Rotterdam notariele akten 1634-1638
[http://www.gemeentearchief.rotterdam.nl/]

- (1-1-1634) Inventaris opgemaakt door: Lodewijcx Pijn weduwnaar van Elysabet de Mars.
Verder worden in de akte nog genoemd:
Samuel Pijn,
Jan de Mars,
Jacques Plattebeurs, Dordrecht,
Elbert van der Lap,
Jan van Meer, bouckbinder,
Leendert de Jong, tapper in de Drye Maeckelaers,
Dirck Laeckens, apothecaris,
Leendert van Dam, brouwer in de Druyff,
Gijsbert Adriaensz, beenhacker,
Reynier van Driel,
Jacques Bommersen,
Emanuel van Meteren, auteur,
Abraham van Waesberghen,
Jan Govertsz, linnenlaeckencooper,
Jan Jaspersz
in de Boom van Jesse,
Huych den Haen,
Joost Adriaensz, Delffshaven,
Cornelis Crijnen, in de Plaet,
Michiel Jansz de Quacq,
Maerten Euwoutsz de Reus,
Abraham de Wijs, Amsterdam,
Reynier Adriaensz van Driel,
Jan Govertsz, liwaetier,
Jacob Bonnertsz, Pancer, apothecaris,
Aelbrechts Heynricksz, cruydenier.
Akte niet afgemaakt, niet ondertekent en ongedateerd

- (3-1-1634) Adriaen Maertensz van Noorden en Jan Thijsz van Eystre stellen zich borg voor Dirck Barentsz van Emont, wijncoper te Dordrecht, wegens een transactie in wijnen

- (5-1-1634) Dirck Troost, exploictier van de gemeenlantsmiddelen, 32 jr, verklaart op verzoek van Michiel Jacobsz Vas, tegenwoordig pachter van 't gemael alhier, dat hij op 20-2-1629 met Cors Jacobsz, destijds pachter van 't gemael, te IJsselmonde is geweest en aldaar in de kerk afgekondigd dat de huysluyden die tot nu toe hun brood hier ter stede haalden, dit alsnog in alle vrijheid elders mochten doen, ondanks het verbod van de pachters te Dordrecht; deze bleken geen recht te hebben dit verbod te doen

- (5-1-1634) Jacob de Meyer wonende te Dordrecht machtigt zijn broer Govert de Meyer om zijn erfdeel uit de nalatenschap van zijn vader Isaack de Meyer te innen en alle overige zaken betreffende de nalatenschap te behartigen

- (19-1-1634) Adriaen Fransz Pieck, 42 jaar, Jan Fransz Pieck,40 jaar, Alewijn Damen van Nijedeck, 35 jaar, Joost Jacobsz, 30 jaar, Claes Carelsz of Kaerelsen, 28 jaar en Arien Willemsz van Balckeneijnde, 29 jaar, allen grutters, verklaren op verzoek van Pieter Dorsman, grutter uit Amsterdam en alle andere grutters, dat de prijs voor het malen van Boeckweijt tot grutte is vastgesteld door de Staten van Holland. De grutters te Dordrecht hanteren dezelfde regels. De akte is opgemaakt in de Boom van Jessen in de Lombertstraat

- (31-1-1634) Jacob Bastiaensz Corthoven, houtsager, machtigt Cornelis Dircxsz van Oosterwijck om ten overstaan van de schepenen van Dordrecht een schuldbrief van 150 gld te passeren aan Jan Israelsz van Halmael.
Hij verbindt hieraan zijn huis in Dordrecht achter de brouwerij van 't CLAVERSBLAT tegen de stadsvest, belendende west de weduwe van Cornelis Willemsz en ten oosten Joost Joostensz

- (22-2-1634) Thomas de Wael, coopman, verklaart op verzoek van Pieter Bartholomeesz, wijncooper te Dordrecht, dat er 8 jaar terug door Pieter Piedam, metselaer, is ingebroken in de kelder die hij van Jan de Wit, tollenaer, had gehuurd en dat er wijn en brandewijn was ontvreemd.
N.B. Betreft: diefstal

- (7-2-1639) Jasper Jansz, schipper, verkoopt voor 550 gulden een cromstevenschuyt aan Aldert Jansz, schipper uit Aerdenburch.
Het schip is nog belast met 200 gulden, te betalen door de koper aan Daelder, schipper in Dordrecht en ligt bij de beurs.
Jasper Jans geeft zijn huis genaamd St. Cecilia aan de noordzijde van de Nieuwe Prince straet of Breetstraet als onderpand en Aldert Jans de Cromstevenschuyt met toebehoren.
Euwout Jansz, schipper, stelt zich borg voor de koopsom.
Het huis van Jasper Jansz grenst ten westen aan Cornelis Pietersz, varende man en ten oosten aan de weduwe Saertge Lambertsdr, nu getrouwd met Gerrit Gerritsz Moen, schipper.

- (1-3-1634) Nicolaes van Santen, raet in 't collegie ter admiraliteyt, en Seger Gorisz, coopman, gemachtigden van Pieter Fransz Bave en Tielman Gorisz, cooplieden uit Vrancrijck, leggen met Pauwels Traudenis een geschil bij over geleverde wijnen.
Anthonis Willemsz, Maerten Dou, Gerrit Meerman, advocaeten, Bruno van der Dussen, coopman uit Delft en Pieter Pelt, notaris, hebben bemiddeld.
Robbrecht van der Burch en Cornelis Borsman, procureurs voor de hoge raad, ratificeren een en ander

- (4-3-1634) Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman draagt over aan Harmen Oom Jansz houtcooper te Dordrecht het restant van enkele vorderingen op de admiraliteyt, die hij verpand heeft te Dordrecht door bemiddeling van Sijtgen Pieters en Grietgen Claesdr te Dordrecht.

- (23-3-1634) Dirck van der Burch, advocaet en Raedt van Dordrecht en zijn vrouw Joanetta van der Burch bevestigen dat alle toekomstige testamenten dezelfde kracht hebben alsof ze voor de notaris waren gepasseerd

- (25-3-1634) Govert Cnol, Willem Jansz de Hooch en Jacob Govertsz Cnol verklaren medestanders voor de voldoening van de pachten te Dordrecht te zijn van Cornelis Wens.
N.B. Vader en zoon Cnol tekenen met Knoll

- (31-3-1634) Jan Henricksz van Hoorn, voornemens met Cornelis Leendertsz Valck, schipper op het schip Het Wapen van Rotterdam een reis naar Oost Indien te maken en zijn vrouw Anneken Pietersdr, wonende te Amsterdam, benoemen elkaar over en weer tot universele erfgenamen. Jan Henricksz onterft wegens wangedrag zijn voordochter Machtelt Jansdr, 30 jaar van haar deel uit de nalatenschap waaronder zijn gage van de Oostindische Camer te Hoorn. Machtelt Jansdr is een voorkind uit zijn eerdere huwelijk met Luytgen Gillisdr. Het testament is opgemaakt in aanwezigheid van Antonij Jansz de Kelck van Dordrecht gediend hebbende als appointe bij capt. Meeus den Boer en Claes Claesz de Vlamingh, kruyer op het Oude Hooft

- (7-4-1634) Adriaen Joachimsz Gouwe alias
Adriaen Joachims Schouwe wagemaecker wonende Hoochstraet,
vermaakt aan zijn jongste dochter Anneken Adriaensdr,
enige rentebrieven o.a. op een huis genaamd de Clocke in den Haege;
op een huis staande in de Tolbrugstraete te Dordrecht, en 
nog op het huis van Jan Jacobsz Boerjaep, capiteyn op een schip van oorloge.
Boven deze legaten krijgt zij nog een kindsdeel, samen o.a. met testateurs andere dochter Maritgen Adriaensdr.
Als voogd over zijn minderjarige kinderen benoemt comparant zijn zoon Melis Adriaensz Gouwe

- (18-4-1634) Op verzoek van Arientgen Jacobsdr, jongedochter, wonende ten huize van Jan Dircxz op Slickvaert, leggen Gerrit Louwerensz, houtsagher, 52 jaar, en Harman Jelmersz, backer, 42 jaar, een verklaring af.
Verklaring van Arientgen Jacobsdr, jongedochter thans wonende op de Slickvaert bij de Broersteeg, dat ze 08-04 jl. op bed lag, toen ze mishandeld en uitgescholden werd door Meynsken Baltensdr, vrouw van Hans van Dort, haar beide zoons, en Annetgen Willemsdr, weduwe van Cornelis Cornelisz. Zij heeft dagen ziek gelegen, en is bezocht door Doctor en Chirurgijn.

- (19-4-1634) Jonckeer Govert van Beaumondt kapitein op de Vier Stromen, wonend te Dordrecht, bekent 600 schuldig te zijn aan Pouwels Timmersz, oud schepen.
Als onderpand worden gesteld 4 ordonnantien op Johan van IJck, ontfanger generael der gecommiteerde zaken van de admiraliteit.

- (20-4-1634) Quieringh Gillisz van der Clanck, 39 jr, en Jan Jacobsz Palm, 41 jr, elk van hen winckelneringe van vettewarije doende, o.a. mede seep in 't gros, verklaren op verzoek van Neeltgen Evertsdr, weduwe van Dirck Keldermans, wonend te Dordrecht, dat zij gedurende vele jaren te Rotterdam hun vak hebben uitgeoefend zonder dat hen vanwege de pachters van de impost enige overlast is aangedaan; zij verklaren dat de zeepsieders geen zeep in 't klein per pond mogen verkopen, aangezien men het peil niet kan berekenen

- (21-4-1634) Jan Mennes belooft de 28 paerden die Pieter Teunisz, paerdecooper van Boerum heeft verscheept naar Vranckrijck in de boeyer van Claes Jans van Dort in Frankrijk aan de door Pieter Teunisz aan te wijzen persoon of personen af te leveren

- (21-4-1634) Lijntgen Sijbrantsdr, vrouw van Louweris Fransz, wonende in de Peperstraet, zwanger, verklaart op verzoek van Maertgen Gerritsdr, vrouw van Pleunis Jansz, zuster van Anne Willemsdr, dat Meynsken Baltensdr, vrouw van Hans van Dort, haar zoon onlangs naar het huis van Annetgen Willemsdr stuurde om haar te vragen naar het huis van zijn moeder te komen, waar een vrouw haar wilde spreken. Zij was niet thuis, maar haar zuster Maertgen beloofde het door te geven. Lijntgen was daarbij

- (21-4-1634) Op verzoek van Gommer Fransz, wonende te Dordrecht, verklaart Perynen of Piereijn Esaiasdr van Breda, vrouw van Louris Pietersz, wonende op het Roosant, dat Gommers vrouw Susanna Jansdr haar stiefmoeder geweest is, die haar en haar broers heel slecht behandeld heeft, en hen 3 dagen na de dood van haar vader op straat gezet heeft. Zij kwamen toen, uitgehongerd in het Weeshuis van Breda terecht, waar ze verder zijn opgevoed. Susanna had eerder vergeefs bij de kerk in Breda om echtscheiding gevraagd toen ze weggelopen was van haar man, de vader van Pierijn.

- (22-4-1634) Abraham van Nas, wed., won. te Dordrecht, bruidegom en Lijsbeth Jansdr, wed. van Pieter Jansz Boels, bruid, geassisteerd door Maertgen Ariensdr, haar moeder, maken huwelijksvoorwaarden

- (27-4-1634) Betge Willemsdr, 35 jaar, vroedevrouw wonende in de Meulensteech getuigt op verzoek van Maijken Ariensdr j.d., wonende op de Bierhaven dat ene Pieter Jeronimusz, wonende te Dordrecht haar heeft beschuldigd van het ombrengen van haar kinderen. Betge verklaart dat Maijken nooit in verwachting is geweest

- (29-4-1634) Trijntge Pietersdr, 41 jr, vrouw van Willem Goetaert, wonende in de Boomptgen, en
- Neeltge Claesdr, 26 jr., vrouw van Volckert Pietersz van Dort, daar op kamers wonend,
verklaren op verzoek van Abraham Dullaert, bailliu, dat Imert Mathijsz uit Hellevoetsluis en een onbekend gebleven vrouw, die beweren dat zij gehuwd waren, bij hen de nacht hebben doorgebracht, maar dat zij 's ochtends na een inval van de baljuw en zijn helpers toegaven nog niet getrouwd te zijn maar dat dat spoedig zou gebeuren

- (6-5-1634) Adriaen Goossensz, stuurman 52 jr, Mercelis Michielsz, constapel, 29 jr, Joost Ariensz, matroos, 24 jr, allen varend op het schip de Maecht van Dort onder bevel van kapitein Colster varende ten oorlog, verklaren op verzoek van Jacob Jacobsz Quack op het zelfde schip varend, dat hij door de Duinkerker kapers bij een beschieting aan zijn kaak verminkt werd

- (8-5-1634) Jan Pietersz Walbeeck, jonggesel uit Dordrecht, 18 jr, die gaat vertrekken naar West-Indië met de barck Het Vliegend Hardt, onder kapitein Jan Aelwijnsz, benoemt zijn zuster Geertrui Pietersdr Walbeeck tot zijn erfgename. Cornelis de Wijs heeft hem 36 gulden geleend om uitrusting aan te schaffen voor deze reis, die ingeval van overlijden Geertruit aan Cornelis moet terugbetalen uit de nalatenschap

- (8-5-1634) Rooques of Rokus van Beaumont, backersgeselle, 22 jaar, verklaart op verzoek van Arien Jansz Boef en Jan Henricxz Westerhout, backer in Dordrecht, dat deze beiden 6 lasten tarwe verkocht hebben aan een coorencooper in Gouda genaamd Mangelaer, voor 280 gulden per last, contant te betalen bij afhalen na 14 dagen

- (12-5-1654) Jacob Ewoutsz Reus, schipper, 22 jaar, verklaart op verzoek van Dirck Barentsz, wonend te Dordrecht, dat Dirck op het strand in Santvoort op Zee een pijp Fransche wijn heeft gevonden, die gemerkt heeft met zijn eigen merk, en deze heeft verkocht aan de Schout van Santvoort voor 30 gulden. Het verhaal wordt bevestigd door Gijsbrecht de Leeu, 25 jaar, die er ook bij was

- (16-5-1634) Jacob Bastiaensz, houtsager machtigt Claes Dirixs coopman, wonend te Dordrecht, om aan Mels Ghijsbertsz, coorencooper eigendom over te dragen van een huis en erf gelegen in de ST. THOMASSTRAET te Dordrecht.
Belend ten oosten Joost Joostensz en ten westen Heyltgen Jansdr, strekkende voor uit de straat tot achter aan Frans Rochusz, houtcooper.

- (16-5-1634) Jasper Claesz bode van Schielant en Willem Aryensz dachwachter in de Oostpoort verklaren op verzoek van Harman van Wylijck Bailliu en dijckgraaff van Schielant gezien te hebben dat de knecht van Pleun Cornelisz den jonghen Crijsman heeft gegraven in het land van Burger Wessels van Westerhout bij de Rustwat in Cralingen. Jasper Claesz heeft de knecht bekeurd waarop deze naar het land van advocaet Dou gegaan is. Cornelis Pleunen, de zoon van Pleun Cornelisz was daarbij aanwezig

- (1-6-1634) Cornelis van Kuyckhoven, coopman, Dordrecht,
namens zijn broer Adam van Kuyckhoven, man van Elisabet van Slingelant,
erfgenaam van Cornelis Heynricksz van Slingelant,
machtigt
Bartholomeus van de Velde procureur, om al zijn zaken te behartigen.

- (28-6-1634) Hillebrant Pietersz, coopman, verklaart na tussenkomst van Hugo Visch en Cristiaen Woltrincx, coopman te Amsterdam met
- Abraham Crijnen, man van de weduwe van Huych Adriaensz Verboom,
- Adriaen Verboom,
- Jan Verboom,
- Goris van der Heyden, man van Annitge Huygen,
- Cornelis Fransz van Dort, man van Ermptge Huygen,
- Jan Heyndricxsz Rotshoeck, man van Leentge Huygen, en
- Nicolaes Hairwijck, man van Barbara Huygen,
overeengekomen te zijn dat hij hen 422 gulden zal uitkeren onder vernietiging van de schuldbrief van 622 gulden die hij heeft op Gillis Wijnantsz van Dyck te Schiedam.
De erfgenamen dragen vervolgens hun belangen in het schip van schipper Cornelis Maertensz Neeloom aan hem over. Zijn aandeel in de vorderingen van Adriaen van der Tock en Pauwels Timmers op Nicolaes Rodrigis in St. Lucas zijn van deze transactie uitgezonderd.
Lees voor Cornelis Fransz van Dort: Cornelis Fransz van Dost

- (7-7-1634) Jan Gerritsz Veer, martschipper op Dordrecht stelt zich borg voor zijn zwager Nicolaes Matheusz van der Hoeven ter voldoening van de kosten van het proces tussen de laatste en Michiel Pietersz Dullart

- (24-7-1634) Andries Morton, 50 jr., tegelbackersknecht, verklaart op verzoek van capiteyn Claes Mateusz van der Hoeven dat hij zich niet alleen niet als meesterknecht beschouwt, maar bovendien niets weet van een partij van zes lasten Engelse aarde die Michiel Pietersz Dullaert de capiteyn zou hebben verkocht.
Engeltge Matheusdr, diens zuster had evenmin als hij opdracht de aarde in ontvangst te nemen.
Matheus Huysen en Jan Gerritsz Verveer, marktschipper op Dordrecht verklaart op verzoek van dezelfde capiteyn dat Michiel Pieterse hem heeft gevraagd de aarde te vervoeren maar dat hij daartoe geen opdracht had ontvangen

- (27-7-1634) Arent Arentsz van Munster, die als adelborst met kapitein Niclaes Verhoeve naar West-indië zal varen, legateert 100 gulden aan Maria Marcusdr, jongedochter, wonende in de GRAVESTRAAT te Dordrecht, mits zij bij het overlijden van testateur nog niet getrouwd is

- (1-8-1634) Jan Haveton van Diepen man van Maritgen Castens, soldaet, wonende Smitsstege op het Camper Hooft te Amsterdam, vertrekkend in dienst van de West Indische Compagnie met het schip genaamd de Maechte van Dordrecht
naar Parnambucque, benoemt zijn vrouw tot universele erfgename.
Comparant is afkomstig uit Diepen

- (2-8-1634) Jacob Jansz Buys, bosschieter
bekent 149 gld schuldig te zijn aan Henrick Ariensz en zijn vrouw Gerritge Jansdr, varendeman, Dordrecht
NN Paerse Kees, van Dordrecht naar West-Indie
Opdracht tot het innen van zijn te verdienen gage

- (6-8-1634) Aeltgen Huybrechtsdr Uuttenbrouck, bej. dr. wonende Hang,
benoemt tot haar universele erfgename haar moeder Susanna Erasmusdr, eveneens wonend in het Hang,
en vermaakt nader omschreven kledingstukken en geldbedragen aan
Susannitgen Erasmusdr dochter van testatrices broer
Erasmus Paludanus, wonende te Dordrecht, aan
Susannitgen Danielsdr Uuttenbrouck, dochter van testatrices broer
Daniel Huybrechtsz Uuttenbrouck, wonende te Isendijck,
aan haar broer Jacob Huybrechtsz Uuttenbrouck,
aan haar zuster Dingna Huybrechtsdr Uuttenbrouck,
aan Huybrecht Augustijnsz van den Heuvel, zoontje van testatrices zuster Dingna Huybrechtsdr Uuttenbrouck,
aan haar zuster Susanna Huybrechtsdr Uuttenbrouck, wonende te Dordrecht,
en aan Trijntgen Heynrickxdr waster.

- (8-8-1634) Teodor Melsen, Engelsman, die als adelborst op het schip Dordrecht onder kapitein Nicolaes Verhouven naar Brasil of West-Indië zal varen, benoemt tot erfgenamen Thomas Janson en Lijsbeth Jansdr, zijn ouders, wonend te Delft.
NB: Hij tekent als Thedor Maddison

- (19-8-1634) Claes Ariensz Langhman, gereed om als stierman met het schip Dordrecht uit het Goedereesche gat te varen naar West-Indië of Brazilië, machtigt Neeltgen Ariensdr, zijn vrouw, om zijn huis en erf, staande aan de zuidzijde van de Cordewagenstraet te verkopen. Volgens giftebrief d.d. 6-12-1632 heeft hij het van Adriaen Cornelisz Versijden, zijn schoonvader, ontvangen. Met advies van Willem Ariensz, timmerman, haar broer, die zich zonodig borg stelt voor de koper

- (21-8-1634) Hendrick van Goutswaert, vendrich onder de compagnie van Nicolaes van der Hoeven op het schip Dordrecht van de West-Indische compagnie met bestemming Brasilien, bekent een schuld te hebben aan Pieter van Goutswaert, out-burgemeester, rade en vroetschap en generael van de convoyen, zijn vader, van 1000 gulden

- (31-8-1634) Jan van Bossu, Janneken Bossu, en Maycken Bossu, kinderen van wijlen
Pieter van Bossu en wijlen Barbara Vlaeminx,
bevestigen te hebben ontvangen van
N.N. Cassiopijn wonende te Dordrecht, curator over de boedel van
Isaack Maxson overleden te Dordrecht,
een bedrag van 100 gulden 2 stuivers hen competerend volgens vonnis van het gerecht van Dordrecht.
Mede compareerde Anna Vlaemings die zich borg stelt voor genoemd bedrag, indien mocht blijken dat deze betaling ten onrechte is geschied.  De akte is opgemaakt ten huize van Henrick Vlaemings in de Nyeupoort.

- (7-9-1634) Pieter Betingh of Betinck, schipper op de Drimmelaer, wonende te Roosendael, machtigt zijn nicht Geertgen Jacobs, wed. van Jan Jacobsz, schipper en Tomas Jacobsz, havenmeester zijn vordering te innen bij de Admiraliteit voor het gebruik van zijn dremmelaerschip gevorderd te Dordrecht. Tevens de vordering te innen, welke zijn neef Claes Betingh heeft voor het gebruik van diens dremmelaerschip bij het veroveren van de grote Antwerpse Caloupvloot

- (10-9-1634) Adriaen Cornelisz Slobbe en Huybert Corstiaensz Duls bekennen 100 gulden ontvangen te hebben van Willem Aertsz. Corthals uit Dordrecht. Een en ander hangt samen met de bevrijding of ontzet van Breda

- (10-9-1634) Willem Aertsz Corthals uit Dordrecht ruilt met Huybert Bastiaensz Duls uit Steenbergen een cromstevenschuit voor een tweejarig zwart merripaert, drie koeien van fijne keur en 160 zakken witte tarwe

- (10-9-1634) Willem Aertsz Corthals uit Dordrecht ruilt zijn carveelscheepje voor de cromstevenschuit van Cornelis Commersz uit Steenbergen en krijgt 1.100 gulden van de koop toe.

- (13-9-1634) Gerevijntgen Lievensdr Verbeecq, weduwe van Jan Hosten, sijdetwijnder, geassisteerd door Jan Hosten, backer, haar zoon, machtigt Isaac Hosten, haar zoon, om zich te Dordrecht te vervoegen, en aldaar uit handen van Crispijn van Outgaerden, als administrateur van de nagelaten boedel van Isaac Massois, passementwercker aldaar, 55 gulden te ontvangen die zij tegoed heeft van genoemde boedel

- (21-9-1634) Op verzoek van Jan Heynricksz Touwer wijncooper worden verklaringen afgelegd door Lucas Barentsz 20 jr wijnverlater te Dordrecht en Dieuwertgen Aryensdr wollenayster 20 jr, dat zij hebben gehoord dat Steven Allertsz wijnverlater op de Leuvehaven de voorn. Jan Heynricksz heeft uitgescholden. Jan Heynricksz was tijdens de scheldpartij in het Gouwe Laecken en is gewaarschuwd door voorn. Lucas Barentsz

- (25-9-1634) Govert Knoll en Willem Jansz de Hooch, medestanders van Cornelis Wens, gaarder van de tiende penning, machtigen gaarders en medestanders van Dordrecht om namens hen op te treden in verpachtingen die vanuit hun ambtsgebied plaatshebben.

- (25-9-1634) Jacob Cornelisz Spaen uit Suytlant draagt een vordering van 1600 gld op Jacob de Wit uit Dordrecht over aan Jan Dominicusz van Blenckvliet, man van de weduwe van Willem Euwoutsz Prins.
Volgens contract tussen Spaen en De Wit, gepasseerd voor notaris Arien Victorsz de Geus

- (28-11-1634) Daniel Jansz Kivit machtigt
Adriaen van den Ancker, procureur,
om voor hem en de mede-crediteuren alle geschillen e.d. te behandelen tegen
Cornelis Dircxz Elant wonende omtrent Dordrecht,
zowel voor de Hoge Raet als voor de Provinc. Staten v. Holl

- (7-12-1634) Henrick Willemsz van de Graef, coopman, machtigt Job Dammassen van Slingelant uit Dordrecht om bij Symon van Geessel een schuld te innen.

- (21-12-1634) Arbiters doen uitspraak in een geschil tussen Jan Jobsz van der Haven, brouwer in 'De Bijl', en capiteyn Pieter van Allevrinden wonend in Dordrecht, gemachtigd door Crijn Dircxz, backer en burger in Nieumagen, over twee betaalopdrachten van de admiraliteyt ten laste van de ontvanger generael.
De een d.d. 31-10-1632 van 305 ponden 10 schellingen ten profijte van capiteyn Cornelis de Jonge die op voorn. Crijn Dircxz is getransporteerd en de andere d.d. 02-10-1633 ten profijte van voorn. Dircxz van 246 ponden op naam van Pieter van der Schuyre, dienend als appoincte van voorn. capiteyn.
Arbiters zijn: Egbert Jacobsz van Heul en Nicolaes Vogel, notaris

- (30-12-1634) Adriaen Bruynsz de Mey, weduwnaar en erfgename van Heyltgen Jacobsdr,
draagt het recht op een uitkoopbrief over aan Marcus van Dijck, wonend te Goes.
De uitkoopbrief ten behoeve van zijn vrouw is d.d. 7-12-1596 gepasseerd voor Weesmeesteren te Dordrecht.

- (13-1-1635) Jan Cheraer, Schotsman, droochscheerder uit Dort wonende bij 't Grote Hooft in het huis 'GORCUM', op het punt naar Schotland te varen, legateert, zo hij tijdens die reis zou komen te overlijden, Cristijn Jaerden, weduwe van Andries Hey uit Dort, wonende aan de Rietdijk in Tiel, een kist met kleding, een obligatie van 50 gld. ten laste van Adam Leendertsz aan de Lindegraft, alsook 100 gld. te ontvangen uit handen van Ysaac Conijn, Jan Blom, Coenraet Dammisz en Staes Reyniersz, administrateurs over zijn goederen

- (21-2-1635) Jan Jansz van Doren en zijn vrouw Annetgen Tijsdr van Maseick, wonende bezijden de Beurs, waar uithangt de Stadt Dordregt, benoemen elkaar tot erfgenaam. Kinderen krijgen bij meerderjarigheid of huwelijk 50 gulden. De vrouw laat aan haar voordochtertje Laurensgen Lourisdr, dochter van wijlen haar eerste man Laurens Pietersz, de legitieme portie

- (4-3-1635) Mercelis Michielsz en zijn vrouw Eva Jansdr, varende man,
benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam, met legaten aan zijn halfzuster van moeders zijde
Catharina Pietersdr wonende te Dordrecht,
alsmede aan haar broer Willem Jansz wonende te Philippijne Schants in Vlaenderen,
en aan haar halfbroers van vaders zijde Adriaen Jansz wonende te Bergen op Zoom, en
Isaack Jansz eveneens wonende te Bergen op Zoom

- (6-3-1635) Teunis Jansz van den Plaet, schipper, koopt van Jacob Andriesz te Dordrecht
een huis aan de noordzijde van 't Haringvliet voor de somma van ƒ 1025,--.
Belendingen huis: Aldert van der Duyn en  Cors Jacobsz Beuis.

- (6-3-1635) Op voorstel van arbiters sluiten Jan Hendericxsz, stadtsroeper en Arent Barentsz, nu woonachtig in Dordrecht een overeenkomst inzake de drop tussen hun huizen aan de zuidzijde van de Kipstraet

- (13-3-1635) Dirck inde Betou uit Venlo bekent 150 gld schuldig te zijn aan Thomas de Wael, koopman te Dordrecht, die hij verklaart betaald te hebben aan Godart Sonmans, eveneens coopman te Dordrecht

- (23-3-1635) Mathijs Paes, coopman te Dordrecht, eist betaling van 3 balen onberooft tot 33 gld het hondert die hij heeft geleverd aan Steven Pockel, Engelsman. [N.B. Onberooft = ongezuiverde meekrap]

- (2-4-1635) Na een uitspraak van de wijze mannen Adriaen Ambrosius en Zeger Gorisz, cooplieden, leggen de coopmannen Cornelis van Niekercken en Abraham van den Bosch uit Dordrecht hun geschillen bij.

- (2-4-1635) Cornelis van Niekercken, coopman, komt na een geschil met Abraham van den Bosch, coopman te Dordrecht, overeen dat deze hem 250 gulden, 40 stuivers, Frans geld zal betalen wegens geleverde wijnen. De twee hebben hun geschil voorgelegd aan de wijze mannen Adriaen Ambrosius en Zeger Gorisz, cooplieden. Ook Heyndrick Bosman heeft deelgenomen in de transactie

- (15-4-1635) IJsbrant Claesz Winter, waechmeester, en zijn vrouw Machteltge Arentsdr van Lodensteyn maken hun testament.
IJsbrant legateert aan Pieter Cornelisz Elssewael, zijn neef, Jacob Hobbesz Winter, zijn neef, en zijn kinderen Jan Jacobsz, Lijsbet Jacobsdr en Grietge Jacobsdr, de kinderen en kleinkinderen van Cornelis Louwerisz, zijn neef, en zijn nichten Maertge Louwerisdr, Neeltge Ariensdr en Claesge Pietersdr, dochter van Janneken Cornelisdr wonend te Dordrecht.
Aeltge Claesdr, weduwe van Lauwerens Cornelisz, zal haar leven lang het vruchtgebruik genieten zonder dat Neeltge Ariensdr en Aeltge Claesdr daar aan mogen komen.
Machteltge Arentsdr legateert aan Janneken Arentsdr van Lodesteyn, haar zuster, Machteltge Henrickxdr, dochter van Henrick Flipsz en Dingnum Cornelisdr, en de armen van de galeye onder capiteyn Willem Cornelisz Raven.
Bepalingen zijn er ten aanzien van zijn broer Cornelis Claesz Winter, die naar Guenea is gevaren met schipper Claes Jorissen, en een bepaling t.a.v. het graf van zijn vader Claes Winter in de grote kerck alhier.
Doorgestreept is een legaat aan Claesge Pietersdr, dochter van Janneken Cornelisdr, zijn nicht.
Tot administrateurs worden benoemd Jacob Hobbesz Winter, zijn neef, of zijn zoon Jan Jacobsz.
NB: Machteltge Arentsdr van Lodestein tekent als Machtelt Arents van Loodesteyn. Dit testament is teniet gedaan door een ander testament d.d. 13-05-1635.

- (16-4-1635) Laurens Kluppelhout of Kluppelholt bode van de Admiraliteit verklaart het geld dat hij van de weeskamer van Dordrecht gekregen heeft uit de erfenis van zijn tante Geesgen Cluppelhout te zullen terug geven als zich andere erfgenamen melden. Borg is Grietgen Jansdr weduwe van Arnout van der Heyden, burgeresse van Rotterdam

- (2-5-4-1635) Vastert Anthonisz van Ardenne, voogd over Harbert van der Mey, en Marya van der Mey,
kinderen van Cornelis van der Mey, en Marya van Mijllen, tevens namens zijn mede voogd
Dirck Pijl, coopman, Dordrecht, en
Jan Hovijn, man van Aeltgen Cornelisdr van de Mey, sergeant, Dordrecht, machtigen
Johan van den Honaert, Dordrecht,
om ten behoeve van Pompejus de Roover heer van Hardinxvelt 3/4 deel van een hoeve land, genaamd Gijb Jansens hofstede te Streefkerck in eigendom over te dragen.

- (1-5-1635) Leendert Basteaensz van Luijck in Walslant vermaakt aan zijn neef Lenert van den Haegen, wonende te Dordrecht, zijn kleding, en aan diens zusters en broer Cornelia, Beatrecht en Pieter van den Haegen, wonende te Dordrecht, elk 20 gulden. Aan zijn zuster Janneken Basteaensdr, wonend te Luijck vermaakt hij 3 gulden, en aan Maicken van Cessel, weduwe van Tousschijn de Vos, zijn slaepvrouwe, zijn weefgetouw plus 20 gulden, en aan Jan Coppelle een Franse bijbel. Alle overige bezittingen gaan naar zijn zuster Maria Basteaensdr te Luijck, of haar nakomelingen.
In aanwezigheid van Andries Bartholomeusz, zervetwever, waar de testateur werkte en Jan Coppelle of Jean Cappel.

- (13-5-1635) Isaack Houbraecke, laeckencoper te Dordrecht, machtigt zijn zwager Louweris Schijn om vorderingen voor hem te innen

- (13-5-1635) IJsbrant Claes Winter, waechmeester, en zijn vrouw Machteltge Arentsdr van Lodesteyn maken hun testament.
Zij legateren aan Jacob Hobbesz Winter, Jan Jacobsz Winter, diens zoon, en Pieter Cornelisz Elssewael, familie van zijn vader, Lysbet Jacobsdr en Grietgen Jacobsdr, zussen van de voorlaatste, delen mee.
Legaten zijn er ook voor Cornelis Louwerisz, zijn neef, en de kleinkinderen van Maertge Louris, zijn nicht, Neeltge Ariens, zijn nicht uit Dort, en voor Claesge Pieters, dochter van Janneken Cornelis, dochter van zijn eerstgenoemde nicht, voor Aeltge Claesdr, weduwe van Lourensz Cornelisz, Janneken Arentsdr van Lodesteyn, zus van testatrice.
Cornelis Claesz, broer van testateur, is 26 jaar terug met schipper Claes Jorisz naar Genua gevaren en daar, aan land gegaan, vermist.
Jacob Hobbesz Winter of zijn zoon Jan Jacobsz zal de administratie van zijn goederen beheren

- (10-6-1535) Arent Bisschop, brouwer in de brouwerij van de Halve Maen, verhuurt aan Jan Willems van Dort
het huis, genaamd 'Het Schuitgen' aan de Melckmart, laatst bewoond door Michiel Jansz de Quack

- (3-7-1635) Louwyse van der Zee, gemachtigd door haar man, Engebrecht van der Zee, bekent over 136 gld. verrekent te hebben met Jan Jansz van Dorp of Doren, waert in Dordrecht, verklaart deze 136 gld. nu schuldig aan Pieter Joppen van der Meyden burgemeester

- (4-8-1635) Jems Maddacx en zijn vrouw Jeuntgen Caspers, wonende in de Koestraet benoemen elkaar, tot erfgenaam, behoudens een legaat van 50 gulden aan de huisarmen, 50 gulden voor Belij Caspers, de zuster van testatrice als zij het eerst sterft, en 6 guldens voor de verwanten van de testateur als hij het eerst sterft. Als testateur als langstlevende sterft zal zijn erfgenaam zijn Willem Langle, zoon van Gillis Langle, wonende te Dordregt.
Getuige o.a. Jan Meesters, zeylmaecker

- (11-8-1635) Jean van de Luffel, coopman, geeft een blanco volmacht af teneinde voor schepenen van Dordrecht zijn deel in de nalatenschap van wijlen Gillis van de Luffel den Ouden, coopman te Dordrecht, op te eisen en aan Aert Verstappen, isercoper, het huis genaamd 'Hamburgh', eens eigendom van de overledene, over te dragen.
Op 21-08-1635 verklaren Gillis Francois van de Luffel en Anneken Cassier door Jacob van de Luffel gemachtigd te zijn om een zelfde blanco volmacht te verstrekken

- (7-9-1635) Henrick Loymans wijncooper 50 jaar, Pieter Jacobsz Rabes of Rabels kokermaecker 39 jaar en Maertgen Cornelisdr weduwe van Willem Tijsz 57 jaar verklaren op verzoek van Abraham Walbeerch coopman te Dordrecht die handelt namens Guilliam de Coene, coopman te Nantes, dat zij De Coene goed kennen. Loymans verklaart nog dat Guilliam enige maanden bij hem heeft gewerkt in Rotterdam.
NB: Rabels / Rabes tekent als Pieter Jacobs Rabus

- (5-10-1635) Jan Jansz Nering, wonend te Dordrecht, benoemt tot erfgenaam Sijtgen Cornelisdr, zijn halfzuster van moederszijde. Voorwaarde is dat zijn moeder, Catalijna de Gelder, gedurende haar leven het vruchtgebruik hiervan heeft. Mocht zijn halfzuster kinderloos eerder dan zijn moeder te sterven, dan gaat de erfenis naar zijn volle broers en zusters, Als zijn moeder ongetrouwd blijft, en ondanks de rente armoe lijdt, krijgt zij jaarlijks 50 gulden van het kapitaal, tot 300 gulden totaal.
NB: Hij tekent met Jan Jansen Neerynck.

- (17-10-1635) Aelbert van Jonckholt, wijncoper te Dordrecht, man van Maria de Hooch en Bartholomees van den Broeck, man van Catharina de Hooch, gemachtigden van Ida de Hooch, weduwe van Samuel de Vosch, verklaren dat zij met Anneken Isaiasdr, weduwe van Jan Jansz Graeff, steenhouwer, een goede overeenkomst hebben gesloten aangaande haar hypotheek op het hoekerf van Lambert de Hooch, gelegen aan de oostzijde van de Leuvehaven, dat deze laatste van burgemeesteren had gekocht en dat de kooppenningen zijn voldaan.
Het hoekerf is belend ten noorden door Cornelis Cornelisz Jongeneel

- (23-10-1635) Jan Elbertsz Valck 41 jaar oud, wijnverlater, verklaart op verzoek van Hugo Cornelisz Roon dat deze aan Davit Joosten, schipper van Dort, 5 vaten Avionse stomme ( wijn ) heeft verkocht zonder dat deze ervoor heeft getekend

- (7-11-1635) Cornelis Gillisz Queborn bekent 2900 gld schuldig te zijn aan Gillis Wijnantsz van der Eijck wegens de levering van houtwerk door Herman Lensz, coopman uit Dordrecht.
N.B. Queborn tekent met Cornelis Gillisz Queborre

- (9-11-1635) Inventaris gemaakt op verzoek van Janneken Claesdr, vrouw van wijlen Hendrick Hendricksz uit Dordrecht, zuster van Maertge Claesdr, vrouw van wijlen Thonis Goossensz de Vryes, wiens boedel hier wordt geinventariseerd ten huyse van Willem Jorisz, huystimmerman, in bijzijn van Soetgen Jacobsdr, diens vrouw en Neeltgen Cornelisdr die daar in huis woont.
In de boedel een waerbrief op een carveelschip, verkocht door de overledene en gepasseerd door Cornelis Leendersz, schipper, voor schepenen van Gorinchem en een obligatie op naam van Laurens Jansz, schipper op het schip van Robbert Baertouts Posthoorn, capiteyn.
Debet: Huishuur aan Cornelis Adriaensz Slingelandt

- (15-11-1635) Claertgen Pietersdr, vrouw van Ghijsbert Jansz, huystimmerman,
legateert aan haar zuster: Aeltgen Pietersdr, wonende te Maseyck,
een bedrag van 50 gulden, welk legaat in geval van diens vooroverlijden zal overgaan op de kinderen van testatrices
zuster: Lysbeth Pietersdr, wonende te Dordrecht.
Voorts vermaakt zij aan Clara, dochter van haar zuster Lysbeth Pietersdr, een bedrag van 100 gulden en aan Aernout,
zoon van Lysbeth Pietersdr, een bedrag van 50 gulden.
Aan het weeshuys vermaakt zij 300 gulden en aan de huysarmen van de diaconie van de Groote Kercke 200 gulden.
De rest van haar na te laten goederen vermaakt zij aan de kinderen van Elysabeth Pietersdr, samen met de kinderen van haar zuster:
Catharyna Pietersdr wonende te Dordrecht.

Alles met de bepaling dat de respective moeders het vruchtgebruik krijgen van hetgeen de kinderen erven.

- (23-11-1635) Aelbrecht van Jonckholt, wijncooper, man van Maria de Hoogh, en Bartholomeeusch van den Brouck, coopman, man van Catharina de Hoogh, beiden wonend te Dordrecht en gemachtigd door Ida de Hoogh, weduwe van Samuel de Vos, ter ene zijde en Pieter en Cornelis de Riemer, mede als voogden van de nagelaten kinderen van Abraham de Riemer de Jonge en de kinderen van Isaacq de Riemer, Gerrit Willemsz van der Bijl, man van Catharina de Riemer, en Jan van den Berch, man van Anna de Riemer, allen kinderen en erfgenamen van Abraham de Riemer den Ouden, ter andere zijde sluiten een overeenkomst over het proces tussen voorn. Jonckholt van den Brouck en Pieter de Riemer, als eigenaar van een huis aan de Hoogstraet.
Het huis is door Lambrecht de Hoogh, schoonvader van voorn. Jonckholt en Van den Brouck, verkocht aan voorn. Isaacq de Riemer op 30-10-1613.
Deze moet aan Jonckholt en Van den Brouck nog 1400 gld. betalen en 100 gld. aan Elisabeth Brouwers, weduwe van voorn. Lambrecht de Hoogh.
De machtiging door Ida de Hoogh is gepasseerd voor notaris Gijsbrecht de Jager te Dordrecht op 01-12-1634

- (23-11-1635) Aelbrecht van Jonckholt, wijncooper, man van Maria de Hoogh en Bartholomeeusch van den Brouck, coopman, man van Catharina de Hoogh, beiden wonend te Dordrecht en gemachtigd door Ida de Hoogh, weduwe van Samuel de Vos ter ene zijde en Pieter Christiaensz Prins, namens Eewout Ariensz van Bijlwerff en als borg voor Pieter Jansz Blanckert, raedt en schepen van Schielandt, ter andere zijde
sluiten een overeenkomst over een proces tussen voorn. Jonckholt van den Brouck en voorn. Blanckert als eigenaar van een mouterije, staande op de Kipsloot.
Deze mouterije is door Lambrecht de Hoogh, schoonvader van voorn. Jonckholt en van den Brouck, verkocht aan voorn. Bijlwerff op 17-01-1613.
Voorn. Prins moet aan Jonckholt en Van den Brouck 960 gld. betalen en 60 gld. aan Elisabeth Brouwers, weduwe van voorn. Lambrecht de Hoogh.
De machtiging door Ida de Hoogh is gepasseerd voor notaris Gijsbrecht de Jager te Dordrecht op 21-12-1634

- (24-11-1635) Gerrit Willemsz. Maes wonend in Dordrecht bekent 1000 car. guldens schuldig te zijn aan N.N.
Zelf heeft hij 1200 gulden tegoed van het land, vanwege leveranties aan kapitein Johan Snel en betaalbaar bij de ontvanger-generaal Mirop

- (26-11-1635) Nathanael Douw of Dou en zijn vrouw Anna Verbeecq benoemen de langstlevende van hen beiden tot universeel erfgenaam. Hij legateert aan zijn jongste zuster Susanneken Douw. Zij legateert aan haar broer Heyndrick Verbeecq ook 200 gld.
Zij wonen op de Botersloot.
Aktenr: 38/ Blz.: 158 / Datum 11-11-1635 / Aktesoort: Testament- 24
Willem Bom Jacobsz benoemt tot zijn erfgenaam Adriana Fransdr van der Elinghe, weduwe van Johan Becx

- (27-11-1635) Adryaen Jansz Cool, schipper,
machtigt zijn vrouw Grietgen Jansdr van de Kerckhoff,
om gedurende zijn reis naar Gene, als schipper op het jacht de Griffioen van Dordrecht in dienst van de West Indische Compagnie te Dordrecht van de W.I.C. jaarlijks drie maandgelden te ontvangen en verder al zijn zaken te behartigen

- (28-11-1635) Aelbrecht van Jonckholt, wijncooper, man van Maria de Hoogh, en Bartholomees van den Broeck, man van Catharina de Hoogh, beiden wonend te Dordrecht en gemachtigd door Ida de Hooch, weduwe van Samuel de Vos, ter ene zijde en
Mr. Arnold Kivit, Symon Tromp, man van Catharina Kivit, Mr. Pieter Walenburgh, mede voor zijn uitlandige broer Mr. Ariaen van Walenburch, beiden erfgenamen van hun moeder Anna Kivit, Mr. Jacob Roos namens zijn moeder Margarita Kivit, en voorn. Arnold, Symon, Pieter en Jacob optreden voor Pieter Kivit en Emmerentia Kivit, weduwe van Ghijsbrecht van Ravesway, erfgenamen van Geertruyt Pietersdr, weduwe van Isbrant Arentsz Kivit, hun moeder, schoonmoeder en grootmoeder ter andere zijde sluiten een overeenkomt over 2536 gld., 9 st. en 2 penn.
Dit geld komt van de verkoop van een huis aan de oostzijde van de Leuvehaven dat toebehoorde aan Aefge Hendricxdr, weduwe van Cornelis Dircxz 't Vadt, veroordeelde ter secretarie dezer stad.
Voorn. Jonckholt en Van den Brouck houden het proces staande uit hoofde van de voogdij die hun schoonvader Lambrecht de Hoogh gehad heeft over de goederen die hun vrouwen geerfd hebben van Quirina Romers, hun grootmoeder.
Zij verklaren afstand te doen van het proces tegen Jacob Jacobsz Couwenhoven als eigenaar van een hypotheek en rentebrief van voorn. Geertruyt Pietersdr mits voorn. Arnold Kivit 775 gld. betaalt en nog 50 gld. aan Elisabeth Woutersdr, weduwe van voorn. Lambrecht de Hooch

- (22-12-1635) Huybert van Meurs, gaerntwijnder uit het Hang, en zijn broer Antony van Meurs hebben 400 bossen garen doen draaien door Susanna Verhagen uit Nijmegen. Deze heeft het garen verzonden naar de blekerij van Theunis Pietersz in Dordrecht. Van Meurs vrijwaart Susanna nu van aanspraken, omdat hij het garen van de bleker heeft ontvangen

- (27-12-1635) Gerrit Willemsz Maas uit Dordrecht bekent 1000 carolus guldens schuldig te zijn aan Johan Woutersz uit Dordrecht, en stelt hem als zekerheid een betaalopdracht ter hand

- (16-1-1636) Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman draagt over aan Jan Oom Harmensz en Jan Oom Danielsz beiden houtcooper te Dordrecht een ordonnantie van de admiraliteyt ten laste van Johan van Eyck ontfanger generael van de convoyen en licenten

- (18-1-1636) Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman draagt over aan Cornelis Gerrits mastenmaecker in Amsterdam vier ordonnanties van de admiraliteyt ten laste van Johan van Eyck ontfanger generael waarvan twee zijn beleend door Grietgen Claesdr en Sijtgen Pietersdr beiden wonende in Dordrecht

- (1-2-1636) - Capiteyn Huybert Cornelisz Vos, 57 jaar;
- Jan Jansz, 52 jaar, quartiermeester;
- Claes Leendertsz, 40 jaar, cock, beiden dienend bij gen. capiteyn Vos;
verklaren op verzoek van Aert Joppen van Rotterdam, dienend als schrijver bij gen. Vos, dat zij met de laatste ca. 15-03-1633 in opdracht van ontfanger-generael Johan van IJck gestuurd zijn naar Dordrecht om een grote hoeveelheid geld van convoymeester Dammert te halen.
Bij het tillen van de kist heeft hij een zwaar letsel opgelopen, zodat hij een ijzeren band moest dragen. Hij heeft hier veel dokterskosten aan gehad.

- (3-2-1636) Aelbert Jansz j.m. heeft als stuurman dienst genomen bij de Westindische Compagnie om van Dordrecht met het schip St. Jan, onder capiteyn Joris Cornelis Starremans, voor schiemansmaet naar Guinea te varen. Hij benoemt Jan Lievensz, schuytvoerder en zijn vrouw Floortgen Pietersdr tot zijn erfgenamen

- (22-2-1636) Matthijs Jansz van Roon, schipper 46 jaar oud, verklaart op verzoek van Olivier Couwijn, coopman, dat hij 3 weken geleden te Dordrecht is geweest.
In opdracht van Lambrecht Labioon, coopman te Dordrecht, moest hij toen aan voorn. Van Roon vragen of hij het ijzer dat die van hem gekocht had wilde ontvangen

- (12-3-1636) Namens Jan Ruytenburch, coopman te Dordrecht, transporteert Ritchart Pargitter, Engels coopman te Dordrecht, een partij Engelse tabackpijpaerde aan boord van het schip van Willem Herris van Herwits in Engelant aan Willem Chadborne

- (15-3-1636) Cornelis Musch, heere van Waelsdorp, griffier van de Staten Generael, Josias Musch, oud-schepen, voor henzelf en als voogden over de kinderen van Catarina Musch en Steven Snouck, commissaris ordinaris van de monsteringe, alsmede over het kind van Margarita Musch en Johan van IJck, ontfanger generael der convooien en licenten, volgens akte gepasseerd op 03-01-1635 door Maria Cornelisdr, weduwe van Jan Jacobsz Musch, raad en burgemeester, Cornelis van der Loo, raad en schepen van Dordrecht, man van Soeta Musch en Cornelia Musch, allen erfgenamen van Maria Musch, machtigen Maria Musch, weduwe van Pieter van Goedereede, voormalig burgemeester, om de nalatenschap te regelen.

- (20-3-1636) Op verzoek van Jan Waert verklaart mr. Jan Couck 28 jr. uit Dordrecht dat ± 6 jaar geleden bij de geboorte van prins Charles, zoon van de Coninck van Engelant deze laatste een generaal pardon heeft gegeven aan personen die manslag hadden begaan. Voorn. Jan Couck woonde in die tijd te Lonnen

- (6-4-1636) Anna Prins, 54 jaar, weduwe van Claes Pietersz van Hasselt, gewezen corporael van capiteyn Dirck Verburch, verklaart op verzoek van Hillegont van Oossen, weduwe van Gerrit Hellingh den Ouden wonend te Dordrecht in de Wijnstraet bij de IJSERE WAECH, dat zij nooit aan Hillegont enige obligaties van het scheepsvolk aan de admiraliteit heeft verkocht en daarover geld ontvangen, maar wel aan Janneken Aertsdr.
NB: Anna Prins tekent als Anne Prynssen

- (16-4-1636) Loduwijck Jansz van Flittert, 58 jaar oud en Pieter de Carpentier, 40 jaar oud, verklaren op verzoek van Cornelis Arentsz, pachter van de bieren en impost over Alblasserwaert ressorterend onder Dordrecht, dat de betaling van de impost van bier van lieden die buiten de ringen of jurisdictie van Rotterdam wonen geschiedt aan de collecteurs van de bieren van de buitengelegen plaatsen, voor rekening van de pachters van de buitenkwartieren

- (21-4-1636) Diter Jansz, garenwinder, wonend in Dordrecht bekent 100 carolus gulden schuldig te zijn aan zijn zwager Cornelis Dirixz, kleermaker

- (5-5-1636) Alexander Glen, coopman, verklaart op verzoek van Arien Henricxsz en Aert Cornelisz, cooplieden te Utrecht, dat hij 6 weken geleden in de herberg van het Swijnshooft is geweest in gezelschap van Gerard van Bollenbeecq, coopman te Dordrecht en Grietgen Henricxdr wonend te Schiedam.
Voorn. Bollenbeecq zegde toe de schuld te betalen die hij had aan voorn. Cornelisz. Hij heeft ook een overeenkomst met Cornelis Bosch, waert in de voorn. herberg, inzake deze betaling. Notaris Andries van Aller treedt op voor voorn. Bosch

- (10-5-1636) Andries de Roy en Jan Claesz van der Croon, gesworen exploictiers, verklaren op verzoek van de pachter van de impost op de bieren te Dordrecht dat de tappers hun impost nog niet hebben voldaan.
Zij besluiten hen in rechte daartoe te dwingen

- (9-6-1636) Arien Ariensz, visser en zijn vrouw Jannitgen Louwersdr wonende te IJselmonde benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam. De weeskamer van Dordrecht wordt uitgesloten van bemoeienis.
De akte is opgemaakt ten huize van Reijnier Fransz, wijnverlater, staande aan de noordzijde van de Vissersdijck in Croon van de Coninck van Vranckrijck

- (17-6-1636) Adryaen Huygen Verboom en Jan Heynricksz Rotshouck,
man van Leentgen Huygen Verboom, als testamentair voogden over de minderjarige kinderen van
Huych Aryensz Verboom, mr. Franchoys Verboom
man van Barbara Huygen Verboom, advocaet,
en Jacob Verboom man van Niesgen Huygen Verboom, laeckencooper,
hebben een geschil met
Cornelis Franssen van Dosten man van Ermpgen Huyghen Verboom, Dordrecht,
over drie rentebrieven ten laste van Phillips Jansz, scheepmaecker, Berchsenhouck,
Jan Engelen, schipper,
Meritgen Jans weduwe van Daniel Baerthoutsz,
die in de boedel gevonden zijn van Leendert Huygen Verboom zoon van
Huych Adriaensz Verboom, arbiters zijn
mr. Niclaes van Sorgen, advocaet,
Cornelis Bosch, advocaet,
Andries Ruyl, advocaet.

- (18-6-1636) Op verzoek van Cornelis Fransz van Dosten cruydenier te Dordrecht verklaren Jan Dircksz van Engelen 46 jr schipper en zijn vrouw Susannitgen Jorisdr 54 jr dat Leendert Huygen Verboom door overlijden van zijn vader Huych Adryaensz Verboom in het bezit is gekomen van een custing rentebrief van vierhonderd gulden.
Volgens Leendert Huygen komt de rente toe aan zijn zwager voorn Cornelis Fransz. De betaling zou gedaan worden aan Leenderts broer Adryaen Huygen Verboom.

- (18-6-1636) Adryaen Huygen Verboom cruydenier verklaart 75 gulden ontvangen te hebben van Jan Dircksz van Engelen, schipper.
Betreft rente van een rentebrief over drie opeenvolgende jaren vanwege zijn zwager Cornelis Fransz van Dosten uit Dordrecht. Deze heeft de rentebrief namens Adryaen Huygen ontvangen uit de nalatenschap van diens vader Huych Adryaensz Verboom

- (21-6-1636) Leonard Pietersz Busch, raidt en vroetschap, machtigt Jan Dionysz, schepen te Dordrecht, om van Michiel Pit te Middelburch in Zeelant 100 gld te innen

- (23-6-1636) Simon Simonsz, maetroos, Dordrecht
bekent 26 gld schuldig te zijn aan
Geertgen Claesdr weduwe van Robbert Jaspersz
NN Haecxwant, capiteyn

- (4-7-1636) Margareta de Mely, ongehuwd, 31 jr., Dordrecht,
machtigt haar moeder Aechgen Jansdr van Hal, Dordrecht,
om de erfenis van haar grootvader Jan Gielisz van Hal, in ontvangst te nemen

- (6-7-1636) Inventaris opgemaakt door de erfgenamen van wijlen:
Trijntgen Pietersdr Vetael.
In de boedel bevindt zich een huis belend door: Bastiaen Adriaensz, en Frans Pietersz, smit,
verder worden in de akte nog genoemd:
Cornelis Tobbe, Herjansdam,
Elisabeth Adriaensdr weduwe van Adriaen Dircksz,
Joachim Meeussen, seylmaecker, broer van Cornelis Meeussen, cuyper,
Pieter Cornelisz Vetael,
Jan Pavien,
Jannetgen Joosten,
Gerrit Willemsz, stierman,
Huybrecht Ariens, stierman,
Dirck Pietersz, stierman,
Jacob Jacobsz, stierman,
Sier Phillipsz, stierman,
Evert Pietersz, stierman,
Joris Huygen, stierman,
Reyn Floren, stierman,
Burgemeester van Cuylenburch, schipper,
Jan Jansz van Pavien,
Ieman Doelman man van Catharina Davits, Rotterdam,
Gerrit Cornelisz de Vries, metselaer,
Janneken Abrahamsdr,
Pieter Hendricksz Cortlant, timmerman,
Frans Pietersz, smit,
Neeltgen Pietersdr, naeister,
Arien Jansz den Uyl,
Adriaen Fransz Pieck, brouwer in de Hollantse Tuyn,
Arien Cornelisz, knecht,
Hendrick Fransz,
Jan Dircksz Vettekoecken,
Jan Jansz van der Kerckhof,
Pieter Cornelisz Vettael,
Jop Pietersz den Uyl, houtcooper,
Steven van Wassenburch, chirurgijn,
Harman van Randen, steenhouwer,
Cornelis Ariaens Vettael zoon van Arien Cornelisz Vettael,
Cornelis Pieters Vettael,
Claes Adriaensz, lootgieter,
Adriaen Jansz de Reus, steenvercooper,
Pieter de Riemer,
Hendrick Schey, steenhouwer, Dordrecht,
Lucas Heindricksz, cleermaecker, Delft,
Crijntgen Fransdr vrouw van Jacob Cornelisz, scheepstimmerman,
Cornelis Chielen, Oostendam,
Franck Claasz Crooswijck,
Pieter Willemsz, schilder,
Wouter Pietersz, spijckervercooper,
Joost Woutersz van Buyren, houtcooper,
Ariaentgen Hillebrants,
Adriaen van Molswijck, notaris, Schiedam,
Eeuwout Adriaensz, stierman,
Maritgen Arcken moeder van Jannitgen Joosten,
Gerrit Meeusz Visch,
Crijntgen Fransdr vrouw van Jacob Cornelisz, scheepstimmerman,
Pieter Pietersz,
Hugo Visch,
Huybrecht Ariensz,
Susanna Michiels vrouw van Cornelis Corstiaensz Coster,
Jan van Pamel,
Adriaen Jacobsz den Appel man van Maritgen Hillebrantsdr,
Lucas Heyndricksz Heerschap man van Mayken Davitsdr dochter van Emmitgen Hillebrants,
Hillebrant Koenen,
Jan Koenen,
Trijntgen Koenen,
Meynsgen Koenen,
Gerrit Koenen,
Ariaentgen Koenen, allen
kinderen van Grietgen Hillebrants,
Trijntgen Willemsdr,
Ariaentgen Willemsdr, en Hillebrant Willemsz,
alle drie kinderen van Ariaentgen Hillebrants.
Oost-Indische Compagnie.
Een huis en erve staande en gelegen aan de noordzijde van de Vissersdijck.
cuypersgilde. / De akte is niet afgemaakt, niet ondertekent en ongedateerd. Zie ook akte nr. 73

- (7-7-1636) Arien Cornelisz Kilvinger te Dordrecht, bekent over koop van een oude schuyt 132 car. gld. schuldig te zijn aan Pieter Heynricxsz Franckfoort

- (10-7-1636) Op verzoek van Gijsbrechts de Leeuw wijncooper verklaart Huybrecht Bordels 71 jr dat hij stadswijnroeyer is geweest te Dordrecht in de jaren 1606 tot 1636 en wijncooperije aldaar heeft gedaan

- (15-7-1636) Op verzoek van Willem Chadtborne verklaart Jan Ruyttenberch 37 jr coopman te Dordrecht dat hij van Chadtborne een missive heeft ontvangen over aankomst van een schip met tabakpijpaarde. Hij logeerde met Mathijs van Heel zijnde de cuyper van Adryaen van Cattenburch wijncooper ten huize van Willem Chadtborne. Hier heeft hij een pijp touback gesoghen en een kan bier gedronken. Aangezien hij als vriend van Willem logeerde heeft hij hiervoor niet betaald. Op dezelfde tijd kwam de pachter van de impost van bier met twee deurwaerders en een peylder genaamd Aert Gerritsz. Op hun vraag of de bier getapt werd is ontkennend geantwoord

- (24-7-1636) Op verzoek van Cornelis Fransz van Dosten cruydenier te Dordrecht verklaart Merritgen Cornelisdr 50 jr weduwe van Phillip Jansz scheepmaecker wonende te Berchsenhouck dat zij 400 gulden schuldig is aan Huych Adryaen Verboom als restant van een rentebrief die zij heeft overgedragen aan Leendert Huygen Verboom, zoon van Huych Verboom.
Ten huize van Evert Jansz Sandtacker heeft Merritgen 25 gulden rente betaald. Volgens Leendert Huygen zou de rente niet aan hem toekomen maar aan zijn zuster te Dordrecht. Voorn Evert Jansz Sandtacker is een oom van Leendert Huygen Verboom

- (25-7-1636) Govert Pietersz Knol en Jacob Govertsz Knol verklaren dat zij samen met Cornelis Wens medestanders zijn van de accijns te Dordrecht

- (28-7-1636) Laurens Schijn en zijn vrouw Catharina Houwbraecken, Hang,
verklaren dat zij reeds in 1628 van hun zwagers, resp.
broers Jan Houwbraecken, Dordrecht, en 
Isaac Houwbraecken, Dordrecht,
hebben ontvangen het erfdeel van hun vader resp. schoonvader Joris Houwbraecken

- (15-8-1636) Op verzoek van Claes Thonissen, houtcooper, eertijds wonende te Dordrecht, thans te Wilsveen 
verklaart Bastiaen Hermanssen, metselaer, 70 jr, dat de vader van voorn. Claes te Dordrecht is overleden.
De weduwe is met haar inboedel vertrokken naar haar dochter Heyltgen Tonisdr te Heuysden waar zij is overleden.
In de nalatenschap bevond zich een huis te Dordrecht, gelegen in de Groote Speuystraat.
De bezittingen waaronder het erfdeel van voorn. Claes zijn verdeeld onder zijn broer en zus.
N.B.: mogelijk is Bastiaen Hermanssen de broer van Claes Thonissens vader

- (22-8-1636) Dominica Wor, 15 jr., wonende te Dordrecht,
laat haar goederen na aan haar moeder Anna Peny, weduwe van Johan Sybertsz Wor, wonende te Dordrecht.
Anna Peny is voor de tweede maal gehuwd met Ghijsbrecht van Haerlem.
De akte is opgemaakt ten huize van Hillebrandt Jansz van Dobbe, carmosijnverver, aan de Nyeupoort.

- (28-8-1636) Hugo Cornelisz Roon, wijncoper, machtigt Adriaen van de Graeff, procureur voor het gerecht van Dordrecht, om aldaar achterstallige vorderingen te innen

- (8-9-1636) Areaentgen Hillebrantsdr weduwe van Willem Gerritsz, brouwersknecht, wonende te Dordrecht,
benoemt tot haar universele erfgenamen haar dochters
Trijntgen Willemsdr en Aeltgen Willemsdr,
samen met haar zoon Hillebrant Willemsz, die buitenslands vertoeft,
met de bepaling, dat haar erfenis mag worden verdeeld zodra laatstgenoemde 24 jaar oud zal zijn.
Ingeval van eerder overlijden van bovengenoemde erfgenamen,
zonder kinderen na te laten, vervalt de erfenis aan testatrices zuster Merritgen Hillebrantsdr
voor 1/3 deel, de kinderen van wijlen Emmetgen Hillebrantsdr
voor 1/3 deel, en de kinderen van wijlen Grietgen Hillebrantsdr voor het resterende derde deel.
Tot voogden over haar kinderen benoemt testatrice haar zwager Adreaen Jacobsz den Appel, te Delft,
samen met haar cousijns Lucas Heynricksz Heerschap, cleermaecker te Delft en Yeman Doolman.

- (9-9-1636) Op verzoek van de hooftmannen van de backersgilde te Schiedam verklaren Floris Jacobsz van Diemen 56 jaar oud, Dirck Michiels van Leeuwen 52 jaar oud en Abraham Michiels van Walingen 47 jaar oud, hooftlieden vant backersgilde, dat zij evenals de gildelieden van Dordrecht, Gouda, Amsterdam en Haerlem nog nooit een eed conform de ordonnantie opt gemael hebben afgelegd.
N.B. Van Walingen tekent als Van Walegem

- (15-9-1636) Op verzoek van Engeltgen Gerritsdr weduwe van Ghijsbert Jansz mesmaecker
verklaren
Pieter Gillisen metselaer 50 jr en Catelijn Hendricxdr 44 jr
dat ten tijde van het beleg van Breda, de man van Engeltgen tabak kocht, van Aelbert Pietersz de Focker.
Overeengekomen werd dat in Dordrecht een impostbrief zou worden geleverd, hetgeen niet is gebeurd

- (16-9-1636) Jan Ghijsbertsz Coopmans, 48 jaar oud en Jan Jasparsz van Santen, 44 jaar oud, verklaren op verzoek van Job Hendricxz van Elsten dat in april 1630 Christiaen Jacobsz de Soete door hun gedeputeerde Jan Jansz Coningh te Dordrecht was aangesproken over de impost die voorn. De Soete en Jan Andriaensz van Utrecht moesten betalen op ieder ton zwart bier.
De Soete ontkent deelnemer in de pacht te zijn

- (23-9-1636) Jan Smuysers coopman te Haerlem, man van Sara Simey en daardoor erfgenaam van haar broer Dirck Simey, verkoopt aan Johannis Boccardus, predikant te Dordrecht en gemachtigde van William Savile Barnet in Engelant, 100 ackeren land in de heerlijkheid Hatviltchase in Engeland

- (29-9-1636) Floris Jacobsz van Diemen 56 jaar oud, Dirck Michiels van Leeuwen 52 jaar oud, Abraham Michiels van Walegem 47 jaar oud en Willem Barentsz Rees 33 jaar oud, allen hoofdlieden van het backersgilde, verklaren op verzoek van de hoofdlieden van het backersgilde te Amsterdam dat zij, evenals zij van de backersgilden van Dordrecht, Goude, Haerlem en Schiedam, geen eed conform de ordonnantie opt gemael hebben gedaan

- (3-10-1636) I. de la Blockquery, collonel, over een regement paerden en ruyters in dienst van sijne
majestijt van Vranckrijck. Sluit een overeenkomst met
Davidt Joosten, schipper, Dordrecht, en
Cornelis Arensz de Waterman, schipper, Dordrecht,

voor het vervoer van 1paarden en ruiters met hun boeyerschepen naar Calais, Vranckrijck.

- (23-11-1636) Reyer Micchielsz Oom, scheepmaker wonend in de jurisdictie van der Goude, machtigt Jan Oom Hermensz, houtcooper te Dordrecht, om 314 gld. te innen van secretaris Besemer of uit de boedel van Maerten Aryensz en zijn vrouw Crijntgen Cornelisdr wegens koop van een smalschip

- (2-12-1636) Pieter Aertsz van Dort, matroos, afgedankt met capitein Jan van Es den ouden, machtigt Aldert Maertensz om van de admiraliteit of van de bewindhebbers van de Mase al zijn gage te ontvangen die hij als matroos bij deze capitein heeft verdiend

- (8-12-1636) Abraham de With Jansz, j.m., bruidegom, geassisteerd door Jacobmina van Barestein, wed. van Johan de Wit Willemsz, zijn moeder en Cornelis en Thomas de With Jansz, zijn broers, allen won. te Dordrecht en Maria Heymansdr, j.d., bruid, geassisteerd door Robbrecht Heymansz, haar broer en Cornelis Micchielsz Dullaert, haar zwager, maken huwelijksvoorwaarden.
N.B. Jacobmina tekent als Jacomyna van Baerstein. De bruid tekent als Maria Heimans van Melisdick

- (16-12-1636) Pieter Leendersz, timmerman wonend in Capelle en Jacob Jacobsz wonend in Hillegersberch, mede-erfgenamen van Pieter Andriesz, huystimmerman, machtigen Frans Reyersz, corencooper te Dordrecht, om de helft in een rentebrief te verkopen, voor schepenen van Dordrecht verleden door Adriaen Jansz, eveneens corencooper aldaar, d.d. 29-10-1598

- (23-12-1636) Lucas Willemsz, matroos, Dordrecht,
machtigt Teopholus Exter, arbeider,
om van de Admiraliteit te innen de gage die hij onder capiteyn Jan Burger van Delft verdiend heeft.

- (31-12-1636) Abram Jacobsz van Dort, jonggeselle, gereed om als matroos van Delft naar Oostindien te vertrekken met het schip Schartogenbosch waar Cornelis Leendertsz schipper op is, schenkt aan Lijsbet Cornelisdr, zijn nicht, dochter van zijn tante wonende op het Rootsant, gedurende zijn reis alle jaren 2 maanden gage en machtigt haar die bij de Admiraliteit van Delft te innen.
Legateert bij overlijden aan zijn nicht Lijsbet Cornelisdr 1/3e part en aan de kinderen van Lijsbet en Anneken Jacobsdr, zijn zusters wonende te Dort en Geertruydenberg, 2/3e part van zijn na te laten gage

- (6-1-1637) Inhoud Lambert Matijsz man van Aeltgen Willemsdr soldaet Dordrecht, verklaart 100 gulden ontvangen te hebben uit handen van Yemant Doelman, administrateur van de goederen nagelaten door Ariaentgen Hillebrants, moeder van Aeltgen Willems

- (23-1-1637) Abraham Jacobsz, maetroos, Dordrecht, machtigt zijn moye Achgen Lambrechtsdr
N.N.de Liefde  / capiteyn
opdracht om de verdiende gage van zijn in Oost-Indie overleden broer Jacob Jacobsz te innen bij de weeskamer van Dordrecht

- (27-1-1637) Maddeleentge Jansdr, weduwe en enig erfgenaam van haar man Willem Bouwensz Keert de Koe, transporteert aan Jan Jansz Voshol, backer te Vlaerdingen, 5 ordonnantien ter waarde van 2.650 gulden die beleend zijn door de heer Cools wonend op de STEVERSLOOT te Dordrecht, Abram van de Wercke te Dordrecht en Grietge Claesdr ten behoeve van de levering van scheepsbroot voor haar mans scheepsvolk, verleden en verordonneerd door de Admiraliteyt om uitbetaald te worden door ontvanger Jan van IJck.
Voshol betaalt de achterstallige rente over 2 jaar en hiermee zijn hij en zijn zoon Abram Jansz Voshol betaald

- (6-2-1637) Carel Adreaensz weduwnaar van Trijntgen Willems, smit, wonende te Dordrecht,
en als haar erfgenaam volgens testament gepasseerd op 06.11.1636 voor
Dirck Symonsz Coplaer, notaris te Dordrecht,
verklaart 100 gulden te hebben ontvangen uit handen van Yeman Doelman,
die aan zijn vrouw Trijntgen Willems bij testament zijn gelegateerd op 08.09.1636 door haar moeder Areaentgen Hillebrants.

- (11-2-1637) Aelbert Jacobsz, schrijver, Dordrecht
Ewout Joris, hoochbootsman
Cornelis van (der) Velde, quartiermeester
Harman Harmansz, maetroos, Hamborch, machtigen
Jacob Willemsz van Douwen
Cornelis Aelbertsz Cockx, capiteyn
Cornelis Engelen Zilverengieter, capiteyn, Ever
Machtiging tot het innen van hun verdiende geld

- (14-2-1637) Gillis Gijsbertsz Cramer, Dirck Ariensz Timmer, Jan Goversz, cleermaker van Capel; Hendrick Jansz van Dort, cannecooper; Arien Joosten, schipper van Capel en Anneken Jansdr Somers won. te Besoyen, verklaren op verzoek van Matthijs Seger Hoeyers, waert in 'de Glascramer' in de Meulestraet, dat 's avonds tegen 7 uur dieners van de justitie en pachters van de bieren ten huize van de waard zijn gekomen om te peilen. De pachters eisten sleutels om kisten en kasten te openen om te zien of requirant niet smokkelt.
Verder verklaart Pelgrum Thomasz van Waelwijck dat hij het huis niet in mocht van de dieners

- (25-2-1637) Jannetge Jacobsdr, vrouw van Adriaen Jacobsz, timmerman van 't gemeenlandt van Schielandt, 73 jr, en Anneken Oloffs, wonend te Dordt,
verklaren op verzoek van Govert Pietersz van Nierhorn of Nierham, Jan Symonsz in der Velde en Anthony van Valckenburch, allen wonend te Dordrecht, als voogden van de nagelaten weeskinderen van Jaquemijntgen Oloffs, in leven wonend in de zeepziederije van de DRIE WITTE LEEUWEN te Dordrecht,
dat zij een halfzuster is van 's moederszijde (die genaamd was Maertgen Pietersdr van der Kerck) van Jaquemijntgen; vervolgens verklaart Anneken Oloffs, 63 jr, dat zij een zuster is van Jacquemijntgen. Zowel Jacquemijntgen als Anneken Oloffs waren kinderen van Oloff Jansz den Ouden, stadtsmit te Dordrecht en Maertgen van der Kerck.
Beiden verklaren dat Jaquemijntgen Oloffs enige dagen voor haar overlijden op haar ziekbed heeft verklaard dat het haar wens is, dat Oloff Jansz de Jong, haar oudste zoon, met zijn vader Jan Danielsz het bewind zal voeren over de zeepziederije. Haar enige dochter Aeltgen Jans zal dan in de winkel de zaken waarnemen en het huishouden doen. Zij beloven beiden hieraan te zullen voldoen.

- (4-3-1637) Zeger Gorisz, wijncoper, verklaart uit kracht van de machtiging door Adriaen Ambrosius, eveneens wijncoper, nu in zijn plaats te machtigen Dirck Saen, notaris te Wesel, om van Henry Straetman, trekker van een wisselbrief d.d. 09-03-1636 opgedragen aan Pieter Bartholomeusz en Dirck Schijvelberch, coopluyden te Dordrecht die deze hadden geweigerd, betaling te eisen

- (9-4-1637) Cathalina Gevers of Geverts, weduwe van Adriaen Cornelisz van Male wonend te Dordrecht, ter ene zijde en
Gerard van der Hout, man van Adriana Ariaensdr van Male, en Hendrick de Wolff, man van Rahel van Male, beiden ooms en voogden van Digna Verhey, weeskind van Dirck Verhey en Maria van Male, met Jehan Verhey, notaris en procureur te Amstelredam, oom en voogd van het voornoemde weeskind, ter andere zijde
verklaren dat er bij het huwelijk van voorn. Catharina Gevers en Adriaen van Male huwelijkse voorwaarden zijn gemaakt.
Zij sluiten nu een overeenkomst over de erfenis.

- (13-4-1637) Jan Harmensen Wittert alias Jan Harmensen Kels, scheepstimmerman,
stelt zich borg voor zijn zwagers,
Aelwijn Jacobsz Pinckeveer, scheepstimmerman, en
Adreaen Jacobsz Pinckeveer, scheepstimmerman, t.b.v.
Govert Gerritsz van Botbergen, wonende te Dordrecht

- (19-4-1637) Hillebrant Koenen, Schiedam, en
Jan Koenen, Maessluys,
beiden erfgenaam van hun nicht Trijntgen Pietersdr Vetael,
machtigen hun mede erfgenaam
Lucas Heynricksz, cleermaecker, Delft,
om van Yeman Doelman rekeningen te vragen van zijn ontvangsten en uitgaven die hij heeft gehad van de goederen
uit de erfenis van Trijntgen Pietersdr Vetael.
Doorgehaald is de vermelding dat comparanten zonen zijn van Coen Pietersz.
Mede compareerde Carel Adreaensz, smit te Dordrecht, weduwnaar van Trijntgen Willems, die mede erfgename was van Trijntje Pieters Vetael.
Hij machtigt Mathijs Thomasz, kelderknecht in de brouwerij de Hollantse Thuyn om van yeman Doelen een rekening te vragen

- (22-7-1637) Anthonis Aelbrechtsz van Meurs, garentwijnder,
verkoopt 1.124 ponden rougaren aan
Balthasar Verdoncq, coopman,
dat gebleekt is en nog berust onder Pieter Goossensz, bleycker, Dordrecht, en
Cornelis Woutersz, bleycker, Dordrecht, en

Jan Pietersz, twijnder,
 3 gulden per pond voor het totale bedrag van 3.372 gulden. In mindering van betaling neemt koper tot zijn last te betalen aan de blekers 1.400 gulden die verkoper aan hen als bleekloon schuldig is. 1rougaren.

- (5-5-1637) Anthonis van Meurs en zijn broer Huybrecht van Meurs,
verklaren te annuleren een zeker contract van societeit of compagnie, gepasseerd voor Aernout Hoflant, notaris op 07.12.1634.
En verklaart Anthonis van Meurs aan zijn broer te hebben verkocht de helft van de winkelwaren met betrekking tot de twijnderie met gereedschappen en garens als mede de garens die verblijven bij de blekers te Dordrecht.
Verklaart Anthonis van Meurs dat hij zijn woning staande aan het Hang zal verhuren aan zijn broer Huybrecht van Meurs.
Verder zal Huybrecht van Meurs aan zijn broer Anthonis van Meurs moeten betalen 10.000 gulden in 4 jaarlijkse parten.
In het contract worden nog genoemd de volgende personen.
mr. Robbert Kilvoort, Nicolaes Verhagen, notaris,
Maeycken Houckas, Francoys de Wolf, Martinus Kourte, Jacob Lichtbody, Schotsman, en Cornelis Deraedt.

- (19-5-1637) Pauwels van Crombrugge man van Aechjen Reyers van Outhouck, saeycooper, Delft,
als mede erfgenaam van zijn schoonvader Reyer Corstiaensz van Outhouck,
die mede erfgenaam was van juffrouw Liedewij Oyters, overleden te Dordrecht,
bekent te hebben verkocht aan Inge Pleunen, wonende te Westbarendrecht,
2,5 margen saeylant gelegen te Westbarendrecht belendend ten noorden aan de Smeedlandscherdijck ten oosten aan de
oude Barendrechtsendijck, ten westen aan Lau Cornelisz, en ten westen aan Hr. Van der Mijle.
De 2,5 morgen ligt gemeen in een weer van zes margen lands die verder behoren aan de heer van der Mijle en gasteurs moeten betalen 10.000 gulden in 4 jaarlijkse parten . In het contract worden nog genoemd de volgende personen.
Pauwels van Crombrugge man van Aechjen Reyers van Outhouck, saeycooper, Delft,
als mede erfgenaam van zijn schoonvader Reyer Corstiaensz van Outhouck,
die mede erfgenaam was van juffrouw Liedewij Oyters, overleden te Dordrecht,
bekent te hebben verkocht aan Inge Pleunen, wonende te Westbarendrecht,
2,5 margen saeylant gelegen te Westbarendrecht belendend ten noorden aan de Smeedlandscherdijck ten oosten aan de
oude Barendrechtsendijck, ten westen aan Lau Cornelisz, en ten westen aan Hr. Van der Mijle.
De 2,5 morgen ligt gemeen in een weer van zes margen lands die verder behoren aan de heer van der Mijle en gasthuys te Dordrecht

- (19-5-1637) Anthonis van Muers garentwijnder draagt over aan zijn broer Huybrecht van Muers garentwijnder de navolgende vorderingen, te innen van:
Robert Born, Andries Sanners en Jan Coplyn allen wonende te Edenburch, Jan Pietersz garentwijnder alhier, Balthasar Verdonck coopman alhier, Susanne Verhagen te Nimmegen, Eduard Spier te Edenburch, Abraham van Waesbergen, Jasper NN te Leckerkerck, Trijntgen Pietersdr alhier, Elisabet Floren, Margrietgen die bij Anneken de Craems woont, Jacobmijntgen op het Nieuwe Hooft, Neeltgen Jansdr in Beyerlant, Adriaen Pietersz Vethuysen alhier, Jan Jacobsz twijnder alhier, Hector Paton, Jan Martensz te Gouda, Maycken Mathijsdr alhier, Franchoys van Heusden te Haerlem, Willem Claesz te Dordrecht, Lucas van Beeck te Amsterdam, Machdeleentgen Govertsdr te Delft, Jacob Sandts op Kockxbay te Lonnen, Jan Adreaensz , stuyrman, Wouter Anthonis Bruyn alhier, Teuntgen Walraven te Gorinchem, Trijntgen Michieldr te Delft, Jacob Kuck te Edenburch, Trijntgen Symonsdr alhier, Merritgen Spierings alhier, Annitgen Dircksdr alhier, Engeltgen Reyniersdr te Schiedam, Davidt Willemsz te Haerlem, Heyndrick Spaeck en Annitgen Laurensdr alhier, Willem Wlack, Maetje Paton te Lyt in Schotland, Robert Meyn te Litgouw in Schotland, Gerrit van Vollenhoven te Utrecht, Robber Muyr te Liet, Jacques van Radinghen te Middelburg, Thomas Harwey, Willem Kessels in de Nes, David Bleck, Willem Bil te Liffgouw in Schotland, Andries Jong, Thomas Thomissen, Alexander La, Jan Gopsone allen wonende te Edenburg, Joris Cornelisz in den Briel, Aechgen Jansdr alhier, Jacob Jong en Patrick Bel in Edenburch, Niclaes Gerdnier in Liffgouw, Meyndert Meyndertsz en Jacob Bom te Delft, Claes Cornelisz te Leckerkerck, Cornelis Govertsz alhier, Danckert Danckertsz te Haerlem, Abraham Thielmans, Sara Jansdr alhier, Hillitgen Leendertsdr, Helena Heyndricksdr en Steven Lubbertsz alhier, Trijntgen Cornelisdr te Delft,
Adriaen Govertsz wijncoper alhier, Jan Roelofsz in Vyanen, het Gasthuis alhier, Lambrecht de Schilder in den Briel, Niclaes Jacobsz, Roodgier van der Maes en Jacob Pietersz alhier, Jan Ariensz in den Briel, de weduwe van Jan Wijckhuysen te Leyden, Merritgen Woutersdr alhier, Judich Soet te Rhenen, Gillis Goossens te Dordrecht, Engeltgen Michielsdr en Meysgen Huybrechtsdr alhier, Harmen Aertsz in den Briel, Magdaleentgen Govertsdr te Delft, Jan Salomonsz te Veere, Jherefaes Soet te Rhenen, Janneken Lambrechtsdr en Pietertgen Lambrechtsdr te Delft, Mayken Meesters alhier, Aert Aertsz Geylnoot te Beyerlant, Aert Willemsz te Schiedam, Corstean de Groot in Den Briel, Aechen Bandelis alhier, Anneken Verhagen alhier, Gilbert Montago te Edenburch, Leentgen Pietersdr alhier.
Anthoni van Muers ondertekent met Anthonis Alertsz van Muers.

- (20-5-1637) Balthasar Verdonck, coopman,
heeft verkocht en getransporteerd t.o.v. Jacob Delphius, notaris, aan
mr. Robbrecht Kilfort, Engels coopman,
1.124 ponden 1rougaren, die berusten onder Pieter Goossensz, bleycker, Dordrecht, en
Cornelis Wouttersz, bleycker, Dordrecht, en
Jan Pietersz, twijnder.

- (22-5-1637) Pieter Loymans, boeckvercooper in Dordrecht, als gemachtigde van Jaecques Peetersz, coopman te Antwerpen, man van Barbara Beckert Robrechtsdr en Joos van Vollenhoven, man van Catharina Beckaert, voorn. Barbara's zuster, ( de machtiging is gepasseerd voor notaris Hendrick van Cantelbeck te Antwerpen ) stelt in zijn plaats Mattijs Bastiaensz, boeckvercooper, om een copie te eisen van het testament van Marie Beckaert, voorn. Barbara's en Catharina's zuster, vrouw van wijlen Pieter Jansz, perquementwercker won. in de Leeuwestraet

- (23-5-1637) Jacob van Velsen machtigt Niclaes Vogel, notaris, om 17 lasten, 18 mudden en een schepel gerst in beslag te nemen die Andries Pietersz en Floris Gerritsz, coopluyden te Amsterdam, d.d. 18 mei hebben gezonden van Amsterdam naar Dordrecht met schipper Pieter Aryensz van Amsterdam

- (7-6-1637) Op verzoek van Grietgen Henderixdr vrouw van Lourens Ariensz van der Quack, trompetter
worden verklaringen afgelegd door
Symon Andriessen 30 jr
en Eufft Cornelisz, 28 jr, varende maets, alsmede door
Pieter Cornelisz van Dordrecht, kortelings uit Londen in Engelant te Dordrecht gearriveerd, dat zij hebben gezien dat voorn. Lourens zes halve gouden Jacobsen aan Ruth Pietersz heeft gegeven.
Voorn. Ruth zou deze goude Jacobsen aan Grietgen Henderixdr geven

- (10-6-1637) Lambrecht Mathijssen man van Aeltgen Willems, soldaet,
onder de compagnie van de grave Mauritius van Nassauwen,
in het garnizoen te Dordrecht,
bekent ontvangen te hebben uit handen van Yeman Doelman,
de somma van 36 gulden t.b.v. zijn vrouw die haar toekomen door het overlijden van Trijntgen Pieters Vetael.
Aeltgen Willems is een dochter van Areaentgen Hillebrants

- (21-6-1637) Karel Adraensen weduwnaar van Trijntgen Willems, smit,
als erfgenaam van zijn vrouw die een dochter was van de
overleden Areaentgen Hillebrants, wonende te Dordrecht,
bekent ontvangen te hebben uit handen van Ieman Doelman, 36 gulden die hem toekomen van de overleden Trijntgen Pieters Vetael

- (22-6-1637) Maria Musch, wed. van Pieter van Goederede, burgemeester, mede voor Cornelis Musch, heer van Waelsdorp, griffier van de Staten-Generael; Josias Musch, voogden over de weeskinderen van Catarina Musch en Steven Snoeck, commissaris van de monsteringen en over het kind van Margarita Musch en Johan van IJck, volgens akte gepasseerd voor deze notaris d.d. 03-01-1635 door Maria Cornelisdr, wed. van Jan Jacobsz Musch, raad en burgemeester; Cornelis van de Loo, raedt en schepen van Dordrecht, man van Soeta Musch; en Cornelia Musch ongehuwd, verkoopt aan Pieter Punt, coopman, een vierde deel in het taenhuys, staande aan de Hoochstraet aan de westzijde van het taenhuys, genaamd 'de Spijcker', voor 2000 gld. Zij machtigt Willem de Crijger, oud-schepen, om voor schepenen deze verkoop te doen

- (22-6-1637) Inhoud Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman bekent schuldig te zijn aan Jan Oom Danielsz houtcooper in Dordrecht 1900 gulden en aan de heer Middelhoven houtcooper aldaar 500 gulden voor geleverd wezels hout en cromhout voor de bouw van een nieuwe fregat voor de admiraliteyt. Hij machtigt beiden het verschuldigde bedrag op te nemen van de admiraliteyt.

- (26-6-1637) Pieter van der Meyde, oudt-burgemeester en raet alhier, machtigt Corsteaen Bouwensz van Slingerlant wonend te Dordrecht om gelden te innen die hij van verschillende schippers en anderen tegoed heeft

- (26-6-1637) Maerten van Dijlsen, sijdelaeckencooper
en zijn vrouw Burchgen Jansdr de Both, wonende te Dordrecht bepalen als volgt.
Hij benoemt tot zijn universele erfgename zijn vrouw Burchgen Jansdr de Both, samen met zijn voordochters Elysabet van Dilsen en Claesgen van Dilsen elk voor een gelijk deel.
Zij benoemt haar man tot universeel erfgenaam, met een legaat aan bovengenoemde Elysabet en Claesgen van Dilsen en enige nadere voorzieningen met betrekking tot haar kleding e.d. en huisraad.

- (26-6-1637) Inhoud Cornelis Gootschalckx uit Dordrecht, als oom en Niclaes Wali alhier, van zijn vrouw's kant als oom van Gootschalck Adriaenss, sluiten een contract waarbij Goodtschalck Adriaensz, oud 17 jr, voor 7 jaren wordt besteedt bij mr Willem Herris, Engels koopman. Bij overlijden moet hij bij diens schoonzoons Jan en Abraham blijven werken. N.B.: Niclaes Wali tekent als Nicolas Whally

- (3-7-1637) Peter Henricxz, Dort, machtigt zijn slaepvrou Selyken Jansdr 
Anthony Verhair, capitein / machtiging tot het innen van achterstallige gage

- (3-7-1637) Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman bekent schuldig te zijn aan de heer Middelhoven houtcooper in Dordrecht 300 gulden voor de aankoop van cromhout en machtigt hem om het geld te innen bij de admiraliteit

- (10-7-1637) Harman van Wyelick, baillu en dijckgraeff van Schielant, bekent 450 gld. die door Pieter Jansz Blanckert ontvangen en genoten is, schuldig te zijn aan Gualterus Levecque, coopman te Dordrecht

- (11-8-1637) Pieter Bouchery coopman draagt over aan Niclaes Kerckhoven coopman een derde deel van alle hierna volgende vorderingen.
Houffbraeckel uit Bommel, Jan Jacobsz, verwer alhier, Jan Everaerts uit Dansick, Jacob Jacobsz in 't Ossenhooft te Hoorn, Gieltgen Jansdr in de Roode Kaus te Hoorn, Janneken du Bois op de Vischbrugge te Dordrecht, Isaac van Buren in de Sluyer in Huesden, Pieter Pietersz, hoeyecramer in de Pauw alhier, Dirck Jacobsz in het Casteel van Breda te Dordrecht, Jasper van Balen in de Kat in Heusden, Pieter Govertsz Fockel en Pieter Jansz van Son beiden in Huesden, Joachim Michielsz hoeyekramer uit Enckhuysen, Symon Symonsz Domke schoenmaecker te Enckhuysen, Cornelis van Nespen [Nispen] in 't CLAVERBLAT te Dordrecht, Machtelt Jansdr in 't Moreaenshooft te Hoorn, Pieter Craye hoeyekramer te Haerlem, Leendert Jansz hoeyekramer te Zierickzee, de weduwe van Rectors te Zierickzee, Jan van Grimbergen te Shartogenbosche, Cornelis van Riebeeck te Utrecht, Anthonie van Wintter te Dordrecht, Aeffgen Cornelisdr op de Hoogstraet, Claes Claesz schoenmaker alhier, Dirck Jansz cnoopmaecker te Utrecht, Elisabet Bouwens bij de Buerse alhier, Hermen de Vrij hoeyekramer te Gouda, Jan Bartholomeusz kousenkramer te Gouda, Jheronimus Bijvanck Sydelaeckencooper alhier, Lambrecht alhier, Pieter de Clerck te Haerlem, Pieter Willemsz van de Wallen. Bouchery en Kerckhoven hadden elk een derde deel in een compagnie en Kerckhoven ontvangt hiermee zijn deel van de vorderingen van het compagnieschap.

- (12-8-1637) Adriaen Willemsz Slingerlant en Jan Tomasz, voogden van de nagelaten kinderen van Cornelis Foppen Molenaer en Neeltgen Cornelisdr, machtigen Adriaen Symonsz en Willem Bartolomeeusz, mede-voogden van genoemde kinderen, om een custingbrief van 600 gld. te verkopen, verzekerd op een wintcorenmolen staande buiten Dordrecht

- (21-8-1637) Joris Fransz, kock, Dordrecht,
machtigt zijn vrouw Geertgen Pietersdr,
om van de bewindhebbers van de Oost Indische Compagnie zijn gage, die hij op het jacht genaamd Grol verdiend heeft, te innen.

- (14-9-1637) Willem Abramsz Verhoop wonende Dordrecht, weduwnaar, ter ene en Geertge Teunisdr, jonge dochter geassisteerd door haar vader Teunis Henricxsz de Gheyster (tekent: Antonis de Geyster) en Jan Denijsz Celck (tekent: Jan Deonijs Kelck), cruydenier, haar neef wonende te Rotterdam ter andere zijde, sluiten een contract van huwelijksvoorwaarden

- (24-9-1637) Govert Pietersz Knol en Jacob Govertsz Knol verklaren dat zij medestanders zijn met Cornelis Wens over de pachten van Dordrecht en de plaatsen die daartoe behoren en stellen zich borg voor de voldoening van de pacht

- (28-10-1637) Adriaen Willemsz Slingerlant, Adriaen Symonsz Knaep en Willem Bartolomeusz, backer, allen voogden van de nagelaten kinderen van Cornelis Foppe, molenaer, en Neeltgen Cornelisdr, machtigen Arnout Wagensvelt, notaris, om 600 gulden te innen als aflossing van een custingbrief, die door Rut Jansz en Jan Willemsz, meulenaers, is verleden voor schepenen van Dordrecht.
N.B.: Willem tekent als Willem Bartelmeus van der Heim

- (30-10-1637) Alewijn Jacobsz Pinckeveer scheepstimmerman draagt over aan Jop Pietersz den Uyl houtcooper ordonnanties ten laste van Johan van Eijck ontfanger generaal en een ordonnantie beleend bij Jan Pieterse bouckhouder van de Groenlantse Compagnie te Delfshaven en een ordonnantie beleend bij Grietgen Claesdr te Dordrecht

- (7-11-1637) Jan Cornelisz van Breda, coopman te Dordrecht, verkoopt aan Robrecht Cilfort, Engels coopman, een partij bonen van 35 lasten

- (15-12-1637) Pieter Rikers, schipper van Nimwegen, bekent 966 gld. schuldig te zijn aan Pieter Jansz Blanckert, capitein van de burgerij. Hij stelt tot zekerheid een obligatie eveneens van 966 gld., verleden bij Cornelis Schou, thesaurier van de Reparatien van Dordrecht, d.d. 10.09.1637, t.b.v. Joris Taerlijn.

- (29-12-1637) Capiteyn Cornelis Marinisz Jongbroer machtigt Job en Baerthout Dammasz van Slingelant won. te Dordrecht of Roelant Jansz Wenninck of Weninck, schout, Henrick Borgersz van de Wael, schepen, of Adriaen Sebastiaensz van den Houck, secretaris van Claeswael, om voor schout en schepenen van Cromstrijen aan mr. Antonis Willemsz, doctor in beide rechten, een vierde deel van 't land over te dragen dat zijn, Jongbroer's, vrouw Geertruyt Lenerts, haar 2 zusters en de nagelaten kinderen van haar broer Lenart Lenaertsz hebben geërfd van hun oom en oud-oom Herman Godschalx.
Diens testament is gepasseerd voor notaris Daniel Elbo te Dordrecht d.d. 18-06-1632.
Belendingen: Ouden Cromstrijschen Dijck.

- (25-1-1638) Mateeus Tielmansz van Dort quartiermeester 50 jaar, Pieter Jacobsz van Aken bottelier 44 jaar en Abraham Cornelisz van Rotterdam, cock 38 jaar verklaren op verzoek van Jan Barentsz van Tonderen botteliersmaet dat deze laatste en Jeurgien Maertensz van Tonderen matroos elkaar over en weer tot hun erfgenaam hebben benoemd. Zij allen hebben gediend op de Pleyt van capiteyn Pieter van allevrunden

- (8-3-1638) Eduart Nabels, medicine doctor, verklaart op de rentebrief van 11/02/1626 van 300 gld verleden bij Jan van der Hutte, wielmaker en verzekerd op een huis en erf in de WIJNSTRAET in Dordrecht, geen rente te willen ontvangen en de 300 gld eerst na overlijden van hem en zijn echtgenote te willen terug ontvangen

- (13-2-1638) Marten Allertsz van der Duyn, 66 jr, Claes van der Duyn, 26 jr, en Jouke Hessels, peerdecooper van Groeningen, 30 jr, leggen op verzoek van Thijs Claesz uit Groeningerlandt een verklaring af inzake problemen met bevrachting van paarden door Leendert Bouwensz, schipper, van den Briel naar Diepen in Franckrijk met een boeyerschip. Genoemd worden verder Freeck Claesz, paerdecooper, Aelbrecht Thijsz, Cornelis Claesz, David Joosten van Dordrecht, Cornelis Jonckersz, factoir.
N.B.: Claes van der Duyn tekent als Claes Martensen

- (7-3-1638) Elte Harmansz van Bosgreeff, paerdecooper van Groeningen verkoopt 23 hengstpaarden ter waarde van 3000 gulden aan Willem Bout, coopman. De paarden zijn verscheept met het schip van Cornelis Pietersz uit Dordrecht met als schipper Leendert Tobiasz, naar Diepen in Franckrijck.
Cornelis van Arckel, gemachtigde van Jacob Woutersz de Vries, koopman te Amsterdam
gemachtigde van Guilliaem van de Sande, coopman te Parijs, heft het beslag op de paarden op

- (9-4-1638) Tijs Jansz, verhuurd om met het schip de Maecht van Dort als constabel naar de Straet te varen, en zijn vrouw Teuntgen Lievens, wonend voor in de Boomtjes bij de Runnemolen, benoemen elkaar tot erfgenaam. Hun zoon Jacob Tijsz krijgt een legaat en is mede erfgenaam.

- (24-5-1652) Jan Haeckens verwersgast wonend bij de Delfsepoort machtigt Jan van Deuren laeckencooper in Dordrecht om zijn huis en erf in de Hermentijstraat [=Heerhermansuisstraat] aldaar te verkopen dat tegenover het Vergulde Cruijs staat.

- (13-4-1638) Claes Maertensz Kort, varende man van Bergambacht, nu wonende in de Sevenhuysenstege,
machtigt zijn moeder Aeltgen Dircksdr,
om zijn conflict met zijn schoonvader Fop Heynricksz in Strijen voor het gerecht te Dordrecht te behandelen.
Comparant vaart onder Jacob Gerritsz Blenck, schipper.

- (20-4-1638) Jan Jorisz machtigt een gerechtsbode te Dordrecht of een exploictier om het beslag op te heffen dat hij een jaar geleden heeft laten leggen op de verdiende of nog te verdienen gelden door Pieter van Vranckvoort, uitgevaren als soldaat naar West-Indien in dienst van de Westindische Compagnie te Dordrecht.

- (21-4-1638) Roelof Jansz, hopschipper wonend in Hedel, machtigt Bartolomeus N.N., schilder uit Dordrecht, zijn neef, om het arrest op te heffen dat crediteuren gelegd hebben op een schuit en 6 zakken hop die in Dordrecht op de zolder van zijn factor liggen. Hij heeft deze zaken gekocht van zijn zwager Henrick van de Velde

- (21-4-1638) Robbert Peters (ondertekent Pyetersen) van Dordrecht, die als ondertimmerman naar Straete zal gaan onder schipper Anthonis Condee op het schip Dordrecht, machtigt zijn moeder Belijken Jans en zijn vader Peter Robberts om van reders van het schip bij zijn overlijden zijn gage te ontvangen

- (21-4-1638) Lambrecht Mathijssen, soldaat en nu brouwersgast, in de WITTEN HENGST brouwerie te Dordrecht,
bekent als mede erfgenaam van zijn schoonmoeder Areaentgen Hillebrants,
die erfgename was van Trijntgen Pieters Vetael, te zijn voldaan en betaald door Yeman Doelman.

- (25-4-1638) Hendrick Jansz, bottelier of cock, wonende te Haerlem,
machtigt zijn moeder Maertgen Cornelisdr,
om zijn gage in ontvangst te nemen en benoemt haar tevens tot zijn universele erfgename, met een legaat aan zijn broers en zussen.
Comparant dient op schip uitgerust door Joost van Colster, burgemeester,
genaamd de Maecht van Dort op welk schip Theunis Condee schipper is, en bestemd naar de Straet.

- (30-4-1638) Leonard Andriesz bekent 100 gulden schuldig te zijn aan Jan Hulshout, coopman te Dordrecht, ter zake van een schuld van 83 gulden die ten laste heeft van Aert Jansz Spieringh, volgens vonnis door schepenen d.d. 11-6-1638. (die hij op verzoek van Spieringh aan Hulshout zal voldoen.)

- (1-5-1638) Rochus Pietersz Holaer, coopman, Delffhaven,
Crijn Heynricksz man van Trijntgen Pietersdr, schilder, en
Heynrick Maertensz, man van Areaentgen Pietersdr de Jongste, schipper op Dordrecht,
erfgenamen van hun ouders
Pieter Jacobsz Hollaer en zijn vrouw Ingetgen Rochusdr, mede namens 
Abraham Gerritsz, man van Areaentgen Pietersdr, coopman, Delffhaven, en
Gerrit Adryaensz Vosch, man van Neeltgen Pietersdr, coopman, Vlaerdingen, machtigen
Adreaen Willemsz Breur, coopman, Maeslantssluys,
Pieter Govertsz, schuttingman, Maeslantssluys,
Abraham Salemans, cleermaecker, Maeslantssluys,
voogden van de onmondige kinderen van de overleden Cornelis Adriaen Noordergraft en zijn vrouw Pietertgen Pietersdr,
om voor schout en schepenen van Maeslantssluys over te dragen aan Araentgen Jacobsdr weduwe van Pauwel Isaacsz de helft van een huis op Maesslantssluys waarvan de grond eigendom is van Heyltgen Cornelisdr Patijn belend ten oosten door Jacob Jacobsz van Bramen, timmerman en de Veerstraat.
De voorgaande giftebrief dateert van 04.04.1624 toen Noordergraft het pand overdroeg aan Pieter Jacobsz Holaer en Dingnum Dircksdr de grootmoeder van de minderjarige kinderen.

- (8-6-1638) Annitge Pietersdr en Judith Pietersdr, haar zuster, machtigen Cniertge Pietersdr, hun andere zuster, om hun erfdeel te regelen dat ze te goed hebben door het overlijden te Dort van Bartholomeus Harmansz, zoon van Harman Meeussen, broer van hun vader. in de boedel zitten o.a. twee huizen

- (28-6-1638) Jan van Loo, coopman verzoekt de notaris als houder van een wisselbrief, hem overhandigd door Thomas de Witte, coopman te Dordrecht in opdracht van Matthieu Joye, ten huize van John Pollerd, Engelsch coopman, om deze wisselbrief op hem getrokken in Bordeaulx door François Wainde, coopman aldaar te accepteren. In de wisselbrief worden nog genoemd Denis Desmastre en Laurens de Colone

- (25-8-1638) Davit Barentsz, stierman op het schip van schipper Jop Cornelisz 't Kint, verklaart op verzoek van de laatste dat deze op 17 mei van Heyndrick Rammelman, toen hij met zijn schip in de rivier van Nantis lag, 20 stukken brandewijn heeft ontvangen, berustend bij Willem van den Broeck, coopman te Dordrecht. Hij verklaart dat hij de brandewijn heeft geleverd aan Jan Elbertsz, wijnverlater die het namens van den Broeck heeft ontvangen

- (8-9-1638) Op verzoek van Jan Asseling verklaren Gerrit Gerritsz, timmerman en Cornelis Schoonenburg, dat zij in de herberg de Rode Lely, waar ook Aernout Aernoutsz wonend te Dordrecht was, hebben gehoord dat Asseling aan Aernoutsz vroeg of hij geld onder zich had van zijn knecht Pieter Muller. Na verzocht te zijn mee te gaan, weigerde hij dit omdat hij nog naar het Vlies moest. In het bezit van de knecht was ook nog Nantis poppengoed

- (19-9-1638) Barent Willenhal, Engels coopman,
stelt zich borg voor Abraham Struys, coopman te Dordrecht,
t.b.v. Jan op de Camp, Rijnschipper.

- (9-10-1638) Susanneken Sijmonsdr, vrouw van Willem Govertsz die op zee is en Govertge Govertsdr, jongedochter, machtigen mede namens hun broeders en swagers Euwout Govertsz uit Dort en Jacob Govertsz op reis van Oostindien, Maertge Govertsdr, hun zuster, om van Arien Jacobsz hun neef die in Den Briel woont 100 gulden te ontvangen die Annitge Cornelisdr, hun nicht overleden in Den Briel, hun nagelaten heeft.

- (12-10-1638) Abigael Jansdr, wonend bij Dort op SWIJNDRECHTSE VEER, weduwe van Willem Stuwaert van Edenburch, machtigt Michiel van Ouwater, clercq bij de Admiraliteit en Cornelis Ariensz, backer, om de gage van haar man verdiend onder capiteijn Jan Henricxz Storm, capiteijn Schuylenburch en commandeur Jan Engelbrechtsz te innen.
Ze transporteert 53 gulden aan Cornelis Ariensz, backer, die ze hem schuldig is over geleverd brood en geleend geld

- (14-10-1638) Heyndrickien Heyndricxdr Oudaens, wier moeder was Catelijn Cornelisdr Igrams, als gemachtigde van haar man Adriaen Cornelisz Halffkaech, machtigt Dirck van der Mijl, capiteyn maior van de burgerij van Breda, om de afrekening te bezien die Melchior van Oudenbosch en Govaert van Alphen, schout van 's-Gravenmoer, executeurs testamentair van Cornelis Cornelisz Igrams en diens vrouw Adriaentge Govaertsdr van..... hebben gemaakt, en over te gaan tot deling tussen de erfgenamen van het restant van de boedel. Zij zijn ook curateurs van de boedel van Margrietie Igrams. De laatste verantwoording is gedaan te Dordrecht

- (20-10-1638) Door Reynier Abramsz van Gorinchem matroos 23 jaar, Goovert Jacobsz van Dordrecht 24 jaar, Cornelis Jansz van Eck 22 jaar, Jan Maertensz van Schoonhoven 26 jaar alsmede Jan Harmansz van Amsterdam 52 jaar allen als matroos varende bij capiteyn Jan Woutersz van der Schoot, verklaren op verzoek van Susannetgen Willems vrouw van Cornelis Wijs wonende buiten de Oostpoort dat zij hebben gehoord dat Pieter Corssen van Flensburch, als bosschieter gediend hebbende bij de voornoemde capiteyn, zijn bezittingen legateerde aan genoemde Susannetgen

- (9-11-1638) Inventaris opgemaakt door: Dirck Gerritsz weduwnaar van Lucretia Jansdr.
In de boedel bevindt zich een huis belend door: Lambrecht van Heucelum, en Dirck Blom.
Verder worden in de akte nog genoemd:
Vermeulen, velleploter, Leyden,
Gerrit Centten, Schiedam,
Schepmoes,
Gerrit Dircksz, wijnverlater, 
Willem Gijsberts
Sluys,
Dirck Michielsz, houtcooper,
Boudewijn Cool, maeckelaer,
Adam van der Horst,
Cornelis Costerman, wijnverlater,
Ary Jansz, tabackvercooper,
Jan Rom,
Steven Aldertsz, wijnverlater,
Cornelis Jansz, turffboer,
Hendrick van Munster, schilder,
Rochus Pieters, Delfshaven,
Pieter Brouwer, coopman, Amsterdam,
NN van Veen, capiteyn,
Jaecques Bommersen,
Barent Jansz Lachterop, coopman, Amsterdam,
Jan Snouck, bode, Gorcum,
Jan Pansert, Briel, den, 
Duymof, backer, Vlaerdingen,
Hans Swagers, coopman, Dordrecht,
NN van Dijck, Dordrecht,

Cornelis Maertensz, maeckelaer,
Bruystens, capiteyn,
Cornelis Keyser, houtcooper, en
Arien Arentsz, Oost-Indisch vaerder, Rijstuin,
Pieter Cappoen, zoon van Hans Cappoen, overleden ten huize van Lucretia Jansdr.
Een huis en erve staande en gelegen aan de noordzijde van de Vissersdijck genaamd de Vergulde Ruyt. Blaeck en Delfshaven.

- (3-12-1638) Joris Jorisz van Dordrecht die als soldaet met het schip de Swaen van Delft naar Westindien zal gaan, benoemt als hij op deze reis overlijdt zijn vrijster Mettge Andriesdr, dochter van Andries Jansz, pottebacker die op het Oosteinde woont, tot zijn erfgenaam

- (30-12-1638) Daniel van Flierden neemt Johannes de Groen van Dordrecht als knecht in dienst in de nering van wijn, brandewijn en gedistelleerde wateren. (N.B.: Daniel van Flierden tekent als Daniel van Vlierden)