris te Amsterdam, d.d. 18-10-1632.

- (29-4-1633) Pieter Josuasz Roobol, veerschipper, 53 jaar, legt op verzoek van Jan Jacobs, coopman, een verklaring af betreffende een in Dordrecht, aan het OUDE OOSTERSCHE HOOFT, geladen vracht van 400 bossen roey iser in zijn cromstevenschuyt en het daarvoor benodigde inlandse paspoort.
Hierbij waren ook betrokken:
- het schip van Jan Mercelisz;
- de heer Erckenbout;
- Job Willems van Slingelandt

- (10-5-1633) Heynrick Griems, coopman, machtigt
Willem Gijsbrechtsz, pontgaerder, Dordrecht,
om de zakken 1mee van hem in het pakhuis van Isaack Houbraecken, coopman te Dordrecht te verkopen.

- (21-5-1633) Adriaen Ambrosiusz, coopman, machtigt Goossen van Aerssen, burgemeester te Venlo, beslag te leggen op de goederen van Margarieta Rochel, weduwe van Dionys Jorisz, verblijvende in haar maesschip nu liggende te Dordrecht, en betaling te eisen van 178 gld. 16 st. wegens de levering van 2 ocxhooffen brandewijn

- (23-5-1633) Samuel Jansz van Dordrecht, verklaart op verzoek van Aeltge Eeuwoutsdr, zuster van wijlen Aechtge Eeuwoutsdr, getrouwd geweest met Jan Cornelisz Vrolijck, dat toen hij op 03-05-1629 van Middelburch met het schip Walcheren, waarop schipper was Cornelis Jansz Bouwensz als opperstierman naar Oost-Indië voer, gen. Jan Cornelisz toen als busschieter met hen meevoer. De laatste is tijdens het springen van hun schip voor de rivier van Jamby verongelukt. Hun schipper Cornelis Jansz Bouwensz is door de Portugezen overmeesterd, in Malacke gevangen gehouden , en na 4 maanden ontkomen. Antony Paule, hun ondercoopman, verklaart dat gen. schipper daar is gestorven en begraven

- (4-6-1633) Gillis van Elstlant, coopman, en Henrick van Lidt of Lith, twinder te Dordrecht, als voogden van de twee kinderen van wijlen Maria Sasbout en wijlen Micchiel Pompeio, die in Dordrecht woonde, machtigen Eldert Willems, coopman te Vlissingen, om aan Jan Roelants, coopman te Middelburg, te transporteren de helft van een hofstee met toebehoren en 27 gemeten land gelegen in de Oostwatering over Scharlack, gekocht op 30-03-1633.
Genoemde Van Lidt is bloedvoogd van de kinderen en de hofstee hebben zij geerfd van hun moeder

- (17-6-1633) Margrieta Jans van der Bancq, j.d. van Dordrecht, gewezen dienstmaecht van Adriaen van Asperen, in leven wijncooper alhier, machtigt Pieter Clemmentsz, vendumeester alhier, om 28 gld. te innen door haar verdiend bij genoemde Van Asperen

- (21-6-1633) Herri Griems, Engels coopman, machtigt
Mathijs Paes, waert in de TOELAST, Dordrecht,
om met Isaac Houbraecken, laeckencooper te Dordrecht tot overeenstemming te komen over een kwestie van wel of
niet betaalde schuld. Toelast / herberg /Dordrecht. . Comparant ondertekent met Henry Gremes

- (23-6-1633) Willem Bouwenssen Keertecoij, capiteyn ten oorloge, heeft een schuld van 272 gulden aan Arent Barentsen, won. te Dordrecht betreffende de koop van brood

- (28-6-1633) Cornelis Jacobsz de Roo, machtigt zijn vrouw Maertgen Jansdr
om haar deel te ontvangen van de erfenis van haar oom Gerrit NN te Dordrecht overleden . Akte is niet ondertekend

- (3-7-1633) Annitge van Haeps, weduwe van Willem Jansz van Camerlant, machtigt Gijsbert de Jager, procureur te Dordrecht, om van Abraham Struys, coopman te Dordrecht, 1.000 gld. te innen die op hem zijn getrokken door Johan Allertsz

- (3-8-1633) Margareta Cornelisdr van Ravesteyn weduwe van Elant Clementsz van Stolck
stemt er mee in dat haar vader Cornelis Henricxz van Ravesteyn die samen met Hoeyer Hoeyerss, schepen te Rotterdam
door haar man bij testament van 14.06.1621 gemaakt voor notaris Huybert Baers te Dordrecht benoemd is tot
voogd, daarvan vanwege zijn hoge leeftijd van afziet en dat in zijn plaats benoemd wordt Jan Adriaensz van der Mij, coopman.

- (11-8-1633) Aelbertgen Maertens, wed. van Denijs Pieters, draagt over aan Henrick Verhaer, won. op 't HOFF te Dordrecht, een vordering van 146 gld,. t.z.v. geleverde wijnen aan Dirck Jans, schipper van Tiel

- (7-9-1633) Maycken Sasboutsdr, weduwe van Gillis van Elstlandt
benoemt tot erfgenamen en legatarissen
haar neven Michiel Pompen, Dordrecht en Matijs Pompen, Dordrecht;
haar zuster Ceysken Sasbouts, Leyden;
Lieven Beunen, wonende in de Gatstraet in Middelburch;
de kinderen van Mayken van Elstlandt;
de kinderen van Janneken van Elstlandt;
Maycken van Elstlandt, dochter van Franchois van Elstlandt;
Jacob Rijcxtel, Haerlem;
Floris Willemsz, brandewijnbrander, Nyeuwehaven;
Maycken Jansdr, Zantstraet, en haar bloedverwanten in
Vlaanderen, te Calais en in Vranckrijck
het Arme Weeshuys, Huysarmen, Remonstrantse gemeente of Armianen, en de gemeente de Vlaemingen.

- (13-9-1633) Rogier Matheusz van der Houve, wonend te Dordrecht, bekent 130 gulden schuldig te zijn aan zijn zwager Moyses Vroloo. NB: Hij tekent als Syer Tunse van der Hoeve

- (21-9-1633) Inventaris van alle goederen, nagelaten door Claes Pietersz speldemaecker, man van Aeltgen Ariensdr.
Schulden aan de boedel:
Lijsbeth Cornelisdr, wonend te Aemsterdam,
Bartholomeus Bos in Den Hage,
Tonis Hendericx backer, Hendrick Jansz Lindeman;
Genoemd worden een huis en erf aan de noordzijde van 't Hang, een huis en erf aan de oostzijde van de Raemstraet, twee huisjes in het Bloomsteegtgen, en een huisje aan de noordzijde van de Peperstraet. Ook wordt nog genoemd: Dordrecht

- (1-10-1633) Sara Jacobsdr, vrouw van kapitein Bartholomeus Reyniersz den Jonghe Boer, herroept eerdere wilsbeschikkingen en benoemt tot erfgenamen haar man en hun dochter Jannitgen Bartholomeeusdr elk voor 1/3, en de kinderen van
testatrices voorzoon Jacob Cornelisz ook 1/3.
Het armen weeshuis krijgt 100 gulden. Administrateur over het erfdeel van de kinderen van haar voorzoon zullen zijn
Jasper Lieffhebber, vice admiraal van de Mase en Aeryaen Marchelisz, pontgaarder te Dordrecht.
Haar voorzoon is naar Oost-Indië vertrokken. Hij is getrouwd met een dochter van Jan Cornelisz Doetmijnuyt.
Eerdere testament 29-09-1623 bij notaris Huybrecht Balis, codicil 29-11-1626 id. en testament 06-11-1631 Jan van Aller.

- (15-11-1633) Op verzoek van Abraham Struys, out-raed van Dordrecht, gaat de notaris naar Jan op de Camp, coopman en schipper van Collen, die aan hem beloofd had een partij stenen kannen en kruiken te leveren tegen overeengekomen prijs.
Op de Camp antwoordt dat hij naar Dordrecht zal gaan om de zaak met Struis af te handelen.
NB: Variant is Opdencamp.

- (17-11-1633) Pieter Pietersz Clemens, vendumeester alhier, machtigt Jan Jacobsz Goutsmith om van verschillende personen schulden te innen ( te Amsterdam, Haerlem, Dordrecht etc.) wegens gekochte goederen in het sterfhuis van Jan van Waesbergen

- (22-11-1633) Jaques Mattheeusz Hartich, Daem Alewijnsz van Nydeck en Cornelis Arents Kivit hebben een geschil met:
- Elisabeth van der Leur, weduwe van Jacob Bontebal;
- de voogden van haar onmondige kinderen;
- Theodorus Sysmus, doctor in de medicijnen, man van Liedewij Jacobs Bontebal;
- Cornelis Panser, man van Maria Jacobs Bontebal, tezamen erfgenamen van Huybrecht Lenerts Bontebal, vader van voorn. Jacob Bontebal, over pachten die voorn. Hartich c.s. met voorn. Huybrecht en Jacob Bontebal in compagnie had.
De pacht is over de turf in Vlaerdingen in 1629.
Er wordt 77 gld. geeist door Frans van Leeuwen te Delft over de impost op meel en granen en nog 238 gld. 4 st. die Jacob Corssen za. in 1626 aan voorn. Jacob Bontebal overgedragen had als compagnon van die van Dordrecht.
Arbiter is Nicolaes Vogel

- (4-12-1633) Hugo Cock, Engelsman wonend alhier, machtigt Jan Daren om
van Samuel Fouler eveneens Engelsman wonend te Dordrecht 170 gld te innen wegens leverantie van tabacq