|
Rotterdam notariele akten 1655-1719 |
- (7-1-1655) Geertgen Cornelisdr, laatstelijk weduwe van Claes Joosten van Mijrt, machtigt Maertgen Pietersdr, dochter van haar eerste man wijlen Pieter Cornelisz en Stijntgen Claesdr, haar dochter bij Claes Joosten van Mijrt, evenals haar meester of baes Arien Jacobsz de Langen, beide wonende aan Bloemersdijck onder Hillegersberch, om in Dordrecht haar erfenis te innen van haar daar overleden nicht Hadewij Jansdr, verwant via haar moeder Anneken Jacobsdr en haar grotemoeder Maertgen Jasparsdr, beide overleden. Zij moeten namens haar ook alles regelen rond de boedel, en als het even kan het zo regelen dat zij van de rente kan leven, en dat het kapitaal blijft staan voor haar 3 kinderen: behalve genoemde dochters ook haar zoontje Joost Claesz
- (13-5-1655) Adriaen
Dirckz Coddeus als lasthebber van Jan Lambrechtsz Hulshout, en van Jacob
Boon, beiden wonende te Dordrecht, voorts mede namens zijn
broer Pieter Dirckz Coddeus, allen crediteuren van wijlen Aeltgen Jansdr
Verthoren die weduwe was van Ernestus Cornelisz Stolwijcq, bevestigt te hebben
ontvangen van Jacob Schaeck executeur van de boedel van Aeltgen Jansdr, een
bedrag van 424 gulden zijnde het totaal van de uitstaande vorderingen.
Bovenbedoelde procuraties zijn gepasseerd t.o.v. notaris
Cornelis de Late te Dordrecht op 26-09-1654 resp. 28-09-1654.
Jacob Schaeck tekent als Jacob Schaick.
- (23-6-1655) Gillis Bussij, contrarolleur van de geestelijke goederen in de
drie landen van Overmase en van 't graefschap van Vroonhoven, machtigt Pauwels
Croesbeecq, procureur van de Admiraliteyt alhier, om voor hem op te treden in de
zaken van:
- Francisco Savio over het passagiegelt tot Maestricht,
- Jacob Arnouts, schipper te Venloo, over aanhaling van greynen in Maestricht,
- Antonis Henricx over de pacht van convoyen en lijcenten te Maestricht en het
passagiegelt of Waterlijcent waarvan Jan Groulart ontvanger is,
- attestatien gepasseerd voor notaris Fockeschoute te 's Gravenhage vanwege
Maria Sagres speciaal tegen Henrick Lamberts, camerbewaerder van de
Chammeremijpartij te Dordrecht en al zijn andere zaken in
Rotterdam en Den Haag
- (29-7-1655) Tielleman Vriesman, spellemaker en Reynier Nieuwenhuysen, coopman,
testamentaire voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Teunis Henricx de
Geyster en diens meerderjarige kinderen Anna Teunisdr de Geyster van Cornelis
van Halewijn en Cornelia Teunisdr de Geyster, machtigen Geertge
Teunisdr de Geyster, weduwe van Willem Abrams Verhoop te Dort en
genoemde Anna Teunisdr de Geyster, mede kinderen en erfgenamen, de nalatenschap
te regelen
- (19-8-1655) Willempge de Graeff, weduwe van capiteyn Joris Pietersz van den
Broeck, verklaart dat zij samen met de andere crediteuren van Adriaen Adriaensz
Hack, in zijn leven schout van West Iselmonde, en van diens weduwe Pietertge
Ariensdr zuster van comparante, heeft verzocht aan Pieter de Lange als koper van
een huis en 12 morgen land, door hem gekocht van Martinus
Clievius notaris te Dordrecht voor een bedrag van 9675 gulden,
en toebehoord hebbend aan schout Hack en diens weduwe, dat hij de koopsom niet
zou betalen aan Clievius maar dit bedrag zou consigneren ter Griffie. Comparante
belooft samen met andere crediteuren, t.w. Inge Sebastiaensz als voogd over de
weeskinderen van Cornelis Willemsz, mitsgaders mr. Willem van der Aa, genoemde
De Lange te zullen vrijwaren van alle aanspraken vanwege notaris Clievius
terzake van deze kooppenningen
- (7-10-1655) Jacob Felman, meester schrijnwercker aan het hof van de keurvorst
van Brandenburgh te Cleeff, bevestigt te hebben ontvangen van Pieter
Huchtenbroeck, wijncooper, diverse goederen o.a. bourdauxse wijn verscheept
met Willem Ophuysen, schipper wonende te Schenckenschans, voorts delen en
planken door Huchtenbroeck te Dordrecht
gekocht van de heer Pees en een partij verglaesde pannen en vorsten te
verschepen met het samereusschip van Jacob Jansz, rijnschipper, liggende aan de
Uytterse vaert. Comparant bevestigt voorts geen enkel recht op deze goederen te
hebben en belooft de goederen na aankomst te Cleeff af te leveren aan een door
Huchtenbroeck aan te wijzen factoor
- (11-11-1655) Johannes van Weel, notaris en procureur, verklaart dat Melchior
Andriessen Annens, zeilmaker op 10-5-1653 van hem een huis en erf heeft
gekocht te Dordrecht, gelegen op de hoek van den
BOOM bij het Groote Hooft, en te zijnen behoeve een schuldrentebrief van
1.100 gulden heeft gepasseerd. Nadien is Melchior bankroet geraakt, en is het
huis in het openbaar verkocht. Hij machtigt Adriaen van Angeren, coopman om de
verdere financiële zaken dienaangaande af te handelen
- (7-2-1656) Annetge Jansdr, wonend in de Bancketstraet, vrouw van Jan Olofsz,
die van hier is gevaren naar Oostindien, benoemt tot erfgenaam haar man voor
1/3e part, en voor 2/3e part Cornelis Jacobsz de Roo, Claes Heyndrickxsz en
Lodewijck Cornelisz, allen wonend alhier, evenals Pieter
Pietersz, wonend te Dort, Catarina Jansdr, dochter van Jan
Jansz, ook wonend te Dort, met haar broer Lambart Jansz, zoon van
Jan Jansz, wonend te Harticxvelt, allen kinderen van haar broers en zusters
- (14-2-1656) Lucas Cornelisz van Brouwershaven die als matroos met het
schip genaamd Dordrecht vanuit Delft naar Oostindien gaat, verklaart
schuldig te zijn aan Goossen Boy en zijn vrouw Lijsbet Jans de somma van 110
gulden t.z.v. kostgeld en geldlening.
Hij machtigt hen dit bedrag van de Oostindise Compaignie kamer Delft uit zijn
gage te vorderen
- (2-5-1656) Lambert Cornelisz Bosch, schout in Schiebrouck en zijn vrouw
Neeltge Alderts wonend aldaar maken hun testament. Zij zijn aanwezig geweest bij
het voorlezen van het testament d.d. 23/08/1652 van Barber Harberts za, weduwe
van Pieter Huych Jans te Crimpen op te Leck. Dit testament is gepasseerd voor
Johan Schoormans Henricx, notaris te Dordrecht. Hierin bepaalt zij
dat het erfdeel van haar dochter Soetge Pieters, vrouw van Jan Lamberts Bosch,
zoon van de testateuren, aan de zijde van voorn. Barber Harberts blijft. Soetge
heeft hier alleen het vruchtgebruik van. Zij legateren aan hun zoon Jan Lamberts
Bos een stuk land (1) van 2 morgen in de Butterdorpse Polder onder
Hillegersberch. Verder nog een halve morgen land in bruikleen van de kerk van
Hillegersberch. Hij krijgt hiervan alleen het vruchtgebruik. Het land blijft aan
hun zijde. Zij legateren aan: (2) de kinderen van hun dochter za. Neeltge
Lamberts 2.500 gulden en 14 hont land in Roorijs in het ambacht Bercker; (3) hun
jongste zoon Aldart Lamberts Bos 2.500 gulden en 14 hont land in Schiebrouck.
Zij benoemen elkaar tot erfgenaam. Belendingen van: 1 strekkend van de Berchwech
tot de weduwe van Cornelis Alderts; - ten oosten Arent Cornelisz Bruynsen en de
erfgenamen van Dirck Alderts en Maertge Claesdr - ten westen Tijs Dircx 2
strekkend van Leendert Teunisz tot Sijmon Ariens; - ten noorden Pieter Vrancken
- ten zuiden Euwout Jacobs, vader van de kinderen van Neeltge Lamberts; 3
strekkend tot buiten de Watering; - ten noorden Arien Maertens Donder - ten
westen Anneken Pieters, weduwe van Cornelis Maertens Excellent.
- (14-6-1656) Jeronimus van der Linde, gemachtigde van Jaques
Coutau van Douvay, draagt over aan Joris van Eeckeren te Den Hage 103 gulden,
zijnde het restant van de gage die Jaques Coutau verdiend heeft in Brasil bij de
Westindise Compagnie, kamer Dordrecht.
- (7-10-1656) Pieter Huchtenbroeck, coopman, verklaart dat David
Kroes ( of Croes ) wonende te Dordrecht, zekere kannen heeft
geladen uit een pakhuis aan de NIEUWEHAVEN te Dordrecht
in het schip van Matijs Jansz, schipper, voor aflevering aan hem,
comparant. Comparant wil deze kannen alleen accepteren om ze op te slaan voor
rekening en risico van de afzender en verzoekt de notaris om dit ter kennis te
brengen van Matijs Jansz en David Croes, onder protest voor de ontstane kosten
- (12-10-1656) Matthijs Jansz 70 jaar en Jan Matijsz 38 jaar ( zij
tekenen beide met de achternaam van Rooy ) schippers verklaren op verzoek van
Pieter Huchtenbroeck coopman dat zij tweemaal namens hem een brief hebben
afgegeven aan Christoffel Rijckers Keuls schipper, die te Dordrecht
lag geladen met cannen van Keulen. Zij hadden opdracht de voor hem bestemde
cannen over te laden. Omdat Christoffel niet meer op de afgesproken plaats lag
heeft deposant Matijs zich met de brief van requisant vervoegd bij een gezworen
cannenteller. Deze is met hem naar David Croes
cannenvercooper te Dordrecht gegaan. David had in zijn
pakhuis aan de Nieuwe Haven de voor requirant bestemde kannen staan; zij
hebben deze ingeladen en naar Rotterdam gebracht
- (19-1-1657) Leendert Gorisz, wijnbrander wonende op de Kipstraet achter het
Manhuys, machtigt Jan Bisbuyck, vierwerckmaker te Dordrecht,
om namens hem van Frederick Dirckx te Dordrecht
76 gulden te vorderen en van Tanneken Louwijsdr aldaar 59 gulden voor
geleverd brandewijn en gedistilleerde wateren
- (26-5-1657) Op verzoek van Pieter Huchtenbrouck, coopman, heeft de
notaris aan Matijs Jansz, schipper, aangezegd dat hij de 1960 Eipersse
kannen, door Mathijs Jansz te Dort
geladen uit het schip van Jan Veere en afgezonden door Jacob Scheffer, niet
anders wil ontvangen dan voor rekening van Jacob Scheffer aangezien deze kannen
niet zodanig waren als door hem, requirant, besteld
- (16-10-1657) Sent Cornelisz zeeschipper uit Dordrecht
machtigt Pieter Huchtenbrouck coopman om geld te innen van Jan Thielens
coopman in Amsterdam dat hij tegoed heeft van vracht en voorgeschoten gelden
- (13-2-1658) Pieter Joosten Commer te Dordrecht,
bekent 900 car. gld. schuldig te zijn aan zijn zwager, Denys Aryensz van
Helmont, beenhacker.
- (13-5-1658) Anna de Neve weduwe en boedelhoudster van Johan van de Luffel
coopman machtigt na herroeping van vorige machtigingen Johannes Proons haar
zwager en Daniel van de Luffel haar zoon om van haar debiteuren in Hollant,
Zeelant, Gelderlant, Vlaenderen, Brabant en elders geld te innen, in het
bijzonder van Jan van Voorn uit Dordrecht 2500
gulden plus de rente. Ze gaat akkoord met hetgeen reeds door haar zwager
Johannes Proons en zijn procureur de Jager de Jonge in deze zaak is gedaan.
- (26-6-1658) Rut Henricxz van Dordrecht 23
jaar, stierman op het boeyerschip van Jan Jansz
de Kelck, Jan Symonsz van Eijck 37 jaar alsmede Gerrit Abramsz 16
jaar, cock, allen uit Dordrecht en varende op het voornoemde
boeyerschip, verklaren op verzoek van voornoemde Jan Jansz dat zij met het
boeyerschip genaamd de Gulde Leeuw van Londen in Engelandt naar zee zijn
vertrokken. Door slecht weer ten zuidoosten van de Maes hebben zij het anker
laten vallen. Uiteindelijk hebben zij koers gezet naar Texel waar zij zonder
anker, en touwen zijn aangekomen
- (7-7-1658) Margareta Cocksius, vrouw van Leendert
van der Prep, wonende te Dordrecht,
vernietigt haar testament gepasseerd op 01-01-1657 en benoemt haar broers:
- Jacob Cocksius, predikant en
- Theophilus Cocksius tot voogden over haar kinderen
- (29-7-1658) Pieter Huchtenbrouck, coopman, verklaart dat Jacob
Scheffert, wonende te Keulen, hem onlangs een partij blauwe aarden kannen
heeft aangeboden liggende te Dordrecht.
Comparant wilde echter eerst een specificatie daarvan hebben. Scheffert is
vertrokken zonder de verlangde specificatie aan comparant te overhandigen, heeft
echter desondanks de kannen doen verschepen met schipper Mathijs Jansz.
Om kosten te vermijden heeft comparant de kannen laten lossen en doen opslaan,
maar uitdrukkelijk voor rekening van Scheffert
- (5-8-1658) Jacob Gilsemans als executeur testamentair, naast Jan
Jansz van Buil houtcooper te Dordrecht, van wijlen Coenraet
Bartholomeeusz van Buil, verklaart dat noch hij noch zijn mede executeur,
opdracht heeft gegeven aan Jan Claesz Eijckhout, noch aan iemand anders, om
namens hen in beroep te gaan tegen een vonnis van schepenen d.d. 07-12-1657 ten
gunste van de weduwe van Bartholomeeus Pietersz te Keulen
- (30-10-1658) Adriaen Stoffelsz Bruijnooge capiteijn op het jacht van de heer
van Brederode machtigt als voogd over de weeskinderen van Huybrecht
van Dort en Trijntge Pietersdr notaris Daniel
van Huemen uit Middelburg om de nagelaten gelden en goederen uit de nalatenschap
van Theuntje Brest weduwe van Adriaen van Dort,
de grootouders van de weeskinderen, te beheren en inventaris op te maken. Hij
moet de goederen verkopen en alles verder afwikkelen
- (27-12-1658) Cathalina, Elyzabeth, Maria en Adriana, dochters en erfgenamen
van Roochus Wouricxsz van Steenhuysen, verklaren op verzoek van Hendrick
Verdonck, coopman, hun neef, nagelaten zoon en erfgenaam van Davidt
Verdonck en Adriana Wouricxsz van Steenhuysen, hun tante en zuster van hun
vader, dat zij als erfgenamen van hun vader recht zouden hebben op de helft van een
begraafplaets, zijnde en kelder en gemetseld graf met een blauwe hardstenen
zerk, in de St. Augustijnenkerck, recht voor de predickstoel, te Dordrecht,
afkomstig van hun grootvader Wourick van Steenhuysen, in leven burgemeester (van
's Heerenwegen) aldaar, daarin begraven in 1530. Bij de deling van enige
goederen is het gehele graf toebedeeld aan Hendrick Verdoncq. Zij verklaren voor
hun helft in de scheiding volkomen te zijn voldaan
- (22-1-1659) Pieter de Lange machtigt zijn zwager Johannes
Geraertsz wonend in Dordrecht om te dagvaarden Pietertgen
Arijensdr weduwe van schout Hacke wonend in West Iselmonde als schuldenaresse en
haar zwager Hieronimus Willemsz als borg van geld dat hij tegoed heeft
- (28-4-1659) Maria Cornelisdr, weduwe van Jan Gerritsz metselaer
die tevoren getrouwd is geweest met Marichien Dircxdr Claer die een
dochter was van Jaepken Leendertsdr overleden te Dordrecht,
bevestigt te hebben ontvangen van de erfgenamen van Jaepken Leendertsdr al
hetgeen haar overleden man en zijzelf tegoed had uit de nalatenschap die
Marichien Dircxdr door het overlijden van Dirck Jansz, haar vader,
aanbestorven was
- (5-6-1659) Henrick van Lith de Jonge coopman te Dordrecht
verklaart op verzoek van Johannes van der Hutten dat zij samen geweest
zijn op het schip Den Regenbooch van schipper Henrick Glasou uit Hamburg. Het
schip lag aan de palen van het Westerse Oude hoofd en was verhuurd aan deposant.
Van de bemanning waren alleen de schipper, stierman, lootsman en de jonge aan
boord. De havenmeester gaf opdracht het schip te verhalen. Aangezien er niet
genoeg bemanning aan boord was kon hieraan niet worden voldaan
- (2-2-1660) Nicolaes Vogel, brouwer in de brouwerij van de Hollantsche Thuin,
bevestigt over te dragen aan Sebastiaen van der Leeuw
te Dordrecht zijn vordering groot 148 gulden 17 stuivers op Adolph
alias Oloff Arentsz Isercramer, schipper van Wesel, voor geleverd bier
- (19-8-1660) Gillis Lovaer, wonende te Dordrecht,
en zijn broer Frans Lovaer, wonende te Luik, kinderen van wijlen
Maria Vrancken, halfbroers en enige erfgenamen van hun halfzuster van
moederszijde Maritge Corsteaensdr volgens testament van laatstgenoemde,
bevestigen ontvangen te hebben van Jan Jansz de Colonia een bedrag van 616
gulden 8 stuivers als saldo van diens beheer over de nalatenschap van genoemde
Maritge Corsteaensdr. Mede compareren Arent Dichter,
coopman te Dordrecht en Jan Gillisz Lonen, die zich borg stellen.
Bovenbedoeld testament, waarvan een afschrift is bijgevoegd, werd op 03-11-1646
door Maritge Corsteaensdr gepasseerd t.o.v. notaris Gerrit Damen van Nijdeck.
Hierin legateert zij aan Hendrick Jansz de Collonia, zoon van Jan Jansz de
Collonia verwer geprocreert bij diens huidige vrouw Geertgen Henricxdr, en aan
Jan de Collonia geteeld bij Maria Lodewijcxdr diens eerste vrouw, elk 50 gulden.
Al haar overige goederen vermaakt zij aan haar moeder Maria Vrancken wonende in
Walslant
- (9-11-1660) Seger Jans Val, j.m. en zijn halfzuster Willemtge Snoeyen, j.d.,
wonende in de Peperstraat bij haar moeder Maertge Ariensdr Prins, laatst weduwe
van Snoy Henricks benoemen, indien zij zonder wettige kinderen na te laten komen
te overlijden, hun moeder tot erfgename. Indien deze voor hen overlijdt, worden
zij elkaars erfgenamen. Indien de langstlevende van hen overlijdt benoemen zij hun
moeye Susanna Ariensdr Prins, weduwe van Cornelis Lucasz, thans
wonende te Dordrecht of haar dochter tot hun erfgename. Indien hun
moeder overlijdt voor dat zij meerderjarig zijn kiezen zij genoemde Susanna
Ariensdr en hun neef Jan Symons Tromp, backer, als voogden
- (21-6-1661) Maria Dircx, weduwe van Leendert
Exter, won. te Dordrecht, benoemt tot erfgenamen:
- Dirck Exter en
- Theophilus Exter, haar zonen;
- Susanna Exter, haar dochter;
- de kinderen van wijlen haar zoon Jacob Exter.
- (10-11-1661) Johannes van Zorge, coopman van graenen en Catharina van
Haerlem, zijn vrouw
maken een wederkerig testament. Legaten aan:
- Catharina Coy, haar moeder;
- de diaconiearmen van Schiedam en
- de diaconiearmen van Dordrecht
- (11-1-1662) Abraham Baudous de Jonge, j.m., bruidegom, won. te Bergen op
den Zoom, geassisteerd door Abraham Baudous den Ouden, zijn vader, won. te
Bergen op den Zoom en Catharina Croeser, j.d., bruid, geassisteerd door Adolff
Croeser, haar vader, maken huwelijksvoorwaarden.
De bruidegom krijgt van zijn vader mee de commissie van het controleursschap van
de Convoye en de Licenten te Bergen op den Zoom, die de vader nu bedient en het
gebruik en eigendom van een huis, staande in Bergen op den Zoom, genaamd
Constantinopeles.
De bruid krijgt mee 8 à 9 duizend gulden berustend bij de Weeskamer Delft en
een legaat van 5.000 gld. haar nagelaten door Lijdewij
Dijters, overleden te Dordrecht, waarvan Harman Harmansz, backer te
Leyden, levenslang rente zal trekken
- (29-3-1662) Johan Ogle ridder die in Uijttrecht gewoond heeft machtigt zijn
broer Thomas Ogle ridder en capiteijn in dienst van de Vereenichde Nederlanden
om al zijn landerijen in Bonaventuera bij Dordrecht
te verkopen. Verder moet hij alle schilderijen die hen toebehoren in
beslag nemen die nu hangen in het huis van Cornelia de Vries vrouwe van
Amelisswaert wonend in Uijtrecht en ze voor hen bewaren. Als getuige ook genoemd
Cornelis Ogle
- (29-3-1662) Johan Ogle ridder die in Utrecht gewoond heeft machtigt Raphael Bresie Engels coopman in Dordrecht om het land dat hij in de Bonaventuera bij Dordrecht heeft te verkopen
- (8-5-1662) Jacob de Vosch, coopman van gaern en Janneken
Jansdr Veer, uit het huis de Roovosch in de Hoochstraet maken een testament op
van eerststervende aan langstlevende met legaten voor Adriaen
Jacobsz Vos en Jacomijntge Jaquesdr te Dordrecht, zijn vader en
moeder, de kinderen van Sara Ariensz Vos, zijn zuster.
Dit testament is op 04-04-1663 vervangen door een ander: het bovenstaande
doorgehaald
- (9-6-1662) Vranck Jorisz Crooswijck, appotecaris, en Sijntge
Pietersdr, weduwe van Jan Gerritsz Moorsman, zijn aanstaande vrouw sluiten een
contract van huwelijkse voorwaarden. Zij legateert 1000 gulden aan
Sijntge Pietersdr uit Dordrecht, vrouw van Henrick Jacobsz cleermaker
en nicht van haar moeder
- (9-11-1622) Maria Dircx, weduwe van Leendert
Exter te Dordrecht,
bekrachtigt haar testament van 21-06-1661, gepasseerd voor deze notaris,
doch herroept enkele bepalingen betreffende haar dochter die inmiddels is
getrouwd
- (21-2-1663) Jan Meesters, zeylmaecker, bekent over koop van
een schuitje van Pieter Joosten van Ardenne,
scheeptimmerman te Dordrecht, 300 gld schuldig te zijn aan
Lodewijck Splinter, commies op het kantoor van Johan van Berckel van de
Admiraliteit
- (15-3-1663) Jan de le Vinceur, coopman won. te Amsterdam, reder zowel voor
zichzelf als voor de andere reders, verhuurt aan
Johan van Loon, oud schepen, een schip genaamd 'Muyden'
liggende te Dordrecht met toebehoren, teneinde daarmee op
walvisneringe te gaan
- (28-4-1663) Jacomijntge Jacobs, weduwe van Arien
Jacobs de Vos, gewoond hebbend te Dordrecht, nu hier wonend op
de Hoochstraet in de Roo Vos bij haar zoon Jacob Ariens de Vos, gaerntwijnder
maakt haar testament. Zij legateert aan haar zoon haar goederen. Deze hoeft geen
opening van zaken te geven aan haar dochter Sara Ariens
de Vos, vrouw van Flips Pietersen, hoedemaker te Dordrecht.
Zij benoemt tot erfgenamen van haar huis in Dordrecht aan de
Maribonstraet haar 2 kinderen
- (6-10-1663) Barber Gerrits van Rodenburch, vrouw van Evert Henricx van der
Schiede, cleermaker, wonend in het Hangh in "De Blinde Werelt" maakt
haar testament. Zij legateert aan Barber Gerrits van Rodenburch, haar broers
dochter, die zij onderhouden, dit onderhoud. Zij benoemt tot haar erfgenamen de
kinderen van haar broer Gerrit Gerrits van Rodenburch, waaronder voorn. Barber
en de kinderen van haar zus Neeltge Gerrits van Rodenburch. Zij benoemt tot
executeur haar nicht Catelina Gerrits van Rodenburch,
te Dordrecht
- (19-12-1663) Agata Billinghle, weduwe van Henrick Billingslee, wonend op het
Westnieuwelant maakt haar testament. Zij vermaakt legaten aan:
- haar zoon meester Ritchard Ottele, coopman in de
Engelse Coort te Dordrecht.
- Anna Ottele, vrouw van Adriaen de Bije, notaris te Maessluys, het legaat uit
haar vorig testament aangaande de opvoeding van Jan Bellinglee de Jonge. Deze is
een zoon van haar zoon Jan Bellinglee, overleden in de Verginis. Hij wordt
opgevoed door haar testatrices zwager Ritchard Ghey, coopman in Engeland.
- Susanna de Bije, dochter van Anna Ottele en Adriaen de Bije.
- Anna Ottele voorn. een huis aan de Veerstraet in Maessluys, gekocht van
Theodora van Adrichem, weduwe van Adriaen Cleywech, secretaris aldaar. Het huis
heeft een waarde van 3.700 gulden
- (2-1-1664) Jacob de Vos, coopman van gaern en zijn vrouw Janneken Jans Veer,
wonend op de Hoochstraet in Den Roden Vos benoemen elkaar tot erfgenaam. Hij
legateert aan:
- zijn moeder, Jacomijntge Jacobs 100 gulden
jaarlijks. Zij mag haar huis te Dordrecht alleen verkopen met toestemming
van zijn vrouw.
- Anna Phillips, zijn zusters dochter, 500 gulden.
- Sara Vos, moeder van Anna Phillips het vruchtgebruik van voorn. 500 gulden.
Zij legateert aan:
- Maritge Andriesdr Veer, haar broers dochter, 500 gulden en bij haar overlijden
gaat dit naar haar broer Jan Andriesz.
Zij benoemen elkaar tot erfgenaam.
Verder verklaarde hij, indien hij de langstlevende is tot zijn erfgenamen de
bloedverwanten van zijn vrouw en voorn. Anna Phillips. Hij sluit Phillips
Pieters, zijn zusters man, wonend te Dordrecht, uit.
NB: Volgens aantekening in de marge is op 11-01-1664 dit testament herroepen
- (10-1-1664) Jacob de Vosch, coopman in gaern en zijn vrouw Janneken Jans Veer,
wonend op de Hoochstraet in De Roovosch, benoemen elkaar tot erfgenaam. Zij moet
zijn moeder, Jacomijntge Jacobs, te Dordrecht,
na zijn overlijden, onderhouden. Indien hij de langstlevende is, benoemt hij tot
zijn erfgename zijn nicht Anna Phillips, zijn
zusters dochter te Dordrecht, waarvan haar moeder zijn zuster Sara
Vos, zijn zuster, het vruchtgebruik zal hebben. Hij sluit haar man Phillips
Pieters hiervan uit. Hij stelt de weeskamer tot administrateurs van zijn erfenis
aan. Zij legateert aan Maritge Andriesdr Veer, haar broers dochter, 500 gulden
- (12-3-1665) Harman Claesz de Langh of Lange van Dort,
j.m., matroos onder capiteyn Jacob van der Kamme, benoemt tot zijn
erfgenamen Henrick Ariensz Nispat, clapwaker, en Janneken Gillisdr, wonende op
't sluysge van de Oostsepoort
- (4-7-1665) Cornelis Koninck van
Delfhaven, bejaard en ongetrouwd, matroos op 't
schip Dort onder wijlen capiteyn Jacob Kleydijck, benoemt tot zijn
erfgename zijn slaapvrouw Trijntge Dircx, weduwe van Pieter Dircx, wonende op de
Schiedamsendijck bij de Sleutelsteech. Hij verklaart haar 20 gulden schuldig te
zijn t.z.v. kostgeld
- (10-7-1665) Matheus Robberts Kammel, j.m., matroos op 't schip
Dordrecht onder wijlen capiteyn Jacob Cleydijck, benoemt tot zijn
erfgename zijn a.s. vrouw Baertge Huygens, weduwe van Arien Jans Vruchter,
wonende in de Sleutelsteech aan de Schiedamsendijck
- (16-1-1666) Gijsbert van Diemen, loyer en schoenmaker en zijn vrouw Anneken
Augustijns, wonende in de Keyserstraet benoemen elkaar tot erfgenaam met een
bepaling t.a.v. hun dochters Catarina van Diemen en Anna van Diemen en hun zoon
Abraham van Diemen en bij hun overlijden, t.a.v. de armen van de
publycque gereformeerde Kercke van die leere die tot Dordrecht in anno 1618 en
1619 besloten is, waarvan zij lidmaten zijn, en de armen wezen van 't
Weeshuis, haar zuster Meynsge Augustijns of haar nicht Catarina Neutebooms,
dochter van Willem Joppen Neuteboom, de kinderen van wijlen haar broer Job
Augustijns
- (9-2-1666) Jan Kornelisz van 't Hof, matroos onder capiteyn Phillips van
Allemonden op het schip Dordrecht en zijn
vrouw Maertge Pieters, wonend aan de Schiedamsendijck naast den Romeyn benoemen
elkaar tot erfgenaam
- (21-4-1667) Neeltge Willemsdr weduwe van Jan Jansz Verhouven, wonende bij de
Oosterpoort die aan haar zoon Cornelis Jansz Verhouven, inmiddels overleden,
twee obligaties van totaal 1200 gulden verstrekte, wil dat haar schoondochter,
de weduwe van haar zoon, Lijsbet Pietersdr haar ¾ deel daar van terug betaald.
Zij legateert aan haar zoon Jacob Jansz Verhouven ¼ part, aan de kinderen van
haar overleden zoon ¼ part, aan de kinderen van Jan
Jansz Verhouven wonende te Dort ¼ part en aan de kinderen van
Trijntge Jansdr Verhouven verwekt bij haar door Pieter van Deuren ¼ part
- (16-3-1669) Pieter Kirberch, mesmaker, wonende aan de oostzijde van de Nieuwe
Marct of de Halstraet, benoemt tot zijn erfgenamen zijn zoon en dochter Gerrit
Pietersz Kirberch en Margrietge Pietersdr Kirberch. Margrietge leeft gescheiden
van haar man Cornelis Jansz. De scheiding is door de
magistraat van Dordrecht uitgesproken. Het erfdeel van Margrietge
mag niet ten goede komen aan Cornelis. Pieter laat het testament, dat hij d.d.
29-07-1662 met zijn vrouw Grietge Hoppecamp voor deze notaris heeft opgemaakt,
vervallen.
NB: In de kantlijn staat vermeld dat Kirberch dit testament op dezelfde dag
ingetrokken heeft. De akte is niet afgemaakt en ondertekend
- (16-3-1669) Pieter Kirberch, mesmaker, herroept zijn testament van 29/07/1662,
gemaakt met zijn vrouw Grietge Hoppecamp.
Hij benoemt nu tot zijn erfgenamen zijn kinderen Gerrit en Margrietge Pieters
Kirberch.
Indien zijn dochter, die gescheiden is van Cornelis Jans, weer met hem gaat
samenwonen, krijgt zij niet meer dan haar legitieme portie. De
scheiding is uitgesproken te Dordrecht.
Zijn vrouw krijgt het vruchtgebruik.
Zij bezitten een huis aan de Nieuwe Marckt.
- (23-4-1669) Michiel Linssen van Maesseyck, op het punt om als soldaet met het
schip Dordrecht van Delft naar Oostindië te varen benoemt Janneken
Linssen, zijn nicht en Bartel Michielsen, haar man, tot zijn erfgenamen
- (26-4-1669) Cent Pietersen, op het punt om als bosschieter met
het schip Dordrecht van Delft naar Oostindië te varen, benoemt
Carel Jansen, zijn slaepvaer en Catalijntge Jans, diens vrouw, zijn slaepvrouw,
tot enige erfgenamen
- (18-10-1670) Abraham Pouwelsz, marcktschipper op Dordrecht
en zijn vrouw Fijtge Maertensdr benoemen elkaar tot erfgenaam. Als
de langstlevende overlijdt erven de familieleden van beide kanten ieder voor de
helft.
- (19-3-1671) Krijn Jacobs Langenboer, bej.vrijer, wonend in de Korendijck,
toekomstige bruidegom en Maria Jacobs Gilsemans,
wed. van Sijbert van Dalen, apotecaris te Dordrecht,
toekomstige bruid maken huwelijkse voorwaarden
- (16-9-1672) Adriaen Dircks Kielae, weduwe van Lijsbet
Allerts, wonend in Dordrecht, herroept zijn testament van
30.04.1672 en legateert Adriaen en Lijsbet Coningh, kinderen van zijn dochter,
Grietjen Adriaens en Isack Coningh, wonend te Dordrecht en benoemt tot
zijn erfgenamen zijn dochter en haar kinderen.
Hij benoemt tot executeurs en voogden Eeuwout van Vliet, notaris en Adriaen
Adriaens, koopman. Met uitsluiting van de weeskamer
- (10-7-1676) Matthijs Arents van der Schilde, bouman, schepen en
ambachtsbewaarder van Schoonderloo en Teuntjen Jans, echtgenoten, herroepen hun
testament voor deze notaris verleden op 01.03.1665 en zij benoemen elkaar tot
hun erfgenaam. Hij legateert Maertjen Claess Blanckert. Zij legateert haar broer
Gleyn Jans van Swindrecht, vleeshouwer te Dordrecht; Pietertjen
Jans, haar zuster, wonend te Dordrecht,; Heyltjen Jans, haar
zuster vrouw van Herman Barents de Roos, wonend in Piershil
- (19-3-1678) Testeert Govert van Tright j.m.
gewoond hebbende te Dordregt en voornemens met de fleuytschepe
Delfshaven van de camer van Delft als adelborst naar Oost Indie te varen. Hij
vermaakt legaten aan de kinderen van zijn voogd, ds. Hubertus de Coning,
predicant in de Gasthuyskerk te Delft, en benoemt tot zijn erfgenamen zijn
zuster Marya van Trigt, huisvrouw van Adriaen van de
Schepper, koster van de Augustijnekerk te Dordregt voor 2/3
part, en zijn halfzuster Yda Blonk voor 1/3 part.
Voogden zijn: de voornoemde ds. Hubertus de Coning en Martinus
Paradijs, coopman te Dordregt, beiden zijn neven
- (25-3-1678) Govert van Trigt j.m. gewoond
hebbende te Dordregt en voornemens met de fleuytschepe Delfshaven
van de camer van Delft als adelborst naar Oost Indie te varen, machtigt ds.
Hubertus de Coning, predicant in de Gasthuyskerk te Delft om tijdens zijn reis,
zijn zaken te behartigen en speciaal de reeds aanbestorven erfenissen als de te
verwachten erfenissen, van Anna Leyniers, zijn tante, huisvrouw van Johan van
Sgravenpolder overleden te Delft, Rachel Leyniers, zijn moeder, huisvrouw
van kapitein Steven Blonk, overleden te Dordregt,
Barbara van Trigt, wed. van ds. Guiljelmus van der Poel, wonende te Dordregt,
zijn tante; het huis uit de nalatenschap van zijn moeder,
te verkopen, staande en gelegen op de hoek van de STOOFSTEEG te Dordregt,
thans bewoond door ds. Libert
- (26-3-1678) Govert van Trigt, j.m. gewoond
hebbende te Dordregt en voornemens met het fleuytschepe Delfshaven
van de camer van Delft als adelborst naar Oost Indie te varen, verklaart het
testament van 26.03.1678 tegen zijn wil opgemaakt bij notaris Floris van der
Werf, alhier nietig. Het testament door hem gemaakt op 19.03.1678 blijft van
waarde
- (22-3-1680) Isaacq van Oversee, coopman, en het echtpaar Adriaen Pleunen
Velthoen en Ermje Klaesdr verklaren ten verzoeke van Willem Corthals,
schipper op Londen, het volgende: ongeveer 1,5 jaar geleden was Pieter
Coster te Dordrecht met genoemde van Oversee en Corthals
ten huize van voorn. echtpaar. Volgens van Oversee had Coster van Corthals een
gouden hoopringh gekregen, afkomstig van Lysbeth Soupert. Over deze ring wordt
een verklaring afgelegd.
- (13-9-1680) Pool Cornelisz van Banken, marktschipper van Rotterdam op Haarlem
en zijn vrouw Pietertgen Arentsdr Thooft maken een langstlevende testament met
uitsluiting van de weeskamer.
Hun twee dochters:
- Pieternelletgen van Banken, vrouw van Hendrik van der Laen, en
- Neeltgen van Banken, vrouw van Cornelis van den Bosch, hebben bij hun huwelijk
reeds een deel van hun legitieme portie van de erfenis ontvangen. Het testament
dat in 1680 voor Vitus Mustelius, notaris in Rotterdam gepasseerd werd, wordt
herroepen.
Legaten aan:
Marijtgen Pellewijk te Amsterdam, Hendrikjen Pieters te
Dordrecht, indien overleden aan Immetgen Pieters te Rotterdam, Annetgen
Jans te Dordrecht, Leentgen Cornelisdr, Joris Harmens,
Maertgen Harmans, Annetgen Harmans, Cornelis Govers, Joris Govers, Maertgen
Davids, Wouter Jans, Isaak Jans, Geertruyd Jans, Niesgen Bastiaens, Lijsbet
Willems, Krijntgen Willems, allen wonende te Rotterdam. Diaconie van de
Gereformeerde kerk in Rotterdam en aan de Armen van de Mennonieten Gemeente in
Delfshaven, waarvan Jan Pietersz Vijg bedienaar is
- (6-5-1681) Ten verzoeke van Ary Gerritsz Boxhoorn, Pieter Maertens de With,
Herman Jansz Staelman, Cornelis Cornelisz Buys, Huyg Jacobsz van der Plas,
Cornelis Isaksz van der ..., en Jan Cornelisz Schouten, allen vissers, verklaart
Pouwel Danielsz Staelman dat circa 3 weken geleden zijn schuit met
schollen in Dordrecht is aangekomen ter afslag. De schuit is
aangehouden door de officier. Genoemd wordt nog Job Pouwelsz.
N.B. Akte is beschadigd
- (8-5-1681) Fennetje en Jannetje Marcelisdr Dijckman, kinderen van Sara
Jansdr Schilperoort en Marcelis Jansz Dijckman beiden overleden bieden mede
namens Jan Cornelisz Jan Oom of Janoom vader en voogd over de kinderen van hem
met Annetje Marcelisdr Dijckman te koop aan de uitstaande vorderingen uit de
nalatenschap van Sara Jansdr. Ze worden gekocht door Hendrick Claesz Backer die
echter ondertekent met Hendrick Claesz van Swol.
Schuldenaren waren:
Jacobmijntje Jansdr woont Wijdesteeg
Catarina Comptoor
Commertje woont Wijdesteeg
Maartje Isaacxdr
Maertje Gillisdr woont in 't steegje naast Sara Jansdr
Trijntje Rutten woont in Dordt
Barber Rutten
Lysbet Rutten
Dingeman Jansz
Lysbet de Boo woont in Delft
Sijtje Bouwdewijns
Maertje Willemsdr de vrouw van Hendrick Jansz van Keule
Geertje Jansdr woont Kerkhofsteegje
Hendrickje Voncke
Josijntje Moyses
Sara Bouwdewijns vrouw van Jacob Goossens
Jannetje Goosse woont in 't steegje
Trijntje Kant in de Lange Dijkstraat
Neeltje Bouwensdr
Cornelis Pouwelsdr
Aerjaentje Claesdr van Scherelingh in de Wijdesteeg
Moyses Cornelisz op de Rotterdamsedijk
Heyltje Groene in 't steegje
Fennetje Peckhout op kamers bij Jan Ocker
Claes Backer
Anna Philpdr de vrouw van Jacob Soetertje
Lysbet in de Wijdesteeg
Pleuntje Mees de vrouw van Jop Harme
Aeltje Complat
Maertje Peuyte
Aeltje het Mostertwijff woont Zwartewaal
Aerjaentje Pietersdr
Neeltje Gerritsdr woont Groenendaal
Bregje Cornelisdr in de Wijdesteeg
Maertje Hanten
Annetjen Ary Bouwensdr
Volckje Dircx, Ary Sotte
Stijntje Mees woont Achterwater
Baertje Dircxz bij de kerk
Sara Jansdr
Maertje Arcke de vrouw van Dirck Teunisz
Annetje Ariensdr in de Wijdesteeg
Annetje woont bij Maertje Gillisdr
Maertje Symonsdr vrouw van Jan Fransz in de Wijdesteeg
Krijntje Claesdr
Trijntje Claesdr
Baertje woont bij Maertje Jacobsdr, kousenbreidster
de vrouw van Vreeswijck
de vrouw van Roel Huibregtsz
Sara Abramsdr woont Kickersveld
Ary Dircxz Meysterhey
Crijntje getrouwd met Baertjes zoon
Jannetje woont bij Crijntje
Maertje de ........
- (14-12-1681) Jannetgen Arents, vrouw van Ary Egberts, 51 jr., Aaltgen Willems,
vrouw van Herman Jansz Staelman, 39 jr., Maertgen Jansdr, vrouw van Jan Teunisz
de Jager, 42 jr., Lysbet Jans Wolff, thans te Dordrecht,
33 jr. en Sytgen Huygen Coelemey, 20 jr, verklaren ten verzoeke van
Nicolaes Wolff, coopman te Amsterdam, en Wolphert Jans Wolff te Dordrecht
het volgende:
De eerste vier opposanten hebben in het voorjaar 1681, ten huize van Annetgen
Claesdr weduwe van Jan Wolphaertsz Wolf geholpen met boeten en vernieuwen van
zes vleten want van zes haringschepen te Dordrecht.
Ook de laatste drie opposanten hebben zowel hier als in Dordrecht
geholpen met boeten voor de tweede keer en voor de derde keer in het najaar voor
het schip van stuurman Witte Cornelis
- (27-12-1681) Abram Jansz Lagendijck, Gerrit Meyndertsz de Ligt, Mighiel
Ariensz Kruyckman, Harman Dircxz Kock en Jacob den Braessem verklaren ten
behoeve van Dirck Pietersz Kooningh dat zij de afgelopen zomer met hem op
haringvangst geweest zijn met het schip De Maegt van
Dort. De eerste als stuurmansmaat , de anderen als bootsgezel. Ze
verklaren dat Dirck Pietersz Kooningh aan niemand zout of haring heeft geleverd
behalve de twee tonnen haring die hij heeft aan gegeven bij de boekhouder
Wolffert de Wolff. Dat de reden daarvan was dat hij niet voldoende vloten had.
Verder nog genoemd Andries de Keyzer
- (28-2-1682) Andries Harmans Keyser, stierman ten haring, oud 47 jr., Gerrit
Jan Perjan, 36 jr. en Jacobus Gillis van Leckerkerk, 28 jr.
verklaarden ten verzoeke van Nicolaes Wolff, coopman te Amsterdam en
Wolphert Jans Wolff te Dordrecht het volgende:
maart 1681 zijn deposanten samen naar Enkhuijzen geweest om de door Dordrechtse
kooplieden gekochte haringschepen waaronder het schip 'de Dolphijn' naar Dordrecht
te brengen. Met de Dolphijn hebben zij een extra driftuyg naar Dordrecht
gebracht en aldaar uitgeladen en op de loodse gebracht
- (15-3-1682) Matthijs Arents van der Schilde en Theuntgen Jansz wijzigen hun
testament op 10.07.1676 opgemaakt voor notaris Christiaan van Vliet.
Marijtgen Claesdr Blankert, nicht van de testateur, zal uit de boedel een
obligatie van 1500 gulden krijgen waaraan zij alleen de rente mag innen tenzij,
en dit ter beoordeling van de voogden Cornelis van Leuwen te Delfshaven en Geleijn
Jansz van Swijndregt, vleeshouwer te Dordrecht, zij in financiële
nood zou geraken. Bij overlijden van Marijtgen Claesdr Blankert valt de
obligatie of het restant daarvan toe aan Cornelis Dirks, Jasper Dirks en de
kinderen van Pieter Dirks, allen neven en nichten van Matthijs Arents van der
Schilde
- (19-7-1682) Jan Maertensz van 't Hoff verkoopt een huis en erf gelegen in de
Schoolsteegh aan Pieter den Broeder als vader en voogd over Antony den Broeder,
beiden wonende te Rotterdam.
Belenders: Teuntje van Dort, de stad Delft en het
land van de heer Boreel
- (27-7-1682) Bastejaen Leendertsz Deugt, aerdewercker, wonend in de
Bancketstraet te Rotterdam, en zijn vrouw Teuntien
Abramsdr en Neeltjen Abramsdr wonend tegenover het kerkhof bij de
Leeuwelaen te Rotterdam, verklaren op verzoek van Johan Bernard della Faillie,
officier van Delft, dat zij een ruzie te hebben meegemaakt met Ary
van Erven van Dort, waarbij de eerste comparant betrokken
wordt. Genoemd wordt de herberg van Willem Snellevaert
- (26-9-1682) Wolphert Wolff, voormalig boekhouder van de haringvloot
machtigt Gillis van der Ooth te Dordrecht om
zaken te doen met de belanghebbenden
- (18-12-1682) Reyer den Dansser, coopman, als huurder en bevrachter, komt
overeen met Cornelis Schaep, schipper van het fleuytschip De
Maagt van Dordrecht, liggende te Dordrecht, als verhuurder en
vrachtaannemer, de huur van gemeld schip teneinde te varen van Dordrecht
naar Olderdom of het Seudris in Vrankrijk, om zout te laden en naar Delfshaven
te vervoeren.
- (23-3-1683) Pieter Aryense de Lange, meester scheepmaker wonende alhier,
verklaren schuldig te zijn aan Gerard Francke,
koopman te Dordrecht, de somma van 270 car. gulden, wegens
geleverd hout
- (8-3-1683) Pieter Ariensz de Lange, mr. scheepmaker, verklaart 270 car. gulden
schuldig te zijn aan Gerrard Francke, coopman te Dordrecht
wegens leverantie van hout, volgens obligatie voor deze notaris d.d.
22/02/1683 gepasseerd
- (13-10-1683) Inventaris van de goederen, nagelaten door Elisabet Walravens,
weduwe van Leendert Symonsz Heerman. Zij laat na een kleinkind Annetje Jans
van der Burgh, 19 jr., dochter van Celetje Leenderts Heerman en Jan Teunisse van
der Burgh. Deze inventaris is gesteld in aanwezigheid van Cornelis van
Gyssenburgh, Cornelis Eldersz, kapitein op de grote visserij op zee zijnde,
tesamen voogden van Annetje Jans van der Burgh volgens testament van Lysbet
Walravens op 25 januari 1682.
Een huis op Delfshaven op de noordhoek van de Langendijkstraat, belend ten
zuiden de Dijkstraat en ten noorden Cent Cornelisz van Nesch, strekkende van
voor van de Rotterdamse Dijk tot achter aan de genoemde Cent Cornelisz van
Nesch.
Een schuldrentebrief van 630 gulden door Jan Ariensz van der Burgh ten behoeve
van Leendert Symonsz Heerman onder verband van een huis en erve aan de oostzijde
van de Nieuwe Haven op Delfshaven, welke rentebrief wordt gezegd te berusten
onder Isaack Lagendael, wijnkoper op de Wijnhaven te Rotterdam.
Een obligatie resterende nog 50 gulden door Boudewijn Claesz Roos, schipper, als
schuldenaar en Aegjen Ariens als borg en mede schuldenaar ten behoeve van
Leendert Symons Heerman op 3 juli 1657 gepasseerd voor Balthasar de Gruyter,
notaris te Rotterdam in juli 1676.
Een obligatie van Aert de Gaey groot 500 gulden ten behoeve van Leendert Symonsz
Heerman op 15 september 1678.
Vorderingen van de boedel op Hugo s' Gravesande wegens aankoop van het
haringschip De Prins, Cornelis van Gijssenburgh, boekhouder en stuurman Cornelis
Teunisse.
Schulden van de boedel aan Bouwen Huige Delft, de weduwe van Christiaen van
Vliet, rentmeester Verburgh, Gerrit Francke, coopman, Meyndert Ariense Meyer te
Saerdam, wegens verkoop van het haringschip de Buys, Gerrit
Francke, coopman te Dordrecht, Cornelis Willemsz Roos, Maertje
Jansdr van Noordwijck, Cornelis Jansz, Koster.
- (15-10-1683) De curator over de boedel van Johan Waerts, voorheen notaris en
koopman, verkoopt, walvisgereedschap aan Pieter de
Bruyn, ontfanger te Dordrecht, voor 1475 car. gulden.
Gereedschappen aan koper overgedragen door Jacobus Waertelaer, schipper,
wonend te Rotterdam
- (9-12-1683) Ary Dircxsz van der Winde, makelaer op de Saeghmole, verklaart op
verzoek van Leena Cornelisdr, wonend te Rotterdam, dat bij hem op de molen een
grote " boeckesommer" is gebracht, door Leena gekocht van Willem
Hollaer, houtcooper te Dordrecht; het hout bleek in zeer
slechte staat te zijn en alleen geschikt als brandhout
- (28-1-1686) Notaris Gerrit Post, als curator over de nalatenschap van
Magteltje Hendricx, weduwe van Aert Jansz Mol, biedt ter openbare verkoping aan:
een huis en erf in de Groenendael in Delfshaven. Het wordt gekocht door Leena
Dircx van Kimmenaer te Dordrecht voor 72 gulden.
Belend: Arij Isaecxz de sloot van de Schans.
Bieders: Arij Thomasz de Regt, Jan Hendricxz Koster.
Akte van volmacht 06.10.1685 t.o.v. Dirck Verburch, stadsrentmeester en
gecommitteerde van Delft
- (22-4-1686) Gerrit de Rust te Rotterdam, verklaart op verzoek van Adriaen
Westrigh, bode, dat door zijn tussenkomst ca. 3 jaar geleden, Westrigh een
obligatie van 600 gulden heeft gekocht van Hendrick van Strijckersbergh,
brandewijnbrander, wonende op de Vissersdijck te Rotterdam, op het kantoor van
de Gemene Middelen te Dordrecht
- (1-7-1686) Wilem van Duijvendijck verkoopt en draagt over aan Huijbert
Cornelisz Vinck te Rotterdam een obligatie van 320 gld., staande ten laste van
het Gemene Lant van Hollant en Westvrieslant d.d. 06-10-1672, ten comptoire
van Dordrecht
- (19-9-1686) Burger Burgersz van Stockheijm of Borger
Borgersz van Stockom, wonend te Dordrecht, verkoopt een
besaenjacht met toebehoren aan Nicolaas Swaanhil en Jan Cornelisz de Ruijter
voor 100 gld.
De verkoper neemt de kosten van het maken van de verkoopconditie voor zijn
rekening. Borg staan Aert de Gaeij en Benjamin Decker
- (20-10-1686) Ary Cornelisz de Wit;
- Jacobus Pietersz van Dort en
- Gerrit Claesz Houttuijn;
verklaren op verzoek van Leendert Verbrugge, wonend buiten Rotterdam, dat de
laatste van Jan Teunisz, blockmaecker, een partij bokkingen gekocht heeft die
voor verdere verkoop ongeschikt waren. Een zekere Jan Willemsz heeft enkele
bokkingen gekeurd en te zout bevonden
- (3-1-1688) De kinderen van Willemijna van Coulster wed. van wijlen Johan
van Nesch kapitein ter zee, bieden bij notaris Post een besloten testament
van hun moeder aan om te openen.
Erfgenamen zijn haar dochters:
- Esther van Nesch, gehuwd met Carel Ruslet, won. te Suriname.
- Alida van Nesch, gehuwd met Hendrick Wijers,
koopman te Dordrecht.
- Anna van Nesch, dochter van Andries van Nesch, die een zoon van Johan van
Nesch de Oude is uit eerder huwelijk.
- de 5 kinderen van zoon Jacobus van Nesch die overleden is, t.w. Willemijna,
Jan, Joost (minderjarig), Ghard en Margrieta van Nesch. Voogd over deze kinderen
was o.a. Adriaen Vroesen, oud-burgemeester.
De tekst van het testament is geheel in deze akte opgenomen
- (13-1-1688) Gerrit Vijgh, coopman verklaart op verzoek van Boudewijn Verdam,
maeckelaer te Rotterdam dat hij, Vijgh, als boekhouder en medereder van de
Groenlantsvaerder waarop Bastejaen den Heinst commandeur was, al het traan van
het walvisspek dat Den Heinst zou meebrengen, had verkocht aan Verdam, die de
traan doorverkocht aan Abram Maes te Dordrecht,
Abram Sprongh te Delft, Dominicus Cramer,, monsieur Allart en Boucquillion
- (28-2-1688) Pieter Jorisz Schoute, won. te Cairlois, als gemachtigde van zijn
broer Cornelis Jorisz Schoute, wed. van Jannetje Robbrechts sluit een
overeenkomst met Johannes van Milt, gemachtigd van de diakonie van de gereformeerde
gemeente te Dordrecht, die Passchyntie Thielemans, Govert
Thielemans, Ary Janse Backer en Maeycke Jansdr, wed. van Gijsbregt Pieters Vos
onderhoudt, tezamen erfgen. van genoemde Jannetje Robbrechts.
De machtiging van Schoute is gepasseerd voor notaris Arent de Man te Cairlois
d.d. 13.05.1687
- (26-4-1689) Huygh Aernoutsz van Breen, schipper van het schip de Vergulde
Halve Maen komt met Cornelis Roggeveen overeen, in opdracht van de Dordrechtse
koopman Lodewijck. Tarruw dat hij op de terugweg van Danzig
naar Dordrecht een partij rogge zal vervoeren en lossen, tegen een
bepaalde prijs. Indien de schipper eventueel zonder convooi Amsterdam moet
aanlopen, zal hij minder vrachtprijs ontvangen
- (21-5-1689) Reijer den Dansser, koopman te Delfshaven en Cornelis Schaep,
reder en schipper van het schip de Maegt van Dordrecht,
komen overeen dat het schip naar St. Ubis in Portugal zal varen om zout te laden
en zo spoedig mogelijk terug zal keren naar Delfshaven. Ook tarieven worden
afgesproken
- (9-12-1689) Dirck van der Thol, koopman te Delfshaven, echtgenoot van Arentje
Pietersdr Scheer, is overleden aldaar.
Jan Jacobsz van der Velde mr. smit, en Hendrik Elsburg, koopman, zijn executeurs
testamentair en tevens voogden over de minderjarige erfgenamen.
Dirck van der Thol laat na twee huizen, obligaties, rentebrieven en contanten,
zilver, porcelein, schilderijen etc.
Op 10.1.1675 is bij notaris Christiaen van Vliet contract van
huwelijksvoorwaarden opgemaakt.
Op 6.7.1685 is bij notaris Gerrit Post het testament van Dirck van der Thol
opgemaakt. De weeskamer is uitgesloten. Als eventueel erfgenamen genoemd:
- Leendert van der Thol en zijn 2 zusters,
- nichtje Lijsbeth, dochter van Leendert van der Thol's overleden zuster,
- kinderen van Cornelis van der Thol, overleden halfbroer,
- Maerten en Lijsbeth van der Thol, kinderen van broer Jacob, die is overleden.
De na te laten twee huizen en erven zijn gelegen aan de oostzijde Oude Haven en
westzijde Nieuwe Haven, tevens een "haringplaats" gelegen aan de
oostzijde van de Oude Haven.
Obligaties t.n.v.:
- Dirck van der Thol d.d. 27.7.1644, 1.800 gld.,
- Dirck Gijsbertsz van der Thol d.d. 20.11.1672, 360 gld.,
- 2 obligaties d.d 17.2.1677 elk 500 gld.
Belending:
- Leendert Breems,
- Dirck Ariensz Staelman,
- Mennonisten Gemeente,
- Heijmon Pouwelsz,
- Oude Haven,
- Langstraat,
- Nieuwe Haven,.
- weduwe van Cornelis Visscher,
Nog geld te ontvangen van:
- Pieter Jansz van Dort,
- Jan Vijgh,
- Kerk van Sairlois.
Ten laste van de boedel schulden aan:
- Jacob Abram Kalckman,
- Gerrit Scheer voor betalingen aan Bastiaen Pleunen,
- Jacob Fijck, ontvanger verponding,
- Jan Veen,
- Dirck Post, timmerman,
- Johanna Sonnemaens,
- Willem van der Sijde,
- Arij Jansz Coelemeij, voor bier impost,
- Ysaeck de Winter,
- Jan vant Hoff, koster en grafmaker,
- Adriaen Westrigh, Louis Sijloo en Jacob Heijmonsz van der Leen, allen bidders,
- Jan van der Velde,
- Denis Paeuw,
- Lena van der Sijden,
- Willem Coel,
- Johan Dijckman, chirurgijn,
- Arentje Pietersdr Scheer komt nog toe 1.500 gld. bij akte vastgelegd 20.5.1680
via notaris Johan Waerts
- (11-1-1690) - Claas van Rhenen, voogd over Michiel van Heesteren, minderjarige
zoon van wijlen Cornelia van Reenen of Rhenen en Johannes van Heesteren, en
- Isack Faes, gehuwd met Margareta van Heesteren, dochter van bovengenoemd
echtpaar, maken boedelscheiding op.
Eerste comparant ontvangt:
- huis aan de Voorstraat, waarde 700 gld.;
- huis aan de Lantpoortstraat, waar 'Graaff Ton' uithangt, waarde 500 gld.;
- ½ huis genaamd 'Het Fortuijntge', gelegen aan de Westdijck, waarde 100 gld.
Alle drie huizen zijn gelegen te Willemstat.
Tweede comparant ontvangt:
- huis gelegen oostzijde Voorstraet, gelegen te Sommelsdijck, waarde 1650 gld.
Eerdere boedelscheiding heeft in 1682 plaatsgevonden bij eerder huwelijk van
Cornelia van Reenen en Johannes van Rhuel.
Belending te Willemstat:
- Schout Orisant;
- Hooftwaght;
- Lodewijck Cornelisz;
- Stalling van de Heer Lus;
- Nobelenbaes;
- Adriaen N.N., schipper op Dordrecht;
- Swarte Ancker.
Belending te Sommelsdijck:
- Marinus Floresz;
- Huuijbregt Vettekaes;
- Heer Verolme.
- (26-4-1691) Inventaris van alle goederen van Jacobus
Pieters van Dort en wijlen zijn vrouw
Maertjen Isaacx, opgemaakt voor het weeshuis te Delft in bijzijn van
Annetje Isaacx, zuster van de vrouw. Genoemde Maertjen Isaacx laat 4 kinderen
na, t.w. vóór haar huwelijk met Jacobus Pieters van Dort:
Lijsbet Pieters ± 11 jr., en Pieter ± 7 jr. en uit dit huwelijk: Isaack JAcobs
van Dort ± 2 jr., Cornelis Jacobs van Dort ± 3 mnd.
Behalve linnengoed e.d. zijn er schulden aan:
Jannetje Gerrits, wed. van Claes van Reenen, Willem Verhoeff, cirurgijn, Willem
Coel, backer, Aerjaentje Jacobs, Annetjen Isaacx, Maertje Jacobs.
- (8-5-1691) Cornelis Schaep, schipper en mede-reder van het
schip de Maagt van Dort, eist voldoening van Reyer den Dansser,
coopman, van het door hem op 18.04.1691 geleverde St. Ubissout. Op 08.05.1691
heeft notaris Post deze insiniuatie aan den Danser overhandigt.
- (6-6-1691) Rekening van Arentje Pieters Scheer, weduwe van Dirck van der
Thol, overleden op 28.11.1689, betreffende diens nalatenschap.
Executeurs testamentair: Hendrick van Elsburgh en Jan Jacobs van der Velde, De
Inventaris van de boedel is opgemaakt door notaris Post op 09.12.1689.
Onroerende goederen:
Een huis en erve aan de oostzijde van de Oude Have, belend door Leendert den
Breems, Dirck Ariens Staelman, Nieuwe Haven. Een haringhplaats aan de oostzijde
van de Oude Have, openbaar geveild op 25.01.1690, doch niet verkocht, belend
door de Mennonisten gemeente, Leendert den Breems, Heymon Pouwels van de
Langstraet. Een huis en erve aan de westzijde van de Nieuwe Haven, belend door
de weduwe van Cornelis Visschers, Dirck Ariens Staelman.
Obligaties ten name van:
- Dirck Gijsbregtse van der Tol d.d. 27.07.1644 en 20.11.1672;
- een blanco transport door Sebastiaen van Weiningum of Weinigum.
Vorderingen op: Pieter Jansz van Dort, Jan
Vijgh, Anna Jans Scheur (blz. 228).
Schulden aan:
De kerk van Cairlois, Jacob Ariens Kalckman.
Betaald aan: de ontvanger Johan Fijck, Gerrit Scheur, Bastiaen Pleunen, Jan
Veen, Dirck Post, Ary Jansz Coelemey, Johanna Sonnemaens, Willem van der Zijde,
Frans Boom, Hendrick Vockestaert, secretaris te Delft, Willem Verhoeff,
cirurgijn, Kuypersgilde, Annetje Claesdr Visscher, Thijs Teunisse, Aert
Kellenaer, Ary Jans Coelemey (blz. 260), Isaack de Winter, Teunis van der Hoeve,
ds. Henricus Nahuys, Diaconie Gereformeerde Gemeente, Jan van 't Hoff, koster en
graeffmaecker, Adriaan Westrigh, doodbidder, Lourens Syloo, doodbidder, Jacob
Heymonse van der Laan, Dirck Post, timmerman, Jan van der Velde, meester smid,
Deonijs Paeuw, Lena van der Zijde, Willem Coel, Johan Dijckman, cirurgijn,
Willem Jansz Struyck, kleermaker voor rouwkleed voor Sara Claesdr, dienstmaegt
(blz. 270), huwelijksvoorwaarden d.d. 10.01.1675 voor notaris Christiaen van
Vliet.
Vendumeester veiling meubilair d.d. 03.04.1690: Willem van der Zijde
- (2-5-1692) Wilhelmus van Eden, apothecaris, en zijn vrouw Cornelia van
Tuynhuisen, gewoond hebbende te Delft, en binnenkort wonende te Den Briel,
benoemen elkaar tot erfgenaam en tot voogd over eventuele kinderen met
uitsluiting van de weeskamer. De vrouw benoemt tevens tot haar erfgenamen haar
kinderen Cornelis en Sophia Collaert, geboren uit haar huwelijk met wijlen Johan
Collaert, en stelt tot voogden over hen haar neef Jean
van der Graaff, postmeester te Dordregt en Adrianus Cleyburgh
te Rotterdam, haar zwager
- (14-2-1694) Johan de Wit, coopman won. te Dordrecht,
huurt een huis en erve staande aan de oostzijde van de Oudehaven van Adriaen
Claesz Banck voor 60 gld per jaar. Belend door de wed. van Ary Nijgh en de wed.
van Jacob Pietersz Staets.
- (25-5-1694) Willem Ariense Weeda en zijn vrouw Maeycken Harmansdr van der
Tack benoemen elkaar tot universeel erfgenamen. Een eerder
testament d.d. 18-03-1692 voor notaris Elias Venlo te Dordrecht wordt
ingetrokken.
Willem tekent zelf Willem Arisen Weeda
- (14-8-1694) Jan Janse van Eveelingh te Dordrecht
koopt van Joannes Meese Coel een huis en erve gelegen aan de oostzijde
van de Oudehaven voor 1900 gld. N.B. Jan Janse van Eveelingh tekent als Jan
Jansz van Evelijn.
Het huis wordt begrensd door Ary Rokisse Kruyckman en Arjen Ewitze Verschoor
- (9-9-1694) Gerardus de Witt, coopman, benoemt zijn broer Jan de Wit tot
universeel erfgenaam. Bij vooroverlijden van Jan de Wit zijn kind of kinderen en
als administrateur en voogd benoemt testateur Joris
Roelantsz te Dordrecht.
- (26-5-1695) Catharina Leendertsdr Gijssenburgh,
weduwe van Antonij Jansz van Dort, Jannetje Lucasdr van der
Lely, ca. 18 jaar oud, en Aerjaentje Gouda, gehuwd met Cornelis Adriaensz de
Zeeu, allen te Delfshaven wonend, verklaren op verzoek van koopman Pieter
Oppervelt dat Fijtje Gerritsdr Borreman, die in verwachting is, heeft ontkend
dat hij de vader van haar kind is
- (30-6-1696) Arij Euwoutse de Lange is te Delfshaven overleden. De
boedel wordt aangegeven door: zijn dochter Annetje Ariensdr de Lange, Anna de
Lange, Agnes Jacoba Gerlin of Grelin, weduwe van Jacobus de Lange, hertrouwd met
Johannes Krebbers de Jonge, Barbara Euwoutsdr de Lange, weduwe, dochter van
Euwout Ariensz de Lange, Adriaen Westrigh en Claes Jansz Blommendael, executeurs
testamentaire en voogden over minderjarige kinderen, aangesteld 30-06-1696. Arij
Euwoutse de Lange heeft testament opgemaakt 31-07-1687 voor deze notaris waarbij
hij tot erfgenamen heeft benoemd: Pieter Ariensz de Lange, Ariensdr de Lange, de
kinderen van Euwout Ariensz de Lange, die alleen een dochter Barbara heeft, de
kinderen van Jacobus de Lange te weten Jacob en Barbara de Lange. De
Weesmeesteren te Delft worden uitgesloten. Nagelaten wordt: 2 huizen en erven
gelegen aan de Oprel te Delfshaven, 1 huis en erf aan de Langendijckstraat, 1
huis aan de Langedijckstraat, 1 huis en erf aan de oostzijde Nieuwe Have, 1 huis
en erf aan de Korte Middelstraat.
Belendingen: Marijtje Jacobsdr, Walingh Cornelisz Walingh, Jan Maertense van't
Hoff, Jan Schaep, Aerjaentje Jansdr Verdaegh, Arij Claesz Banck, Aerjaentje
Maertensdr, Stadswerff, Gerrit Krimpen, Cornelis Aelbrechtsz Voorstad, Jacob
Jansz, Dirck Jacobsz de Voogt, Jan Rijcke, Thijs Jacobsz.
Huurders = Wouter Jansz, Pieter Wouterse, Carel Daalhuise, Lijsbeth Jacobsdr
weduwe van Jacob Pietersz Krieck, Trijntje Jansdr, Jan
Cornelisz van Dort, Pieter Dircxsz Visser, Pieter Arentse,
Maerten van Gijssenburgh. Vorderingen en obligaties: Ysaacq Wolff, Maertje
Pietersdr, weduwe van Euwout Ariense de Lange, Neeltje Basteaensz, Annetje
Bastejaensdr, Isaacq Rus, Daniel Jochemse, Annetje Jansdr van Breen, Willem van
der Lee.
Ten laste van de boedel komt: Rentmeester van der Dussen, Maritje Pietersdr de
Lange, Secretaris Post, Jan Maertense van't Hoff, Lourens Sijloo, Dick Post
timmerman, Diaconie van Delfshaven.
Zie ook akte no. 190. boedelrekening en akte no. 193 machtiging en no. 194.
testament
- (28-7-1696) Adriaen Hollaert, koopman te Dordrecht
en Gillis de Groot, koopman te Rotterdam, als voogden aangesteld over Gillis
Hollaert minderjarige zoon van wijlen Jacob Hollaert, bij akte
d.d. 14-07-1696 voor notaris Albertus Nievelt te Dordrecht. En
Adriaen Hollaert ook uit naam van de zijn zusters Catarina en Yda Hollaert,
meerderjarige dochters van wijlen Jacob Hollaert machtigen Wijbrant van der
Kost, procureur te Delft, om hun zaken te behartigen
- (18-12-1696) Jacobus Pietersz van Dort machtigt
de Diaconen van de Gereformeerde Gemeente te Delfshaven om bij de bewindhebbers
van de Brandenburgse Africaense Compagnie zijn verdiende maandgeld te innen
- (1-3-1697) Maertje Leendersdr weduwe van Aert Leendersz Gouwentack, Neeltje
Bastejaensdr weduwe van Arij Maertensz Swael en Annetje Bastejaensdr gehuwd met
Claes Jacobsz Tasman verklaren op verzoek van Claes Bolleman en Arij Boom,
gekend te hebben Cornelis Slegt zoon van Maerten Slegt en Jannetje Cornelisdr,
gewoond hebbende in de Bostelmande te Delft, die met het
schip ,,Ouwe Dort'' naar Oost Indië vertrokken is en aldaar overleden.
Verder verklaren zij Claes Bolleman te kennen en zijn overleden zuster Maertje
Joostendr Bolleman, overleden vrouw van Arij Boom. Claes en Maertje Joostendr
Bolleman zijn kinderen van Magteld Cornelisdr, die een zuster is van
bovengenoemde Jannetje Cornelisdr, moeder van de overleden Cornelis Slegt. De
zuster Magteld en Jannetje Cornelisdr hebben een halfbroer Bouwe Cornelisz
wonend te Schiedam. De 3 comparanten zijn buren geweest van de ouders van Claes
Bolleman
- (19-11-1698) Jan Stoffelsz van der Slegge en zijn
vrouw Judich Fockershove maken hun testament op. Zij benoemen elkaar
tot erfgenaam en hun zoon Stoffel Jansz van der Slegge in zijn legitieme portie.
Tot voogd wordt benoemd Johannes Fockershove, broeder van de testatrice.
Onder de akte is een aantekening opgenomen, waarin Jan
Stoffelse van der Slegge te Dordrecht verklaart de legitieme
portie van zijn vader ontvangen te hebben, april 1700.
- (3-5-1699) Lucas Bilderbeecq te Dordrecht, weduwnaar
van Maria Obbens, heeft met zijn vrouw een testament gepasseerd voor
notaris Wilhelmus Sylvius te Amsterdam, d.d. 27 mei 1696 waarin was bepaald dat
hij bij hertrouwen een bedrag zou reserveren voor hun dochter Anna Elisabeth
Bilderbeecq, nu 2 jr.
Aangezien hij op het punt staat te hertrouwen, belooft hij het kind 3.000 gulden
uit haar moederlijke erfenis te geven als zij meerderjarig wordt of bij haar
huwelijk.
Johan Bilderbeecq, secretaris van Schoorl en Abraham Obbens zien toe op de
naleving, maar i.v.m. hun afwezigheid gaat Catarina Obbens akkoord met de
uitkoop
- (3-5-1699) Lucas Bilderbeecq weduwnaar van Maria
Obbens te Dordregt, bruidegom ter ene zijde en
Yda Golijna Hoolaerd weduwe van Pieter van Boom te Dordregt,
bruid ter andere zijde, sluiten een contract van huwelijksvoorwaarden
- (15-4-1700) Cornelis Jacobsz 's Gravemade, weduwnaar van Maertie Pietersdr van
Geest te Schoonderloo, bruidegom en Jannetie van Dort weduwe van
Steve Jacobsz Morel gewoond hebbende te Rotterdam en nu in Schoonderloo bruid,
sluiten een akte van huwelijksvoorwaarden.
De bruidegom koopt de kinderen vanwege hun moederlijk erfdeel uit en de bruid
heeft vorderingen op Catrine van Oostenburgh en Magtelt van Grol.
Tot onderstand van hun huwelijk brengen zij hun goederen in, maar er zal geen
gemeenschap van goederen bestaan.
Verder bevat de akte een inventaris van de ingebrachte gelden en goederen.
De bruidegom tekent als Cornelis Yacopse van Schrafmade
- (24-4-1703) Adriaen Westrigh en Hendrick van
Swijndregt, out-capiteyn van een compagnie borgers binnen de stad Dordregt,
gemachtigd door zijn vader Gleyn Janssen van
Swijndregt, beenhacker te Dordregt, verdelen de nagelaten goederen
van Teuntje Jansdr van Swijndregt, zuster van zijn vader en vrouw van Adriaen
Westrigh en eerder weduwe van Matthijs van der Schilde.
Hiervan wordt uitgesloten hetgeen Adriaen Westrigh geërfd heeft van moey
Cornelia Hendricxsdr Eeck.
In de erfenis is begrepen:
- een huis en erve gelegen aan de westzijde van de Kolck op Delfshaven;
- twee morgen vier hond land gelegen in Beusekom;
- voorts een aantal rentebrieven en obligaties waarin de volgende namen
voorkomen:
- Govert van Hooningen in de Kolck, Johan Veen, Adriaen van Suyderwerff,
Leendert Jorisz Schoute, Pieter Joorisz Schoute, Ary Jorisz Schoute.
In de obligaties en rentebrieven van Teuntje Jansdr van Swijndregt komen de
volgende namen voor:
- Adriaen Adriaense Droogh, Adriaen Vroesen, Maerten Hoorewegt, het gerecht van
Goedereede, het gerecht van Melissant, Dirck Jochumse Ocker, Thomas Thomasse,
Abram du Bois, Huibregt Gerritse van den Bergh, Mattijs van Schilde, Magteld
Jansdr van Hensbroeck, weduwe van Huibregt Gerritse van den Bergh, Francois
Schravelaer, Martinis Thielmans, Fennetje Pietersdr Roggeveen,
Leendert van Groenevelt, Ary Cornelisdr With, Marta Tictander, huisvrouw van
Thomas de Goudescabois, Gerrit van der Meer, meester-smit, Dirck Junius en
Mattijs Groenevelt.
Een tuin en en tuinhuisje gelegen onder Schoonderloo.
De verdeling is gebaseerd op de huwelijkse voorwaarden gesloten tussen Adriaen
Westrigh en Teuntje Jansdr van Swijndregt, die weduwe was van Mattijs van de
Schilde, ten overstaan van notaris Post op 11-02-1683.
Het testament door Teuntje Jansdr van Swijndregt is op 09-02-1698 gepasseerd ten
overstaan van Zeger van der Brugge, notaris te Rotterdam op 09-12-1698.
Hendrick van Swijndregt is door zijn vader
gemachtigd bij akte gepasseerd op 18-04-1703 ten overstaan van notaris Hugo
van Dijk te Dordrecht
- (28-6-1703) Adriana Heykoop, weduwe van Gabriel Palmer, sluit de weeskamer
van Delft uit en benoemt haar broer Johan Heykoop, schepen
en raed van de stad Dordregt en Johan Leers wonende op
Schoonderloo tot voogden over haar kinderen
- (18-9-1703) Joris Wijllaert wonende te Dordrecht
machtigt Wybrant van der Cost, procureur van de vierschaar te Delft, zijn zaken
waar te nemen.
N.B. Joris tekent als Joris Roelandse Wijllar.
- (7-8-1704) Pieter van Steelant, notaris te Delft, herroept zijn eerder
gemaakt testament dd 15-07-1693 bij notaris Willem van Ruijven te Delft. Aan zijn
neef Heijndrik van Steenbergen medicine doctor te Dordrecht
vermaakt hij zijn boeken, keuren en lessenaar. Zijn nichten Agneta en Helena van
Steenbergen krijgen ieder 200 gulden. Aan de kinderen van zijn broer Joannes van
Steelant, te India verblijvend, vermaakt hij 400 gulden, tot aankoop van
zilverwerk. Zijn moeder Petronella van der Walle krijgt het vruchtgebruik over
roerende en onroerende goederen, tot haar eigen onderhoud. Dit vruchtgebruik mag
niet voor crediteuren gebruikt worden.
Erfgenamen zijn:
- Joannes van Steelant, zijn broer
- Catharina van Steelant, zijn zuster, gehuwd met Joannes van Steenbergen of bij
vóór-overlijden hun kinderen.
Tot executeurs worden benoemd:
- Joannes van Steenbergen
- Heijndrik van Steenbergen en Wijbrant van der Cost, advocaat en notaris te
Delft. De laatste is tevens administrerend voogd. De Weeskamer wordt
uitgesloten. Notariële stukken, acten en protocollen zullen aan Wijbrant van
der Cost overgedragen worden
- (23-7-1706) Jacobus van der Horst, schipper van het
buysschip genaamd Dort ter ene zijde en Jean Faa, coopman te
Rotterdam ter andere zijde komen overeen dat de schipper het schip met goederen
naar Dumbar zal varen
- (15-3-1708) Johan Burgert Mescher wonende te Dordrecht,
Jacobus Wigtmans wonende te Rotterdam en Johan van Campen, procuratie hebbend
van de erfgenamen van Martijntie Maerten Hoywage, machtigen Johan Naeranus,
procureur, hun zaken voor de vierschaar van Rotterdam en Cairlois waar te nemen.
NB: De eerste comparant tekent als Johann Borgerd Mesger
- (20-4-1710) Taxatie van de door Margarijta van IJck nagelaten goederen,
die aangebracht zijn door Jacob van Casteren.
Het bezit bestaat uit:
1- een bouwmanswoning met 29 morgen en 138 roe land, gelegen aan de
Delftse Schie in Zestienhoven.
2- een woning in Hillegersberg met 31 morgen en 8½ roe.
3- een woning met 26 morgen en 35 roe in Sliedrecht.
4- een huis met erf aan de Hoogstraat in Rotterdam.
5- een huis met erf achter nr. 4 gelegen.
6- een huis met erf in Maassluis.
7- 20 morgen en 403 roe land in Charlois.
8- 1 morgen en 300 roe land in Poortugael.
9- 13 morgen land gelegen in Sandelingen Ambacht.
10- stuk Warmoesierland in Blommersdijk.
11- 7 morgen en 441 roe land in 'm Mijnsheerenland.
12- 4 morgen en 300 roe land in Cromstrijen.
13- 29 morgen en 53 roe land in Piershil.
14- 3 losrentebrieven in Rotterdam.
15- 15 losrentebrieven in Den Haag.
16- 1 obligatie in Delft.
17- 16 obligaties in Rotterdam.
18- 1 obligatie in Dordregt.
19- 13 obligaties in Den Haag.
20- 14 obligaties in Rotterdam.
21- 16 rentebrieven ten laste van particulieren.
22- 8 obligaties op particulieren.
De rentebrieven komen ten laste van Jan Havelaar te Rotterdam, Joost Groenevelt
te Rotterdam, Gillis Verdijk en Neeltje Kraay, Arnoldus Rolois, Johan Hooft,
Adriaen Boef, Lena Bosvelt te Sommelsdijk, Bouwen Cornelis Goeree te
Sommelsdijk, Jacob Arentse Boer onder Hendrik Ydo Ambacht, Nicolaes Kroock,
Pieter Salwegter te Rotterdam, Pleun Crijnen Huysert te Rijderkerk, Cornelia
IJmantdr te Oost- Barendregt, Matheus Timmers te Moerkerk.
Penningen ontvangen door Francois van der Hoeve, Weeshuis te Rotterdam
- (27-10-1710) Cornelis Halfkaack verklaart de boedelinventaris en
scheiding van wijlen zijn grootmoeder Neeltje Jooris de Graaff en de
boedelscheiding door zijn broer Symon Halffkaack gepasseerd voor deze
notaris op 23-03-1708 en 10-05-1709 goed te keuren. Hij verklaart uit handen van
Pieter Struyck, samen met Cornelis Jacobse de Jong, executeurs van het testament
en voogden over de minderjarige erfgenamen het erfdeel van zijn grootmoeder en
broer t.b.v. 657 gulden ontvangen te hebben. Zijn erfportie ontvangt hij in twee
schuldbrieven van samen 300 gulden, ten laste van Lijsbet
Houck, weduwe van Jacob Dircxs van Dort.
- (28-3-1713) Catarina Leendertsdr, weduwe van Anthony
Jansz van Dort, en
. Cornelia Uijthoeck, vrouw van Cornelis Brammer, verklaren op verzoek van
Heijltje Jansdr de Grient en Pieter van der Linde, dat zij op 19-03-1712 in de
Cortendijkckstraat getuige waren van een ruzie tussen bovengenoemde Heijltje en
Barber en Jannetje Isacqsdr. Barber Isacqsdr is de vrouw van Dirck Arentsz en
Jannetje Isacqsdr is de vrouw van Gerrit Arentsz Coen. Heijltje wordt beticht
van diefstal van 500 gulden van Frans Timmers, wijnkoper te Rotterdam.
- (13-3-1714) Gerrit Krieck, koopman, verklaart schuldig te
zijn aan Gerrit Bocxhoorn 1.500 gulden, waarover interest te betalen, ingaande
tegen 4% 's jaars per direct. 3 maanden vóór vervaldatum dient gewaarschuwd te
worden. Als onderpand wordt overlegd een obligatie groot 2.000 gulden, ten laste
van het Gemene Lant van Holland en Westvrieslant te Dordrecht,
en ten name van Leendert Dame Nattenhoven dd. 08-10-1639, geaggregeerd
01-02-1640.
Note: in kantlijn aantekening dd. 20-11-1716 door notaris Verhouff dat aan de
inhoud van genoemde obligatie, per kwitantie van Boxhoorn is voldaan
- (3-9-1719) Ary of Ariaen van Driel en zijn vrouw
Heijltje Outshoorn, te Dordrecht wonend, verkopen aan David
Arensz de Jager een huis gelegen te Delfshaven aan de Rotterdamsen Dijk, hoek
Korte Dijkstraat. De koopsom bedraagt 300 gulden. Huurder van het huis is Isacq
Ras. Met hem wordt e.e.a. geregeld betreffende datum van de opdrachtbrief en
betaling huurpenningen. Belending: Swanhil, Heerenstraat.
N.B.: Slot van deze akte bevindt zich op blz. 349