|
Rotterdam notariele akten 1639-1653 |
- (3-1-1639) Enghel
Danielsz van Dort die op 03/01/1637 in dienst van de
Westindische Compagnie van Middelburch is uitgevaren met het schip Oraingien
onder schipper Jan Verdiest machtigt Leendert Tobiasz, varende man en de moeder
van zijn vrouw Helena Jansdr, weduwe van Cornelis Willemsz om 25 pond Vlaems 10
schellingen te innen die hij nog te goed heeft van zijn dienst op de Oraingien.
Het schip is bij Pleymuyden in Engeland verongelukt, maar de goederen en het
geschut zijn geborgen.
Van dit geld krijgt Helena Jansdr 15 1/2 pond Vlaems.
Hij zal nu uitvaren onder vice admirael Witte Cornelisz de Wit.
- (10-1-1639) Govert de Meyer, voor zichzelf voor 1/4e deel, en als voogd
over de nagelaten kinderen van Michiel de Meyer en als gemachtigde van Jacob
de Meyer te Dordrecht en namens Leendert de Meyer, zijn
broer, tezamen erfgenamen van Isaac de Meyer, hun vader en grootvader,
verkoopt een huis en erf aan Hans Jacobsz de Reu, gelegen aan de noordzijde van
de Princestraet, voor 1800 carolusgulden.
Strekkende voor uit de Princestraet tot achter over de gemene steeg tot aan de
muur van Willem Jansz van der Berch, brandewijnbrander.
- (28-1-1639) Abraham Peters van Dordrecht,
die naar West Indien gaat met het schip de "Morgensterre" en
zijn vrouw Lysbet Jans benoemen elkaar tot erfgenaam
- (7-2-1639) Jasper Jansz, schipper, verkoopt voor 550 gulden een
cromstevenschuyt aan Aldert Jansz, schipper uit Aerdenburch.
Het schip is nog belast met 200 gulden, te betalen door de koper aan Daelder,
schipper in Dordrecht en ligt bij de beurs.
Jasper Jans geeft zijn huis genaamd St. Cecilia aan de noordzijde van de Nieuwe
Prince straet of Breetstraet als onderpand en Aldert Jans de Cromstevenschuyt
met toebehoren. Euwout Jansz, schipper, stelt zich borg voor de koopsom.
Het huis van Jasper Jansz grenst ten westen aan Cornelis Pietersz, varende man
en ten oosten aan de weduwe Saertge Lambertsdr, nu getrouwd met Gerrit Gerritsz
Moen, schipper
- (18-2-1639) Mayken Henrickxdr, vrouw van Dirck
Cornelisz die in Dort woont aan het GROTE HOOFT met machtiging
van haar man en Mayken Cornelisdr, weduwe van Mr. Frans Adriaensz,
chirurgijn wonend in Shartogenbos aan de Vischmarct tegenover de Craen, die
zuster en snaer is van Harman Cornelisz, overleden, van Geel en daardoor
mede-erfgenamen van Harman Cornelisz, machtigen Adriaentge Jansdr,
dochter van capiteyn Jan Mathijsz Brouwer, verleden, om van de admiraliteijt de
helft van de gage te innen die Harman Cornelisz als quartiermeester heeft
verdiend onder capiteijn Jan Mathijsz Brouwer, waar zij als erfgenamen van
vaders zijde recht op hebben.
De erfgenamen van moeders zijde hebben de andere helft al gehad
- (19-3-1639) Cornelis Thomasz van Heusden, constapelsmaet en Frans
Dircx van Dordrecht, maetroos onder vice admirael Maerten Harpertsz
Tromp, leggen een verklaring af op verzoek van Maertgen Teunisdr,
fruytvercoopster, slaepvrou van Abraham Cornelisz Schaep za.
Zij verklaren dat deze als maetroos op 18/02 l.l. in een gevecht met de
Duynkerkers voor het Scheurtgen gewond is geraakt en de volgende dag is
overleden en dat hij Maertgen Teunisdr tot zijn erfgename heeft benoemd
- (8-4-1639) Engel Daniels van Dort,
maetroos onder admirael Tromp, machtigt Willemina Cornelisdr, vrouw van
Leendert Tobiasz, wonend in de Koestraet bij d'Oude Beurs, om bij de Directeurs
van de Maestroom zijn gage te innen
- (16-4-1639) Commandeur Jan Engelbrechtsz van Bemmel machtigt Grietge
Claesdr Huspot wonende te Dordrecht om alle kostgelden van
zijn scheepsvolk te ontvangen van de Admiraliteit
- (30-4-1639) Arent Jansz machtigt Cornelis Leendertsz Gouwenaar en zijn vrouw
Aechtge Dircxdr wonende in de Pannekouckstraet om van de Admiraliteit 4 maanden
gage te ontvangen die hij verdiend heeft bij capitein Haecxwant en capitein
Michiel van den Berch. Zijn kameraad Jan Jansz van Dordrecht
heeft 4 maanden gage tegoed.
- (30-5-1639) Maertgen Jans, weduwe van Adriaen Lyefhebber transporteert de
navolgende betaalopdrachten aan haar zwager Jasper Lyefhebber, vice-admirael van
Holland. Ten name van:
Robbert Dolling, Schotsman, gediend bij capitein de Vries
Hercules Claesz, gediend bij capitein Henrick de Munnick,
Willem Fransz, gediend bij capitein Cornelis Engelen,
Tijs Tomasz, gediend bij capitein Conde,
Tomas Davitsz, gediend bij capitein Van der Zele,
Hermen Hermensz van Dort, gediend bij
capitein Van Es,
Jan Claesz,
Rijs Prijs, Engelsman,
Jan Pietersz van Leeuwaerden, allen gediend bij capitein Frans Touw, evenals:
Olof Jaspersz,
Willem Jansz van Amsterdam,
Jan Bonon van Amsterdam,
Jacob Samuelsz van Leyden,
Benedictus Roelofsz en Rombout Claesz van Lyewaerden
Willem Weyd, Schotsman, gediend bij capitein Jan Tijsz,
Jan Lambertsz van Delft,
Jacob Robbertsz van Delft,
Maerten Sanders,
Cornelis Allertsz van Schoonhoven, allen gediend hebbend bij capitein
Haechswant,
Aert Davitsz van Iselstein,
Rein den Molenaer, beiden gediend bij capitein Peckius inhoudende 1300 gulden
- (14-6-1639) Op verzoek van Abraham Pouwelsz
verklaren Maritgen Bolders vrouw van Jan Janssen 37 jr en Sara Willems weduwe
van Hendrik Francken, 35 jr, dat hun buurman Ewout Janssen Vlasman voor de deur
van Abraham Pouwelsz herrie heeft geschopt, waarbij hij o.a. diens schoonvader
Merten Claessen schuytvoerder op Dort bedreigde.
Ook is er een verklaring van Lijsbeth Jans wed. van Pieter Jans van Leyden, 30
jr en Dirk Java over het optreden van genoemde Vlasman ten huize van Ambrosius
Jacobs
- (3-8-1639) Govert Jacobsz van Dordrecht,
varend als matroos ten oorlogh ter zee met capiteyn Jacob Musch, bekent
277 gld. schuldig te zijn aan Cornelis de Wijs en zijn vrouw Susanna Willemsdr,
wegens verteerde mondkosten, slaapgeld etc., te betalen uit zijn verdiende gage
- (22-8-1639) Inhoud Huwelijkse voorwaarden van Gerrit Jansz van Eden,
schrijnwercker weduwnaar van Jannetgen Thomasdr van Avesaet, wonende te Utrecht
en Jannetgen Ariens weduwe van Symen Muys van
Holi notaris en procureur wonende te Dordrecht (?) geassisteerd met
Marycken Dirxdr. N.B. Gerrit Jansz ondertekent als Gerrit Jansen van Neden
- (31-8-1631) Evert Henricx van Dordrecht,
bosschieter onder capitein Boshuysen, bekent een schuld te hebben aan
Lijsbet Peters van 65 gulden ter zake van kostgeld.
N.B.: Hij tekent in een oostelijk handschrift als Ernsen Henrich Ersen
- (28-9-1639) Trijntgen Abrahams, laatst weduwe van Gerrit Cool, ter ene zijde,
en Cornelis de Reus, haar broer, die van hun vader zaliger Abraham de Reus het
mertschipperschap van Rotterdam naar Dordrecht
heeft gekregen aan de andere kant, zijn het oneens over de 200 gld p./j., die
door haar broer, op verzoek van haar vader, aan haar betaald zou moeten worden.
Zij sluiten nu een overeenkomst over de betaling. N.B.: Trijntgen Abrahams
tekent als Catrijna de Reus
- (4-10-1639) Zara Jacobsdr Vos, weduwe van capiteyn Bartholomeus Reyniersz den
Jongenboer,
machtigt Jan van Aller, notaris en procureur, om namens haar en haar zwager ( =
schoonzoon ) Andries van Aller, man van haar dochter Jannetgen Bartholomeusdr,
universele erfgenaam van haar overleden man, te voldoen aan de uitspraak van het
Hof van Holland in de zaak tussen haar en haar zwager enerzijds en
Michiel Cotermans te Dordrecht anderzijds.
- (15-10-1639) Op verzoek van Cornelis Reijniersz Saffaers wonend in de vrijdom
deser stede verklaren
Jan Gerritsz Cauw 32 jr. wonende op de Nieuwe Beestenmerckt en Cornelis Arensen
19 jr.
beiden varensgezel dat zij met Saffaers en Dirck Dircksz Romeyn aanwezig waren
onder het huis waaruit hangt De Nieuwe Beestenmerckt.
Zij waren getuigen bij de verkoop van ijpenhout door Saffaer aan Romeyn.
Overeengekomen werd dat verrekening zou plaats vinden met bier dat de verkoper
tegoed heeft van de weduwe van capt. Kool.
Het bier wordt geleverd door brouwer Beaumont te Dordrecht
in De Vier Heemskinderen
- (26-10-1639) Jan de Meij, coopman en Jacob van Velthuysen, coopman, machtigen Gerard
Berck te Dordrecht om voor de Westindische Compagnie der Camere
tot Dordrecht een aandeel van 1.500 gld. van Jan en 500 gld. van
Jacob over te dragen aan Abraham Jansz, coopman te Dordrecht
- (5-11-1639) Sara Jacobs de Vos weduwe van Bartholomeus Reyniersen den
Jongenboer, capiteyn, en
Andries van Aller, notaris, mede-erfgenaam van Jongenboer,
machtigen Grietgen Claesdr, weduwe van Cornelis Schots,
schipper, wonende te Dordrecht,
om 1.000 of 1.200 carolus gulden te lichten en daarvoor voor schepenen
te Dordrecht,
een schuldbrief te passeren ten behoeve van de crediteuren verbindt hij een
scheepscustingbrief ten laste van Lodowijck Carelsen
schipper te, Shartogenbosch,
en een akte van borgtocht voor schout en schepenen te Catwijck op den Rhijn,
door Carel Lodowijcksen.
- (13-11-1639) Lambrecht Colijn stelt zich borg voor Pieter Mavet, wijnkoper
alhier, ten behoeve van Lambrecht van Heuckelum, pachter van de impost op de
consumptie van de wijn, omdat 11 vaten Franse wijn, geadresseerd aan Mavet, van
Dordrecht naar hier zijn gekomen zonder biljet van de pachter.
NB: Mavet tekent als Mawet
- (15-11-1639) Teunis Jacobsz, oud 32 jaar, bottelier en Jan
Mom van Dort, oud 25 jaar, dienende als cuyper bij admirael Maerten
Harpertsz Tromp, hebben op verzoek van Anneken Michielsdr, weduwe van
Pouwels Gijsbertsz van Rotterdam, matroos in dienst van admiraal Tromp,
verklaart dat de laatste op 17 september 1639 in aanwezigheid van capitein
Barent Barentsz Cramer en Teunis Jansz, botteliersmaet zijn mondeling testament
heeft opgemaakt.
Anneken ontvangt alle gage, buitgeld en is algeheel erfgenaam.
Wel moet Anneken aan zijn zuster Aeltge Gijsberts 6 gulden uitbetalen of een
nieuwe borstrok kopen.
Jan Mom verklaart dat op 21 oktober, toen zij hun slag tegen de Spaense Vloot
zouden aangaan, het laatste testament van Pouwels is opgemaakt.
- (18-11-1639) Sara Jacobsdr de Vosch weduwe van capiteijn Bartholomeus
Reyniersz den Jongenboer en Andries van Aller notaris, gehuwd met Jannitgen
Bartholomeusdr onderschrijven als erfgenamen van Bartholomeus den Jongenboer het
compromis opgesteld door notaris Johan van Aller en gepasseerd voor notaris
Gerrebrant van Warmenhuysen op 11-11-1639 te 's Gravenhage. De andere partij is Michiel
Jacobsz Coottermans die wordt vertegenwoordigd door Jan
Michielsz Deylmans beiden wonend in Dordrecht. Ook hij zal
zich aan het compromis houden
- (22-11-1639) Inhoud Gerrit Roelen van Schoot, quartiermeester op 't schip De
Eendracht van Dort bij schipper Cornelis Cornelisz
Jongehartich, verklaart schuldig te zijn aan Catelijntge Lamberts, weduwe van
Jack Dasseer wonende in de Santstraat op de hoek van de Trouwsteech, 100 gulden.
Hij belooft dit te zullen betalen uit zijn eerst verdiende gage. Hij machtigt
Catelijntge om in zijn naam dit bedrag te ontvangen van de West-Indische
Compagnie, de kamer tot Dordrecht
- (7-12-1639) Pieter Corneliss, schipper uit de Rijp 42 jaar
oud, en Jan van Nut van Dordrecht, 26 jaar
oud, verklaren op verzoek van Aris Janss, eveneens schipper uit de Rijp,
dat Aris een geschil met zijn scheepsvolk had dat aangenomen was om naar
Franckrijck of elders te varen. Het reisdoel werd Spaenje, waarover een conflict
ontstond.
Op 05-12-1639 komen Aris en het scheepsvolk bij elkaar in de herberg 'de
Getrouwen Harder', waarbij zij tot overeenstemming komen met arbitrage van de
genoemde Pieter Corneliss en Dirck Dircxs, schipper
- (13-12-1639) Joris Jans van Dort, matroos
bij capitein Joris Pietersz van de Brouck, machtigt Robbert Hardy en zijn
vrouw Anneken Craeck wonende in de Trouwsteech om in zijn naam de gage van 39
gulden en 4 stuivers te ontvangen van de Directeuren der oorlogsschepen van de
Mase
- (20-12-1639) Inhoud Pieter Jansz van Dordrecht,
busschieter bij capiteijn Joris Pietersz van den Brouck, machtigt Pieter
Pietersz en zijn vrouw Maertge Denis wonende in de RAEMSTRAAT
om in zijn naam 39 gulden gage van de Directeuren der oorlogsschepen van
de Mase te ontvangen, bij deze capiteijn verdiend
- (21-12-1639) Op verzoek van Maria
Snouck, weduwe van Pieter van Deuren, laeckencooper te Dordrecht,
wordt een verklaring afgelegd door Jacob Willemsen, bleycker te Aelbertsberch
buyten Haerlem, 53 jr.
Tijdens een bezoek aan voorn. weduwe, met Jan van Deuren, de inmiddels overleden
broer van Pieter van Deuren
heeft deze Jan gezegd geen aanspraak te maken op een som geld die hij tegoed had
van zijn broer Pieter. De gelden zouden ten goede komen aan zijn kinderen.
Bij dit gesprek was tevens aanwezig NN Bocardus
dienaer des Godelijcken Woords te Dordrecht.
- (23-12-1639) Jacob Lamberts van der Rat coopman
te Dordrecht voogd van Geertgen Peters Rat of Rut weduwe van Jan
Goverts, en Frans Fransz Cool, mede voor zijn tante Betgen Cool of Coolen
treffen als erfgenamen van de kinderen van Jan Goverts een regeling. Ook m.b.t.
hetgeen Gertruid Pieters erft uit de boedel van Reynier Leermons, loodgieter is
een regeling getroffen
- (29-12-1639) Pieter Mathijsz van Luyck, voornemens als matroos van
Middelburch naar Oostindien te varen met het schip Prins Henrick waarop schipper
is Aris den Hijgh, schenkt aan Catelina Mora, vrouw van Pieter Gillisz, zijn
slaepvrouw wonend alhier in de Vijversteech, de eerstkomende 4 maanden door hem
te verdienen gage en machtigt haar om deze gage in mindering van zijn schuld van
de bewindhebberen van de Oostindische Compagnie te Middelburch, te ontvangen.
Zij is echter gehouden als hij tijdens deze Oostindise reis komt te overlijden
zijn verdere gage en goederen uit te reiken aan zijn twee
zusters Beatris en Maria Mathijsdr wonend te Dort
- (16-1-1640) Christientgen Cornelisdr j.d. te Dordrecht
in het WAPEN VAN ENGELANT in de HOUTTUYN, benoemt tot haar erfgenaam haar
moeder Annetgen Symons weduwe van Cornelis Willems. Bij vooroverlijden van
deze worden haar hele en halve broers en zusters erfgenamen.
- (18-3-1640) Govert Jacobsz, geboren te Dordrecht,
gevaren hebbend als matroos ten oorloch ter zee met capiteyn Jacob Musch, bekent
(buiten de obligatie van 277 gld. op 03-08-1639 verleden voor deze notaris) 121
gld. schuldig te zijn aan Cornelis de Wijs en zijn vrouw Susanna Willemsdr,
wegens verteerde mondkosten, slaapgeld etc.
- (23-3-1640) Gillis Langle, tabacqvercooper te Dordrecht,
machtigt Kerckraet, procureur te Utrecht, om in rechte 143 gld. op te eisen die
hij tegoed heeft van Jacob Noorman won. te Utrecht
- (26-3-1640) Govert Pietersz Cnoll en Dirck Janssen den Hooch verklaren dat zij
een Compagnonschap hebben met Cornelis Wens cumsociis voor het innen van de
pacht van de verpachtingen door de Staten van Hollant
te Dordrecht en omgeving, vanaf 01-04-1640, en zij machtigen elkaar
om een akte van cautie te tekenen bij de Commissarissen
of gecommitteerde schepenen te Dordrecht
- (29-3-1640) Jannitgen Isaacks, vrouw van Pieter Pietersz van der Venne,
verhuurt namens haar man aan Seger Nering, cruijdenier, een huis en erf aan de
Westzijde van Nieuwestraet.
Belendingen: Hendrick Cocx, Hendrick van Esterbrugge,
wonende te Dordrecht
- (20-4-1640) Pieter Willemsz Bouman, 24 jaar, Claes Cornelisz van der Back, 48
jaar, en Willem Michielsz Meulevelt, 36 jaar, hooffluyden van het bakkersgilde,
verklaren op verzoek van de dekens van de bakkers van
Dordrecht dat zij voor elke zak tarwe of rogge die zij laten malen
aan de molenaars 5½ stuiver moeten betalen
- (15-6-1640) Gerrit Cornelisz Swaenhil en zijn vrouw Sijtgen Jansdr van der
Muelen, wonende in Out-Beyerlant, beschikken als volgt.
Hij vermaakt aan zijn voorkinderen bij zijn overleden eerste vrouw Geertgen
Jansdr van Coolwijck, alleen hun legitieme portie.
Aan zijn huidige vrouw vermaakt hij een kindsdeel en de rest van zijn na te
laten goederen aan zijn kinderen bij zijn huidige vrouw.
Zij benoemt tot haar universele erfgenamen haar kinderen bij haar huidige man.
Comparanten herroepen hun testament gemaakt op 09.10.1636
t.o.v. Jan Pietersz Veeckemans, notaris te Dordrecht.
- (28-6-1640) Severyn Alemansz of Aelmans, zeepsieder en coopman en zijn
halfzuster Catrina Zijbers, weduwe van Herman Lensz wonende te Dort
op de Nieuwe Haven, verklaren schuldig te zijn aan Adriaen Dirixz van der
Leeuwe de somma van 3.000 gulden.
- (8-7-1640) Leendert Maertensz Craen, schipper, Roeloff van Rijcke en Pieter
van Wijck, exploictiers van de gemenelants middelen, verklaren op verzoek van de
pachters van de bieren van de Staten van Hollandt en Westvrieslant voor
Rotterdam, dat zij enkele dagen tevoren in de stad van der Gou een half vat
scheepsbier kochten uit de brouwerij van het Witte Hart, en dat zij een dag
later in Dordrecht hetzelfde bedrag aan
impost voor een half vat bier uit de brouwerij van de Distel betaald hebben.
Een der getuigen, Heijndrick Cocx, is waard in de Witte Lelij
- (16-8-1640) Willem van den Broucke, Dordrecht,
Adreaen van Beaumondt, Dordrecht,
Wouter de Gelder, Dordrecht,
Gryetken Claes, Dordrecht, en
Sijttge Pieters, Dordrecht,
verkopen 7 obligaties te zamen voor 18.400 gulden ten laste van de provincie
West Vrieslant aan Johan Honrijcx, joncker,
wonende te Lutkegast in de Ommelanden
- (28-8-1640) Dirck Adriaensz op 't Dorp en zijn vrouw Annitgen
Hendriksdr wonende te Rijerkerck benoemen over hun kinderen voogden
onder uitsluiting van de weeskamer van Dordrecht.
Annitgen benoemt haar man alsmede haar halfbroer Jocchim Hendriksz Cranendonck
wonend in Beyerlant en haar zwager Gheen Aelbertsz wonend in Chairlois bij 't
Tolhuys op 't Veer tot voogden.
Voorn. Dirck benoemt zijn broer Bastiaan Adriaensz op 't Dorp alsmede zijn
zwagers Jacob Adriaensz Nuchteren uit Rijerkerck en Cornelis Laurensz uit
IJselmonde tot voogden.
- (21-9-1640) Willem Schelling arbeider in de
copermolen te Dordrecht, benoemt tot zijn erfgenamen zijn 2
kinderen met een bepaling t.a.v. zijn broer Pieter Schelling aan wie hij
nog 150 gulden schuldig is.
Zijn vrouw Pietertgen NN. .. heeft hem verlaten en is met een soldaat Dordrecht
uitgevlucht
- (1-10-1640) Capiteyn Anthony van Schulenburch en
zijn vrouw Anna van Beaumont, wonende te Dordrecht,
benoemen elkaar tot erfgenaam. Zoon Adriaen van Schulenburch is mede erfgenaam
van de eerststervende voor zijn legitieme portie, hetgeen hij echter al
ontvangen heeft.
- (4-10-1640) Op verzoek van Noel de Pars, adjudicatere van de vijf grote
pachten van Vranckrijck, en traites van Anjouw, wordt een verklaring afgelegd
door Fop Adreaensz van Dordrecht, 32 jaar,
coopman laatst gewoond hebbende te Sameurs, met betrekking tot
handelstransacties met Jan Cornelissen Ravesteyn, coopman te Nantis, Reynnier
Velters, coopman te Nantis, Alexander Velters, coopman te Nantis, N N Masinguer,
ontfanger van de traites te Sameurs, en Jan Stochius, die failliet is gegaan en
vertrokken is naar Bordeaux.
- (2-12-1640) Joris Jansz van der Wan, constapel, en zijn vrouw Hillitgen
Jansdr, wonende in de Santstraet in de Butterton,
benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam.
Comparant zal vertrekken met het schip Het Wapen van
Dordrecht bestemd voor Pharnambucquo.
- (19-12-1640) Heindrick van der Cloot, coopman en curateur over de goederen van
Cors Janssen van Alphen, machtigt zijn neef Isaacq van der Cloot, wonende te
Rosendael in Brabant, om namens hem van Thonis Janssen van Zuytlandt,
tegenwoordig wonende te Rosendael, in totaal 199 gld. te innen waaronder 10 gld.
voor onkosten gedaan te Dordrecht.
Van der Cloot is in de akte d.d. 17-05-1623 voor deze notaris als curateur
aangesteld.
- (23-12-1640) Sebastiaen Francken, raet v/h Hof van Holland en bewindhebber van
de West Indische Compagnie ter
Camere van Mase, te Dordrecht, sluit een
overeenkomst met
Jacob Cornelisz van Oosthuysen, schipper,
op het schip het Wapen van Dordrecht,
voor het vervoeren van passagiers en vracht van Helvoetssluys naar Parnambuco in
Brasil.
Op de terugreis mogen geen andere plaatsen worden aangedaan, met name genoemd
West Indie en St. Christoffel.
- (23-12-1640) Sebastiaen Francken, raedt i/h Hof van Holland en bewinthebber,
van de Camere van Dordrecht (W.I.C.), Dordrecht,
sluit een aanvullende overeenkomst met Jacob Cornelisz, schipper, op het
schip Wapen van Dordrecht,
voor eventuele vracht uit het octrooigebied van de W.I.C., waar zij geen forten,
volk, bezittingen of directie heeft, zoals de
Barbadesche en andere eilanden in West Indie, en de kusten van Africa, Brasyl en
Nyeuwnederlant.
372 / Zie ook akte nr. 197.
- (1-2-1641) Noe Cornelisz, schipper, bekent schuldig te zijn aan Goosen
Schalcken, scheepstimmerman te Dordrecht, de somma van 850
gulden, wegens leverantie van een smalschip.
Borg stelt zich Engetgen of Ingetge Ariens van Bijlwerff, weduwe van Johan van
der Duyn, brouster in 't Witte Paert.
N.B. Comparant tekent als Noy of Ney Cornelissen
- (5-2-1641) Gerrit Jans van Dort, matroos,
machtigt Annitge Goverts wonend in de Baenstraet om bij de Admiraliteyt zijn
gage te innen verdiend als matroos onder capitein Sier de Liefde..
- (9-2-1641) Euwout Goverts Boot wonend te Dort,
Maertge Goverts en Susanna Symons, vrouw van Willem Goverts die op reis is naar
Oostindien en Govertge Goverts, allen mede namens Jacob Goverts die in
Westindien is, allen erfgenamen van Anneken Goverts, vrouw van Louwijs Aerts,
hun zuster, verklaren dat zij hun deel in de erfenis hebben ontvangen
- (27-2-1641) Pieter Jans van Swijvel of Swievel, die als cocxmaet van
Dort naar Westindien zal gaan op het schip Het
wapen van Dordt, jongezel, benoemt tot zijn erfgenamen Pieter Claesz
en diens vrouw Lijsbet Cornelisdr waar hij in de kost is, wonend buiten de
Goutsepoort.
Hij bekent tevens een schuld aan hen te hebben van 70 gulden ter zake van
kostgeld
- (25-3-1641) Frederick Cingel van Dort machtigt
Sijmon Jans, wonend op de Nieuwe Haven in de Vijf Ringen, om bij de Admiraliteyt
zijn gage te innen verdiend als matroos onder admirael Tromp.
N.B.: Cingel tekent met Sijngel.
- (13-4-1641) Willem Pietersz machtigt Arent Cop,
notaris en procureur te Dordrecht, om van Aeltgen N.N. de helft
van 112 gld. te innen.
- (24-4-1641) Op verzoek van Adriaen Govertsz van Nes, verklaart Christiaen
van Deuren oud 40 jaar, dat hij ca.1 jaar geleden tijdens een boottocht
naar Dordrecht in gesprek kwam met Heyman Bick, coopman, o.a. betreffende
een proces dat Hendrick Kenrick, engels coopman, was voerende tegen Abraham
Pietersz, hoedemaker te Vlissingen over een wissel van requirant.
- (12-7-1641) Tomas Sanders van St. Jonsten, die met het schip 'Nieu
Rotterdam' als matroos naar oostindien gaat, benoemt tot zijn erfgenaam zijn
neef Pieter Pieters, 15 maanden oud, zoon van zijn broer Pieter
Sanders te Dordrecht en Lysbet Willems
- (21-8-1641) Henricus de Vries, bedienaer des Goddelijcken Woordts op het dorp
Westmaese, en zijn vrouw Dina Engelsdr benoemen elkaar over en weer tot
universeel erfgenaam met een voorziening voor hun kinderen.
Comparanten herroepen hun huwelijkse voorwaarden gepasseerd te Dordrecht
op 16-11-1640 t.o.v. notaris Daniel Eelbo
- (11-9-1641) Ritchard Doncken van Jorck, die naar 't
Gasthuys te Dort gaat, machtigt Grietge Willems om van de
admiraliteyt te vorderen zijn gage en buitgeld, verdiend onder capteyn Willem
van Colster.
- (11-19-1641) Jacob Goverts verklaart 50 gld. schuldig te zijn aan zijn
broer Euwout Goverts te Dort, ter voldoening van een
schuld.
- (14-10-1641) Dirick Schivelberch, wijncoopman
wonende te Dordrecht, als voogd samen met Lourens Woutersz en
Jacob Dircxz coopluyden te Bremen over de weeskinderen van Henderick
Schivelsberch broer van comparant en overleden te Stade, machtigt zijn genoemde
mede-voogden om de gehele nalatenschap van zijn broer over te dragen aan diens
crediteuren. Tevens om advocaet Josioes Dedeken te machtigen in de rechtzaak
tegen Engel Langenberch.
- (16-10-1641) Huych Verboom, bejaarde jonckman te Dordrecht,
verzoekt de notaris van Jan Heynricksz Rotshouck als zijn gewezen testamentaire
voogd rekening te eisen van de administratie zijn vaderlijke en moederlijke
goederen; deze aanzegging is verschillende malen herhaald
- (9-11-1641) Op verzoek van Neeltgen Heynrickx, vrouw van Jan Floren,
hoochbootsman, verklaart Leonardt Pietersz Busch, raedt en vroetschap,
bewindhebber van de Oost-Indise Compagnie dat Jan Floren het schip Nieuw
Rotterdam van de Oost-Indise Compagnie door manhaftig gedrag heeft gered nadat
het in 't Goereesse Gat tijdens zware storm in aanvaring was gekomen met het
schip het Wapen van Dordrecht van de West-Indise Compagnie.
- (20-12-1641) Inhoud Pauwels de Hulter en zijn vrouw Marya van Dueren
coopman wonende Westnieuwelant, herroepen hun huw. voorwaarden en twee
testamenten gepasseerd op 17.05.1629, resp. 25.05.1629, t.o.v. Daniel Heermans
notaris te Dordrecht; zij benoemen elkaar over en weer tot universeel
erfgenaam, met een voorziening voor hun kinderen en een legaat aan deze groot
40.000 gulden. Tevens een legaat van 300 gulden aan de huysarmen.
- (30-12-1641) Pieter Lamberts,
droochscheerder, en zijn vrouw Aeltge Michiels, wonende te Dort in
't TOORESTRAETGEN, machtigen Barber Willems om van de admiraliteyt de
gage te vorderen die wijlen hun (behuwd) broeder Henrick Michiels verdiend heeft
onder capteyn Pieter de Wint, waarvan zij aan haar moeder Jacomijntge Michiels
de verschuldigde 46 gld. t.z.v. kostgeld moet betalen
- (31-12-1641) Pouwels de Hulter, coopman, mede voor Jacob Quack, coopman te
Roaen,
komen overeen met Gijsbert Pijl, coopman te Dordrecht
voorheen te Roaen,
en zijn vader Dirck Pijl, coopman te Dordrecht,
om het contract gemaakt op 27.11.1641 gepasseerd voor Arent van der Graeff,
notaris, te annuleren en te vernietigen.
In de akte wordt vermeld dat Jacob Quack 2.342 gulden moet betalen aan P. de
Hulter. Gijsbert Pijl zal daardoor schadeloos worden gesteld. Gijsbrecht Pijl
zal zich terug trekken uit het comptoir te Rouaan. Voorts zijn 800 gulden
betaald aan Cornelis van Arckel coopman, en Michiel Viruli, coopman.
- (9-1-1642) Samuwel Canijn of Canin voor de ene helft, en Adriaen Besemer,
burgemeester, gemachtigde van Janneken Eems, weduwe van Isaack Canijn, voor de
andere helft, verkopen aan Leendert van Orten of Ortt,
het huis en erf in de HOUTTUYN in Dordrecht genaamd
't HOFF VAN HOLLANT, voor 5100 gulden. Het strekt zich uit van voor van
de Voorstraet tot achter in de Wijngaertstraet. Belend door Jan
Olis en Matheus van den Brouck
- (10-1-1642) Jochem Matheusz van Dort bekent
64 gld. schuldig te zijn aan Maertge Corssen, weduwe van Jacob Ariensz Vos,
luytenant van capiteyn Beaumont, wegens verteerde mondkosten etc.
Hij machtigt haar om deze gelden van de admiraliteit te ontvangen uit de gage
verdiend bij capiteyn Cornelis Silverengieter.
NB: Jochem Matheusz tekent als Jochem Mattheeussen.
- (16-1-1642) Johannes Jaspersz Troyen, j.g. geassisteerd door zijn
moeder Josyna Huybrechtsdr, wonende te Dordrecht,
en zijn cousijns Heynrick Verdonck, coopman, benevens Jasper
Goris, boeckvercooper te Dordrecht,
sluit een contract van huw. voorwaarden met Elysabet Gerritsdr Hommers, j.d.
geassisteerd door haar oud-ooms
Gerrit Jansz scheepstimmerman en Joost Jansz, scheepstimmerman, benevens haar
oom en voogd Jan Fransz, scheepstimmerman,
en haar moeye Merritgen Cornelisdr.
- (1-2-1642) Harmen Nannincksen en zijn vrouw Merritgen Heynrickxdr,
hoochbootsman op het schip
de Salm van Dordrecht of de Salm van Dordrecht waarop Barent
Nannincksen schipper is, benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam.
- (8-2-1642) Tresiana Henrix, wed. van Franchois
Lodewijcxs, geassisteerd door haar zoon Franchoys Lodewijcx, coopman te
Amsterdam, verkoopt aan Jan Jansz de Colonia, haar deel in een huis en verwerije
met toebehoren, behalve de stoffen, aan de oostzijde van de Nyeupoort, belast
met 1415 gld. t.b.v. Floris de Jager, diens moeder en die van Dordrecht,
voor 1300 gld. boven vorengenoemd bedrag.
Belendingen: Phillips Rentier; de Rotte
- (13-3-1642) IJsbrant Dickx, brouwer in de brouwerije van de Pau, machtigt Gleyn
Jocchimsz, biersteker te Dordrecht, om van Teunis Cornelisz,
schipper, wonend te Willemstadt, 275 gld. te innen wegens geleverd bier.
- (28-3-1642) Daniel Jansz Snel, 48 jaar,
herbergier in Dort bij 'DE OUDE BEURS', en zijn
vrouw Neeltge Henricksdr, 61 jaar, verklaren op verzoek van
Maertge Centendr, weduwe van Cornelis Huybertsz Swarten Arent, wonend te
Amsterdam, dat de laatste sedert augustus 1641 een aantal keren bij hen heeft
gelogeerd, in dezelfde tijd dat Pieter Flipsz, pachter, wonend alhier, tot zeer
laat in de nacht met haar heeft gepraat, zodat zij dachten dat zij 'vleyselijcke
conversatie' hadden, hetgeen zij beiden hebben ontkend
- (2-4-1642) Rogier Tholen, schipper op ''De Thomsen'' van London in
Engelant, groot 40 lasten, heeft 800 gulden ontvangen van Samuel Hoorn, coopman,
via zijn vader Cornelis Pietersz Tholan te Dordregt,
voor rekening van Benjamijn Delanoy, coopman te London, op bodemerij en rechte
avontuur van de zee, op zijn schip dat in Rotterdam in de Nieuhaven ligt,
wachtend op goede wind om naar London te varen. Hij zal Delanoy 20 dagen na
aankomst betalen.
- (10-4-1642) Inhoud Jan Michielsz Deylmans coopman
te Dordrecht, Cornelis Panser apothecaris en Abraham Harmensz de Gelder,
coopman te Haerlem verklaren dat zij het huis van Jan van Troyen aan het Hang
niet voor zichzelven gekocht hebben maar voor Cornelis Bosch, waert of
herbergier in het Swijnshooft
- (16-4-1642) Jacob Jorisz van Rotterdam, jongman, afvarend van Dort
als bootsgesel met het schip 'Het Katge', waarop schipper is Gijsbert
Henricxsz, vermaakt al zijn na te laten goederen aan Leentge Roelen, zijn
slaepvrouw, weduwe van Jan Aelbertsz, met legaten aan het Arme Weeshuys en zijn
vader Joris Malick
- (21-4-1642) Jan Veranneman, geboren te Vlaenderen, jonggesel, klaar om
in dienst van de West-Indische Compagnie ter kamer
Dordrecht met het fregatschip 'De Cat, waarop schipper is Ghijsbert
Hendricxsz Luyt van den Briel naar Angola te varen, bekent 70 gld. schuldig
te zijn aan Cornelis de Wijs en zijn vrouw Susanna Willemsdr wegens verteerde
mondkosten etc
- (1-5-1642) Jan Jansz van Heel verklaart op verzoek van Richard Hart, schipper
op Londen in Engelant op het schip Maria en Franchois dat Hart 24 droge
carteelen heeft geleverd aan Dammes Verlooff
coopman te Dordrecht
- (2-5-1642) Abraham Sieren te Dordrecht, getrouwd
met Abigael Senten, dochter van Jannetgen Jans
en derhalve mede erfgen. van Dirck Jansz Schiltvinck, haar oom, bekent in
mindering van hun portie, 800 car. gld. ontvangen te hebben van Pieter Jansz
Blanckert die i.p.v. zijn overleden broer, Gerrit Jansz Blanckert
executeur-testamentair is van de voorn. Schiltvinck.
N.B.: De 800 car. gld. is verkregen uit verkoop van een rentebrief t.n.v. Johan
van Berckel.
- (6-5-1642) Geerloff Pauwelsz stierman ter haringvaert, machtigt notaris Johan
Wilsvets te Schiedam om het nodige te doen tot verhaal op Aert Leendertsz, alias
Cleyn Aert stierman ter haringvaert te Vlaardingen, van schade toegebracht aan
zijn want op 03-07-1639 bij het vissen in de Noordzee, waarbij tevens schade
werd veroorzaakt aan het haringwant van Barent Barentsz
stierman van een haringschip van Dordrecht, en welke schade door
comparant is vergoed
- (7-5-1642) Philips Roemers gewezen herbergier in de Sleutels draagt over
ridder Huybrecht Berck schepen te Dordrecht, een bedrag dat
hij te vorderen heeft van Gerrit Maes solliciteur
uit Dordrecht
- (23-6-1642) Cornelis Verney, nu bezitter van het huis en erf 'Het Schilt van
Vranckrijck' staande aan de Spaensekay, strekkende van daar tot in de Koestraet,
die daarvoor in bezit was van Henrick Hartman, ter ene zijde en Daniel
Jansz Snel, bezitter van het huis en erf genaamd 'Dordrecht' staande naast
de oude afgebroken beurs, strekkende voor van de straet tot aan Verney,
ter andere zijde sluiten een overeenkomst over het ledigen van hun gemeen
secreet achter hun huizen. Verwezen wordt naar een vroeger gesloten contract
d.d. 12-08-1612.
Als betrokkenen worden nog genoemd Claes de Vlamingh en Aeltge Pietersdr, weduwe
van Marcelis Jansz Goethart, beiden eigenaren van hun twee huizen aan de
westzijde van de Koestraet, gewezen bezitters van het secreet
- (1-7-1642) William Lee, Engels coopman draagt aan Joris Chandler, Engels
coopman, een aantal obligaties, contanten en textielwaren over. De koopprijs van
textiel verkocht aan Elias Mandevil te Londen mag Chanler innen.
Obligaties ten laste van: Ewert Houbraecke te Bommel, Jacob
Hars te Dordrecht, Bartholomeus Bosch in den Hage, Jan Jansz
Lith te Ravesteyn, Gillis van Helmont te Dordrecht,
Willem Teuwesz van Langelaer te Amersfoort, Frans Herbertsz Jager te Swammerdam
of Alpen, Heyndrick Engels en Jan Deucken te Roormunde. Laatste berust bij
Theophilis Beynham. Lakens gemaakt door Willem Matheusz Groenwerck
- (31-7-1642) Adriana Cop, vrouw van Jan Jardee,
wonende te Dordrecht, bevestigt haar huwelijksvoorwaarden en
benoemt tot enige erfgenaam haar zuster Maria Cop
- (4-8-1642) Er is een geschil over het testament van Gerrit van Beuren, gemaakt
in Oostindië 03-09-1635, die aldaar is overleden, blijkens akte van notaris
Danckaerts 22-10-1640. Partijen zijn:
1. Willem Kick, coopman te Amsterdamgemachtigde van Maerten de Roij, echtgenoot
en voogd van Lijsbeth van Beuren, mede namens Dirck
Corstiaensz Schaep te Dordrecht, echtgenoot van Catharina van
Beuren, Jacobus van Beuren, notaris, Maijken van Beuren, vrouw van
Aert van Geesbergen die afwezig is, Dieuwerken van Beuren en Margareta van
Beuren, mede namens Jan van Beuren. Allen zijn als broers en zusters erfgenamen,
nu de ouders overleden zijn.
2. Jacob Mathijsz van Bree, voogd van Anthonij Symonsz. Zij komen overeen dat de
laatste 150 gulden aan de eerste partij zal betalen, waarmee al hun
meningsverschillen zijn afgedaan.
- (24-8-1642) Adriaen Dircxz t' Boertge, Jan Stoffelsz Groote of Grooten en
Bastiaen Adriaensz Slorp, resp. stiefvader, broer en zwager van Jan Stoffelsz
Cleyn, allen wonende in Charlois, stellen zich borg voor de schuld van 15000
gulden die Cleyn moet betalen aan de ontvanger Hogeveen
te Dordrecht. Daarvoor is een betalingsregeling getroffen door de
Staten van Holland.
Een getuige is Jan de Meyer, coopman te Dordrecht
- (8-9-1642) Op verzoek van de gemeene reeders van schipper Jan Hendricxz
Juist van Schiedam, verklaart Andries Pietersz de Vries, gesworen
maeckelaer oud 49 jaar, dat van een partij wijn in februari 1640 aangekomen van
Nantes met het schip van requiranten, vier vaten zijn uitgeleverd aan Rutger
Schuurmans, wijncooper, welke vaten echter bestemd waren voor Abraham
Walburch, wijncooper te Dordrecht. Deze vaten zijn intussen
verkocht. De opbrengst is door Schuurmans aan deposant ter hand gesteld en
vervolgens aan requiranten doorbetaald
- (8-9-1642) Harmanaus van der Hagen, bewinthebber,
van de Camer van de Mase Dordrecht,
Jacob Velthuysen, bewinthebber, van de Camer van de Mase, en
Joost van Lodesteyn, bewinthebber, van de Camer van de Mase, wonende te Delft,
sluiten een bevrachtingsovereenkomst met
Jacob Claessen Bruynnincx, van Hoorn, schipper, op zijn schip de
Bruynvisch.
Het schip moet van Delfshaven zeilen naar Luwanna, St. Pauwlo.
Vandaar met 1negros of andere koopmanschappen naar Parnambucque in Brasil
- (12-9-1642) Roocktge Michielsdr, 70 jaar, vrouw van Henrick Pietersz,
schoorsteenveger, verklaart op verzoek van Daniel Jansz
Snel, herbergier, eigenaar van zijn huis en erf naast de oude afgebroken
beurs genaamd DORDRECHT, strekkende voor van de straat tot in 't
gemeen secreet, die de laatste en Cornelis Verney, waert in 't Schilt van
Vranckrijck, beiden in bezit hebben, dat zij van Snel en Verney de opdracht
heeft aangenomen hun gemeen secreet te ruimen.
Bij nader onderzoek wordt er een oud gat in de gemeenschappelijke muur ontdekt.
Door dit gat is enig afval, tegen betaling, uit het secreet verscheept
- (24-9-1642) Sara Jacobsdr de Vos, vrouw van Lourens Madeus dienaer des Godd
Woorts te 's-Gravenhage, verklaart dat Grietgen Claesdr,
weduwe van Cornelis Schot, wonende te Dordrecht, zich borg
gesteld heeft voor comparante voor een bedrag van 350 gulden, van welke
borgtocht comparante haar bij deze ontslaat
- (9-10-1642) Jan Cornelisz, varendeman als bootsgezel onder capiteyn
Post en zijn vrouw Lysbeth Jansdr, machtigen Wessel
Ghijsbertsz backer wonende te Dordrecht en Wijnant
Ghijsbertsz om van capiteyn Post voornoemd alle drie maanden een bedrag van
6 gulden te incasseren in mindering op comparants maandgeld tot een totaal van
31 gulden, welk bedrag comparant hen schuldig is voor geleverd brood
- (14-10-1642) Compareren de a.s. bruidegom Balthasar Coymans de Jonghe
van Haerlem geassisteerd door zijn vader Josephus Coymans en zijn moeder
Dorothea Bercks of Berck, en de a.s. bruid Anna Prinse, dochter van
wijlen Willhem Euwoutsz, brouwer in de Werelt, geassisteerd door haar moeder
Maria Cornelisdr van Santen van Delft, in bijzijn van haar huidige man Jan van
Blenckvliet, en ter overstaan van haar oom en momber Cornelis Euwoutsz Prinse.
Zij verklaren zich op 27-07-1642 verloofd te hebben en de huwelijksvoorwaarden
zijn overeen gekomen. Joseph Coymans geeft financiële steun, evenals Maria van
Santen, die daarvoor de brouwerij De Werelt in huur krijgt. Sterft Anna als
eerste kinderloos, dan zijn haar juwelen voor haar man, plus 5000 gulden. Sterft
hij als eerste dan krijgt zij 10.000 gulden.
Mede ondertekend door: Mr. Jacob Druyvesteyn, raad en schepen van Haerlem en
gecommiteerde in de rekencamer van de generaliteyt in 's-Gravenhage, Johan
Bernart, Mr. Mathijs Berck, raad en pensionaris van
Dordrecht, Jacques van Damme, Jan Euwoutsz Prins en Antony Claesz
van Aeckeren, brouwer.
NB: Prince of Prinse wordt ook geschreven als Prins
- (1-11-1642) Op verzoek van Cornelis Claes als
hoochbootsmaet te Dordrecht aangekomen
van West Indië met De Salm, leggen Barent Nanningsz, schipper van het
schip De Salm van Dort 42 jr., en Hendrick Hendricxz constabel op dit
schip 35 jr., een verklaring af betreffende een vechtpartij aan boord van
genoemd schip liggende bij het eiland Barbados, waarbij betrokken waren Jacob
Jansz, bootsgezel, en Dirick Ariensz timmerman
- (6-2-1643) Elysabet Woutters, 35 jaar, weduwe van Abraham Fransz van
Otterdijck, verklaart op verzoek van Baerthout Jacobsz
Bornwater, jonckgesel, wonend te Dordrecht, dat Bornwater
voortdurend bij hen gewoond heeft, hen als backersknecht gediend, zijn vak goed
verstond en zich goed heeft gedragen.
Zij beoefenden de 'neringhe van backen' in de Saetsack en daarna in de
Nieuwestraet.
- (4-3-1643) Aryen Willemsz, schipper, bevestigt te hebben verkocht
aan Herman Michielsz, schipper, een cagerschuyt groot ca. tien last, voor een
bedrag van 500 gld. Michiel Jacobsz,
schipper en Willem Artsz Corthals, schipper won. te
Dordrecht, stellen zich borg.
- (8-4-1643) Pieter de Wijn, coopman, machtigt Dirck Bongaert om zijn
zaken in Dordregt en Gorinchem voor hem waar
te nemen. Een der getuigen woont in Vlissingen Willem Aertsz Sonsbeeck
- (12-4-1643) Jan Buly, hoetbantmaker, wonende in Dordrecht,
bekent schuldig te zijn aan Isaack Marchant, de man van Antonette du Pins
66 gulden, die hij aan Antonette beloofd heeft boven het aan haar gelegateerde
bedrag van 100 gulden door Margarita du Pins. NB: Zie ook akte nr. 571, blz. 843
- (12-4-1643) Isaack Marchant, echtgenoot van Anthonetta du Pins, bekent
ontvangen te hebben van Jan Buly, hoetbantmaecker,
wonende te Dordrecht, die getrouwd was met Margareta du Pins,
de zuster van zijn vrouw, de 100 gulden die Margareta haar zuster had
gelegateerd.
Testament van Jan Buly en Margareta du Pins bij notaris Johan
van Nuyssenburch te Dordrecht dd. 23-07-1642.
- (14-4-1643) Hendrick Willemsz van der Graeff, handelend krachtens machtiging
hem verleend door Symon Symonsz van Dordrecht
uit Brasil opt Reciffo aldaar d.d. 25-09-1642 stelt in zijn plaats zijn broer
Johan Willemsz van der Graeff coopman te 's-Hertogenbosch en Theunis Platenaer
beurtschipper op Middelburch, samen met Jan van Heul, om van de West-Indische
Compagnie te Middelburch in Zeelandt te vorderen een bedrag van 282 gulden 19
stuivers zijnde restant soldij van Jacob Struber, in zijn leven soldaet van
Brasil onder capiteyn Robbert Harwijn, volgens rekening ondertekend door W.V.
Gaesel en door Struber gelegateerd bij testament gemaakt op 23-05-1640 t.o.v.
David de Bary, auditeur, aan Franchoys Pooghop
( alias Waeghop ) soldaet aangekomen met het schip West Wouderkerck, en door
laatstgenoemde overgedragen aan Symon Symonsz van Dordrecht
bij akte d.d. 28-08-1642 t.o.v. Everard Manrique, notaris opt Reciff van
Phernambuco in Brasil. Voorts een bedrag van 255 gulden 7 stuivers dat Hans
Jurien van Hardersleven, adelborst uitgevaren met het schip Prins Hendrick,
toekomt volgens rekening d.d. 03-09-1642 ondertekend door A. van Bullestrate en
W.V. Gaesel en op 16-09-1642 eveneens overgedragen aan Symon
Symonsz van Dordrecht.
- (12-5-1643) Op verzoek van burgemeesters en kerkmeesters adviseren 9
deskundigen, onafhankelijk van elkaar, over de toestand van de toren van de
Sinte Laurenskerck. Het zijn: Maerten Jansz van Duijven,
stadstimmerman van Dordrecht, Dirck Cornelisz van der Bijl,
stadstimmerman te Delff, Pieter Michielsz, stadstimmerman te Amsterdam en zijn
collega Phillips de Vosch, Cornelis Claesz, stadstimmerman van der Gouwe, en
Symon Cornelisz, Arien Maertensz, Dirck Davitsz, Jacob Hermansz Vinck en Jan
Hermansz Wittert allen meestertimmerluyden en scheepstimmerman in Rotterdam. Zij
constateren dat veel hout geinfecteerd is met '' vier in't hart '', en dat het
profijtelijker is de toren geheel af te breken en weer op te bouwen dan om hem
te repareren
- (13-5-1643) Op verzoek van Jan Stoffelsz Cleyn verklaart Jop
Heyndricxz van der Loff, tegenwoordig deurwaerder van de gemeenlants middelen,
dat Cleyn meende dat de pacht van het gemaal over
Dordrecht en de 3 omliggende eilanden vanaf 01-08-1637 door hem
gedeeld werd met Cornelis Cornelisz te Heerjansdam, die zelf zou innen in
Heerjansdam, maar dat dit laatste volgens van der Loff niet overeengekomen was
- (22-6-1643) Maria Brassers, dochter van wijlen Jacob Willemsz Brasser en
weduwe van capitein Govert Jansz van Gesel die een zoon was van Jan van Gesel,
poorteresse van Schiedam, vermaakt nader omschreven goederen en bedragen aan
haar zoons Jacob van Gesel en Joannes van Gesel, alsmede aan haar dochters
Willempgen, Grietgen, Jannetgen vrouw van Jan Rom wijncooper, Ariaentgen
vrouw van Cornelis Evertsz van IJssel wonende te Dordrecht,
en Jannetgen vrouw van Jacob Vosmar. Voorts aan haar kleinkinderen Govert zoon
van Jacob van Gesel, Govert zoon van Cornelis Evertsz van IJssel, Catharina
dochter van Jacob van Gesel en Beatrix dochter van Cornelis van IJssel. De rest
van haar nalatenschap moet over haar kinderen verdeeld worden volgens het
geldende erfrecht
- (15-8-1643) Cornelis van der Loo, schepen te Dordrecht,
machtigt Willem Crijger om voor de schepenen van Rotterdam aan Jacob Burger in
eigendom over te dragen 2 huisjes en erven aan de Oostzijde van Stinckstege, die
hij voor 600 gulden contant aan Burger verkocht heeft.
Belendingen: Willem Joosten Rauier, vischvercoper, de weduwe van Halffkaech, en
Samuel Lansbergen
- (10-9-1643) Pieter Salomonsz de Meye en Neeltgen Salomonsdr de Meye,
kinderen van Salomon Pietersz de Meye en Grietgen Gerritsdr, wonende alhier,
machtigen hun moeder om van de West-Indische Compagnie
van Dordrecht de gage in ontvangst te nemen van hun broer Gerrit
Salomonsz, schieman op het schip Dordrecht
en in West-Indie overleden
- (11-9-1643) Maerten Both te Dordrecht en
zijn vrouw Maertge Bouwens, die een dochter is van Jannetgen Jans
die een zuster is van wijlen Dirck Schiltvinck, bekennen 800 car. gld. ontvangen
te hebben van Pieter Jansz Blanckert, schepen van Schielant die in de plaats van
zijn broer, Gerrit Jansz Blanckert za. executeur testamentair is van de
nalatenschap van de voorn. Schiltvinck.
De voorn. 800 car. gld. is het restant van een rentebrief van 1.200 gld. t.l.v.
de ontvanger Johan van Berckel
- (15-9-1643) Leendert Andriesz, 38 jr., Jacob Ariensz van Somerdijck, 24 jr,
Jan Jansz van Somerdijck, 22 jr., Pieter Jacobsz Rabus, hoornbreecker, 47 jr.,
allen seevaardersgasten en Fijneken Willemsdr, 56 jr., weduwe van Mr. Jan Louw,
chirurgijn, verklaren op verzoek van Lijsbet Bastiaensdr Lanckhair, vrouw van
Jan Gillisz 't Hooft, huystimmerman, dat toen zij in augustus vanuit Bresyl
kwamen met het schip 't Wapen van Dordrecht,
gehoord hebben dat Lijsbets broer Arien Bastiaensz op de tocht van Marlioen in
Brasyl door de vijand is doodgeslagen.
- (26-9-1643) Symon Leendertsz de Licht en Pieter
Stevensz Smitshouck, beiden wonende te Barendrecht, stellen zich borg voor
de pachten die Jan Stoffelsz Cleyn zal mijnen bij de
verpachtingen in Dordrecht en omgeving door de commissarissen van
de Staten van Hollant per 1 oktober a.s.
- (26-9-1643) Pieter Jansz van Dort
machtigt zijn slaapvrouw Diewertge Ariensdr, vrouw van Abram Jansz
Houpstock, om namens hem van de Admiraliteyt 52 gulden in ontvangst te nemen die
hij als matroos bij capiteyn en commandeur Duymaf verdiende
- (23-10-1643) Jacob Jacobsz van Duynen, schipper op een koopvaardijschip,
bekent 1.317 gulden schuldig te zijn aan Abram Pouwelsz,
martschipper op Dort
- (5-11-1643) Jan Roeloffsz van Nyeuwerveen, capitein op twee wachthoudende
binneschepen van oorloge, machtigt Symon Jansz, wonend te Ammero, om voor
schepenen van het waterrecht te Dordrecht hem
tot borg te stellen voor Symon Willemsz, om aan Willem Backman de helft van een
waterbrief van 1450 gld. te voldoen, die hij zal passeren wegens koop van een
smalschip.
N.B. Hij tekent als Jan van Nieuveen
- (12-11-1643) Jan Jacobsz, wonende te Dort
en de broers Charel Jansz en Jan Jansz,
beiden zonen van Neesge Jacobsdr en beiden wonende
te Dort, erfgenamen samen met Stijntge Marcusdr, halve zuster van
Neesge en weduwe van Jacob Jacobsz van Dort,
die als matroos gediend heeft bij capiteyn Isaack Elsevier, machtigen Stijntge
Marcusdr, wonende achter 't Verbrande Clooster op het St. Jans Kerkhof, om van
de Admiraliteyt en de Magistraat te Breda de gage van hun oom en broer in
ontvangst te nemen
- (27-11-1643) Pieter Jaquesz van Dort,
matroos bij capiteyn Sier de Liefde, machtigt Joris Watssen en zijn vrouw
Janneken Boyt wonende op de Schiedamsendijck tegenover de Brandewijnketel om bij
de Admiraliteyt zijn gage die hij bij zijn kapitein verdiende in ontvangst te
nemen.
Hiervan mogen zij 24 gulden houden voor genoten kost en inwoning.
- (28-11-1643) Claes Jansz van Beetsuigen in het land van Luyck, die als
soldaat naar Oost Indien vertrekt met het schip Nieu Rotterdam volgens de akte
van boekhouder Adriaen van der Tock, benoemt zijn broer Jan
Jansz Hardy en zijn vrouw Catharina Dubois tot zijn
enige erfgenamen onder voorwaarde dat zij zijn stomme en dove zuster van 11 jaar
die reeds een jaar bij hen te Dordrecht inwoont,
blijven verzorgen.
Zijn broer Laurens wordt uitgesloten als erfgenaam
- (14-12-1643) Jan Vrancken van Born, 62 jr., Govert Gillisz van Geldorp, 60
jr., beiden linnenwevers en hoofdlieden van het Linnenweversgilde, Jan Jacobsz,
50 jr. en Maerten Pouwelsz, 44 jr., beiden servetwerckers en hoofdlieden van het
Servetwerckersgilde, verklaren op verzoek van Johannes
Blijenburch, servetwercker te Dordrecht, dat zij als
hoofdlieden het proefwerkstuk het servetwerk genaamd de
Dubbele Vendelbloem met een lengte van 73 ellen dat op 12/12/1643 klaar
was heel goed hebben bevonden en dat Blijenburch als een goed servetmeester kan
werken.
- (16-12-1643) Leendert Jansz, assistent, in dienst van de Oost Indische
Compagnie, op het schip Nieuw Rotterdam
naar Oost Indie, geassisteerd door zijn zuster en zijn zwager Trijntgen Jans, en
Laurens Jansz, scheepstimmerman, verklaart dat zijn oom en voogd Dirck Jansz
Gouwenaer,
de rekeningen betaald heeft en nog zal betalen die betrekking hebben op de
verzorging tijdens zijn ziekte en de opleiding voor boekhouder, voor een totaal
van 400 gulden aan:
Jheronimus Jopsen,
Aeffgen Jans, linnelaeckencoopster,
Jacob Huybrechtsen, kousvercooper,
Heynrick Dircksz, cramer,
Jan Jansz van Dordrecht, cleervercooper,
Lambrecht Jansz, schoenmaecker,
Marchelis Verbeeck, schoolmeester,
Maertgen Huybrechts, stiefmoeder van Leendert Jansz, en
Daniel Lisswerus, schoolmeester te Brielle.
Leendert Jansz is een zoon van Jan Heyndricksz en Meynsgen
Leenderts, scheepstimmerman
- (23-12-1643) Jacob Davitsz van Dort,
in dienst bij capiteyn Cornelis Heyn, machtigt Aefge Dircxdr en haar man
Cornelis Leendertsz wonende in de Bancketstraet om bij de Admiraliteyt zijn gage
in ontvangst te nemen die hij als cuyper en botteliersmaat bij capiteyn Pouwels
van de Kerckhoff verdiende
- (29-2-1644) Alewijn Halewijn, bewinthebber van de
West Indische Compagnie camer te Dordrecht,
Willem Krijger, bewinthebber, van de W.I.C. te Rotterdam,
sluiten een overeenkomst met Gerrit de Graeff, bewinthebber, van de W.I.C. te
Delft,
betreffende de bevrachting van het schip de Swaen,
van 200 lasten waarop schipper is Adriaen Heynricksen, van Delfshaven om vanuit
de Mase te varen naar Louwanno St. Paulo.
Na de ontlading aldaar met een nieuwe lading goederen of 1negros naar
Pharnambucque in Brasil en vandaar met suycker terugkeren naar de Mase
- (8-4-1644) Andries van Aller man van Jannitgen Bartholomeus,
notaris en procureur te Middelburch,
verklaart dat hij en zijn vrouw, als erfgename van haar overleden vader Bartholomeus
Reynniersen den Jongenboer,
geen recht zullen laten gelden op het huis en erve in de
DWARSGANCK te Dordrecht,
maar dat dit geheel in eigendom is van zijn schoonmoeder Sara Jacobs de Vosch,
volgens de overeenkomst gepasseerd voor Sebasteaen Francken, raedt ordinaris, in
het Hof van Holland.
- (10-6-1644) Gleyn Jocchimss van Dort
machtigt Abram van der Wercke om namens hem bij de admiraliteyt 229 gld.
te innen, welk geld hij als schipper bij capiteyn Bastiaen Matroos van
03-07-1631 tot 24-10-1632 verdiend heeft.
- (14-6-1644) Testeert Maritgen Bastiaensdr, vrouw
van Thonis Symonsz Stoutgenswech, wonende onder Mijnsheerenlant
van Moerkercken.
Zij herroept het testament dat zij en haar overleden man ca. 20 jaar geleden te
Dordrecht gemaakt hebben.
Zij benoemt nu tot universeel erfgenaam haar enige zoon Symon Tonissen en
bij diens vooroverlijden zijn kind of kinderen.
Hij is gehouden aan de huisarmen van Mijnsheerenlant van Moerkercken een legaat
te geven
- (15-6-1644) Lijntge Fransdr, 73 jaar, weduwe van Arien
Teuniss, wonende te Dort;
- Niesgen Henricxdr, 44 jaar, vrouw van Teunis Gijsbertss den Haen, schrijver
van capiteyn Jan van der Have;
- Susanna Willemsdr, 47 jaar, weduwe van Cornelis Wijsch;
verklaren op verzoek van Johan van der Drept, gecommitteerde in de Rekencamer te
Sgravenhage, dat acht jaar geleden Johan, die toen raet ter admiraliteyt was,
verzocht heeft twee restcedullekens te verkopen die zijn nicht Anneken
Cornelisdr, nu weduwe van Jan Pieterss Hort, betroffen om zo zijn aan Anneken
voorgeschoten geld van 30 à 40 gld. te ontvangen.
Verder wordt verklaard dat Anneken vaker geld leende; Lijntge heeft samen met
Anna prince kleren van Anneken gekocht die later weer verkocht zijn. Zij
verklaren tevens dat Anneken een slecht leven heeft geleid, waarbij zij al haar
geld verdronk
- (15-7-1644) De heere Blasius van Haerlem, wonend
te Dordrecht verzoekt de notaris Jan Jobsen van der Haven in
brouwerij de Bijl betaling van 1890 car. geld wegens levering van somergarst
door Heynrick Stoffelsz aan genoemde Verhaven
- (16-7-1644) Pieter Heynricksz Franckfoort, brandewijnbrander,
machtigt Anthoni Damen, olislager te Aernhem,
om het beslag op de gelden te verlengen die eigendom zijn v. Jan
van Baerll, wonende te Dordrecht,
en berusten onder Elsken Aerts en Engelbrecht Snellenburch
- (27-7-1644) Symon Lenertsz de Lichte (tekent als De Lycht) en Pieter
Stevensz Smitshouck beide wonende in Barendrecht stellen zich borg voor Jan
Stoffelsz Cleyn die de pachten zal innen voor de commissarissen van de
Staten van Holland, van de landen onder Dordrecht en
de plaatsen daar rondom
- (2-8-1644) Benjamin Postel, tabacqpijpmaecker wonende op 't Steyger in de '
Drie Tabacqpijpen ' benoorden de Mandemakersbrugge, 42 jaar oud, en Claes Jans
van Amstelredam, en nu wonende bij genoemde Postel, 40 jaar oud, leggen een
verklaring af op verzoek van Hendrick van der Cloot, haringcooper, over een
partij van 60 tonnen schellevisch, gekocht van Jan Jorisz Foerman alias Jan de
Cruyer, eertijds wonende op de Nieuwehaven en nu te Brielle, waarover een
geschil is gerezen waarbij ook zijn betrokken:
- Hendrick Alin, wonende in de Santstraet;
- Robbert Hael, operman, wonende in een dwarsstraat van de Santstraet;
- Aelwijn Henricx te Dordrecht;
- Robbert Dircx te Gouda.
Daarover zijn ook verklaringen afgelegd voor een notaris in Schiedam
- (13-8-1644) Jan Pedi (tekent Johan Pedij) cruydenier bekent 3.000 gulden
schuldig te zijn aan Johan van der Meyde burgemeester van Rotterdam. Zijn borgen
Willem Pedi en Cornelis Adriaensz van Duyvelant te Dordrecht.
Naschrift: Cornelis Adriaensz van Duyvelandt
cruydenier te Dordrecht met de voorn. Willem Pedi coopman te
Rotterdam, borg voor de voorsz Jan Pedi zijn schoonzoon voor de voorn 3.000
gulden
- (11-9-1644) Gerrit Jansz Bockx, swaertveger 58 jaar, en
Jacob Pietersz,bontwercker 34 jaar, verklaren op verzoek van
Johannes de Meyer, coopman te Dordrecht,
dat Jan Voet, Engels coopman,
ten huize van Jacob Schaeck ontkent heeft ooit enige coopmanschappen van de
Meyer gekocht te hebben, zoals uit een assignatie zou zijn gebleken
- (8-10-1644) Lieven van Coulster coopman en seepsieder draagt een
vordering van 376 gulden over aan Heyndrick de Cock
coopman te Dordrecht, welk bedrag hij tegoed heeft van Mathijs
Bouwa
- (5-11-1644) Maerten Stout voor de helft, Jacob Jansz Stout doctor, Dirck
Sismus en Cornelis Panser brouwer in Schoonhoven, elk voor 1/6e part, verkopen
aan Johan Blom te Dordrecht de
brouwerij, mouterij, huis en erf genaamd De Vosch gelegen in de Rijstuin zoals
deze bezeten is door Maerten Stout.
Belend: ten oosten Cornelis Weerts en de andere buren, ten westen Olivier
Couwijn.
Uitgezonderd blijft het huis en erf genaamd Het Wapen van Schotlant gelegen in
de Rijstuin grenzend aan de brouwerij.
Er worden regelingen getroffen over bepaalde zaken betreffende de brouwerij,
zoals over de levering van hop door Stout gedaan met Jan Jacobsz van Vlijmen.
Stout mag geen andere brouwerij overnemen.
De koper neemt de schuld van 13.000 gulden over en betaalt 6.000 gulden
- (8-12-1644) Isaack Debra, Revixit van Naersen, Pieter Mawet en Wouter van
Harten wijncoopers, Willem Sam en Mathijs Rams, wijnverlaters verklaren dat de
met schuiten of schepen aangevoerde wijnen vanuit Dordrecht,
Delff, Amsterdam, Schiedam, Seelant en van buiten, die daaruit gelost en
een of meer nachten op de kade blijven liggen, niet aan de pachter worden
aangegeven voordat zij naar de pakhuizen gesleept worden en daarom niet weten of
een pachter de wijnen heeft aangeslagen
- (6-2-1645) Daniel van Biesevelt, capitein op het jacht van de heer van
Brederoede, bekent 750 car. gld. schuldig te zijn aan Jan Roelofsz van
Nyewerveen, wegens de koop van een smalschip van Aryen
Dircxsz van Angeren te Dordrecht
- (7-2-1645) Aelbert Adriaensz van Hoogeveen,
brouwer te Dordrecht, j.m., bruidegom, geassisteerd door Pieter
Fransz Schouttene (ondertekent Schoetten) en Gijsbrecht van Daele, zijn zwagers
en Catharina Adamsdr Kividts, j.d., bruid,
geassisteerd door Adam Kivid, luitenant van de Burgerij en Allert van der Duyn,
haar vader en oom, maken huwelijksvoorwaarden
- (7-2-1645) Maerten de Both te Dordrecht,
bekent 1.000 gld. schuldig te zijn aan de erfgen. van Dirck Schiltvinck, welk
bedrag hij heeft ontvangen uit handen van Pieter Jansz Blanckert.
Zijn borg is Pieter Coijmans te Dordrecht. Adriaen
Berckel is ontvanger bij de Admiraliteit.
- (8-2-1645) Op verzoek van Marya van der Meyden, weduwe van Johan van IJck,
burgermeester en ontfanger van de Admiraliteyt,
verklaren
Gryetgen Claesdr, 70 jaar oud, weduwe van Cornelis
Corneliss Schotte, wonende te Dordrecht en
Sijtgen Pietersdr, 58 jaar oud, weduwe van Abraham Franss de Bot,
wonende te Dordrecht,
nooit gehandeld te hebben in ordonnantiën van de Raden van de Admiraliteyt met
Johan van IJck, zijn eerste vrouw, requirante en haar familie. Zie aktenr. 7, 8,
9, 11, 12
- (14-2-1645) Jacob van Schayck, factoir, en Matthijs Wagens, coopman, verklaren
Johan de Meyer, coopman te Dordrecht, te
vrijwaren van alle aanspraken als gedaagde in het proces dat Willem
Dolphijn wonend te Dordrecht, als machtiging hebbende van
Christoffel Huwling, tegen hem heeft aangespannen vanwege gelden, die Meyer
volgens Dolphijn schuldig zou zijn aan Jan Foet, Engelsch coopman, wegens koop
van musquetten
- (16-2-1645) Cornelis Jeroensz, gesworen constapel 36 jaar oud, en Jan Gerritsz
Block, swaertveger, 23 jaar, leggen op verzoek van Jan
de Meyer, coopman te Dordrecht, een verklaring af over een
partij musketten die Jacob Schayck heeft gekocht van Jan Foet
- (19-2-1645) Jan Pieterz, keurmeester, man van Lyduwe Dircxdr
voor de ene helft en Jan Pietersz de Vries met Leendert Govertsz de Meyer,
beiden als voogden over de weeskinderen van Andries Pietersz de Vries, voor de
andere helft, verkopen met goedkeuring van de weesmeesteren aan Cornelis Joosten
van der Heyden ebbenwerker, een huis en erve aan de oostzijde van de
Schrijnwerckerstege.
Belend aan Abraham Pouwelsz, marcktschipper op Dordrecht
en strekkende tot aan de Zijl.
Het huis en erve wordt verkocht voor 3.625 gld
- (19-2-1645) Johan Blom brouwer in de brouwerij De Vosch, getrouwd geweest met
Barbara Evertsdr voor hem zelf en als voogd van de kinderen bij haar verwekt en
Johan Everts verkopen aan Willem Everts elk
hun 1/4e part uit de nalatenschap van vader en schoonvader Cornelis
Everts, bestaande uit een huis en erf gelegen
bij de VUYLPOORT op de hoek van het MEULESTRAETJE te Dordrecht en
waarin de koper woont, de vetterij met de 2 woonhuizen die
er voor staan gelegen in de RAEMSTRAET te Dordrecht en het ernaast
gelegen huis waarin Jan Marcusz leertouwer
woont.
De koper betaalt voor elk 1/4e part 2.100 Car.gld
- (20-2-1645) Gerrit Janss Bock, swaertveger, 58 jaar oud, en Jacob Pietersen,
bontwercker, 34 jaar oud, geven op verzoek van Johannes
de Meyer, coopman te Dordrecht, een toevoeging aan de
verklaring d.d. 11 sept. 1644 over een voorval waarbij De Meyer, Jan Voet en
Jacob Schaeck, betrokken waren Tussen De Meyer en Jan Voet werd
o.a. gesproken over het kopen van musquetten en over een assignatie.
Jan Voet heeft over hetzelfde voorval een verklaring afgelegd bij notaris Jan
Cool d.d. 14 sept. 1644.
N.B.: Jacob Pieters ondertekent als Jacob Peters in een ,,Duits'' handschrift
- (23-2-26145) Beuckel van der Burch, 22 jaar , notaris alhier, en Thomas
Dirckse Carter, 23 jaar, verklaren op verzoek van mr. Theophilis Bainham als
gemachtigde van zijne majesteit van Groot Brytange dat, toen zij eerder deze
maand in de herberg Dordrecht bij het nieuwe
Admiraliteytshoff met Ritsert Barber, Engels schipper in gesprek raakten, deze
verklaarde dat Bainham hem nooit gevraagd heeft onwaarheden te vertellen over de
verovering van 5 schepen door een kapitein van de koning.
Zie akte 67,73,74,75,84
- (25-2-1645) Thomas Adriaensz van Gils opperbrouwer in de brouwerij Thart,
voordien vele jaren in de brouwerij De Leeu met de Staff van de heer Couwenhoven
en Dirck Peye moutmaecker verklaren ten verzoeke van de brouwers
te Dordrecht dat zij door ondervinding weten dat alhier alleen voor
Luikse en Schotse kolen 18 gulden per 100 impost voor de heren Staten van deze
landen en dat geen stads accijns wordt betaald
- (28-3-1645) Symon Leendertsz de Lichte (tekent Lycht) en Pieter Stevensz
Smitshouck, beiden wonende in Barendrecht, stellen zich borg voor Jan
Stoffelsz Cleyn indien deze enige pacht mocht komen te mijnen aanvangende 1
april die door de commissarissen van de Staten van Holland zullen worden
verpacht over Dordrecht
- (14-4-1645) Jacob Stevenss, jonggesel, die van plan is als matroos vanuit Dordrecht
naar West Indien te gaan met het schip 'De Orangienboom', benoemt zijn
moeder Grietge Pietersdr, weduwe van Steven Stevenss, tot zijn erfgename.
Tevens mag zijn moeder zijn gage bij de West Indische Compagnie te Dordrecht
innen
- (21-6-1645) Jan Woutersz van der Schoot en Adriaen Teunisz van Berckel,
coopman, voogden van Johan van Yck, zoon van wijlen Johan van Yck, burgemeester
en ontvanger generael ter admiraliteyt, machtigen Jan Govertsz Thoen om de
nalatenschap voor hun pupil te regelen en de pacht te innen van woningen te
Hillegonsberch en in de land en overmaas en van het huys de Pijnappel in de
Houttuyn, deels eigendom van Maria van der Meyde, zijn schoonmoeder. In de
boedel obligaties op naam van Grietge Gerritsdr, Gerrit Burger, Josias Musch,
Jan Jansz, Maertge Pietersdr, Grietge Jansdr, Maria Jansdr, Joost Ariensz, Inge
Wilhelmus van Hovenwegen, Adriaen van Berckel en Jan Verhaven. Hypotheken op
naam van Daniel Jansz Ryck, verzekerd op een huis en
erf genaamd Dordrecht, ten noorden van het Princenhof, een rentebrief
op Cornelis Jacobsz Cnoop alsook een hypotheek belegd op een huis op de hoek van
de Molestraet en de Nieuwehaven, geborgd met obligaties op naam van Jan Pietersz
en Pieter van der Meyde, burgemeester. Alexander van den Bergh heeft van de
boedel geld tegoed. De erfgenaam heeft een halfzuster genaamd Pieternella van
Yck
- (20-7-1645) Willem Cornelisz Wiltschut, jonggezel
van Dordrecht vertrekkend naar Angola en Brasilien als
quartiermeester in dienst van de West-Indische Compagnie op het schip 't Huis te
Merwe, waarop schipper is Barent Nanningsz,benoemt tot universeel
erfgename zijn moeder Aeltgen Crijnen, weduwe van
Cornelis Willemsz Wiltschut, vader van comparant
- (10-8-1645) Pieter Dircksz Codeus, coopman te Dordrecht,
koopt 5 a 600 bossen kulck van Sacharyas Jansz, coopman, en
Stheven Sthevensz Vermaet, de kulck ligt opgeslagen bij Jan Cornelisz,
bostelmaeker. De betaling vindt plaats door het leveren
van een voeder 1rinschen wijn
- (11-9-1645) Cornelis den Haen, Ernestus Dircxz van Roijen en Cornelis Barentsz
Rees, hooftlieden van het gilde van Ste. Eloy, verklaren dat zij op verzoek van Huijbrecht
Ariensz Verveer, man van Aeltgen Jansdr en wonende te Dordrecht,
aan diens vrouw als oudste van het geslacht van Geertruijt Jacobsdr die weduwe
was van Doe Jansz van der Sluijs, overdragen een vicarie gevestigd door
Geertruijt Jansdr op het altaar van Ste. Eligius in de parochiekerk van
Rotterdam. Deze vicarie moet volgens de stichtingsakte overgaan op de kinderen
van Pieter Claesz en de laatste bezitter was wijlen Gregorius Claesz.
- (9-10-1645) Pieter Dircksz Codeus, komt
tot overeenstemming met
Sacharyas Jansz, en Stheven Sthevensz Vermaet,
over de betaling in rinsche wijnen, voor de geleverde kulck.
De overeenstemming kwam tot stand na arbitrage door Gerrit Damen van Nijdeck,
secretaris van Schielant, en
Johan van Aller, notaris en procureur,
voor de vastelling van de prijzen van de rinsche wijnen worden in de akte
genoemd
Tobyas Capua, wonende te Dordrecht, en
Johan Donner, wonende te Dordrecht.
- (110-10-1645) Jannetgen van Gesel, vrouw van Jan Rom wijncooper, wonende aan
de noordzijde van de Nieuwehaven, bevestigt haar testament op heden samen met
haar man gepasseerd t.o.v. notaris Nicolaes Vogel, doch met de volgende
wijzigingen. Van haar na te laten goederen vermaakt testatrice 1/6 deel aan de
kinderen van haar zuster Grietgen van Gesel, vrouw van Govert Corssen en wonende
te Schiedam. Voorts aan de kinderen van haar
zuster Adriaentgen van Gesel, vrouw van Cornelis Evertsz van Eijssel
en wonende te Dordrecht, eveneens 1/6 deel. Nog 1/6 deel aan de
kinderen van haar zuster Jannetgen van Gesel,vrouw van Jacob Vosmaer
cruijdenier, en 1/6 deel aan de kinderen van haar broer Jacob van Gesel wonende
te Schiedam, alsmede 1/6 deel aan de kinderen van haar oudste zuster Willempgen
van Gesel en tenslotte nog 1/6 deel aan de kinderen van haar jongste broer
Joannes van Gesel.
- (14-11-1645) Cniertge Willemsdr, wonend nu te Delft, vermaakt aan Annetge
Hendricx alias Harmansdr, haar nicht, wonend te Dort, ten huize van Maerten
Jansz, helbaerdier van de burgemeester aldaar in STEVERSSLOOT in het huis de
DRIJE MEYSSEBUTTEREN, de rente van 1300 gulden, na haar overlijden
zal dit gehele bedrag toekomen aan haar kinderen te Waltnyel in Duytslant.
Verder zijn er legaten voor Trijntge Pietersdr, haar nicht in de Goutse
Wagestraet, weduwe van Jan Jansz, hoedemaker, haar dochters Josijntge Jansdr en
haar andere kinderen, Willem Pietersz, haar broer in Oostindië, diens dochter
Maertge Willemsdr, aan Adriana en Genevive Vernatti, wonend te Delft, bij wie
zij woont, hun halfbroer Aloisio Filiberto Vernatti, domine Theodorus Tijt,
luijters predijcant, en diens vrouw Maria Jaquesdr, en aan Andries Nesscher,
blauverwer. Tot testamenteur/testamentrice worden benoemd Theodorus Tijt en
Adriana Vernatti, met de bevoegdheid om haar huis en erf aan de westzijde van de
Goutse Wagenstraet te verkopen
- (15-11-1645) Huybrecht van Meurs, garentwijnder,
bekent 4.950 gulden schuldig te zijn aan
Heyndrick Vrijmoet, coopman te, Dordrecht.
De schuld bestaat uit 4.250 gulden voor gekochte garens en 700 gulden voor
bleekloon, in mindering van de schuld heeft
hij voor 2.929 gulden garen geleverd aan Heyndrick Vrijmoet ten huize van Harmen
Adriaensz Montfoort, herbergier
in de Spaense Barck. Als verdere zekerheid stelt hij zijn twijnmolen en enig
huisraad
- (16-11-1645) Henrick Jansz Vrijmoet, coopman te Dordrecht,
sluit een overeenkomst voor het draaien, opmaken en verwerken van garens met
Huybrecht van Meurs, garentwijnder.
- (19-12-1645) Claes Henricxsz van Welhuysen, backer, wonende te Geervliet
herroept een testament samen met Ariaentge Ariensdr zijn vrouw, acht jaar terug
voor N.N. Eelbo, notaris te Dordrecht
gepasseerd. Hij benoemt thans Jan Henricxsz van Welhuysen, cleermaker tot zijn
enige erfgenaam
- (30-12-1645) Jan Henrickxsz van Dort,
matroos onder N.N. Verhaeff op het schip van wijlen N.N. Mus, capiteyn,
machtigt Maertge Leendertsdr, zijn peettante om bij de admiraliteyt zijn tegoed
aan gage te innen.
- (1-1-1646) Inventaris opgemaakt van de boedel van:
Jannitgen Adriaens van Adrichem weduwe van Mattheus Willemsz van Linschoten,
beiden overleden in de Cruydtmolen aan de Hoge Heul.
In de boedel bevindt zich een huis en erve belend door:
Aeltgen van de Velde, en Willem Willemsz van Linschoten.
Verder worden in de akte nog genoemd:
Robbert Doene (Engelsman), coopman,
Joost van Colster, burgemeester,
Joost van Warendorp, constapel, Nijmegen,
Dirck Gelickhuysen, Dordrecht,
Laurens Coesaert, maeckelaer, Amsterdam,
Adriaen Matheusz van Linschoten,
Heyman Bick, seepsieder,
Paye Otten,
Arien Wouttersz,
Adriaen Jacobsz Balbeaen,
Dirck Essinge, maeckelaer, Amsterdam,
Joost Baeck, coopman, Amsterdam,
Samuel Caffaert, Amsterdam,
Ida van Goch,
Anthonis Heynricksz, Leerdam,
Jan Willemsz Domijs,
Leendert Jansz van der Pols,
Arien Fransz,
Jasper Jansz, cuyper,
Jacob Exters, cruydenier,
Jacob van Aller, huystimmerman,
Heynrick Jansz, smit,
Willem Rijers, chirurgijn,
Rut Jansz van Est, backer,
Cornelis Casteleyn,
Jan Kellenaer, vleyshouwer, Ouwerschie,
Jan Joppen, metselaer,
Michiel Pouwelsz Groentier,
Pieter de Waeffelbacker, cruydenier,
Cornelis Arnestus, caerssemaecker,
Meynsgen Vrolickx,
Leendert Ariensz, schoenmaecker,
Cornelis Pietersz, schoenmaecker,
Arien Gerritsz Taets, cleermaecker,
Cornelis Adriaensz, cleermaecker,
Reynier Jansz, cleermaecker,
Claes Phillipsz,
Crijn Jansz Blanckert, wollelaeckencooper,
Gijsbert Jansz, cruyer,
Aelbertgen Heynrickx, vischvercoopster,
Wijven Dirckx,
Jannitgen van Soelen,
Annitgen van den Sant,
Lysbet Claes,
Trijntgen Crijnen,
Pieter Foppen van Dijck,
Harmen Willemsz, velleblootter,
Pieter Jansz Lagendael,
Aert Vonck, timmerman,
Jan Joppen, metselaer,
Gijsbert van der Heul,
Pieter Claesz Alebos,
Barent Cornelisz Rees, smit,
Anthonis Dircksz, metselaer,
Abraham Crijnen van der Meer,
Annitgen Willems weduwe van Willem Willemsz van Linschoten,
Isaac van Dockum, coopman, Shartogenbosch,
Colster, capiteyn,
Leendert den Hartich, schipper, Schiedam,
Marya van Olme, Breda,
Jan Goossense, Shartogenbossche,
Nederveen, Delft.
1232 / Akte is niet afgemaakt, niet ondertekend en ongedateerd
- (6-1-1646) Bastiaen Ariensz of Arensz Slorp, wonende te Charlois en Symon de
Licht, wonende te Barendrecht stellen zich voor 18.000 gulden, waarvan 5.000
gulden contant betaald moet worden, borg voor Jan Stoffelsz te Barendrecht, ten
behoeve van de ontfanger Hogeveen te Dordrecht.
- (20-2-1646) Henrick Coerten van Westsaenen, matroos op het
schip het wapen van Dort machtigt Abram Henrickxsz om bij de
Westindische Compagnie te Dordrecht uit zijn tegoed aan gage 74 gulden te
innen die hij hem schuldig is
- (2-3-1646) Pieter Cornelisz, op het punt als matroos met het
schip Het Wapen van Dort naar Westindië te varen, machtigt Roel
Pietersz en Yefge Stevens, zijn vrouw om bij de kamer van Dort
der Westindische Compagnie uit zijn tegoed aan gage 62 gulden te innen
die hij hem schuldig is wegens kost en inwoning
- (2-3-1646) Jan Jansz van Middelburch, op het punt als matroos met het
schip Het Wapen van Dort naar Westindië te varen, bekent 70 gulden
schuldig te zijn aan Cornelis Pietersz, sackendrager, wegens kost en inwoning
- (3-3-1646) Mayken Jacobsdr weduwe van Pieter Jorissen, tijckwercker, wonende
op het Slickvaertgen,
machtigt Heynrick Sonnemans, cepier en camerbewaerder van de schepenen camer,
om een schuldbrief te passeren ten behoeve van Heynrick
Vrijmoet, coopman te Dordrecht,
wegens koop van verschillende soorten garen,
en ter voldoening van het verschuldigde resterende bedrag haar huis en erf te
verbinden, belend ten noorden
Aryen Cornelisz, schoenmaecker,
en ten zuiden de weduwe van Jonas Cabbeljauw
en NN Marchijs, Walse Predicant.
- (27-3-1646) Adriaen Dircxsz Boertge en Jan Stoffelsz Groote(n), beiden wonende
te Charlois, verklaren zich borgen voor Jan Stoffelsz Cleyn die te Dordrecht
een bod doet om voor de Staten van Holland de pacht te innen
- (2-5-51646) Lodewijck Tack laeckenbereyder sluiten een contract van
twee jaar met Francois Terwe van Dordrecht om
hem het vak van lakenbereider te leren
- (27-6-1646) Gijsbert Harmans van Dort
machtigt Crijn Vrancken van Dijck, backer, wonend aan de Raembrugge, om van de
admiraliteyt 182 gld. te ontvangen die hij als timmerman verdiend heeft onder
capitein Leendert Haecxwant.
Vrancken moet, na aftrek van zijn tegoed ter zake van geleverd brood, betalen
aan:
- Leendert Dircx, cleercoper, 43 gld.;
- Teunis Jans, wonend in de Hofstraet, 30 gld.;
- Ariaentge Pieters 21 gld
- (22-7-1646) Maerten Jans Kan (of Can),
helbaerdier van de burgemeester van Dordrecht, weduwnaar van
Emmitge Henrickx, bekent een schuld van 100 gld. te hebben aan Tanneken
Cornelisdr, weduwe van Henrick Jans Been, zoon van Emmitge Henrickx, ter zake
van uitkoop van diens erfenis
- (13-8-1646) Franchois van de Luffel draagt over aan Pieter van der Lanen en
Gerrit van Nieuwenhoven partijen wijn die in de kelder van het
pakhuis van Jan Carrebrouck, bij Willem Theunemans en Rudolff Bremkens
te Dordrecht liggen, verkregen van Jacob Gerard vanwege een
wisselbrief ten laste van Tavenaeu te Parijs en één ten laste van Jacob
Muliers.
Aldus opgemaakt in het Schilt van Vranckrijck.
- (27-8-1646) Jacob Janss Terne, 43 jaar, en Gielis Heynrickxs, 32 jaar, beiden
arbeyders van de Court verklaren op verzoek van
Jan Iserahelss van Halma, coopman, dat zij op last van Iserahels in het packhuys
van mr. Ritsert Fort en Samuel Anper 21 engelse carsayen met een halve witte bay
hebben gehaald en dat zij de goederen gebracht hebben bij Heynrick
Maertenss, marckschipper op Dordrecht, die de goederen bij
Jacob Nering aldaar moest brengen
- (6-9-1646) Olivier Couwijn, coopman, draagt over aan Heyndrick
van den Eyck, secretaris van het land van Zuythollant wonend te Dordrecht,
een obligatie die Melchior Dircxsz, maesschipper, te zijner behoeve heeft
verleden op 03-04-1645
- (1-11-1646) Frans van Nassouwen van Dordrecht,
dienend als matroos onder capitein Jan Jacobs Jongeboerejaep, bekent een schuld
van 100 gld. te hebben aan Andries Pieters en diens vrouw Maertge Willems,
wonend in de Lombertstraet naast de 'Vergulde Eenhoorn', ter zake van kostgeld
- (9-11-1646) Leendert Wouters, 28 jaar en Teunis Jans
van Dort, 22 jaar, wonend alhier, leggen een verklaring af op
verzoek van Lysbet Jacobs wonend te Breda, Anneken Jacobs wonend te Dort,
zusters, en Lysbet Cornelisdr, hun halfzuster wonend alhier.
Zij verklaren dat zij met Abram Jacobs van Dort,
broer van de zusters, in 1636 met het schip 'Shartogenbosch' van Delft naar
Oostindien zijn gevaren. Abram Jacobs was busschieter.
Leendert Wouters is overgeplaatst op het jacht 'Rijswijck' en Teunis Jans en
Abram Jacobs van het schip 'Utrecht' ook op de 'Rijswijck'. Jacobs is op dit
schip eind mei 1641 overleden en op zee begraven.
Zij hebben allen de stad Malacque helpen overwinnen
- (22-2-1647) Inventaris opgemaakt door:
Mayken Maartensdr van Hafte toekomstige vrouw van Adriaen Cornelisz van
Brantwijck.
Verder wordt in de akte nog genoemd:
Hoogeveen, ontvanger, Dordrecht.
Overgeleverd ten overstaan van haar neef en nicht
Jan Blom man van Elisabet van der Wolff, brouwer in de Vos.
De bruid woont in de Vos, brouwerij.
- (12-3-1647) Neeltgen Ariens alhier, weduwe van Franchoys
van Hoochstraten, wisselaar in Dordrecht, machtigt notaris
Adriaen Havelaer om haar huis aan de Nieuwe Brug te Dordrecht,
genaamd 'DE KLEYNE PAPEGAY', te verkopen.
Hierin woont nu Sander Troyen, schoenmaker.
- (23-4-1647) Frederick Bouman van Dordrecht,
gereed om als vendrich of corporael van de adelborsten naar Oostindien te varen
met het schip de Nieu Rotterdam, bekent voor zijn uitrusting 350 gulden schuldig
te zijn aan Govert Sonmans, substituut schout te Rotterdam en verklaart dat deze
schuld door de bewindhebbers van de Oostindische compagnie van zijn eerst
verdiende gage mag worden uitbetaald en stelt tot zekerheid in geval van
overlijden zijn goederen.
Zijn erfgenamen moeten voor alle anderen eerst Sonmans betalen
- (4-5-1647) Heynrick Jansz Vrijmoet, coopman, Dordrecht,
legateert aan Antoni Viveen,
of na zijn overlijden aan zijn zoon Nicolaes Viveen.
- (22-5-1647) Pieter Vrolo, verklaart 732 gulden en 6 stuivers ontvangen
te hebben van
zijn zwager Mathijs van Rossum, waarvan 627 gulden en 6 stuivers vanwege een
erfenis van zijn ouders
Moyses Vrolo en Adriaentge Matheeus van der Houven, en 105 gulden van zijn tante
Grietge Matheeus van der Houven.
Pieter Vrolo heeft al een kwitantie met niet gespecifeerde bedragen gepasseerd
op 03.11.1646 voor Gijsbert de Jager
notaris te Dordrecht.
- (24-5-1647) - Frans Adriaens of Arysen, hoochbootsman, 41 jaar, en
- Tomas Cornelisz van der Gouw, constapel. 41 jaar;
beiden gediend hebbend bij de Westindise Compagnie, kamer Dort,
op het schip 'De Eendracht', leggen een verklaring af op verzoek van Andries
Tijssen, man van Lijsbet IJsbrants, weduwe van Pieter Floren of Florisz.
Zij verklaren dat op het voorn. schip Pieter Florisz als oppertimmerman met hen
allen heeft gediend, ca. 4 à 5 jaar geleden.
Na zijn overlijden zijn zijn goederen voor de mast verkocht aan o.a. Joris
Andries Poortugis van Madera voor 70 gld. en aan Henrick Centen
- (23-6-1647) Jacob Claesz van de Swaluwe won. te Dort,
Lourens Jansz van Malen man van Ariaentgen Claesdr won. te Delft, Geleyn
Pouwelsz man van Annetgen Claesdr won. te Claeswael, Pieter Claesz van de
Swaluwe won. te Amsterdam, allen kinderen en erfgen. van Claes Jacobsz van der
Swaluwe, en Ariaentgen Jorisdr wed. en boedelhoudster van Claes Jacobsz van der
Swaluwe komen overeen dat, naast de verdeling van de klederen van hun vader aan
elk van zijn kinderen 42 gld. zal uitgekeerd worden.
N.B. Aan de akte is toegevoegd dat op 24.06.1647 de uitkering heeft plaats
gevonden
- (31-8-1647) Willem Crijger, burgemeester en bewinthebber van de W.I.C.,
sluit ook namens de kamers van Dordrecht en
Delft een overeenkomst met
Adriaan Jacobsz Muts, schipper,
geassisteerd door Bruyn van der Dussen, reder,
en Leendert Pietersz Kruyt, reder,
om met het schip de Prins Henrick te Paert,
groot 180 lasten, vracht te brengen naar Pharnambucques in Brasyll, St.
Christoffel.
Op de heenweg bestaat de lading o.a. uit soldaten. Het schip moet terugvaren met
zout. / West Indische Compagnie.
117 / Adriaan Jacobsz Muts tekent met Aryen Jacobs Mul
- (6-9-1647) Maerten Thijssen weduwnaar van Marytgen Thijssen,
sluit een contract van huw. voorwaarden met
Stijntgen Jansdr, bej. dr., geassisteerd met haar broers
Coenraet Jansz, marktschipper op Delft,
Joannes Jansz Cocht, doctor in de medicine en conrector in de Latijnse
schole, Dordrecht.
Latijnse schole te Dordrecht
- (9-9-1647) Martin de Both, boekvercooper te
Dordrecht, bekrachtigt de akte die hij met notaris Joannes van Weel op
30-04-1647 heeft verleden voor notaris Joan Troost Aelberts, betreffende de
kooppenningen van twintig pakken ongebonden boeken.
NB: In de kantlijn wordt de naam genoemd van Anna Jans, nu vrouw van Cornelis
Eeuwouts Sirre. (zie ook aktenr. 105)
- (24-9-1647) - Anna Jansdr, weduwe van Cornelis Gerrardsz de Vogel, wonend aan
de Cingel buiten het Hofpoortje en nu gehuwd met Corenlis Eeuwoutsz Sirre;
- Willem Cockarts, coopman in papieren;
- Johannes Neranus, boeckvercooper en
- notaris Johannes van Weel;
allen crediteuren van Pieter Loymans van Dordrecht,
hebben bescheiden verkregen van het Seurete du Corps om hun zaak tegen de
laatste, ter verkrijging van verschuldigde gelden, in hun voordeel te
beslechten.
Zij dagvaarden hem nu daartoe en machtigen notaris Balthasar Basius om hun
belangen te behartigen.
- (2-10-1647) Josijntge Adriaens, laatst weduwe van Daniel
van Nasch, ziek zijnde, herroept haar testamenten gepasseerd op 30/05/1646
bij notaris Arent van de Graeff en op 31/10/1646 bij deze notaris gepasseerd.
Er mag niet vergeleken worden wat haar kinderen reeds genoten hebben, zoals bv.
bij het aangaan van een huwelijk.
Zij legateert aan Janneken, dochter van Abraham van Nasch haar onderhoud dat zij
reeds heeft ontvangen en nog zal ontvangen tot aan haar huwelijk of
meerderjarigheid volgens het testament opgemaakt te Dordrecht
op 27/11/1632 bij notaris Sebastiaen van der Graeff door haar ouders Abraham
van Nasch en Janneken Saverij.
Tevens legateert zij aan Janneken nog 1.000 pond op voorwaarde dat zij zich
voorbeeldig gedraagt en dit bedrag moet door haar vader tot haar 25e jaar of
eerder huwelijk belegd worden.
Zij legateert aan haar dienstmaagd Annitge Jans indien zij nog in dienst
is 120 pond, de armen van de diakonie van de Grote Kerk, het weeshuis en het
Gasthuis elk 50 pond.
Zij benoemt tot erfgenamen haar 3 zonen Abraham, Isaacq en Jacob van Nasch, de
kinderen van haar overleden dochter Maritge Adriaens en de kinderen van haar
zoon Leendert Adriaensz van Dam elk voor 1/5e part.
Het deel van Abraham van Nasch moet buiten de gemeenschap blijven van hem en
zijn tegenwoordige vrouw Lysbet Jans van der Meer of haar nakomelingen behalve
wanneer blijkt dat Maertge Adriaens, de moeder van Lysbet Jans van der Meer in
haar testament heeft bepaald dat bij vooroverlijden van haar dochter Abraham van
Nasch een kindsgedeelte ontvangt dat hij hun huwelijksvoorwaarden aan zijn vrouw
heeft toebedeeld.
Zij wenst dat de 2 landen, het ene genaamd de Dalem groot 6 morgen en 1 1/2 hond
en het andere genaamd de Hoogen Oort groot 5 morgen met de grienden, liggende in
de Groote Lint en de 2 huizen en erven, het ene genaamd de Sint Nicolaas staande
aan de noordzijde van de Middeldam binnen deze stad en het andere genaamd de
Moyses staande aan de Oostzijde van de Westewagenstraet, waarin Anneken, Aeltge
en Maycken Jongtijs met hun drieen 5/54e part en Aeltge Daniels of Cornelis
Cornelisz Buijs de oude voor 1/18e part of tezamen 4/27e part eigenaren zijn,
verkocht kunnen worden mits de erfgenamen een optie tot koop zullen hebben.
Zij benoemt tot voogden: Heyltge Adriaens van Driel, weduwe van de voorn.
Leendert van Dam en Adriaen Balde.
- (4-10-1647) - Balthasar Basius, notaris, gemachtigd vlg. aktenr. 105 door Anna
Jansdr, buiten gemeenschap van goederen gehuwd met Cornelis Eewouts Sirre;
- Willem Cockarts, coopman in papieren;
- Jan Neranus, boekbinder;
- Joannes van Weel, notaris;
gaan in beroep tegen het vonnis in hun nadeel uitgesproken door
het gerecht van Dordrecht, en ten voordele van:
- Pieter Loymans;
- Jacob Stoop;
- Pieter de Carpentier;
- de erfgenamen van Cornelis Ariensz Treurniet;
- de weduwe van Jasper Spriet, allen te Dordrecht;
- Harman Becx, coopman te Amsterdam
- (15-10-1647) Abraham Pouwelsz, marctschipper van
hier op Dordrecht, en zijn vrouw Fijtge Maertensdr benoemen elkaar
wederzijds tot universeel erfgenaam
- (2-12-1647) Steven de Swart, speelman, 82 jaar en Sara Noy, zijn vrouw, 63
jaar, verklaren op verzoek van Gillis Cappel,
schilder, wonend te Dordrecht, dat de laatste ± 31 jaar geleden
in de Walesteech alhier is geboren en alhier in de Franse gereformeerde kerk is
gedoopt en dat zij als peters zijn opgetreden.
Na 23 jaar hier gewoond te hebben is hij acht jaar jaar geleden getrouwd met een
jongedochter en naar Dordrecht vertrokken.
- (16-12-1647) Jan Gerritss Hetseroy, 34 jaar, collecteur en medestander van de
impost van het bestiael, en Jan Arentss van Haghen, 36 jaar, die collecteur van
de accijs van het bestiael is geweest, verklaren op verzoek van Abraham Teerling
en Jan Daniëlsen van Spijck, medestanders van de impost
van het bestiael in Dordrecht, dat over alle beesten, die geslacht
en naar Brasil of West-Indiën gezonden worden, impost en accijs wordt betaald.
Dit is volgens Hetseroy ook gedaan door admirael Witte Wittenss de Wit en zijn
capiteyns, die nu naar Brasiliën op weg zijn
- (18-1-1648) Sara Coenraets, weduwe van Henrick Jacobsz, matroos, bekent 33
gld. schuldig te zijn aan Jacomijntge Jansdr.
Zij belooft deze gelden te betalen uit de gage van wijlen haar man, door hem
verdiend als matroos bij de Westindische Compagnie te Dordrecht
- (3-2-1648) Thomas Houwaert, edelman van de Prinsses Royael,
die een procuratie heeft gegeven aan Pieter Huchtenbroeck, coopman van wijnen,
komt overeen met Frans Kersseboom, schipper,
wonende in Dordrecht,
vracht te brengen met de Gouden Leeuw, een boeyerschip, van ongeveer 40 lasten,
naar Lonnen in Engeland.
De vracht bestaat uit 17 1paarden met een karos, 3 oxhoofden met twee vaetgens
1rijnsschen wijn
- (11-2-1648) Fijtgen Harmans weduwe van Michiel Carelsen, stoeldrayer,
machtigt Jacob Ezausen Bakker, en Michiel Heymanssen
om te Dordrecht, van de erfgenamen van Geeraardt van Bijlert,
gelden te innen, haar gelegateerd volgens testament voor
Pauwels Elebo notaris te Dordrecht.
- (11-4-1648) Andries van der Broeck, jongman 21 jaar oud, wonende ten huize van
wijncooper Jan Rom, legt op verzoek van Cornelis Everts
van Eyssel, coopman te Dordrecht, een verklaring af.
Op 24-03-1648 heeft hij op verzoek van genoemde Rom en diens zwager Jacob
Vosmaer, coopman, het negenjarig zoontje van de mercktschipper Willem Cornelisz
Cap van Maessluys op Rotterdam gevolgd van 't Craentgen of de Cleyne Kraen naar
het merktschip van zijn vader op de Blaeck, alwaar zijn broer hem opwachtte. De
jongen bracht de zak met 630 gulden gemunt geld naar het schip. Over het geld is
onenigheid ontstaan omdat de zak zoek is geraakt
- (24-4-1648) Grietge Lucasdr of Luykas, meerderjarige dochter, wonend in
de Hootsteech, vermaakt gelden en goederen aan:
- het Oude Manhuys alhier;
- het Weeshuys alhier;
- Jan Cornelisz Dorrestam, compasmaker;
- Pieter Houtum, spiesmaker;
- ten behoeve van de armen van de Remonstrantse Gemeente, waarvan zij lidmaat
is;
- Pietertge Cornelisdr, dochter van wijlen Cornelis Pietersz, blockmaker, wonend
alhier in de Nieuwe Vranckestraet;
- haar dienstmaecht Anneken Jansdr Brant;
- Lijsbet Pietersdr, dochter van Pieter Claesz de Ruyter, wonend alhier op de
Botersloot;
- Bartolomees Pietersz, zoon van Pieter Bartelsz, bode van hier op Antwerpen;
- Arien Leendersz, zoon van Leendert Ariensz, gewezen bierschipper, wonend op de
Nieuwehaven.
Zij benoemt tot universeel erfgenaam in al haar verdere na te laten goederen de
kinderen van Janneken Jocchimsdr, vrouw van Claes Claesz van Dongen, cuyper,
voor de ene helft en de kinderen van Gleyn Jochimsz,
varendeman, wonend te Dordrecht, haar neven en nichten, voor de
andere helft.
N.B: Volgens aantekening in de marge is op 27-08-1652 het testament geannuleerd.
- (2-5-1648) Notaris Joannes van Weel machtigt notaris Cornelis
van Bywaert te Dordrecht om akte van preferentie te geven op
de verkochte goederen van Marten de Both en Pieter Loymans voor 800 gld
- (11-5-1648) Elisabeth Everts van Eyssel, weduwe
van Govert Rochusz van Wezel, houtcoper te Dordrecht,
refereert aan hun testament d.d. 12-10-1639 voor notaris Dirck Symons Coplaer
waarbij aan de kinderen, behalve onderhoud, in totaal 20.000 gld zou worden
uitgekeerd.
Haar oudste zoon, Rochus Goverts van Wezel, heeft behalve zijn deel van
4.000 gld nog ruim 4.000 gld gekregen. Zij wil nu dat bij haar overlijden aan de
andere kinderen eerst 8.000 gld wordt uitgekeerd alvorens tot verdere verdeling
over te gaan.
Aan haar oudste zoon voornoemd moet worden toebedeeld, voor de somma van 5.500
gld, het huis aan de NIEUHAVEN te Dordrecht waar
uithangt 'DE CAPRAVEN' tussen de brouwerij van 'DE VIER HEEMSTKINDEREN' en het
huis waar uithangt 'DE DRIE LAMMEREN'.
Voor de somma van 11.000 gld moet aan haar zoon Evert Goverts van Wezel
worden toebedeeld het huis waar uithangt 'De Voetbooch',
gelegen aan genoemde Nieuhaven tussen het huis waar uithangt 'Reurmont' en het
huis van Burgemeester De With.
Aan haar 3 dochters, t.w. Maycke, Jannitge en Aechge Goverts van Wesel, vermaakt
zij haar goud, zilver, kleding e.d
- (16-5-1648) Pieter Vroesen, 33 jaar, notaris; Dirck Sydrechtss, 41 jaar,
brandewijnbrander, en Claes Gerritss Kogel, 29 jaar, stoeldryer, verklaren op
verzoek van de pachters van de impost van de wijnen in Dordrecht
dat zij 25 april 1648 bij Jan Heynrickss van Westerhout,
herbergier in 't Hart, tegenover de VUYLPOORT in Dordrecht, 4
pinten moeselwijn hebben gedronken voor 1 schelling vlaems per pint.
- (1-6-1648) Gerrit van der Walle, coopman te Dordrecht,
machtigt notaris Balthasar Basius om van schipper Hubrecht Gosens, getrouwd met
de weduwe van Hendrick Driessen, 351 gld te incasseren.
- (28-7-1648) Harman van Strijckelsbergh, exploictier van 't comptoir van de
gemeene middelen, 42 jaar oud, legt op verzoek van Pieter
Roochusz, pachter te Dordrecht, een verklaring af over de
bieren van het platteland behorende bij kantoor te Dordrecht.
De pacht is tevoren opgehaald door notaris Gerard van der Hout
- (27-9-1648) Maerten de Both ( tekent: Bodt ),
wonende te Dordrecht, getrouwd met Maria Bouwens,
zustersdochter van wijlen Dirck Schiltvinck, bekent 800 gulden schuldig te zijn
aan de boedel van Schiltvinck, die hij ontvangen had als rente op een kapitaal
dat berustte bij de ontvanger Johan van Berckel
- (27-9-1648) Abraham Syeren Coning, wonende te Dordrecht,
getrouwd met Abigel Centen, zustersdochter van wijlen Dirck
Schiltvinck, bekent 800 gulden schuldig te zijn aan de boedel van Schiltvinck,
die hij ontvangen had als rente voor een kapitaal dat berustte op het kantoor
van Johan van Berckel
- (26-1-1649) Symon Cornelisz de Vries en zijn
vrouw Maria Walen Balthasars, brouwer en brouwster in de brouwerie van 't
Hart te Dordrecht, bekend bij de notaris door Jan Elberts van der
Valck, wijnverlater, vernietigen hun testament d.d. 07-04-1631 voor notaris
Pieter Schepens te Dordrecht. De Vries bevestigt zijn
voorwaarden betreffende enige leengoederen gemaakt op 20-08-1634 voor genoemde
Schepens.
Zij benoemen elkaar tot erfgenaam en tot voogd over de boedel met uitsluiting
van de weeskamer e.d. Bij zijn dood moet zijn vrouw betalen aan zijn
voorkinderen Anthony en Margarita de Vries, van wie de moeder was Maria Jacobsz
van der Giessen, elk 1000 gld.
Er is een bepaling t.a.v. de hofstede genaamd 'Slickboerenstee' groot 22 morgen,
5 morgen weiland in Sint Anthonispolder met als gebruiker Beniamin Adriaens en
een huis buiten de Vuylpoort te Dordrecht van de Voorstraet tot de
Suyckerstraet
- (18-3-1649) Goris Pietersz Bijll, wonende op Heynnenoort,
machtigt Arent Muys van Holy, procureur te Dordrecht,
om zijn zaken in rechte waar te nemen tegen de pachters van de impost van de
bieren,
in verband met door hem in beslag genomen hoeveelheid bier Iserahel bier
en Dun, bier waarop hij meende recht te hebben, door hem geladen in de brouwerij
van de Vosch, en deze voorraad op te eisen
- (25-3-1649) Aryen Joosten, scheepstimmerman of scheepmaker, in de Boomtgens,
stelt zich voor 1.329 carolus gulden en 9 stuivers tot borg,
ten behoeve van Jan Willemsz, molentimmerman, voor
Geertruyt Leenderts van de Hadert weduwe van Gielis
Jansz van der Hulck, wonende te Dordrecht.
- (25-3-1649) Leendert Gielissen van de Hulck,
houtcooper te Dordrecht, namens
Geertruyt Leenderts van den Hadert, zijn moeder,
wonende te Dordrecht,
machtigt Aryen Joosten, scheeptimmerman, om geld te innen van Jan Willemsz,
molentimmerman.
- (27-3-1649) Aryaentgen Jans, 29 jaar, dienstmaecht bij Jacob Jansz,
ebbenhoutwercker, verklaart op verzoek van Leonardt van
Huighen, wonend te Dordrecht, dat toen zij in maart 1647 een
nacht waakte bij Geertruyt Jans Pot, vrouw van Hessel Ubinck, wijncooper, die
toen zeer ziek in bed lag, en inmiddels is overleden, hoorde dat Geertruyt
herhaalde malen bij haar man om een brief vroeg, die hij haar niet heeft gegeven
- (7-4-1649) Dingna Jans, weduwe van Goosen
Jacobs Erckelens te Dordrecht, sluit de weeskamer uit en
benoemt tot voogden over haar nalatenschap en over de nog minderjarige kinderen
haar 2 oudste zonen
- (26-4-1649) Johan Hulshout, coopman te Dordrecht,
ontheft Jan van Wassenhoven, brouwer in de brouwerie van de Drie Ringen,
van de borgtocht die deze heden heeft gesteld voor Joannes
Cornelis Evertsz en Gerard van Ruwel burgers van Dordrecht
die een vordering hadden toegewezen gekregen op Jan Blom, brouwer in de
brouwerie van de Visch
- (2-5-1649) Janneken Huygen Dullaert, weduwe van Antonis Jansz van Deyl,
schilder, bekent 100 gld. schuldig te zijn aan Jan
Teunisz van Deyl, haar schoonvader, wonend te Dordrecht.
- (29-5-1649) Willem Meessen wonende aan de Beuckeldijck verklaart schuldig te
zijn aan Maria Prins wonende te Dort de
somma van 400 gulden t.z.v. geldlening.
- (3-6-1649) Margareta Claasdr, 75 jaar, weduwe van
Cornelis Schotten, wonende te Dordrecht, verklaart op
verzoek van Jan Janssen van den Kerkhof, capiteyn, dat Neeltgen
Aarts, vettewarierster te Dordrecht, en Van den Kerkhof een
overeenkomst hebben gesloten inzake de betaling van te leveren proviand door
Neeltgen Aarts voor zijn scheepsvolk met ordonnantiën van de Raden ter
Admiraliteyt en nog openstaande rekeningen. Zij heeft dit van Neeltgen Aarts en
de vrouw van Van den Kerkhof gehoord
- (19-7-1649) Arien Jacobs machtigt zijn moeder Neeltge Willems, vrouw van Jacob
Ariens wonende in de Corte Lijnstraet, om van de bewindhebbers
van de camer te Dordrecht van de Westindische Compagnie te vorderen
270 gulden als zijn resterende gage, verdiend als matroos onder schipper Pieter
Jans Coninck met 't schip 't Wapen van Dordrecht
- (20-7-1649) Susanna Hofman, 20 jaar, vrouw van Franchoys Lagal, steenhouwer,
Amelia Passerans of Passevans, 20 jaar, vrouw van Heynrik Glaskok en Adriaan van
Aller, 21 jaar, notaris, verklaren op verzoek van mr. Jasper van Santen,
chirurgijn, dat ± 5 weken geleden Van Santen Pieter Robbertss, die door
boskruyt verbrand was, verbonden heeft en dat Pieter van den Ende, drogist, de
rekening zou betalen.
Dit voorval had plaats, toen Karel II, koninck van Grootbrittange, met de
Prince van Orange door de stad naar Dordrecht
trok
- (28-8-1649) Jan Jans van Middelburch varende als bootsgesel
onder schipper Cornelis Gerrits Jonckhelt op 't schip De Groote Christoffel
machtigt zijn vrouw Janneken Gijsberts Brouwers wonende in de Lange Lijnstraet
om van de Westindische Compaignie camer Dordrecht zijn
gage ad 160 gulden te vorderen die hij als matroos onder schipper Pieter Jans
Coninck op 't schip "Het wapen van Dordrecht" heeft verdiend
- (1-9-1649) Leendert Symons Intvelt, schepen in West- Barendrecht en Karnisse,
verklaart op verzoek van Aechgen Cornelisdr, weduwe
van Geen Anthoniss Hoochwerff, nu wonende in Dordrecht, dat
Jacob Muer, wonende te Enckhuysen met bovengenoemde Aechgen overeengekomen was,
dat zij de hofstede en landerijen in Karnisse en Roon, die zij van Muer gehuurd
had, in huur mocht overdoen aan wie zij wilde.
Hij heeft dit in jan. j.l. gehoord in de herberg de Drie Haringhen te 's
Gravenhage
- (15-10-1649) Lijsbet Crijnen, coopvrou van freuyt, namens haar man Cornelis
Dammisz, coopman van freuyt, machtigt Pieter Jorisz,
waert in 't VISSCHEEPGE te Dordrecht, om te vorderen van Jan van
Oosterhout, schipper wonende te De Graeff, 60 gulden t.z.v. koop en leverantie
van freutagie op 23/02/1638
- (8-11-1649) Pieter Dircxsz Codeus, coopman,
weduwnaar van Mayken van den Broeck, wonend te Dordrecht sluit
een contract van huwelijksvoorwaarden met Catarina Hendricx van den Veen,
jongedochter geboren te Utrecht wonend alhier.
Als hij voor zijn aanstaande vrouw komt te overlijden, zal Catarina uit zijn
goederen een bedrag van 1.000 gulden mogen hebben.
Als de bruid als eerste sterft, gaan de door haar ingebrachte goederen naar haar
erfgenamen
- (9-11-1649) Pieter Dircx Codeus, coopman te Dordrecht,
machtigt Willem van Aller, procureur alhier, om betaling te eisen van de weduwe
en kinderen van Johan de Meij, coopman, van de helft van 2 vaten wit gaern met
verrekening van 8 oxhoofden Franse wijn
- (22-1-1650) Cornelis Baerthouts, 52 jaar, Laurens van Isere, 38 jaar, en
Pieter Janss van Antwerpen, 32 jaar, allen hooftluyden en overluyden van het
Schrijnwerkersgilde,
verklaren op verzoek van de gildebroeders van het Schrijnwerkersgilde
van Dordrecht, hoe een proefstuk van het gilde gemaakt moet worden
- (25-1-1650) Bastiaen Niesen, coopman te Schiedam machtigt Adriaen
van Beaumont coopman in Dordrecht om mede namens zijn broers
Dirck en Pieter Niesen en zijn moeye Geertgen Antonisdr te transporteren de
hoeve "Luchtenburg" met daartoe behorende landerijen gelegen in de
buurt van Breda zoals zijn moeder die geërfd heeft van haar oom Adriaen van
Werensteyn, in zijn leven raet van graaf Mauritius
- (17-5-1650) Maerten Hendricxz Verbercht, cleermaker en zijn vrouw Mayken
Jansdr Ambrullert herroepen hun eerder gemaakt testament, speciaal het testament
van Mayken gepasseerd voor notaris Juriaen Havelaer op 21/05/1647.
Zij benoemen elkaar tot enige erfgenaam.
Na overlijden van hen beiden zijn de erfgenamen van zijn kant: Sara Dirckxdr
wonende in De Hage, weduwe van Andries Wijnantsz, bontwercker en diens dochter
en de 5 kinderen van Sara's zuster Lijsbet Dirckxdr wonende te Delft, waarvan er
enkelen in het weeshuis verblijven en zijn nicht Hilleken Dirckxdr, weduwe van
Jan Danielsz wonende te Bommel.
De erfgenamen van haar zijde zijn: de 5 kinderen van haar overleden broer Jan
Janssen Ambrullert en haar neef Jan Laurensz, zoon van Laurens Willemsz en Sara
Jansdr Ambrullert, haar zuster.
De weeskamers alhier en te Dordrecht zijn
uitgesloten van bemoeienis.
- (19-5-1650) Jan Jansz Quack 44 jr., luytenant bij Admirael De Wit, Jan Jansz
46 jr., constapel en Lambert Jansz 35 jr., constapel, verklaren op verzoek van
Jasper Aertsz, cajuytwachter, dat hij in Brasilien op het schip van admiraal De
Wit is gevallen en zodanig gewond raakte dat de chirurgijn het nodig achtte dat
hij naar Holland moest om daar behandeld te worden.
De admiraal heeft hem met het schip 't Wapen van
Dordrecht naar huis gezonden
- (20-5-1650) Cornelis Theunisz Oostenrijck, Jacob Cornelisz Maigesteyt en
Rombout Cornelisz den Hovaerdigen leggen op verzoek van Mees Aelberts de Haes en
de weduwe van Floris Ariensz een verklaring af betreffende het schatten van de
waarde van een ziek varken.
Zij hebben aan de zuster van de pachter Haesge Commers, collectrice, gevraagd of
haar broer Leenderts Commersen Smeresteyn kon komen. Omdat deze niet kwam is het
varken met een schouw gebracht naar Trijntge Pieters, varkeslachtersse, en daar
gedood. Aan de mede-pachter Jan Jans van Dort is
gevraagd de waarde schatten.
- (25-6-1650) Jan Henricxz van Westerbrugge, 17
jaar, blickslagersgesel, zoon van Henrick Jansz van Westerbrugge wonende
te Dordrecht, benoemt zijn oom Willem Jansz van Westerbrugh,
glasemaker en zijn vrouw Leentge Pietersdr tot zijn erfgenamen of in hun plaats
hun kinderen voor één helft en de kinderen van zijn oom Jan Jansz Westerbrugh
voor de andere helft.
De akte wordt opgemaakt ten huize van zijn oom Willem Jansz staande aan de Oude
Princestraet.
N.B.: Jan Henricxz van Westerbrugge tekent als Johannes van Westerbrugghen
- (26-8-1650) Annetge Willemsdr Verhoop, 13 jr.,
wonende in Dordrecht, dochter van wijlen Willem Abramsz Verhoop,
spellemaker, benoemt haar moeder Geertge Teunisdr de Geyster, weduwe van
Willem Abramsz Verhoop, tot haar enige erfgename.
- (2-9-1650) Johan Padbrue, chirurgijn, legt op verzoek van Jonker Heer
een verklaring af.
Ongeveer 10 jaar geleden is Anneken Heyndricx te Dordrecht
buiten de SPUYPOORT uit het huis van een vrouw die Joosgen heet gehaald
en op de Vuylpoort gezet. Hij heeft haar nadien behandeld voor de pokken,
een venerische ziekte en een keelontsteking. Zij vertelde hem een zoon te hebben
gehad van Heyndrick Goddense, die in Amsterdam woonde en naar Denemarken
of Pruyssen is vertrokken. Ook doctor Van Willegen heeft haar behandeld
- (8-10-1650) Alexander van den Berge, commijs ter rechergie van de convoijen
ende licenten, en zijn vrouw Machteltge Gerrits van Nieuwenhuysen wonende aan de
Nieuwehaven benoemen elkaar tot universele erfgenamen.
Tot voogden over hun kinderen benoemen zij Wouter
Bouquet, wonende te Dordrecht, oom van moeders zijde van
Machteltge, en Jan Jansen de Colonia, verwer
- (29-10-1650) Neeltge Willemsdr den Raven bekent 500 gld. schuldig te zijn aan haar
vader capiteyn Willem Cornelisz Raven wonende te Dordrecht
- (1-11-1650) Herbert van Nes, comis ter recherche te Schiedam, wordt op verzoek
van Lucas de Rouw, comis ter recherche te Rotterdam, in aanwezigheid van Maerten
Couwenhoven, notaris te Schiedam ondervraagd.
Het betreft de visitatie van een schip, waarop Meeus Corneliss schipper was en
dat voor het Hooft van Schiedam lag in aug. 1648.
Er wordt ondervraagd over een gesprek in de herberg het Wapen van Hollandt te
Schiedam, over de lading van het schip waarbij Cornelis van der Graeff ook
present is, over een gesprek in de herberg de Toelast bij het Gasthuys te
Schiedam, o.a. over een acte die in Dordrecht gemaakt
is, en over de afloop
- (5-1-1651) Cornelis van der Lee, apotecaris, machtigt Martinus Cliernus,
notaris en procureur te Dordrecht, om de zoon van de overleden Harman
Tielmansz voor het gerecht te Dordrecht te
doen verschijnen.
De jonge man is door zijn moeder aan de apotecaris verhuurd voor twee jaar,
waarvoor hij 150 gld. p. jaar zou ontvangen.
Na 3 dagen vertrok de jonge man, waardoor hij grote schade heeft opgelopen
- (24-1-1651) Catharina Reynders, weduwe van Dirck Lutselkerck of
Lutskercke wonende bij de draaibrug, benoemt haar kinderen tot erfgenamen.
Haar zoon Johannes Lutskercke verzoekt zij de winkel en nering voort te zetten.
Tot voogden over haar kinderen benoemt zij haar broer Johannes
Reynerts te Dordrecht, Symon Duysing, wijncooper en Jacob
Schaep makelaar.
N.B. Catharina ondertekent in een oostelijk ( Duits ) handschrift, evenals één
van de twee getuigen, welke getuigen beiden bontwercker zijn. Mogelijk is haar
nering ook een bontwerkerij
- (9-2-1651) Op verzoek van Pieter Boye, coopman te
Dordrecht, heeft de notaris tegen Pieter Huchtenbrouck, coopman,
protest uitgebracht terzake van een wissel gedateerd London 03-01-1650 groot 38
pond sterling.
In deze wisselbrief komen de volgende namen voor: Richard Casby, Jacob Braems en
Cornelis de Gelder.
- (26-2-1651) Jeremias van Wassenhoven, wonende te Dordrecht,
bekent 6000 gulden schuldig te zijn aan Jan van Berckel, gecommitteerde rait ter
admiraliteit, oud-burgemeester, raidt en vroetschap. Een rentebrief voor dit
bedrag op de kinderen van Beatrix van Wassenhoven wordt aan Van Berckel als
waarborg gegeven
- (26-2-1651) Jeremias van Wassenhoven te Dordrecht
bekent 4900 gulden schuldig te zijn aan Crijn Ariensz van der Linde. Hij heeft
hem als waarborg een rentebrief gegeven voor dit bedrag, ten laste van het
gemeenelant van Hollant en Westvrieslant, of welks kantoor burgemeester Paulus
Verschuijr ontvanger is
- (26-2-1651) Govert van Oldenhoven of Aldenhoven, burger van Nieumagen,
koopt mede namens Andries Roeloffsz Prins, eveneens te Nieumagen en Oldenhovens zwager
Jeremias van Wassenhoven te Dordrecht, elk voor 1/3 deel,
400 morgen land in het ampt van de stad Goch in het land van Cleef, van de
burgemeesters, schepenen en raidt van Goch, voor 10.000 gulden en twee
obligaties ten laste van het gemene lant van Hollant en Westvrieslant, van welks
kantoor Johan van Berckel de ontvanger is, alles samen 13.100 gulden. Als
Wassenhoven binnen drie jaar van zijn aandeel af wil, nemen de beide anderen het
over.
- (29-3-1651) Hendericktgen Rijcken, vrouw van Cornelis
Francen Cocx, wonend te Dordrecht, verklaart haar zoon Thonis
Jansz van Strijen, 17 jaar,in de leer gedaan te hebben bij Pieter
Pietersz Polen, lootgieter, om van hem het vak te leren; hij komt tevens bij
hem in de kost
- (6-5-1651) Pieter Barents, die als mineur gediend heeft onder capitein
Jan Jans van de Vijver, in welke dienst hij voor Breda in zijn arm is geschoten
en waarvoor hem door de staten-generael een tractement is toegezegd, machtigt Pieter
Flips, ook mineur, wonend te Dort, om van de magistraet van
Liewaerden dit tractement te ontvangen.
- (5-6-1651) Anna Busch, Marya Busch, en Sara Busch, zusters, bejaarde
dochters,
machtigen Jacobus Delphius, notaris,
om te beloven dat zij Jan Heynricksz Craeckouwe, coopman,
en Rijck Adryaensz, coopman,
schadeloos zullen houden van een borgtocht, die deze laatsten voor hen ten
behoeve van
Adreaena Repelaers weduwe van Leonardt Bus, wonende
te Dordrecht,
hebben gepasseerd, voor de eventuele teruggave van de helft van hun aandeel in
de Oost Indische Compagnie.
- (24-6-1651) Jan Arijensz van Haege 37 jaar en Huybrecht Jacobsz van der Sloot
35 jaar, verklaren op verzoek van de gemeene beenhackers dat zij deposanen, in Dordrecht
hebben gesproken met Frederick Zas, over de impost die wordt berekend.
- (13-7-1651) Barent Hollaer, schepen van Schiedam, en notaris Wagensvelt als
arbiters, uitspraak doende in een geschil tussen mr. Jacob 't Kint,
schermmeester, en Quiryn Gillisz van der Clancq, luytenandt van de burgerye,
over de betaling van 125 gulden voor 5 jaar soldij wegens het oefenen van het
volk van laatsgenoemde, bepalen dat Van der Clancq aan 't Kint 16 pond vlaems
zal betalen onder aftrek van zekere kosten. Partijen verklaren zich akkoord met
deze uitspraak en regelen aansluitend de vereffening van nog enige openstaande
bedragen, waarbij betrokken zijn: Barbara Brants, dochter van de huidige vrouw
van Jacob 't Kint en van wijlen Marinis Brant, haar vorige man;
Pieter Jaspersz en Adriaen Egbertsz te Dordrecht die
aan Marinis Brant geld hadden geleend toen hij naar Oost-Indië vertrok; de
weduwe van Teun den Boer, Pieter Sterck en N.N. van Dueren
- (19-9-1651) Jan Matthijsz van Gruthuysen freuytier en kagenaer,
verklaart dat hij op 30 aug. j.l. met zijn kaechschip, varend naar Dordrecht
in de Mase bij de hoek van St. Hellebrecht in aanvaring is gekomen met een
smalschip, waarop schipper was Frederick Dircxsz Ruyter, wonend te
Amsterdam, in de Riddersstraet met een lading van meer dan 25 lasten, zodat het
zeil van zijn schip was gescheurd. Hij is met zijn zoon en knecht in grote
problemen gekomen en ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt. Ruyter
blijkt in eerste instantie bereid te zijn de schade te vergoeden. Na arbitrage
van Cornelis Gerritsz en Jacob Meesen, beiden scheeptimmerlieden en vaststelling
van het schadebedrag liet Ruyter door anderen aanzeggen zich niet aan de
uitspraak betreffende schadevergoeding te willen houden en is ijlings met zijn
smalschip vertrokken. Jacob Meesen heeft tenslotte de schade aan het schip op
kosten van van Gruthuysen gerepareerd
- (6-10-1651) Johan van Blenckvliet, doctor in de medicinen, verblijf
houdend in de brouwerij de Werelt herroept zijn testament dat hij heeft gemaakt
met zijn vrouw Maria van Santen voor notaris Arnoult Wagensvelt.
Dominicus van Blenckvliet, zijn buiten echt geboren zoon van Odilia Jacobs op
27-02-1629, is zijn vader ongehoorzaam en wordt daarom van de erfenis
uitgesloten omdat hij omgang heeft met Adriana Geesdorp.
Zuster van Johan is Elisabeth van Blenckvliet.
Legaten worden vermaakt voor de ene helft aan Adriaen Philipsz Immersael en zijn
vrouw Elisabet Grevinckhove, zijn neef en nicht, en voor de andere helft aan
Antony van Beusecum, coopman en liwatier te Delft, ook zijn neef.
Ook legaten worden vermaakt aan de kinderen van zijn oom Leendert Jansz van
Blenckvliet, genaamd Abraham en Jacob Leendertsz, de kinderen van zijn oom
Cornelis Jansz van Blenckvliet, genaamd Duifge en Neeltge Cornelisdr, de
kleinkinderen van zijn oom Adriaen Leendertsz in 't Suytlant, de kinderen van
Leendert, Jan, Jacob, Pieter en Jan Ariensz, de kleinkinderen
van Cornelis Jans Boenis, zijn oom, wonend te Dordrecht, de
kinderen van Maertge Cornelisdr, Jacob Cornelisz en Ary Cornelisz, de
kleinkinderen van Cornelis Willemsz Prins en Dimmert Cornelisz, zijn neven. Ook
een legaat voor de dochter van Geertge Cornelisdr, genaamd Jannitge Oliviersdr.
Tot executeurs worden benoemd Adriaen Philipsz Emmersael, coopman, Maerten
Adamsz Hogenhouck, brouwer te Delft, Johan van Bleyswijck, raidt en vroetschap
te Delft, en Anthony van Beusecom te Delft, coopman en liwatier, getrouwd met
een dochter van Pieter Adriaensz van Blenckvliet
- (6-11-1651) Coenraet Bartholomeeusz van Buel, coopman, als lasthebber
van Pieter Jaspersz Leysten coopman te Dordrecht,
bevestigt te hebben ontvangen van Quirijn Gillisz van der Clanck, luitenant van
de burgerije, en Willem Top, merckschipper op Den Briel, als voogden van de
dochter van wijlen Marinus Brant, een bedrag van 250 gulden 8 stuivers 8 penn.
Bovenbedoelde procuratie is gepasseerd op 09-10-1651
t.o.v. notaris Daniel Eelbo te Dordrecht.
- (20-12-1651) Mr. Willem Bisschop, secretaris van de
weeskamer handelend namens zijn schoonmoeder Juffrouw Catharina Keyser en Willem
Aertsz Corthals, schipper te Dordrecht bevestigen de arbitrage
overeenkomst van 11-01-1651 waarbij de volgende arbiters benoemd werden, t.w.
Jacob Jacobsz van Kouwenhoven, gewezen brouwer namens Eeuwout Prins, eiser uit
naam van juffrouw Catharina Keyser, en Adriaen Fransz Piek, brouwer namens Willem
Aertsz Corthals als gedaagde, aan wie als derde arbiter werd
toegevoegd Samuel de Back, en beloven zich te zullen houden aan de uitspraak van
deze arbiters
- (27-3-1652) Mr. Johan Oem Danielsz wonend in Dordrecht
sluit een overeenkomst met Gillis van der Eijck, raedt en vroetschap van
Schiedam, Jan Heijndricxz Rotshouck, oud schepen van Schielant, Mr. Franchois
Verboom, bailliu en schout alhier en Jacob Paets, brouwer, over de nalatenschap
van Elisabeth van der Laer, weduwe van Cornelis Adraensz Verboom en Johan
Verboom, in zijn leven heer van Goodtsschalcoort.
Johan Danielsz zal afzien van verdere rechten en krijgt hiervoor 800 gulden
- (2-5-1652) Hugo Bastiaensz van der Meer machtigt Bastiaen
Jansz van der Meer uit Dordrecht om al zijn zaken in die stad
te behartigen en zijn huizen daar te verkopen
- (13-5-1652) Gisberto Delaporte coopman uit Luijck machtigt Willem
Aldertsz van Couwenhove, oud burgemeester, om van Pieter
de Carpentier uit Dordrecht geld te innen dat hij nog te goed
heeft
- (24-5-1652) Jan Haeckens verwersgast wonend bij de Delfsepoort machtigt
Jan van Deuren laeckencooper in Dordrecht om
zijn huis en erf in de Hermentijstraat aldaar te verkopen dat tegenover het
Vergulde Cruijs staat
- (5-6-1652) Teuntgen Jansdr van Noortsant,
wonend te Dordrecht, weduwe en boedelhoudster van wijlen Job
Heyndricxz van der Elst, pachter, verklaart op verzoek van Lodewijck
Grave en zijn vrouw Maertgen Willemsdr, de dochter van wijlen Baefge Jocchimsdr,
freuijtcoopster, dat wijlen haar man Job Heyndricxz van der Elst 8 à 9 jaar
geleden aan Baefge zijn grafstede en zerk heeft verkocht, nr. 49 in het
noortpand van de groote of St. Laurenskercke, voor 150 gulden. Dit bedrag is
betaald.
- (22-7-1652) Davit Willemsz, Schots jongman, die als matroos voor 11 gulden per
maand dient bij capiteyn Sijmon Cornelisz van Dort,
legateert, als hij ongehuwd zou sterven, al zijn verdiensten en plunje
aan Cornelis Jansz Molenaer, in de brouwerij van het Witte Paert, en zijn vrouw
Catarina Adamsdr
- (226-7-1652) Andries Andriesz van Denemarcken, matroos bij capiteyn Sijmon
Cornelisz, machtigt zijn slaapvrouw Cornelia Harmansdr, wonend bij de
Goutsepoort, om bij de bewindhebbers van de Westindische
Compagnie van de kamer Dordrecht en evt. andere kamers 490 gulden te
innen van zijn verdiensten als soldaat en matroos in Angola bij zijn vroegere
schipper Pieter Laurensz de Valck, en daarvan in te houden wat hij haar schuldig
is en zal zijn.
- (3-10-1652) Jacob Schaeck, Simon Duysingh of Dusingh en
Johannis Lutselkerck of Lutsekercken, voogden over de kinderen van Dirck
Lutselkerck en Catharina Reynharts machtigen Johannis
Reynharts uit Dordrecht oom en mede voogd van de kinderen die
nu in Keulen is. De kinderen hebben geld tegoed uit de nalatenschap van hun
grootvader Johannis Reynharts en van enkele anderen en bovendien van Maerten
Roosendael administrateur van de boedel van hun grootvader
- (19-11-1652) Abraham Pouwelsz martschipper op Dordrecht
bekent 500 car. gulden schuldig te zijn aan Pieter Verbiest.
- (4-12-1652) Pieter Huchtenbrouck wijncooper, belooft een wisselbrief, groot
100 pond sterling te betalen die hij getrokken heeft op Pieter
Jaspertse Leyst, coopman te Dordrecht op 8.11.1652 t.l.v.
Francois en Walraven Lodewijcx te Londen en betaalbaar aan Thomas Eyans te
Londen.
Zijn borg is Coenraet Bartholomeeusse van Buijl, zijn zwager
- (2-2-1653) Teunis Ariensz van Brakel, freuijtvercoper, wonend in de
Pannecouckstraet, machtigt zijn zoon Adriaen Teunisz, harnasmaker, wonende in
den Hage in de Porettestraet, om namens hem bij de bewindhebbers van de
Oostindische Compagnie in Amsterdam en elders, om het vierde deel van de
nagelaten bezittingen op te eisen, die zijn zoon Otto Teunisz van Gorcum hem
heeft nagelaten, door testament van 25-09-1628 bij de Amsterdamse notaris
Nicolaes Jacobsz. Otto vertrok in 1628 van Amsterdam met het
schip de Maecht van Dordrecht naar Oostindië. Gedaan in de straet
waar op de hoek de Stat Bruijssel uitsteekt
- (11-3-1653) Leendert van Dijck, coopman te Dordrecht,
bekent 360 gld. ontvangen te hebben van Leonard van Naerse, coopman te
Rotterdam, die na vonnis door schepenen op 7.10.1652, t.l.v. Robbert Hamman te
Londen in Engelandt een gedeelte van diens wijn die onder hem, Van Naerse,
berustte, heeft verkocht.
- (17-3-1653) Pieter Goosense gaernblycker wonend
buiten Dort bekent 400 gulden schuldig te zijn aan Guilljam Bitlo.
- (24-3-1653) Ernestus Cornelisz Stolwijck verklaart zijn vaste goederen
te willen schenken aan zijn vrouw en kinderen met de conditie dat zolang hij
leeft de eigendom aan hemzelf blijft en dat hem per jaar een bedrag van 100
gulden zal worden betaald. Op grond van deze schenking is de volgende verdeling
tot stand gekomen.
1. Aan Aeltgen Jansdr, vrouw van Ernestus Cornelisz (geassisteerd door Adriaen
van der Marel) het huis, waarin zij en haar man nu wonen, aan de
Westscheepmaeckersstraet.
2. Aan Neeltgen Ernestusdr, meerderjarige ongehuwde dochter, een huis aan de
O.z. van de Bierstraet op de hoek van de Wijnhaven, alsmede twee huisjes op het
Eylant Colcus.
3. Aan Cornelis Ernestusz, een huis aan de O.z. van de Bierstraet, plus een
rentebrief op het huis van Teunis Evertsz, glasemaecker, aan de W.z. van de
Schiedamsendijck.
4. Aan Jacob Ernestusz, een huis aan de Z.z van de Wijnhaven en twee huisjes aan
de N.z. van de Leeuwenlaan.
5. Aan Henrick Geerlofsz van Sticht, man van Maria
Ernestusdr, een huis genaamd De Elant in de Gaperstraet hoek
Wijnstraet plus een rentebrief op een huis in Dordrecht
naast HET WILTVARCKEN tegenover de Nieuwbrug, plus een rentebrief op het
huis van Eefgen de Craemster aan de Schiedamsedijck.
6. Aan de kinderen van wijlen Aryen Ernestusz een huis aan de O.z. van de
Bierstraet.
De belendingen van bovengenoemde huizen zijn als volgt.
1. de weduwe van Barent de Bock en Jan Jansz de Jonge.
2. de weduwe van Hieronimus Hurnius en Antony Molet.
3. de zoon van Pieter Jacobsz van den Bosch, schrijnwercker.
4. Capiteyn Willem Aryensz van Warme, Teunis de Molenaer en Henrick Jansz
Keyser.
5. Corsteaen van Houck en Joffer van der Mij.
- (19-4-1653) Willemtge Willemsdr, vrouw van Jan Claesz Bleijck, die aan de
oostzijde van de Langelijnstraet woont benoemt tot erfgenamen Sijmon Ariensz,
cuyper in de brouwerije van "de Halve Maen", en zijn vrouw Angnietge
Melchersdr voor de ene helft; en haar neef Jaspar
Cornelisz van Bergen, die in Dordrecht woont op de LINDEGRAFT voor
de andere helft
- (25-4-1653) Johannes Cocq conrector van de
Latijnse school te Dordrecht, heeft van zijn broer Coenraet
Janse Cocq te Rotterdam, 1.350 car. gld. ontvangen en bekent dit bedrag nu
schuldig te zijn aan Dirck Hartich, getrouwd met Catharina Maertensdr te
Rotterdam. N.B.: Hij tekent als Coch
- (26-4-1653) Barent Rogier van de Nieuwenburgh, jonggeselle, dienend als
matroos bij commandeur Jacob Aertsz, op de brander, benoemt als hij in deze
dienst overlijdt tot zijn erfgenamen Pieter Crijnen Muys en zijn vrouw Annitge
Arentsdr die in de Molesteech wonen in de Maecht van
Dort, waar hij in huis is
- (27-4-1653) Joffrou Agata Welhouckx, weduwe van Cornelis Harticxvelt,
burgemeester, verhuurt aan Willem Lodewijcxz te Dubbeltdam, Arien
Ariensz Jongeschout, wonend buiten de SPEUIJPOORT buiten de stad Dordrecht
en Pieter Teunisz Houtingh, wonende op Swijndrecht, stukken land in de nieuwe
bedijkte polder, genaamd de Bovenpolder, op de grond van de Aloisen, die bij
de Heeren van de Rekeningen des Graeffelijckheyts van Hollant en Westvrieslant
op 30-12-1652 aan haar verkocht is. De huur bedraagt 2.400 gulden per jaar. Er
zijn vele voorwaarden, o.a. in verband met een nieuwe zeedijk. Mocht het land
onvruchtbaar blijken, dan wordt de huur niet verminderd, evenmin bij afslag.
Copie op 22-09-1653 verzonden te Dort in de Pau bij het Grote Hooft, voor
de huurders. Door Pieter Tonis is verklaard aan Willem Lodewijcxz en
Arien Jongeschout, dat hij geen deel wil hebben in deze huur, en dat hij
alleen getekend heeft op hun verzoek. Een dag later (28-04-1653) is schriftelijk
vastgesteld, dat hij daarvan is vrijgesteld, mede op verzoek van de heer Van der
Aa.
- (27-5-1653) Maertge Pietersdr, weduwe van Jan Aertsz,
die in Barendrecht onder Dordrecht woont, prelegateert aan haar
zoon Aert Jansz, twee morgen land in Karnisse. Hij heeft hier al 2 morgen 3 hont
land sinds 20-03-1653 uit de erfenis van zijn vader. Het land belent ten oosten
het gemene land van Westbarendrecht, ten Westen Symon Ariensz Spruyt, ten
noorden Cornelis Pietersz en ten zuiden de Oudendijck van Carnisse. Getuige is
Johannes Scheppius uit Vlaerdingen die zegt dat zij zijn moeye is
- (30-5-1653) Huijbert Jacobsz van der Sloot, coopman, houder van een obligatie
ten laste van 't Gemeenelandt van Hollandt en Westfrieslandt van 13-04-1645 ten
behoeve van Hendrick Sael van 1000 pond, hem in betaling gegeven door Johannes
Besius, wonende te Dordrecht, draagt deze over aan Jan Ariensz
van Gogh, beenhacker.
- (21-6-1653) Maertgen Bartolomeusdr, gemachtigde van haar man Dirck
Willemsz, die van Delft uitgevaren is naar Oostindien als onderstierman met
het schip Maeslant, bekent 200 gulden schuldig te zijn aan Arien
Maertensz van Dort, metselaer, wonend buiten de Goutsepoort,
voor 2 jaar door hen genoten kost en inwoning tot op heden. Zij zullen dit uit
haar mans verdiensten terugbetalen en zij machtigt Arien en zijn vrouw Hillegont
Sijmonsdr om bij de bewindhebbers van de Oostindische Compagnie van de Kamer
Amsterdam, dit bedrag te innen uit reeds verdiende gage als schipper op het
jacht Barchhout en van andere, ook toekomstige gage.
- (20-8-1653) Barent Cramer, capiteijn op het oorlogsschip Edam van de
Admiraliteijt van Amsterdam, benoemt zijn dochter Anneken Barentsdr tot
erfgenaam van het vruchtgebruik van zijn erfgenis, of in het derde deel van zijn
erfenis. De rest van de erfenis is voor haar kinderen en als die er niet meer
zijn voor de zusters van zijn vrouw, Trijntge Ysaacx,
Engeltge Ysaacx en Elsge Ysaacxdr, die in Dordrecht wonen. Als
executeurs worden benoemd Adriaen Florisz van de
Wijngaert, havenmeester in Dordrecht en Jan Bastiaensz Snoo,
ook wonend in Dordrecht. Barent Cramer woont aan de zuidzijde van
de Nieuwehaven
- (25-8-1653) Henrick Davitsz de Coninck,
plaetsnijder, wonend te Dordrecht, Quirinus van Wee of van Weede,
doctor in de medicijnen, kunstkender en liefhebber, wonend te Utrecht, Franchois
Verwilt, schilder, wonend te Vlissingen en Wilhelmus Tibout, glaesschrijver,
verklaren op verzoek van Pieter van Hemelscoers, zijde- en lakencoper, en zijn
vrouw Martha van der Pas, dat zij de volgende kunstplaeten hebben getaxeerd, uit
de nalatenschap van Crispijn van de Pas den Ouden, de vader van Martha. Volgt
een opsomming van 186 boeken en prentenverzamelingen, met een gezamenlijke
geschatte waarde van 5.329 gulden.
- (5-9-1653) Joan van Slingelant heeft op 08/07/1653 een hofstede met 23 morgen
400 roeden land in Nieuw Ridderwaert verkocht aan Leendert Hendricksz Intvelt
ten behoeve van Adraen Ambrosius coopman.
De koopakte en het accoord hierop van Ambrosius zijn gepasseerd op 17/07/1653
voor notaris Martinus Clievius te Dordrecht.
Joan van Slingelant had de hofstede gekocht uit de boedel van Adriaen Adriaensz
Baes.
Ambrosius is tot op heden in gebreke gebleven de koop over te nemen
- (23-9-1653) Jan Cornelisz Hobbelaer, stierman op het koopvaardijschip Abrams
Offerhande, 45 jaar, verklaart op verzoek van Teuntge
Crijnendr, weduwe van Pieter Pietersz van Stantdoeck te Dordrecht,
moeder van wijlen Jan Pietersz van Stantdoncq, dat hij op dit schip onder
wijlen capiteyn Jan Dircxz van Ouwerschie in maart 1653, op reis naar Bajoene de
Franche, getuige was van de overmeestering door een Engels oorlogschip met 28
kanonnen, en de dood van Jan Pietersz door een grofkogel van 4 pond. De
verklaring wordt op 14-06-1640 bevestigd door Michiel Jansz, 33 jaar, die als
timmerman op hetzelfde schip voer, en het lijk met de Engelsen overboord heeft
gezet
- (8-11-1653) Mayken Jansdr, vrouw van Pieter
Broes, vischcoper, wonend in Dordrecht legateert aan haar man
het levenslange gebruik van een vischstal in Dordrecht,
die ze zelf voor 1.000 gulden heeft gekocht. Daarna gaat het naar haar
familie. Verder legateert ze aan Emmitge Leendertsdr, weduwe van Floris van
Dessel, die achter het Verbrande Clooster woont en nayster is in het Weeshuys,
enkele zilveren voorwerpen en de tegenwaarde hiervan legateert ze aan
Jacomijntge Pietersdr, de oudste dochter van haar man.
NB: de notaris vermeldt dat hij al eerder een testament heeft gemaakt voor
Mayken Jansdr en haar eerste man, op het Oosteijnde
- (4-2-1654) Inhoud Guilliame de Coene coopman uit
Dordrecht en Pieter Mawet wijncoper hebben onenigheid over een obligatie
gepasseerd voor Nicolaes van der Haven notaris op 30/05/1633 ten bedrage van 216
gulden. Mawet ontkent de obligatie niet maar zegt 190 gulden op de obligatie
betaald te hebben. Daarentegen zegt De Coene dat hij 30/12/1637 tien vaten
Nantoisse wijn aan Mawet gezonden heeft van 43 gulden per vat. Mawet zegt deze
wijn niet besteld en ontvangen te hebben. Om hun geschil bij te leggen vragen ze
de arbitrage van de coopluyden Adraen van Emmersael en Heijndrick de Haes.
Volgens de arbiters heeft De Coene gelijk en moet Mawet hem 216 gulden betalen
- (10-2-1654) Guilliaem Gillisz, constapel, 36 jaar, Corstiaen Cornelisz,
schrijver, 31 jaar, Niclaes Jansz Boij, 29 jaar en Jeremias
Woutersz van Dort, 21 jaar, matrozen van wijlen capiteyn Abel
Roelantsz, verklaren op verzoek van diens weduwe Maertgen Ariensdr, o.a. dat zij
in 1653 met het schip van oorlog de Prinsesse Louijse in Tessel lagen, en dat
luytenant Abram Jeroensz Groenevelt diverse malen kwaad sprak van de capiteyn
tegenover gasten, het scheepsvolk en hemzelf, o.a. over het eten dat het
scheepsvolk kreeg, terwijl daar geen enkele reden voor was. Zie ook akten 80 en
81
- (11-2-1654) Euwout Jansz, stierman, 60 jaar, Willem Willemsz, stierman, 25
jaar, Pieter Huybrechtsz, quartiermeester van Dordrecht,
25 jaar, en Teunis Claesz, matroos, 21 jaar, die alle als zodanig gediend
hebben bij wijlen capiteyn Abel Roelantsz op het oorlogschip de Prinsesse
Louijsz in 1653, verklaren op verzoek van diens weduwe Maertge Ariensdr, dat de
capiteyn behoorlijk voor het eten van het scheepsvolk heeft gezorgd, en dat
luitenant Abram Jeroensz Groenvelt dat op een vraag van de kapiteyn bevestigd
heeft. Zij bevestigen hiermee de verklaringen uit akte 79 en 80
- (26-2-1654) Michiel Wayenberch van Bruijssel en Bastiaen
de Puijt van Dordrecht, matrozen, machtigen Pieter Willemsz
van Rijs, coolmeter, en zijn vrouw Cornelia Huijgensdr, om bij de Admiraliteyt
hun gage te innen,die zij tot hun ontslag op 09-02-1654 verdiend hebben bij
wijlen capiteyn Abel Roelantsz, ad 11 gulden per maand, en daarvan in te houden
wat zij hen aan kost en inwoning schuldig zijn
- (12-3-1654) Jeremias Woutersz, matroos van
Dort, machtigt Pieter Willemsz van Rijs en zijn vrouw Cornelia
Huygensdr, wonend in de Groenendael, om bij de Admiraliteijt zijn gage ad 13
gulden per maand te innen, die hij als matroos bij capiteyn Abel Roelantsz tot
09-02-1654 heeft verdiend, en daarvan in te houden wat hij hem schuldig is voor
kost en inwoning
- (16-5-1654) Roockus Danielsz van der Mandelen, dachwachter in de
Hooftpoort vermaakt 100 gld. aan de Remonstrantse gemeente alhier. Hij vermaakt
aan zijn zoon Henrick Roockusz van der Mandelen 1/3e deel van zijn nagelaten
goederen, en het resterende 2/3e deel zal beheerd en op rente gezet worden door
de Weeskamer, tot zijn zoon, die "een quaet, onregelmatig leven"
leidt, zijn intrek heeft genomen in het Oude Mannenhuys.
Zijn vaste goederen bestaande uit een huis en erf aan de oostzijde van de
Santstraet, zal ter secretarie alhier moeten worden ingeschreven als
'fideicommis subject' opdat zijn zoon het huis niet kan verkopen. tot executeurs
van het testament worden benoemd Aelbert en Cornelis Danielsz van der Mandelen,
wonend in Den Haech, Henrick N.N., wonend te Dordrecht,
man van Cornelia Danielsdr, zijn halfbroers en zuster, Henrick
Govertsz, schilder en Teunis Henricxsz, droochscheerder, beiden wonend alhier.
N.B.: op 13-8-1655 is het testament ingetrokken
- (11-8-1654) Symon Duising, wijncooper, en Jacob Schaeck, maeckelaer, tezamen
samen met Johannes Reynaertsz wonende te Dordrecht,
voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Catharina Reynaertsdr die
weduwe was van Dirck Lutselkerk en woonde bij de Draybrugge, sluiten een
overeenkomst met Johannes Lutselkerck, meerderjarige zoon van Catharina
Reynaertsdr en Dirck Lutselkerck, betreffende het onderhoud van de minderjarige
kinderen
- (11-8-1654) Capiteyn Henrick Jansz de Munnick, zeecapiteyn bij de Admiraliteyt
alhier, wonend aan de noordzijde van 't Haringvliet, verkoopt aan Michael van
den Broeck, raet en advocaet-fiscael van de Admiraliteit, en zerk en graf nr.
352 in de St. Laurenskerck, voor 375 gulden. De Munnick had het gekocht van
Dingnum Lucasdr, weduwe van Job Gorisz van Couwenhoven, en Ysaack
Heyndricxz te Dordrecht, man van Dingnum Michielsdr,
beide erfgenamen van Jan Jaspartsz Goutvelt, Jan Pietersz Tolck en Beatris
Pietersdr, weduwe van Jan Garnaetappel, en Pieter Jacobsz Tolck, samen
erfgenamen van Machiel Jansdr, gewezen vrouw van Jan Jaspertsz Goutvelt, volgens
transportakte 25-07-1654 bij notaris Dirck Block
- (16-11-654) Frans Jacobsz van Breda en Joost Joosten van
Dordt beiden varende met Jan Pietersz
Sneeu wonende te Dordrecht, verklaren op verzoek van Jacob
Blaeu coopman dat zij een gemerkt pakje hebben gelost uit het schip van
voornoemde Jan Pietersz. Het pakje is gelegd op de kade van de Nieuwe haven, zij
hadden geen opdracht het pakje verder te bestellen
- (17-11-1654) Jan Pietersz Sneeuw schipper uit Dordrecht
verklaart op verzoek van Jacob Blaeuw coopman dat hij na aankomst de
goederen in zijn schip heeft aangegeven bij het kantoor van de licenten. Hierna
zijn de goederen gelost op de Nieuwe Haeven. Bij het afhalen bleek een pak zoek
te zijn geraakt. Het overblijvende pak is door de commijs Van den Berch naar het
collegie ter Admiraliteyt gebracht ondanks dat hij hem vertelde dat het pak
reeds bij kantoor van de licenten was aangegeven
- (25-12-1654) Richard Otteley, Engels coopman, bevestigt te hebben ontvangen
van Pieter Huchtenbroeck een bedrag van 100 pond sterling in voldoening van een
wisselbrief, waarin vermeld de namen van Pieter
Jaspersz Leyst, wonende te Dordrecht, Johan van der Merssche
te London en Robert Aynsworth
-